<?xml version="1.0"?>
<feed xmlns="http://www.w3.org/2005/Atom" xml:lang="nl">
		<id>https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=Dick</id>
		<title>BeneluxSpoor.net - Encyclopedie - Gebruikersbijdragen [nl]</title>
		<link rel="self" type="application/atom+xml" href="https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=Dick"/>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Speciaal:Bijdragen/Dick"/>
		<updated>2026-04-19T02:02:06Z</updated>
		<subtitle>Gebruikersbijdragen</subtitle>
		<generator>MediaWiki 1.30.0</generator>

	<entry>
		<id>https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Bevestiging_van_servo%27s&amp;diff=45179</id>
		<title>Bevestiging van servo's</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Bevestiging_van_servo%27s&amp;diff=45179"/>
				<updated>2018-01-31T14:10:16Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Dick: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Koptekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Wat is een servo&lt;br /&gt;
|Volgende= Wat is een servomotor&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Servo's en servo-aansturing&lt;br /&gt;
|Auteur= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Inhoudsopgave||Klein}}&lt;br /&gt;
Wanneer u servo's onder uw modelspoorbaan wilt gaan monteren, komt de vraag op 'hoe moet ik de servo bevestigen?'.&lt;br /&gt;
Daar zijn diverse oplossingen voor. U kunt zelf een bevestigingsbeugel/montagesteun maken van kunststof- of aluminium hoekprofiel, of u maakt gebruik van kant-en-klare bevestigingsbeugels/montagesteunen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Uitgangspunt is hierbij, dat de as van de servo-arm altijd horizontaal gemonteerd wordt (zoals in afbeelding 01).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
U kiest voor servo's omdat ze relatief langzaam bewegen en weinig lawaai maken. Dus kiest u bij de montage ook voor de juiste manier van monteren. Anders is de kans groot dat de wisseltongen veel sneller bewegen, dan mogelijk is wanneer u de juiste montagemethode toepast.&amp;lt;br /&amp;gt; &lt;br /&gt;
Maak het veren-staal dus niet vast aan de servo-arm, want dan werkt u contra-produktief. De wisseltongen vliegen dan heen-en-weer bij het aansturen van de servo. Dan kunt u, kwa snelheid, net zo goed Conrad-aandrijvingen gebruiken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Er is echter een bijkomend probleem. De servo-arm maakt maar een heel kleine beweging en de nauwkeurigheid neemt na verloop van tijd af door slijtage van de koolstofbaan van de inwendige potmeter. Consequentie daarvan is dat de servostanden (=de stand van de arm in beide eindposities) regelmatig moeten worden bijgesteld.&lt;br /&gt;
=== De juiste montage-methode ===&lt;br /&gt;
Maak daarvoor gebruik van de mogelijkheden van de servo. Gebruik dus de gaten in de servo-arm, waarvoor ze bedoeld zijn en dat is als scharnierpunt.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Gebruik dan niet het buitenste gaatje in de servo-arm, want dan bewegen de wisseltongen nog te snel. Het geniet daarom ook de voorkeur, om het gaatje wat het dichtst bij de servo-as zit, te gebruiken. Want, hoe groter de slag van de servo-arm, hoe trager de wisseltongen kunnen bewegen.&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Servo-montage-02.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= 455px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 01&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Bevestiging van de servo&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Doordat hier het uiteinde van de steldraad (verenstaal-draad wat in de stelbalk zit) een veel kleinere beweging maakt dan het gaatje in de servo-arm, ontstaat een mooie langzame beweging van de wisseltongen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Samengevat;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
* Servo verticaal monteren, met de uitgaande servo-as op het laagste punt;&lt;br /&gt;
* servo-arm moet naar beneden wijzen;&lt;br /&gt;
* scharnierpunt vlak onder de plaat van de treintafel maken;&lt;br /&gt;
* veren-staal scharnierend monteren aan servo-arm.&lt;br /&gt;
Zie ook: afbeelding 01.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
A = Korte gedeelte van verenstaal-draad.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
B = Lange gedeelte van verenstaal-draad.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
C = Stelbalk met wisseltongen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
D = Gaatje in bevestigingsbeugel voor verenstaal-draad (werkt als scharnier).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
E = Bevestigingsbeugel/montagesteun voor servo.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
F = Servo-arm.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
G = Gat (diameter 10 mm) in plaat.&lt;br /&gt;
=== De steldraad ===&lt;br /&gt;
De steldraad komt bij deze montagemethode in de middenstand van het wissel iets naar boven. Door aan de bovenzijde met een punttang een stukje haaks om te buigen, voorkomt u dat u verwondt raakt bij het poetsen van de rails.&lt;br /&gt;
=== Minder geslaagde oplossing ===&lt;br /&gt;
Sommige fabrikanten leveren kant-en-klare montagesteunen waarbij de servo vlak onder de treintafel wordt gemonteerd (zie: afbeelding 02). Hierbij bewegen de wisseltongen (bij scharnierende montage van het veren-staal) al wel natuurgetrouwer, maar het is nog niet optimaal. Deze montagemethode geniet dan ook niet de voorkeur.&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Servo-montage-03.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= Groot&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 02&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Bevestiging van de servo&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Doordat in afbeelding 02 het uiteinde van de steldraad (verenstaal-draad wat in de stelbalk zit) een veel grotere beweging maakt dan het uiteinde van de steldraad in afbeelding 01, ontstaat een veel te snelle beweging van de wisseltongen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Tot nu toe is &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n fabrikant gevonden die steunen maakt voor horizontale montage, waarbij de as van servo-arm wel op voldoende afstand van de wisseltongen bevestigd kan worden (zie [[Bevestiging van servo's#Meer informatie|'Meer informatie']])&lt;br /&gt;
=== Puntstukpolarisatie ===&lt;br /&gt;
Het verdiend aanbeveling om, wanneer u gebruik wilt maken van puntstukpolarisatie, meteen ook een tweetal micro-schakelaars op de bevestigingsbeugel/montagesteun te monteren. U kunt ook een bevestigingsbeugel/montagesteun aanschaffen die al voorbereid is op de montage van micro-schakelaars (zie [[Bevestiging van servo's#Meer informatie|'Meer informatie']]).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor de diverse bevestigingsmogelijkheden, zie de betreffende draadjes op het forum.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Linkssectie begin&lt;br /&gt;
|Box= AlleenInfo&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Encyclopedie:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= LocoNet Servo-module&lt;br /&gt;
|Linknaam= LocoNet Servo-module&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Servo-aansturing&lt;br /&gt;
|Linknaam= Servo-aansturing&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Uitleg over de werking van de servo-aansturing&lt;br /&gt;
|Linknaam= Uitleg over de werking van de servo-aansturing&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie scheiding}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Beneluxspoor.net:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Forum-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr = 27&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= over servo's.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Forum-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr = 147&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= over het bevestigen van servo's.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Forum-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr = 151&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= over het bevestigen van servo's.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Forum-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr = 142&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= over het afstellen van servo's.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie scheiding}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Externe websites:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 440&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Bevestigingsbeugel voor horizontale montage van de servo. &lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 49&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Bevestigingsbeugel voor verticale montage van de servo.&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;lt;small&amp;gt;(Opmerking redactie; Op de foto is de steldraad niet door een gaatje van de montagesteun gevoerd, hetgeen wel de bedoeling is.&amp;lt;/small&amp;gt; &lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie einde}}&lt;br /&gt;
{{Voettekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Wat is een servo&lt;br /&gt;
|Volgende= Wat is een servomotor&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Servo's en servo-aansturing&lt;br /&gt;
}}{| width= &amp;quot;100%&amp;quot;&lt;br /&gt;
|- valign= &amp;quot;top&amp;quot;&lt;br /&gt;
! scope= &amp;quot;row&amp;quot; width=&amp;quot;80%&amp;quot; |&lt;br /&gt;
| &amp;lt;small&amp;gt;&amp;lt;small&amp;gt;Laatste wijziging: 31 jan 2018 11:18 (CEST)&amp;lt;/small&amp;gt;&amp;lt;/small&amp;gt;&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
[[Categorie: Alles|B]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Artikel|Bevestiging van servo's]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Baanbesturing|B]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Bedrading|B]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Digitaal treingestuurd|B]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Digitale baanbesturing|B]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Elektronica|B]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Servo's|B]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Spoorwegbouw|B]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Technieken|B]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Wissels|B]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Fred Eikelboom|B]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Dick</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Bevestiging_van_servo%27s&amp;diff=45178</id>
		<title>Bevestiging van servo's</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Bevestiging_van_servo%27s&amp;diff=45178"/>
				<updated>2018-01-31T14:05:02Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Dick: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Koptekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Wat is een servo&lt;br /&gt;
|Volgende= Wat is een servomotor&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Servo's en servo-aansturing&lt;br /&gt;
|Auteur= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Inhoudsopgave||Klein}}&lt;br /&gt;
Wanneer u servo's onder uw modelspoorbaan wilt gaan monteren, komt de vraag op 'hoe moet ik de servo bevestigen?'.&lt;br /&gt;
Daar zijn diverse oplossingen voor. U kunt zelf een bevestigingsbeugel/montagesteun maken van kunststof- of aluminium hoekprofiel, of u maakt gebruik van kant-en-klare bevestigingsbeugels/montagesteunen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Uitgangspunt is hierbij, dat de as van de servo-arm altijd horizontaal gemonteerd wordt (zoals in afbeelding 01).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
U kiest voor servo's omdat ze relatief langzaam bewegen en weinig lawaai maken. Dus kiest u bij de montage ook voor de juiste manier van monteren. Anders is de kans groot dat de wisseltongen veel sneller bewegen, dan mogelijk is wanneer u de juiste montagemethode toepast.&amp;lt;br /&amp;gt; &lt;br /&gt;
Maak het veren-staal dus niet vast aan de servo-arm, want dan werkt u contra-produktief. De wisseltongen vliegen dan heen-en-weer bij het aansturen van de servo. Dan kunt u, kwa snelheid, net zo goed Conrad-aandrijvingen gebruiken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Er is echter een bijkomend probleem. De servo-arm maakt maar een heel kleine beweging en de nauwkeurigheid neemt na verloop van tijd af door slijtage van de koolstofbaan van de inwendige potmeter. Consequentie daarvan is dat de servostanden (=de stand van de arm in beide eindposities) regelmatig moeten worden bijgesteld.&lt;br /&gt;
=== De juiste montage-methode ===&lt;br /&gt;
Maak daarvoor gebruik van de mogelijkheden van de servo. Gebruik dus de gaten in de servo-arm, waarvoor ze bedoeld zijn en dat is als scharnierpunt.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Gebruik dan niet het buitenste gaatje in de servo-arm, want dan bewegen de wisseltongen nog te snel. Het geniet daarom ook de voorkeur, om het gaatje wat het dichtst bij de servo-as zit, te gebruiken. Want, hoe groter de slag van de servo-arm, hoe trager de wisseltongen kunnen bewegen.&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Servo-montage-02.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= 455px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 01&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Bevestiging van de servo&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Doordat hier het uiteinde van de steldraad (verenstaal-draad wat in de stelbalk zit) een veel kleinere beweging maakt dan het gaatje in de servo-arm, ontstaat een mooie langzame beweging van de wisseltongen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Samengevat;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
* Servo verticaal monteren, met de uitgaande servo-as op het laagste punt;&lt;br /&gt;
* servo-arm moet naar beneden wijzen;&lt;br /&gt;
* scharnierpunt vlak onder de plaat van de treintafel maken;&lt;br /&gt;
* veren-staal scharnierend monteren aan servo-arm.&lt;br /&gt;
Zie ook: afbeelding 01.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
A = Korte gedeelte van verenstaal-draad.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
B = Lange gedeelte van verenstaal-draad.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
C = Stelbalk met wisseltongen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
D = Gaatje in bevestigingsbeugel voor verenstaal-draad (werkt als scharnier).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
E = Bevestigingsbeugel/montagesteun voor servo.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
F = Servo-arm.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
G = Gat (diameter 10 mm) in plaat.&lt;br /&gt;
=== De steldraad ===&lt;br /&gt;
De steldraad komt bij deze montagemethode in de middenstand van het wissel iets naar boven. Door aan de bovenzijde met een punttang een stukje haaks om te buigen, voorkomt u dat u verwondt raakt bij het poetsen van de rails.&lt;br /&gt;
=== Minder geslaagde oplossing ===&lt;br /&gt;
Sommige fabrikanten leveren kant-en-klare montagesteunen waarbij de servo vlak onder de treintafel wordt gemonteerd (zie: afbeelding 02). Hierbij bewegen de wisseltongen (bij scharnierende montage van het veren-staal) al wel natuurgetrouwer, maar het is nog niet optimaal. Deze montagemethode geniet dan ook niet de voorkeur.&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Servo-montage-03.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= Groot&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 02&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Bevestiging van de servo&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Doordat in afbeelding 02 het uiteinde van de steldraad (verenstaal-draad wat in de stelbalk zit) een veel snellere beweging maakt, dan het uiteinde van de steldraad in afbeelding 01, ontstaat een veel te snelle beweging van de wisseltongen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Tot nu toe is &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n fabrikant gevonden die steunen maakt voor horizontale montage, waarbij de as van servo-arm wel op voldoende afstand van de wisseltongen bevestigd kan worden (zie [[Bevestiging van servo's#Meer informatie|'Meer informatie']])&lt;br /&gt;
=== Puntstukpolarisatie ===&lt;br /&gt;
Het verdiend aanbeveling om, wanneer u gebruik wilt maken van puntstukpolarisatie, meteen ook een tweetal micro-schakelaars op de bevestigingsbeugel/montagesteun te monteren. U kunt ook een bevestigingsbeugel/montagesteun aanschaffen die al voorbereid is op de montage van micro-schakelaars (zie [[Bevestiging van servo's#Meer informatie|'Meer informatie']]).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor de diverse bevestigingsmogelijkheden, zie de betreffende draadjes op het forum.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Linkssectie begin&lt;br /&gt;
|Box= AlleenInfo&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Encyclopedie:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= LocoNet Servo-module&lt;br /&gt;
|Linknaam= LocoNet Servo-module&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Servo-aansturing&lt;br /&gt;
|Linknaam= Servo-aansturing&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Uitleg over de werking van de servo-aansturing&lt;br /&gt;
|Linknaam= Uitleg over de werking van de servo-aansturing&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie scheiding}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Beneluxspoor.net:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Forum-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr = 27&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= over servo's.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Forum-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr = 147&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= over het bevestigen van servo's.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Forum-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr = 151&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= over het bevestigen van servo's.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Forum-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr = 142&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= over het afstellen van servo's.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie scheiding}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Externe websites:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 440&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Bevestigingsbeugel voor horizontale montage van de servo. &lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 49&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Bevestigingsbeugel voor verticale montage van de servo.&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;lt;small&amp;gt;(Opmerking redactie; Op de foto is de steldraad niet door een gaatje van de montagesteun gevoerd, hetgeen wel de bedoeling is.&amp;lt;/small&amp;gt; &lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie einde}}&lt;br /&gt;
{{Voettekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Wat is een servo&lt;br /&gt;
|Volgende= Wat is een servomotor&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Servo's en servo-aansturing&lt;br /&gt;
}}{| width= &amp;quot;100%&amp;quot;&lt;br /&gt;
|- valign= &amp;quot;top&amp;quot;&lt;br /&gt;
! scope= &amp;quot;row&amp;quot; width=&amp;quot;80%&amp;quot; |&lt;br /&gt;
| &amp;lt;small&amp;gt;&amp;lt;small&amp;gt;Laatste wijziging: 31 jan 2018 11:18 (CEST)&amp;lt;/small&amp;gt;&amp;lt;/small&amp;gt;&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
[[Categorie: Alles|B]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Artikel|Bevestiging van servo's]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Baanbesturing|B]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Bedrading|B]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Digitaal treingestuurd|B]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Digitale baanbesturing|B]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Elektronica|B]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Servo's|B]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Spoorwegbouw|B]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Technieken|B]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Wissels|B]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Fred Eikelboom|B]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Dick</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Bevestiging_van_servo%27s&amp;diff=45177</id>
		<title>Bevestiging van servo's</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Bevestiging_van_servo%27s&amp;diff=45177"/>
				<updated>2018-01-31T14:01:46Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Dick: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Koptekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Wat is een servo&lt;br /&gt;
|Volgende= Wat is een servomotor&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Servo's en servo-aansturing&lt;br /&gt;
|Auteur= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Inhoudsopgave||Klein}}&lt;br /&gt;
Wanneer u servo's onder uw modelspoorbaan wilt gaan monteren, komt de vraag op 'hoe moet ik de servo bevestigen?'.&lt;br /&gt;
Daar zijn diverse oplossingen voor. U kunt zelf een bevestigingsbeugel/montagesteun maken van kunststof- of aluminium hoekprofiel, of u maakt gebruik van kant-en-klare bevestigingsbeugels/montagesteunen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Uitgangspunt is hierbij, dat de as van de servo-arm altijd horizontaal gemonteerd wordt (zoals in afbeelding 01).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
U kiest voor servo's omdat ze relatief langzaam bewegen en weinig lawaai maken. Dus kiest u bij de montage ook voor de juiste manier van monteren. Anders is de kans groot dat de wisseltongen veel sneller bewegen, dan mogelijk is wanneer u de juiste montagemethode toepast.&amp;lt;br /&amp;gt; &lt;br /&gt;
Maak het veren-staal dus niet vast aan de servo-arm, want dan werkt u contra-produktief. De wisseltongen vliegen dan heen-en-weer bij het aansturen van de servo. Dan kunt u, kwa snelheid, net zo goed Conrad-aandrijvingen gebruiken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Er is echter een bijkomend probleem. De servo-arm maakt maar een heel kleine beweging en de nauwkeurigheid neemt na verloop van tijd af door slijtage van de koolstofbaan van de inwendige potmeter. Consequentie daarvan is dat de servostanden (=de stand van de arm in beide eindposities) regelmatig moeten worden bijgesteld.&lt;br /&gt;
=== De juiste montage-methode ===&lt;br /&gt;
Maak daarvoor gebruik van de mogelijkheden van de servo. Gebruik dus de gaten in de servo-arm, waarvoor ze bedoeld zijn en dat is als scharnierpunt.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Gebruik dan niet het buitenste gaatje in de servo-arm, want dan bewegen de wisseltongen nog te snel. Het geniet daarom ook de voorkeur, om het gaatje wat het dichtst bij de servo-as zit, te gebruiken. Want, hoe groter de slag van de servo-arm, hoe trager de wisseltongen kunnen bewegen.&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Servo-montage-02.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= 455px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 01&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Bevestiging van de servo&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Doordat hier het uiteinde van de steldraad (verenstaal-draad wat in de stelbalk zit) een veel langzamere beweging maakt, dan het gaatje in de servo-arm, ontstaat een mooie langzame beweging van de wisseltongen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Samengevat;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
* Servo verticaal monteren, met de uitgaande servo-as op het laagste punt;&lt;br /&gt;
* servo-arm moet naar beneden wijzen;&lt;br /&gt;
* scharnierpunt vlak onder de plaat van de treintafel maken;&lt;br /&gt;
* veren-staal scharnierend monteren aan servo-arm.&lt;br /&gt;
Zie ook: afbeelding 01.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
A = Korte gedeelte van verenstaal-draad.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
B = Lange gedeelte van verenstaal-draad.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
C = Stelbalk met wisseltongen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
D = Gaatje in bevestigingsbeugel voor verenstaal-draad (werkt als scharnier).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
E = Bevestigingsbeugel/montagesteun voor servo.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
F = Servo-arm.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
G = Gat (diameter 10 mm) in plaat.&lt;br /&gt;
=== De steldraad ===&lt;br /&gt;
De steldraad komt bij deze montagemethode in de middenstand van het wissel iets naar boven. Door aan de bovenzijde met een punttang een stukje haaks om te buigen, voorkomt u dat u verwondt raakt bij het poetsen van de rails.&lt;br /&gt;
=== Minder geslaagde oplossing ===&lt;br /&gt;
Sommige fabrikanten leveren kant-en-klare montagesteunen waarbij de servo vlak onder de treintafel wordt gemonteerd (zie: afbeelding 02). Hierbij bewegen de wisseltongen (bij scharnierende montage van het veren-staal) al wel natuurgetrouwer, maar het is nog niet optimaal. Deze montagemethode geniet dan ook niet de voorkeur.&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Servo-montage-03.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= Groot&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 02&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Bevestiging van de servo&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Doordat in afbeelding 02 het uiteinde van de steldraad (verenstaal-draad wat in de stelbalk zit) een veel snellere beweging maakt, dan het uiteinde van de steldraad in afbeelding 01, ontstaat een veel te snelle beweging van de wisseltongen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Tot nu toe is &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n fabrikant gevonden die steunen maakt voor horizontale montage, waarbij de as van servo-arm wel op voldoende afstand van de wisseltongen bevestigd kan worden (zie [[Bevestiging van servo's#Meer informatie|'Meer informatie']])&lt;br /&gt;
=== Puntstukpolarisatie ===&lt;br /&gt;
Het verdiend aanbeveling om, wanneer u gebruik wilt maken van puntstukpolarisatie, meteen ook een tweetal micro-schakelaars op de bevestigingsbeugel/montagesteun te monteren. U kunt ook een bevestigingsbeugel/montagesteun aanschaffen die al voorbereid is op de montage van micro-schakelaars (zie [[Bevestiging van servo's#Meer informatie|'Meer informatie']]).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor de diverse bevestigingsmogelijkheden, zie de betreffende draadjes op het forum.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Linkssectie begin&lt;br /&gt;
|Box= AlleenInfo&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Encyclopedie:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= LocoNet Servo-module&lt;br /&gt;
|Linknaam= LocoNet Servo-module&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Servo-aansturing&lt;br /&gt;
|Linknaam= Servo-aansturing&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Uitleg over de werking van de servo-aansturing&lt;br /&gt;
|Linknaam= Uitleg over de werking van de servo-aansturing&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie scheiding}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Beneluxspoor.net:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Forum-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr = 27&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= over servo's.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Forum-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr = 147&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= over het bevestigen van servo's.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Forum-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr = 151&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= over het bevestigen van servo's.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Forum-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr = 142&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= over het afstellen van servo's.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie scheiding}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Externe websites:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 440&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Bevestigingsbeugel voor horizontale montage van de servo. &lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 49&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Bevestigingsbeugel voor verticale montage van de servo.&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;lt;small&amp;gt;(Opmerking redactie; Op de foto is de steldraad niet door een gaatje van de montagesteun gevoerd, hetgeen wel de bedoeling is.&amp;lt;/small&amp;gt; &lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie einde}}&lt;br /&gt;
{{Voettekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Wat is een servo&lt;br /&gt;
|Volgende= Wat is een servomotor&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Servo's en servo-aansturing&lt;br /&gt;
}}{| width= &amp;quot;100%&amp;quot;&lt;br /&gt;
|- valign= &amp;quot;top&amp;quot;&lt;br /&gt;
! scope= &amp;quot;row&amp;quot; width=&amp;quot;80%&amp;quot; |&lt;br /&gt;
| &amp;lt;small&amp;gt;&amp;lt;small&amp;gt;Laatste wijziging: 31 jan 2018 11:18 (CEST)&amp;lt;/small&amp;gt;&amp;lt;/small&amp;gt;&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
[[Categorie: Alles|B]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Artikel|Bevestiging van servo's]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Baanbesturing|B]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Bedrading|B]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Digitaal treingestuurd|B]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Digitale baanbesturing|B]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Elektronica|B]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Servo's|B]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Spoorwegbouw|B]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Technieken|B]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Wissels|B]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Fred Eikelboom|B]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Dick</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Uitleg_van_onderwerpen&amp;diff=44903</id>
		<title>Uitleg van onderwerpen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Uitleg_van_onderwerpen&amp;diff=44903"/>
				<updated>2017-12-03T16:30:24Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Dick: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;'''Klik op de pijl links-boven om terug te gaan naar de vorige pagina.'''&lt;br /&gt;
&amp;lt;!--Hier kan, wanneer op meerdere pagina's dezelfde uitleg vereist is, de uitleg van het betreffende onderwerp geplaatst worden. Er kan dan vanuit meerdere pagina's naar dezelfde uitleg verwezen worden--&amp;gt;&lt;br /&gt;
=== CDU ===&lt;br /&gt;
(Eng). ''Capacitor Discharge Unit'' Afgekort: CDU. In het Nederlands: Condensator ontlading eenheid.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Wordt gebruikt om wissels beter/betrouwbaar om te laten gaan. Het principe van de CDU is, dat een elco geladen wordt en dat de opgeladen CDU zich ontlaadt, zodra deze verbonden wordt met een wisselspoel en die de volle laag geeft. Daarna laadt de condensator in de CDU zich weer op voor de volgende keer. Hierbij is het stroomverbruik minimaal.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Samengevat; de CDU zorgt er dus voor dat de spoel van het wissel een kortstondige hoge stroomsterkte krijgt en daardoor veel betrouwbaarder omgaat.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
==== Let op bij wisselaansturing met reedcontacten ====&lt;br /&gt;
Wanneer u reedcontacten in de baan heeft en hiermee rechtstreeks wisselspoelen van spanning voorziet, zal in de meeste gevallen de toepassing van een relais tussen de CDU en de wisselspoelen noodzakelijk zijn. Anders bestaat de grote kans dat de reedcontacten binnen zeer korte tijd defect raken door de (door een CDU) geleverde hoge stroomsterkte!&lt;br /&gt;
==== Wissels met eindafschakeling ====&lt;br /&gt;
Bij gebruik van een CDU is het gebruik van wisselaandrijvingen met eind-afschakeling niet nodig. De ontladingstijd van de CDU is maar heel kort en kan dus de wisselspoelen niet beschadigen.&lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
{| width= &amp;quot;100%&amp;quot;&lt;br /&gt;
|- valign= &amp;quot;top&amp;quot;&lt;br /&gt;
! scope= &amp;quot;row&amp;quot; width=&amp;quot;80%&amp;quot; |&lt;br /&gt;
| &amp;lt;small&amp;gt;&amp;lt;small&amp;gt;Laatste wijziging: 2 dec 2017 14:50 (CET)&amp;lt;/small&amp;gt;&amp;lt;/small&amp;gt;&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
[[Hoofdpagina]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Redactie|U]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Dick</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Modelbouwgeschiedenis&amp;diff=44718</id>
		<title>Modelbouwgeschiedenis</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Modelbouwgeschiedenis&amp;diff=44718"/>
				<updated>2017-11-24T16:31:08Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Dick: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Koptekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Algemene informatie&lt;br /&gt;
|Volgende= Grote en kleine treinen&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Algemene informatie&lt;br /&gt;
|Auteur= Erwin Hogeling&lt;br /&gt;
|Bewerking= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Inhoudsopgave||Klein}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit artikel behandelt slechts een deel van een omvangrijk onderwerp. De geschiedenis van de modelbouw hangt samen met de geschiedenis van speelgoed en speeltuig. Maar ook zijn de geschiedkundige gebeurtenissen van de rest van de wereld van invloed geweest op allerlei elementen en aspecten van de modelbouwwereld. &lt;br /&gt;
De modelbouwwereld is een wereld op zich, naast dat het natuurlijk de verbeelding van de werkelijkheid is. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Spelen en spelletjes zijn al zo oud als de mensheid zelf. Elk kind speelt, om later daar voordeel uit te kunnen halen bij het echte levensonderhoud en ook volwassenen spelen spelletjes ter ontspanning, maar ook ter voorbereiding. Wanneer in de 19de eeuw de massaproductie ontstaat, wordt er ook speelgoed geproduceerd, daarmee worden ook de speelgoedwinkels opgestart. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Leeg plaatje.gif&lt;br /&gt;
&amp;lt;!--|Bestand= Modelbouw-geschiedenis01.jpg&lt;br /&gt;
Plaatjes nog uploaden--&amp;gt;&lt;br /&gt;
|Grootte= Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 01&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Birmingham Dribbles.&lt;br /&gt;
|Maker= Aston's Auctioneers &amp;amp; Valuers Ltd.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Ten tijde van oorlogvoering was het voor de generaals gebruikelijk om met schaalmodellen een idee van de omgeving en gebouwen te maken, om zo een goede voorstelling te kunnen krijgen en een gedegen strategie te kunnen bepalen voordat de soldaten werkelijk het gevecht aangingen. Hele kastelen en steden zijn op die manier op schaal uitgewerkt. Zo ook zijn landkaarten ontwikkeld. Ten tijde van de industrialisering kon men van tin soldaatjes vervaardigen. Deze zijn toen niet alleen voor de oorlogvoering gebruikt, maar werden ook als speelgoed op de markt gebracht. &lt;br /&gt;
Ook toen de eerste stoommachines en weefgetouwen werden ontwikkeld, werden deze eerst op schaal uitgeprobeerd voordat er werkelijk een uitvoering werd gemaakt. Daardoor bestond de modeltrein al eerder dan de echte trein zelf (1784, Schotland, uitgevoerd door William Murdoch). Voor de ontwikkeling van de railsystemen in de kolenmijnen werden eerst modellen gemaakt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vanaf halverwege de 19de eeuw begonnen de eerste fabrieken met het vervaardigen van kinderspeelgoed. Merken als Bachmann, M&amp;amp;auml;rklin en Fleischmann kwamen op de markt met blikken, tinnen of houten speelgoed op grote schaal. &lt;br /&gt;
Toen de eerste treinen begonnen te rijden, kwamen ook de speelgoedversies op de markt, zonder rails. Deze zogenaamde ‘carpet railways’ (tapijt hobbelaars), waren speelgoedtreinen, sommigen met opwindbare mechanismes, andere echte ‘live steam’ modellen, zonder rails en zonder wagens. &lt;br /&gt;
De 'live steam' versies waren niet op veiligheid getest, zodat in die tijd het nog wel eens gebeurde dat een model explodeerde. &lt;br /&gt;
Veel van deze speelgoedtreintjes werden vervaardigd in Birmingham, waardoor ze al gauw de bijnaam Birmingham Dribbles kregen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Leeg plaatje.gif&lt;br /&gt;
&amp;lt;!--|Bestand= Modelbouw-geschiedenis02.jpg--&amp;gt;&lt;br /&gt;
|Grootte= Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 02&lt;br /&gt;
|Omschrijving= M&amp;amp;auml;rklin R880, Schaal 0.&lt;br /&gt;
|Maker= Blik en Speelgoed.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
In 1833 was Bachmann gestart met de vervaardiging van houten speelgoed voor de welgestelde kinderen.&lt;br /&gt;
In 1850 begon een kleine firma van drie broers Lines met het vervaardigen van speelgoed in Victoriaanse stijl. Deze firma startte onder de naam G &amp;amp; J Lines Ltd en zou later Lines Bros gaan heten en tot een van de grootste speelgoedfabrieken van de wereld gaan behoren. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theodor Friedrich Wilhelm M&amp;amp;auml;rklin startte in 1859 als loodgieter in G&amp;amp;ouml;ppingen een atelier voor het maken van poppenhuisartikelen zoals keukentjes en andere keukenartikelen. &lt;br /&gt;
In navolging van M&amp;amp;auml;rklin begon Fleischmann in Neurenberg rond 1887 een fabriek van blikken speelgoed, waarbij vooral schepen, vliegtuigen en werkende stoommachines werden gemaakt. Deze waren uitgevoerd in gelakt blik.&amp;lt;br /&amp;gt; &lt;br /&gt;
In 1889 bedacht M&amp;amp;auml;rklin een ingenieus systeem met speelgoedtreintjes op een rails dat uit elkaar gehaald kon worden en op diverse manieren weer aan elkaar gekoppeld kon worden. Dit systeem werd op de Leipziger Messe in 1891 vertoond en was direct een doorslaand succes. Deze trein was op een schaal van ongeveer 1:45 bedacht, maar veel oog voor echte verschaling was er in die tijd nog niet.&amp;lt;br /&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Er werd nog niet gekeken naar accuraatheid of juiste spoorbreedte. Het was speelgoed en er waren ook geen klachten over schaalverhoudingen. Als het model maar een klein beetje op het origineel leek was het al snel goed. Er waren toen direct al drie systemen: breed, middel en smal (resp: 75mm, 54mm en 48mm). &lt;br /&gt;
Later in datzelfde jaar zou M&amp;amp;auml;rklin met een licht accurater model (schaal 0) komen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Leeg plaatje.gif&lt;br /&gt;
&amp;lt;!--|Bestand= Modelbouw-geschiedenis03.jpg--&amp;gt;&lt;br /&gt;
|Grootte= Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 03&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Kraus &amp;amp; Co, 1930.&lt;br /&gt;
|Maker= Nico Spilt.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Thomas Davenport was in 1802 in Amerika geboren. Van beroep was hij smid en zeer ge&amp;amp;iuml;nteresseerd in alle nieuwe mogelijkheden. Als leerling trok hij met Joseph Henry rond en leerde hij van de proeven met elektriciteit. Dat ging hij toepassen in de smederij en hij realiseerde zo de eerste gelijkstroomcommutatormotor. Met deze motor kon hij in 1835 een kleine versie van een locomotief zelfstandig op rails laten rijden. Hiermee heeft hij de eerste elektrische trein op zijn naam staan. Echter was dit een &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;nmalige bouw en is dit verder nooit in productie genomen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Toen elektriciteit aan het begin van de 20ste eeuw algemeen begon te worden, zijn ook de speelgoedtreinen voorzien van elektromotoren i.p.v. de minder handige opwindmechanismen. &lt;br /&gt;
In navolging van de strijd om gelijkstroom of wisselstroom voor huisaansluitingen, koos M&amp;amp;auml;rklin voor wisselstroom als krachtbron voor de kleine elektromotoren.&lt;br /&gt;
Omdat de meeste modellen nog steeds van blik waren, was stroomtoevoer middels de wielen van de trein niet mogelijk en moest er dus een derde rail worden toegevoegd aan de uitvoering van de rails. Ook hier gold weer dat de uitvoering vooral speelgoed was, en accuraatheid minder belangrijk was. De rails waren dan ook uitgevoerd als omgevouwen blikken lijntjes, gemonteerd op metalen strippen, &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n aan het begin van een railstuk &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n aan het andere eind en &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n in het midden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Na het grote succes van M&amp;amp;auml;rklin en hun tentoonstelling op de Duitse Speelgoed Beurs (Leipziger Messe) in 1891, werden door meerdere speelgoedfabrikanten treinmodellen op de markt gebracht. Sommigen sloten aan bij de door M&amp;amp;auml;rklin opgezette maatvoeringen, maar ook vele anderen volgden met eigen idee&amp;amp;euml;n en maatvoeringen, zodat in korte tijd vele diverse, niet te combineren systemen op de markt kwamen: Bing, Bub, Carette, Falk, Issmayer en Kraus Fandor. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Omdat er omtrent elektriciteit nog niet zo heel veel bekend was en omdat niet elk energiebedrijf dezelfde aansluiting aan zijn klanten bood (12V, 24V, diverse spanningswaarden), kwamen er ook diverse aandrijfsystemen op de markt. Sommige uitvoeringen hadden zelfs een stekker die direct in het stopcontact gestoken kon worden zonder&lt;br /&gt;
transformator.&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Leeg plaatje.gif&lt;br /&gt;
&amp;lt;!--|Bestand= Modelbouw-geschiedenis04.jpg--&amp;gt;&lt;br /&gt;
|Grootte= Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 04&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Trix Express, 1935.&lt;br /&gt;
|Maker= trixexpressweb.nl.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Door de Eerste Wereldoorlog werden de diverse markten van elkaar gescheiden waardoor elke industrie zijn eigen systeem gemakkelijker binnen zijn eigen regio kon afzetten en kon laten groeien. &lt;br /&gt;
Zo begon in de Verenigde Staten een ontwikkeling met diverse kleine firma's in speelgoed en treinen gebaseerd op de treinen van M&amp;amp;auml;rklin, echter door de scheiding met de Europese markt, werden de treinen en de toebehoren verder ontwikkeld naar eigen inzicht. &lt;br /&gt;
In Amerika kwamen de firma's Hornby en American Flyer zo met hun eigen systemen en modellen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tussen de twee oorlogen in kwamen de markten weer wat dichter bij elkaar en werd er geconcurreerd op diverse gebieden: krachtbron, railmaat en schaalverhoudingen. Er waren locomotieven die handmatig konden worden voortgeduwd, of door een opwindmotor (zg. uurwerk), er zijn zelfs treinmodellen geweest met een trektouwtje, maar zeker ook een elektromotor. &lt;br /&gt;
Nadat M&amp;amp;auml;rklin zijn schaal 0 had gevestigd, kwamen andere firma's met kleinere schalen. Bing maakte treinen in een schaalverhouding waardoor een treinbaan op een tafel uitgezet kon worden.  Dit was revolutionair, met als gevolg dat diverse firma's sneuvelden. M&amp;amp;auml;rklin kon steunen op het eigen systeem, waar veel mensen toch al mee bekend waren. Bing werd, vanwege het nieuwe tafel-systeem steeds populairder. &lt;br /&gt;
In 1927 verliet Stephan Bing de firma en startte het bedrijf Trix. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Toen in 1937 voor de firma Bing het doek viel vanwege de economische crisis, nam Trix het stokje voor het maken van treinen van Bing over. Op last van de overheid moest echter het grondstofverbruik zo minimaal mogelijk zijn. Daarom ging Trix over op een nog kleinere schaal van ongeveer 1:90, onder de naam Trix Express. Een reden voor M&amp;amp;auml;rklin om de M-rails op de markt te brengen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Leeg plaatje.gif&lt;br /&gt;
&amp;lt;!--|Bestand= Modelbouw-geschiedenis05.jpg--&amp;gt;&lt;br /&gt;
|Grootte= Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 05&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Gilbert H0 treinen (uit de catalogus van 1950)&lt;br /&gt;
|Maker= Dale Smith&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
In 1935 verhuisde Stephan Bing een deel van de firma naar Engeland.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Tussen de oorlogen waren de Europese markten onderling wel open, maar niet gekoppeld met de Amerikaanse markt, omdat de afstanden te groot waren en de afzet te klein om met grote hoeveelheden over te varen of te vliegen. Hierdoor ontwikkelde de Amerikaanse modelbouw markt anders dan de Europese. Diverse fabrikanten startten hun eigen modeltreinen serie en concurreerden elkaar op dezelfde manier als in Europa gebeurde, echter met andere uitkomsten en de Amerikaanse firma's gebruikten natuurlijk Amerikaanse modellen. &lt;br /&gt;
Zo startte A.C. Gilbert in 1909 als magi&amp;amp;euml;rswinkel, maar zijn doelgroep schoof langzaam richting kinderspeelgoed en elektronica en toen American Flyer, een grote naam in Amerika, in 1938 betalingsproblemen kreeg, kocht A.C. Gilbert dit merk samen met Meccano van Hornby.  &lt;br /&gt;
Daarmee werd A.C. Gilbert de tweede grote treinen merknaam in Amerika naast Lionel. &lt;br /&gt;
'&lt;br /&gt;
Lionel was in 1900 gestart met elektronische snufjes en treinen. Echter waren de treinen van Lionel op een eigen rail systeem die breder was dan de standaard van M&amp;amp;auml;rklin (2 7/8 inch). Lionel adverteerde met deze treinenset als 'The Standard of the World', waarmee de toon gezet was voor breed spoor (wide gauge). &lt;br /&gt;
Vanaf 1915 ging ook Lionel over op de 0 gauge standaard na dat vele andere firma's de Europese standaard bleven gebruiken. Maar American Flyer ging rond 1920 ook 'wide gauge' treinen etaleren om met Lionel te kunnen concurreren. &lt;br /&gt;
Lionel koppelde als concurrentie stunt de treinen met Kerst en heeft de modeltrein daarmee een populaire kerstgeschenk gemaakt. &lt;br /&gt;
Rond 1920 waren er drie grote namen in Amerika voor wat betreft modeltreinen: Lionel, Ives en American Flyer. &lt;br /&gt;
Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog gingen alle Amerikaanse bedrijven oorlogsmateriaal produceren en daarmee werd de modeltreinen-business platgelegd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Tweede wereldoorlog ===&lt;br /&gt;
Tijdens de oorlog werd Neurenberg (het centrum van de modelspoor fabrikanten) flink gebombardeerd met als gevolg dat enkele fabrieken platgelegd werden en alle modelbouw fabricage stil kwam te liggen. Niet alleen door de bombardementen, maar ook omdat de overheid alle grondstoffen nodig had voor de oorlog was productie vaak niet mogelijk. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Na de oorlog kwam de productie heel langzaam weer op gang. Hoewel er wel vraag was naar speelgoed, konden vele merken niet goed leveren. Omdat vaak alleen op korte distributie routes kon worden gewerkt kwamen een aantal kleine speelgoedfabrikanten op de markt zoals Rivarossi en Trix. Trix kwam als eerste terug in 1948 met (zeker voor die tijd) zeer gedetailleerde modellen in schaal H0. Waarbij zelfs de stangen en leidingen zichtbaar op het model gemonteerd waren. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
M&amp;amp;auml;rklin startte met de productie van modelauto's als concurrent voor Dinky Toys en maakte het mogelijk, met een aanpassing, dat Meccano bouwwerken met M&amp;amp;auml;rklin treinen en rails samen konden werken.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Fleischmann startte na de oorlog in 1949 ook met de productie van modeltreinen in schaal 0. Een nieuwigheidje van Fleischmann was dat deze treinen niet op wisselstroom werkten, maar op gelijkstroom. Dit was de start voor de grote breuk met M&amp;amp;auml;rklin, die de wisselstroom trouw bleef. &lt;br /&gt;
Naast schaal 0 kwam ook de kleinere schaal H0 op de markt, die in korte tijd zo’n populariteit kreeg dat Fleischmann de schaal 0 verliet om zich in schaal H0 te specialiseren. &lt;br /&gt;
Niet alleen de treinen hadden meer detail, maar door de ontwikkelingen in de oorlog konden veel elementen anders en beter geproduceerd worden, zoals de vervaardiging van plastic. Rails werd natuurgetrouwer in metalen profielen uitgewerkt en de bielsen werden natuurgetrouw in plastic uitgevoerd. Niet meer drie per railstuk, maar om de centimeter een biels, zoals ook in het echt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In navolging van Fleischmann gingen ook Trix en Rivarossi over op gelijkstroom. Na 1960 heeft de modelbouw voor treinen vleugels gekregen. Waar ook weer diverse merken gestart zijn met eigen systemen en schalen, zo heeft de firma Arnold in 1960 impuls gegeven aan schaal N (1:160), welke door Fleischmann en Trix gevolgd werden. Als reactie hierop ontwikkelde M&amp;amp;auml;rklin zijn schaal Z (1:220). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ook in Amerika startte de grote concurrentie rond modeltreinen tussen A.C. Gilbert die dan American Flyer al had opgekocht, maar onder American Flyer bleef uitbrengen en Lionel onverminderd verder. Ives was door Lionel en American Flyer gezamenlijk al weggeconcurreerd en door beiden deels overgenomen, maar andere namen zoals Marx en Bachmann stapten ook in de markt met treinen, maar hebben nooit echt deelgenomen aan de grote concurrentie tussen Lionel en A.C. Gilbert omdat zij de treinen niet als hoofdzaak van hun business hadden gemaakt. Zowel A.C. Gilbert als Lionel gingen over op schaal H0 en beconcurreerden elkaar op realisme, maar ondanks alle inzet kwamen beide merken niet meer op het niveau als v&amp;amp;oacute;&amp;amp;oacute;r de oorlog.&amp;lt;br /&amp;gt; &lt;br /&gt;
Toen A.C. Gilbert stierf stortte het bedrijf ook in, en toen de bedrijfsleider van dat moment van Lionel in 1958 met pensioen ging, stortte ook bij Lionel de business in. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De ontwikkelingen uit de Tweede Wereldoorlog, gemaakt voor de legers om de gevechten efficienter en krachtiger te maken, zijn na de Tweede Wereldoorlog in de huiskamers ge&amp;amp;iuml;ntroduceerd, zoals Plastic en Telefonie. &lt;br /&gt;
Deze doorvoering van deze technologische ontwikkelingen zijn ook naar de modelbouw vertaald. Bakeliet werd vervangen door plastic, waarmee ook details beter uit te beelden waren. &lt;br /&gt;
Elektrische schakelingen werden uitgedacht en toegepast, waardoor opeens meer dan &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n trein tegelijk te besturen was. &lt;br /&gt;
Met de komst van de computer naar de commercie werd dit ook toegepast in de modelbouw. Radiografie kwam eerst met scheeps-, vliegtuig-, en automodelbouw maar heeft ook in de treinmodelbouw zijn intrede gedaan. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Industri&amp;amp;euml;le ontwikkelingen in de USA en snellere manieren van verzenden hebben diverse markten weer dichter bij elkaar gebracht. Zo ook informatie. Eerst middels nieuwsbladen, later middels telefoon en beelden. De modelbouw na de Tweede Wereldoorlog is in een rap tempo ontwikkeld naar een natuurgetrouwer beeld. Toch heeft het vrij lang geduurd voordat hobbyisten de stap maakten naar realistisch bouwen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vanaf 1960 kunnen we wel zeggen dat de modelbouw zich gevestigd heeft, met een gedegen schalen-indeling en een selectieve hoeveelheid aandrijvingen. Hoewel nog steeds ontwikkelingen zijn binnen deze markt, is de echte opstart van de hobby hiermee wel tot een eind gekomen. De geschiedenis zal zich blijven ontwikkelen en schrijven, naargelang de tijd voortschrijd. Modelbouw heeft de status 'speelgoed' ook al voorbijgestreefd, want waar de treinen ooit begonnen als speelgoed vooral voor kleine kinderen, laat u de perfect gedetailleerde versie van de laatste stoomtrein (als voorbeeld) liever niet in de kleine handjes achter. De hobbyisten zijn door de jaren heen veeleisender geworden en daarmee de hobby ook duurder. Realisme is een sterker onderdeel geworden dan de speelgoed gradatie van de objecten. &lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
=== Chronologisch overzicht ===&lt;br /&gt;
Voor het overzicht volgt hieronder een kleine opsomming van de geschiedenis aan de hand van een tijdlijn. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*1784 – Schaalmodel van trein en rails, voor in de mijnen, door William Murdoch.&lt;br /&gt;
*1833 – Firma Bachmann start met verkoop van parasols en Spaanse kammen.&lt;br /&gt;
*1835 – Eerste gelijkstroom aangedreven trein door Thomas Davenport.&lt;br /&gt;
*1850 – G &amp;amp; J Lines Ltd start met verkoop van Victoriaans speelgoed.&lt;br /&gt;
*1859 – M&amp;amp;auml;rklin start met verkoop van blikken speelgoed.&lt;br /&gt;
*1863 – Gebr&amp;amp;uuml;der Bing startten met productie van huishoudelijke artikelen.&lt;br /&gt;
*1868 – Ives Manufacturing Company start met opwindspeelgoed en brengt een speelgoedkanon met echt buskruit op de markt.&lt;br /&gt;
*1881 – Blechspielwaren Fabrik von Lehmann &amp;amp; Eichner start met blikken opwindspeelgoed.&lt;br /&gt;
*1887 – Fleischmann start met blikken speelgoed.&lt;br /&gt;
*1891 – Eerste M&amp;amp;auml;rklin trein met rails op de speelgoedbeurs van Leipzig.&lt;br /&gt;
*1898 – Bassett-Lowke start als mail-order bedrijf met de verkoop van speelgoed en treinen.&lt;br /&gt;
*1900 – Lionel start als elektriciteitswinkel. De Ives Manufacturing Company fabriek brandt af.&lt;br /&gt;
*1901 – Hornby start en brengt Meccano op de markt. Ives brengt speelgoedtreinen op de markt met eigen rails. &lt;br /&gt;
*1906 – Arnold begint met speelgoedverkoop, Lionel zet de standaard in USA voor 'wide gauge'.&lt;br /&gt;
*1907 – American Flyer start met opwindtreinen.&lt;br /&gt;
*1909 – A.C. Gilbert Company start als Magi&amp;amp;euml;rswinkel voor de goochelwereld onder de naam Mysto Magic.&lt;br /&gt;
*1911 – Noch brengt trein toebehoren op de markt, Mysto Manufacturing Company brengt tegenhanger van Meccano uit: Erector Set.&lt;br /&gt;
*1912 – Leeds Model Company start met treinen en wagons.&lt;br /&gt;
*1914 – Eerste Wereldoorlog, Lionel koppelt speelgoedtreinen aan Kerstmis.&lt;br /&gt;
*1916 – Mysto Manufacturing Company veranderd naam in A.C. Gilbert Company.&lt;br /&gt;
*1918 – Einde eerste Wereldoorlog, American Flyer brengt elektrische treinen op de markt.&lt;br /&gt;
*1919 – G &amp;amp; J Lines wordt Tri-Ang.&lt;br /&gt;
*1920 – Bassett-Lowke introduceren schaal 00.&lt;br /&gt;
*1924 – Atlas brengt speelgoedtreinen uit.&lt;br /&gt;
*1925 – American Flyer brengt 'wide gauge' op de markt om met Lionel te kunnen concurreren.&lt;br /&gt;
*1926 – Blechspielaren Fabrik von Lehmann &amp;amp; Eichner wordt Ernest Paul Lehmann Patentwerk.&lt;br /&gt;
*1927 – Stephan Bing verlaat Bing, Hornby opent een vestiging in de USA.&lt;br /&gt;
*1928 – Ives gaat failliet en wordt door American Flyer en Lionel aangekocht en uitgevoerd.&lt;br /&gt;
*1930 – Ives wordt door American Flyer aan Lionel verkocht.&lt;br /&gt;
*1934 – Paul Lehmann sterft. Lehman Patentwerk blijft in familiehanden.&lt;br /&gt;
*1935 – Wereld Krach geeft problemen, Stephan Bing start Trix in Engeland.&lt;br /&gt;
*1937 – Bing failliet, speelgoedtreinen afdeling wordt door Trix opgekocht.&lt;br /&gt;
*1938 – American Flyer gaat failliet en wordt door A.C. Gilbert Company opgekocht.&lt;br /&gt;
*1939 – Bassett-Lowke wordt door Churchill opgedragen om een werkend schaalmodel van de Cultivator No. 6 te produceren.&lt;br /&gt;
*1940 – Tweede Wereldoorlog, Leeds Model Company start met modeltreinen uit bakeliet.&lt;br /&gt;
*1944 – Neurenberg wordt zwaar getroffen door bombardementen.&lt;br /&gt;
*1945 – Einde Tweede Wereldoorlog, Rivarossi start met de productie van modeltreinen.&lt;br /&gt;
*1946 – Faller start met speelgoed-autoracebanen.&lt;br /&gt;
*1948 – Trix brengt schaal H0 modellen op de Speelgoedbeurs, M&amp;amp;auml;rklin brengt modelauto's op de markt als concurrent voor Dinky Toys.&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;emsp; &amp;amp;emsp; &amp;amp;emsp;Lehmann Patentwerk wordt VEB Mechanische Spielwaren.&lt;br /&gt;
*1949 – Fleischmann gaat ook modeltreinen schaal 0 uitbrengen op gelijkstroom.&lt;br /&gt;
*1950 – Trix gaat over op gelijkstroom. Fleischmann past assortiment aan naar schaal H0.&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;emsp; &amp;amp;emsp; &amp;amp;emsp;VEB Mechanische Speilwaren wordt Lehmann Gross Bahn en maakt treinen, samen met BASF in een schaal van ongeveer 1:22,5, schaal G.&lt;br /&gt;
*1960 – Arnold brengt schaal N op de markt. Roco start met minitanks.&lt;br /&gt;
*1964 – Hornby en Meccano worden door Tri-Ang overgenomen.&lt;br /&gt;
*1965 – Bassett-Lowke stopt en verkoopt zijn winkels.&lt;br /&gt;
*1966 – Bachmann produceert 'Spectrum'.&lt;br /&gt;
*1981 – Tri-Ang gaat failliet en Hornby wordt Hornby Railways.&lt;br /&gt;
*1995 – Arnold wordt overgenomen door Rivarossi. &lt;br /&gt;
*2004 – Hornby koopt Rivarossi.&lt;br /&gt;
*2006 – LGB gaat failiet.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Gerelateerde termen&lt;br /&gt;
|Termen= Marklin, Maerklin, Mærklin&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Appendix&lt;br /&gt;
|1= bron&lt;br /&gt;
|2=&lt;br /&gt;
* [http://americanflyerdisplays.org americanflyerdisplays.org] Dale Smith - Gilbert HO (afb. 5)&lt;br /&gt;
* [http://www.astonsauctioneers.co.uk Aston's Auctioneers &amp;amp; Valuers Ltd.] (afb. 1)&lt;br /&gt;
* [https://www.blik-en-speelgoed.nl blik-en-speelgoed.nl] (afb. 2)&lt;br /&gt;
* Fotomateriaal welwillend ter beschikking gesteld door [https://www.trixexpressweb.nl trixexpressweb.nl] (afb. 4)&lt;br /&gt;
* [http://www.langsderails.nl/index/index.htm Nico Spilt] Nico Spilt langsderails.nl (afb. 3)&lt;br /&gt;
* [http://www.trix.nl/bedrijf trix.nl]&lt;br /&gt;
* [http://www.Wikipedia/M&amp;amp;auml;rklin Wikipedia over M&amp;amp;auml;rklin]&lt;br /&gt;
* [http://www.Wikipedia/Fleischmann Wikipedia over Fleischmann]&lt;br /&gt;
---- &lt;br /&gt;
{{Referenties}}&lt;br /&gt;
* trix.nl [http://www.trix.nl/bedrijf/images/Korte%20historie%20modeltreinen.pdf Korte historie modeltreinen (pdf)]&lt;br /&gt;
|LetterGrootte= 75%&lt;br /&gt;
|KaderBreedte= 100%&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Linkssectie begin&lt;br /&gt;
|Box= AlleenInfo&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Encyclopedie:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Rail (spoorstaaf), hoogte en materiaal&lt;br /&gt;
|Linknaam= Rail (spoorstaaf), hoogte en materiaal&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Raillassen en overgangsrails&lt;br /&gt;
|Linknaam= Raillassen en overgangsrails&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Schalen&lt;br /&gt;
|Linknaam= Schalen&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Tijdperken&lt;br /&gt;
|Linknaam= Tijdperken&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie einde&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Voettekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Algemene informatie&lt;br /&gt;
|Volgende= Grote en kleine treinen&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Algemene informatie&lt;br /&gt;
}}{| width= &amp;quot;100%&amp;quot;&lt;br /&gt;
|- valign= &amp;quot;top&amp;quot;&lt;br /&gt;
! scope= &amp;quot;row&amp;quot; width=&amp;quot;80%&amp;quot; |&lt;br /&gt;
| &amp;lt;small&amp;gt;&amp;lt;small&amp;gt;Laatste wijziging: 1 jul 2017 16:18&amp;lt;/small&amp;gt;&amp;lt;/small&amp;gt;&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
[[Categorie: Alles|M]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Algemeen|M]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Artikel|Modelbouw geschiedenis]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Materieel|M]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Railsystemen|M]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Spoorwegbouw|M]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Erwin Hogeling|M]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Dick</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Modelbouwgeschiedenis&amp;diff=44716</id>
		<title>Modelbouwgeschiedenis</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Modelbouwgeschiedenis&amp;diff=44716"/>
				<updated>2017-11-24T15:14:43Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Dick: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Koptekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Algemene informatie&lt;br /&gt;
|Volgende= Grote en kleine treinen&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Algemene informatie&lt;br /&gt;
|Auteur= Erwin Hogeling&lt;br /&gt;
|Bewerking= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Inhoudsopgave||Klein}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit artikel behandelt slechts een deel van een omvangrijk onderwerp. De geschiedenis van modelbouw hangt met de geschiedenis van speelgoed en speeltuig samen. Maar ook zijn de geschiedkundige gebeurtenissen van de rest van de wereld van invloed geweest op allerlei elementen en aspecten van de modelbouwwereld. &lt;br /&gt;
De modelbouwwereld is een wereld op zich, naast dat het natuurlijk de verbeelding van de werkelijkheid is. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Spelen en spelletjes zijn al zo oud als de mensheid zelf. Elk kind speelt, om later daar voordeel uit te kunnen halen bij het echte levensonderhoud en ook volwassenen spelen spelletjes ter ontspanning, maar ook ter voorbereiding. Wanneer in de 19de eeuw de massaproductie ontstaat, wordt er ook speelgoed geproduceerd, daarmee worden ook de speelgoedwinkels opgestart. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Leeg plaatje.gif&lt;br /&gt;
&amp;lt;!--|Bestand= Modelbouw-geschiedenis01.jpg&lt;br /&gt;
Plaatjes nog uploaden--&amp;gt;&lt;br /&gt;
|Grootte= Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 01&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Birmingham Dribbles.&lt;br /&gt;
|Maker= Aston's Auctioneers &amp;amp; Valuers Ltd.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Ten tijde van oorlogvoering was het voor de generaals gebruikelijk om met schaalmodellen een idee van de omgeving en gebouwen te maken, om zo een goede voorstelling te kunnen krijgen en een gedegen strategie te kunnen bepalen voordat de soldaten werkelijk het gevecht aangingen. Hele kastelen en steden zijn op die manier op schaal uitgewerkt. Zo ook zijn landkaarten ontwikkeld. Ten tijde van de industrialisering kon men van tin soldaatjes vervaardigen. Deze zijn toen niet alleen voor de oorlogvoering gebruikt, maar werden ook als speelgoed op de markt gebracht. &lt;br /&gt;
Ook toen de eerste stoommachines en weefgetouwen werden ontwikkeld, werden deze eerst op schaal uitgeprobeerd voordat er werkelijk een uitvoering werd gemaakt. Daardoor bestond de modeltrein al eerder dan de echte trein zelf (1784, Schotland, uitgevoerd door William Murdoch). Voor de ontwikkeling van de railsystemen in de kolenmijnen werden eerst modellen gemaakt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vanaf halverwege de 19de eeuw begonnen de eerste fabrieken met het vervaardigen van kinderspeelgoed. Merken als Bachmann, M&amp;amp;auml;rklin en Fleischmann kwamen op de markt met blikken, tinnen of houten speelgoed op grote schaal. &lt;br /&gt;
Toen de eerste treinen begonnen te rijden, kwamen ook de speelgoedversies op de markt, zonder rails. Deze zogenaamde ‘carpet railways’ (tapijt hobbelaars), waren speelgoedtreinen, sommigen met opwindbare mechanismes, andere echte ‘live steam’ modellen, zonder rails en zonder wagens. &lt;br /&gt;
De 'live steam' versies waren niet op veiligheid getest, zodat in die tijd het nog wel eens gebeurde dat een model explodeerde. &lt;br /&gt;
Veel van deze speelgoedtreintjes werden vervaardigd in Birmingham, waardoor ze al gauw de bijnaam Birmingham Dribbles kregen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Leeg plaatje.gif&lt;br /&gt;
&amp;lt;!--|Bestand= Modelbouw-geschiedenis02.jpg--&amp;gt;&lt;br /&gt;
|Grootte= Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 02&lt;br /&gt;
|Omschrijving= M&amp;amp;auml;rklin R880, Schaal 0.&lt;br /&gt;
|Maker= Blik en Speelgoed.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
In 1833 was Bachmann gestart met de vervaardiging van houten speelgoed voor de welgestelde kinderen.&lt;br /&gt;
In 1850 begon een kleine firma van drie broers Lines met het vervaardigen van speelgoed in Victoriaanse stijl. Deze firma startte onder de naam G &amp;amp; J Lines Ltd en zou later Lines Bros gaan heten en tot een van de grootste speelgoedfabrieken van de wereld gaan behoren. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Theodor Friedrich Wilhelm M&amp;amp;auml;rklin startte in 1859 als loodgieter in G&amp;amp;ouml;ppingen een atelier voor het maken van poppenhuisartikelen zoals keukentjes en andere keukenartikelen. &lt;br /&gt;
In navolging van M&amp;amp;auml;rklin begon Fleischmann in Neurenberg rond 1887 een fabriek van blikken speelgoed, waarbij vooral schepen, vliegtuigen en werkende stoommachines werden gemaakt. Deze waren uitgevoerd in gelakt blik.&amp;lt;br /&amp;gt; &lt;br /&gt;
In 1889 bedacht M&amp;amp;auml;rklin een ingenieus systeem met speelgoedtreintjes op een rails dat uit elkaar gehaald kon worden en op diverse manieren weer aan elkaar gekoppeld kon worden. Dit systeem werd op de Leipziger Messe in 1891 vertoond en was direct een doorslaand succes. Deze trein was op een schaal van ongeveer 1:45 bedacht, maar veel oog voor echte verschaling was er in die tijd nog niet.&amp;lt;br /&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Er werd nog niet gekeken naar accuraatheid of juiste spoorbreedte. Het was speelgoed en er waren ook geen klachten over schaalverhoudingen. Als het model maar een klein beetje op het origineel leek was het al snel goed. Er waren toen direct al drie systemen: breed, middel en smal (resp: 75mm, 54mm en 48mm). &lt;br /&gt;
Later in datzelfde jaar zou M&amp;amp;auml;rklin met een licht accurater model (schaal 0) komen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Leeg plaatje.gif&lt;br /&gt;
&amp;lt;!--|Bestand= Modelbouw-geschiedenis03.jpg--&amp;gt;&lt;br /&gt;
|Grootte= Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 03&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Kraus &amp;amp; Co, 1930.&lt;br /&gt;
|Maker= Nico Spilt.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Thomas Davenport was in 1802 in Amerika geboren. Van beroep was hij smid en zeer ge&amp;amp;iuml;nteresseerd in alle nieuwe mogelijkheden. Als leerling trok hij met Joseph Henry rond en leerde hij van de proeven met elektriciteit. Dat ging hij toepassen in de smederij en hij realiseerde zo de eerste gelijkstroomcommutatormotor. Met deze motor kon hij in 1835 een kleine versie van een locomotief zelfstandig op rails laten rijden. Hiermee heeft hij de eerste elektrische trein op zijn naam staan. Echter was dit een &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;nmalige bouw en is dit verder nooit in productie genomen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Toen elektriciteit aan het begin van de 20ste eeuw algemeen begon te worden, zijn ook de speelgoedtreinen voorzien van elektromotoren i.p.v. de minder handige opwindmechanismen. &lt;br /&gt;
In navolging van de strijd om gelijkstroom of wisselstroom voor huisaansluitingen, koos M&amp;amp;auml;rklin voor wisselstroom als krachtbron voor de kleine elektromotoren.&lt;br /&gt;
Omdat de meeste modellen nog steeds van blik waren, was stroomtoevoer middels de wielen van de trein niet mogelijk en moest er dus een derde rail worden toegevoegd aan de uitvoering van de rails. Ook hier gold weer dat de uitvoering vooral speelgoed was, en accuraatheid minder belangrijk was. De rails waren dan ook uitgevoerd als omgevouwen blikken lijntjes, gemonteerd op metalen strippen, &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n aan het begin van een railstuk &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n aan het andere eind en &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n in het midden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Na het grote succes van M&amp;amp;auml;rklin en hun tentoonstelling op de Duitse Speelgoed Beurs (Leipziger Messe) in 1891, werden door meerdere speelgoedfabrikanten treinmodellen op de markt gebracht. Sommigen sloten aan bij de door M&amp;amp;auml;rklin opgezette maatvoeringen, maar ook vele anderen volgden met eigen idee&amp;amp;euml;n en maatvoeringen, zodat in korte tijd vele diverse, niet te combineren systemen op de markt kwamen: Bing, Bub, Carette, Falk, Issmayer en Kraus Fandor. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Omdat er omtrent elektriciteit nog niet zo heel veel bekend was en omdat niet elk energiebedrijf dezelfde aansluiting aan zijn klanten bood (12V, 24V, diverse spanningswaarden), kwamen er ook diverse aandrijfsystemen op de markt. Sommige uitvoeringen hadden zelfs een stekker die direct in het stopcontact gestoken kon worden zonder&lt;br /&gt;
transformator.&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Leeg plaatje.gif&lt;br /&gt;
&amp;lt;!--|Bestand= Modelbouw-geschiedenis04.jpg--&amp;gt;&lt;br /&gt;
|Grootte= Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 04&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Trix Express, 1935.&lt;br /&gt;
|Maker= trixexpressweb.nl.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Door de Eerste Wereldoorlog werden de diverse markten van elkaar gescheiden waardoor elke industrie zijn eigen systeem gemakkelijker binnen zijn eigen regio kon afzetten en kon laten groeien. &lt;br /&gt;
Zo begon in de Verenigde Staten een ontwikkeling met diverse kleine firma's in speelgoed en treinen gebaseerd op de treinen van M&amp;amp;auml;rklin, echter door de scheiding met de Europese markt, werden de treinen en de toebehoren verder ontwikkeld naar eigen inzicht. &lt;br /&gt;
In Amerika kwamen de firma's Hornby en American Flyer zo met hun eigen systemen en modellen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tussen de twee oorlogen in kwamen de markten weer wat dichter bij elkaar en werd er geconcurreerd op diverse gebieden: krachtbron, railmaat en schaalverhoudingen. Er waren locomotieven die handmatig konden worden voortgeduwd, of door een opwindmotor (zg. uurwerk), er zijn zelfs treinmodellen geweest met een trektouwtje, maar zeker ook een elektromotor. &lt;br /&gt;
Nadat M&amp;amp;auml;rklin zijn schaal 0 had gevestigd, kwamen andere firma's met kleinere schalen. Bing maakte treinen in een schaalverhouding waardoor een treinbaan op een tafel uitgezet kon worden.  Dit was revolutionair, met als gevolg dat diverse firma's sneuvelden. M&amp;amp;auml;rklin kon steunen op het eigen systeem, waar veel mensen toch al mee bekend waren. Bing werd, vanwege het nieuwe tafel-systeem steeds populairder. &lt;br /&gt;
In 1927 verliet Stephan Bing de firma en startte het bedrijf Trix. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Toen in 1937 voor de firma Bing het doek viel vanwege de economische crisis, nam Trix het stokje voor het maken van treinen van Bing over. Op last van de overheid moest echter het grondstofverbruik zo minimaal mogelijk zijn. Daarom ging Trix over op een nog kleinere schaal van ongeveer 1:90, onder de naam Trix Express. Een reden voor M&amp;amp;auml;rklin om de M-rails op de markt te brengen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Leeg plaatje.gif&lt;br /&gt;
&amp;lt;!--|Bestand= Modelbouw-geschiedenis05.jpg--&amp;gt;&lt;br /&gt;
|Grootte= Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 05&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Gilbert H0 treinen (uit de catalogus van 1950)&lt;br /&gt;
|Maker= Dale Smith&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
In 1935 verhuisde Stephan Bing een deel van de firma naar Engeland.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Tussen de oorlogen waren de Europese markten onderling wel open, maar niet gekoppeld met de Amerikaanse markt, omdat de afstanden te groot waren en de afzet te klein om met grote hoeveelheden over te varen of te vliegen. Hierdoor ontwikkelde de Amerikaanse modelbouw markt anders dan de Europese. Diverse fabrikanten startten hun eigen modeltreinen serie en concurreerden elkaar op dezelfde manier als in Europa gebeurde, echter met andere uitkomsten en de Amerikaanse firma's gebruikten natuurlijk Amerikaanse modellen. &lt;br /&gt;
Zo startte A.C. Gilbert in 1909 als magi&amp;amp;euml;rswinkel, maar zijn doelgroep schoof langzaam richting kinderspeelgoed en elektronica en toen American Flyer, een grote naam in Amerika, in 1938 betalingsproblemen kreeg, kocht A.C. Gilbert dit merk samen met Meccano van Hornby.  &lt;br /&gt;
Daarmee werd A.C. Gilbert de tweede grote treinen merknaam in Amerika naast Lionel. &lt;br /&gt;
'&lt;br /&gt;
Lionel was in 1900 gestart met elektronische snufjes en treinen. Echter waren de treinen van Lionel op een eigen rail systeem die breder was dan de standaard van M&amp;amp;auml;rklin (2 7/8 inch). Lionel adverteerde met deze treinenset als 'The Standard of the World', waarmee de toon gezet was voor breed spoor (wide gauge). &lt;br /&gt;
Vanaf 1915 ging ook Lionel over op de 0 gauge standaard na dat vele andere firma's de Europese standaard bleven gebruiken. Maar American Flyer ging rond 1920 ook 'wide gauge' treinen etaleren om met Lionel te kunnen concurreren. &lt;br /&gt;
Lionel koppelde als concurrentie stunt de treinen met Kerst en heeft de modeltrein daarmee een populaire kerstgeschenk gemaakt. &lt;br /&gt;
Rond 1920 waren er drie grote namen in Amerika voor wat betreft modeltreinen: Lionel, Ives en American Flyer. &lt;br /&gt;
Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog gingen alle Amerikaanse bedrijven oorlogsmateriaal produceren en daarmee werd de modeltreinen-business platgelegd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Tweede wereldoorlog ===&lt;br /&gt;
Tijdens de oorlog werd Neurenberg (het centrum van de modelspoor fabrikanten) flink gebombardeerd met als gevolg dat enkele fabrieken platgelegd werden en alle modelbouw fabricage stil kwam te liggen. Niet alleen door de bombardementen, maar ook omdat de overheid alle grondstoffen nodig had voor de oorlog was productie vaak niet mogelijk. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Na de oorlog kwam de productie heel langzaam weer op gang. Hoewel er wel vraag was naar speelgoed, konden vele merken niet goed leveren. Omdat vaak alleen op korte distributie routes kon worden gewerkt kwamen een aantal kleine speelgoedfabrikanten op de markt zoals Rivarossi en Trix. Trix kwam als eerste terug in 1948 met (zeker voor die tijd) zeer gedetailleerde modellen in schaal H0. Waarbij zelfs de stangen en leidingen zichtbaar op het model gemonteerd waren. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
M&amp;amp;auml;rklin startte met de productie van modelauto's als concurrent voor Dinky Toys en maakte het mogelijk, met een aanpassing, dat Meccano bouwwerken met M&amp;amp;auml;rklin treinen en rails samen konden werken.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Fleischmann startte na de oorlog in 1949 ook met de productie van modeltreinen in schaal 0. Een nieuwigheidje van Fleischmann was dat deze treinen niet op wisselstroom werkten, maar op gelijkstroom. Dit was de start voor de grote breuk met M&amp;amp;auml;rklin, die de wisselstroom trouw bleef. &lt;br /&gt;
Naast schaal 0 kwam ook de kleinere schaal H0 op de markt, die in korte tijd zo’n populariteit kreeg dat Fleischmann de schaal 0 verliet om zich in schaal H0 te specialiseren. &lt;br /&gt;
Niet alleen de treinen hadden meer detail, maar door de ontwikkelingen in de oorlog konden veel elementen anders en beter geproduceerd worden, zoals de vervaardiging van plastic. Rails werd natuurgetrouwer in metalen profielen uitgewerkt en de bielsen werden natuurgetrouw in plastic uitgevoerd. Niet meer drie per railstuk, maar om de centimeter een biels, zoals ook in het echt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In navolging van Fleischmann gingen ook Trix en Rivarossi over op gelijkstroom. Na 1960 heeft de modelbouw voor treinen vleugels gekregen. Waar ook weer diverse merken gestart zijn met eigen systemen en schalen, zo heeft de firma Arnold in 1960 impuls gegeven aan schaal N (1:160), welke door Fleischmann en Trix gevolgd werden. Als reactie hierop ontwikkelde M&amp;amp;auml;rklin zijn schaal Z (1:220). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ook in Amerika startte de grote concurrentie rond modeltreinen tussen A.C. Gilbert die dan American Flyer al had opgekocht, maar onder American Flyer bleef uitbrengen en Lionel onverminderd verder. Ives was door Lionel en American Flyer gezamenlijk al weggeconcurreerd en door beiden deels overgenomen, maar andere namen zoals Marx en Bachmann stapten ook in de markt met treinen, maar hebben nooit echt deelgenomen aan de grote concurrentie tussen Lionel en A.C. Gilbert omdat zij de treinen niet als hoofdzaak van hun business hadden gemaakt. Zowel A.C. Gilbert als Lionel gingen over op schaal H0 en beconcurreerden elkaar op realisme, maar ondanks alle inzet kwamen beide merken niet meer op het niveau als v&amp;amp;oacute;&amp;amp;oacute;r de oorlog.&amp;lt;br /&amp;gt; &lt;br /&gt;
Toen A.C. Gilbert stierf stortte het bedrijf ook in, en toen de bedrijfsleider van dat moment van Lionel in 1958 met pensioen ging, stortte ook bij Lionel de business in. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De ontwikkelingen uit de Tweede Wereldoorlog, gemaakt voor de legers om de gevechten efficienter en krachtiger te maken, zijn na de Tweede Wereldoorlog in de huiskamers ge&amp;amp;iuml;ntroduceerd, zoals Plastic en Telefonie. &lt;br /&gt;
Deze doorvoering van deze technologische ontwikkelingen zijn ook naar de modelbouw vertaald. Bakeliet werd vervangen door plastic, waarmee ook details beter uit te beelden waren. &lt;br /&gt;
Elektrische schakelingen werden uitgedacht en toegepast, waardoor opeens meer dan &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n trein tegelijk te besturen was. &lt;br /&gt;
Met de komst van de computer naar de commercie werd dit ook toegepast in de modelbouw. Radiografie kwam eerst met scheeps-, vliegtuig-, en automodelbouw maar heeft ook in de treinmodelbouw zijn intrede gedaan. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Industri&amp;amp;euml;le ontwikkelingen in de USA en snellere manieren van verzenden hebben diverse markten weer dichter bij elkaar gebracht. Zo ook informatie. Eerst middels nieuwsbladen, later middels telefoon en beelden. De modelbouw na de Tweede Wereldoorlog is in een rap tempo ontwikkeld naar een natuurgetrouwer beeld. Toch heeft het vrij lang geduurd voordat hobbyisten de stap maakten naar realistisch bouwen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vanaf 1960 kunnen we wel zeggen dat de modelbouw zich gevestigd heeft, met een gedegen schalen-indeling en een selectieve hoeveelheid aandrijvingen. Hoewel nog steeds ontwikkelingen zijn binnen deze markt, is de echte opstart van de hobby hiermee wel tot een eind gekomen. De geschiedenis zal zich blijven ontwikkelen en schrijven, naargelang de tijd voortschrijd. Modelbouw heeft de status 'speelgoed' ook al voorbijgestreefd, want waar de treinen ooit begonnen als speelgoed vooral voor kleine kinderen, laat u de perfect gedetailleerde versie van de laatste stoomtrein (als voorbeeld) liever niet in de kleine handjes achter. De hobbyisten zijn door de jaren heen veeleisender geworden en daarmee de hobby ook duurder. Realisme is een sterker onderdeel geworden dan de speelgoed gradatie van de objecten. &lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
=== Chronologisch overzicht ===&lt;br /&gt;
Voor het overzicht volgt hieronder een kleine opsomming van de geschiedenis aan de hand van een tijdlijn. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
*1784 – Schaalmodel van trein en rails, voor in de mijnen, door William Murdoch.&lt;br /&gt;
*1833 – Firma Bachmann start met verkoop van parasols en Spaanse kammen.&lt;br /&gt;
*1835 – Eerste gelijkstroom aangedreven trein door Thomas Davenport.&lt;br /&gt;
*1850 – G &amp;amp; J Lines Ltd start met verkoop van Victoriaans speelgoed.&lt;br /&gt;
*1859 – M&amp;amp;auml;rklin start met verkoop van blikken speelgoed.&lt;br /&gt;
*1863 – Gebr&amp;amp;uuml;der Bing startten met productie van huishoudelijke artikelen.&lt;br /&gt;
*1868 – Ives Manufacturing Company start met opwindspeelgoed en brengt een speelgoedkanon met echt buskruit op de markt.&lt;br /&gt;
*1881 – Blechspielwaren Fabrik von Lehmann &amp;amp; Eichner start met blikken opwindspeelgoed.&lt;br /&gt;
*1887 – Fleischmann start met blikken speelgoed.&lt;br /&gt;
*1891 – Eerste M&amp;amp;auml;rklin trein met rails op de speelgoedbeurs van Leipzig.&lt;br /&gt;
*1898 – Bassett-Lowke start als mail-order bedrijf met de verkoop van speelgoed en treinen.&lt;br /&gt;
*1900 – Lionel start als elektriciteitswinkel. De Ives Manufacturing Company fabriek brandt af.&lt;br /&gt;
*1901 – Hornby start en brengt Meccano op de markt. Ives brengt speelgoedtreinen op de markt met eigen rails. &lt;br /&gt;
*1906 – Arnold begint met speelgoedverkoop, Lionel zet de standaard in USA voor 'wide gauge'.&lt;br /&gt;
*1907 – American Flyer start met opwindtreinen.&lt;br /&gt;
*1909 – A.C. Gilbert Company start als Magi&amp;amp;euml;rswinkel voor de goochelwereld onder de naam Mysto Magic.&lt;br /&gt;
*1911 – Noch brengt trein toebehoren op de markt, Mysto Manufacturing Company brengt tegenhanger van Meccano uit: Erector Set.&lt;br /&gt;
*1912 – Leeds Model Company start met treinen en wagons.&lt;br /&gt;
*1914 – Eerste Wereldoorlog, Lionel koppelt speelgoedtreinen aan Kerstmis.&lt;br /&gt;
*1916 – Mysto Manufacturing Company veranderd naam in A.C. Gilbert Company.&lt;br /&gt;
*1918 – Einde eerste Wereldoorlog, American Flyer brengt elektrische treinen op de markt.&lt;br /&gt;
*1919 – G &amp;amp; J Lines wordt Tri-Ang.&lt;br /&gt;
*1920 – Bassett-Lowke introduceren schaal 00.&lt;br /&gt;
*1924 – Atlas brengt speelgoedtreinen uit.&lt;br /&gt;
*1925 – American Flyer brengt 'wide gauge' op de markt om met Lionel te kunnen concurreren.&lt;br /&gt;
*1926 – Blechspielaren Fabrik von Lehmann &amp;amp; Eichner wordt Ernest Paul Lehmann Patentwerk.&lt;br /&gt;
*1927 – Stephan Bing verlaat Bing, Hornby opent een vestiging in de USA.&lt;br /&gt;
*1928 – Ives gaat failliet en wordt door American Flyer en Lionel aangekocht en uitgevoerd.&lt;br /&gt;
*1930 – Ives wordt door American Flyer aan Lionel verkocht.&lt;br /&gt;
*1934 – Paul Lehmann sterft. Lehman Patentwerk blijft in familiehanden.&lt;br /&gt;
*1935 – Wereld Krach geeft problemen, Stephan Bing start Trix in Engeland.&lt;br /&gt;
*1937 – Bing failliet, speelgoedtreinen afdeling wordt door Trix opgekocht.&lt;br /&gt;
*1938 – American Flyer gaat failliet en wordt door A.C. Gilbert Company opgekocht.&lt;br /&gt;
*1939 – Bassett-Lowke wordt door Churchill opgedragen om een werkend schaalmodel van de Cultivator No. 6 te produceren.&lt;br /&gt;
*1940 – Tweede Wereldoorlog, Leeds Model Company start met modeltreinen uit bakeliet.&lt;br /&gt;
*1944 – Neurenberg wordt zwaar getroffen door bombardementen.&lt;br /&gt;
*1945 – Einde Tweede Wereldoorlog, Rivarossi start met de productie van modeltreinen.&lt;br /&gt;
*1946 – Faller start met speelgoed-autoracebanen.&lt;br /&gt;
*1948 – Trix brengt schaal H0 modellen op de Speelgoedbeurs, M&amp;amp;auml;rklin brengt modelauto's op de markt als concurrent voor Dinky Toys.&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;emsp; &amp;amp;emsp; &amp;amp;emsp;Lehmann Patentwerk wordt VEB Mechanische Spielwaren.&lt;br /&gt;
*1949 – Fleischmann gaat ook modeltreinen schaal 0 uitbrengen op gelijkstroom.&lt;br /&gt;
*1950 – Trix gaat over op gelijkstroom. Fleischmann past assortiment aan naar schaal H0.&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;emsp; &amp;amp;emsp; &amp;amp;emsp;VEB Mechanische Speilwaren wordt Lehmann Gross Bahn en maakt treinen, samen met BASF in een schaal van ongeveer 1:22,5, schaal G.&lt;br /&gt;
*1960 – Arnold brengt schaal N op de markt. Roco start met minitanks.&lt;br /&gt;
*1964 – Hornby en Meccano worden door Tri-Ang overgenomen.&lt;br /&gt;
*1965 – Bassett-Lowke stopt en verkoopt zijn winkels.&lt;br /&gt;
*1966 – Bachmann produceert 'Spectrum'.&lt;br /&gt;
*1981 – Tri-Ang gaat failliet en Hornby wordt Hornby Railways.&lt;br /&gt;
*1995 – Arnold wordt overgenomen door Rivarossi. &lt;br /&gt;
*2004 – Hornby koopt Rivarossi.&lt;br /&gt;
*2006 – LGB gaat failiet.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Gerelateerde termen&lt;br /&gt;
|Termen= Marklin, Maerklin, Mærklin&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Appendix&lt;br /&gt;
|1= bron&lt;br /&gt;
|2=&lt;br /&gt;
* [http://americanflyerdisplays.org americanflyerdisplays.org] Dale Smith - Gilbert HO (afb. 5)&lt;br /&gt;
* [http://www.astonsauctioneers.co.uk Aston's Auctioneers &amp;amp; Valuers Ltd.] (afb. 1)&lt;br /&gt;
* [https://www.blik-en-speelgoed.nl blik-en-speelgoed.nl] (afb. 2)&lt;br /&gt;
* Fotomateriaal welwillend ter beschikking gesteld door [https://www.trixexpressweb.nl trixexpressweb.nl] (afb. 4)&lt;br /&gt;
* [http://www.langsderails.nl/index/index.htm Nico Spilt] Nico Spilt langsderails.nl (afb. 3)&lt;br /&gt;
* [http://www.trix.nl/bedrijf trix.nl]&lt;br /&gt;
* [http://www.Wikipedia/M&amp;amp;auml;rklin Wikipedia over M&amp;amp;auml;rklin]&lt;br /&gt;
* [http://www.Wikipedia/Fleischmann Wikipedia over Fleischmann]&lt;br /&gt;
---- &lt;br /&gt;
{{Referenties}}&lt;br /&gt;
* trix.nl [http://www.trix.nl/bedrijf/images/Korte%20historie%20modeltreinen.pdf Korte historie modeltreinen (pdf)]&lt;br /&gt;
|LetterGrootte= 75%&lt;br /&gt;
|KaderBreedte= 100%&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Linkssectie begin&lt;br /&gt;
|Box= AlleenInfo&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Encyclopedie:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Rail (spoorstaaf), hoogte en materiaal&lt;br /&gt;
|Linknaam= Rail (spoorstaaf), hoogte en materiaal&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Raillassen en overgangsrails&lt;br /&gt;
|Linknaam= Raillassen en overgangsrails&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Schalen&lt;br /&gt;
|Linknaam= Schalen&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Tijdperken&lt;br /&gt;
|Linknaam= Tijdperken&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie einde&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Voettekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Algemene informatie&lt;br /&gt;
|Volgende= Grote en kleine treinen&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Algemene informatie&lt;br /&gt;
}}{| width= &amp;quot;100%&amp;quot;&lt;br /&gt;
|- valign= &amp;quot;top&amp;quot;&lt;br /&gt;
! scope= &amp;quot;row&amp;quot; width=&amp;quot;80%&amp;quot; |&lt;br /&gt;
| &amp;lt;small&amp;gt;&amp;lt;small&amp;gt;Laatste wijziging: 1 jul 2017 16:18&amp;lt;/small&amp;gt;&amp;lt;/small&amp;gt;&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
[[Categorie: Alles|M]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Algemeen|M]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Artikel|Modelbouw geschiedenis]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Materieel|M]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Railsystemen|M]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Spoorwegbouw|M]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Erwin Hogeling|M]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Dick</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Elektronica_basis&amp;diff=44444</id>
		<title>Elektronica basis</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Elektronica_basis&amp;diff=44444"/>
				<updated>2017-10-21T05:26:03Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Dick: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Koptekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Elektronica&lt;br /&gt;
|Volgende= Elektronica analoog&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Elektronica&lt;br /&gt;
|Auteur= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Inhoudsopgave||Klein|GeenTekst}}&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
| valign='center'| [[Bestand:Let-op.jpg|50px|center]]&amp;lt;small&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&amp;amp;nbsp;'''LET OP'''&amp;lt;/small&amp;gt;||valign='top'|&amp;lt;b&amp;gt;Een waarschuwing:&amp;lt;/b&amp;gt; er zijn, sinds een aantal jaren, imitatie-onderdelen op de markt. Dit zijn vervalsingen van de echte halfgeleiders, zoals o.a. 2N3055 en BD679. Kijk dus zeer goed uit waar u de onderdelen koopt! Zie ook de links bij [[Elektronica basis#Meer informatie|'Meer informatie']].&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
=== De bruggelijkrichter (brugcel) ===&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Gelijkrichter02.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= 180px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 01&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Bruggelijkrichters&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
|Positie= Links&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Netspanning-01.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= 150px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 02&lt;br /&gt;
|Omschrijving= De sinusvormige golf van de netspanning&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
|Positie= Rechts&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;!--deze tussenruimte zo laten i.v.m. de layout--&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bruggelijkrichters dienen om een wisselspanning in een gelijkspanning om te zetten. De wisselspanning van het lichtnet heeft een frequentie van 50 herz (Hz), ofwel 50 perioden per seconde. In tekening 02 is de sinusvorm van de netspanning weergegeven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Er bestaan drie basisschakelingen, zie tekening 03:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1) de enkelfazige/enkelzijdige met &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n diode (zie fig. 1). Frequentie op de uitgang = 50 herz.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) de dubbelfazige/dubbelzijdige met twee diodes en een middenaftakking op de trafo (zie fig. 2). Frequentie op de uitgang = 100 herz. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3) de dubbelfazige/dubbelzijdige met een bruggelijkrichter (zie fig. 3). Frequentie op de uitgang = 100 herz.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In dit voorbeeld gebruiken we een trafo met secundair een spanning van 12 volt wisselspanning (AC).&lt;br /&gt;
De dioden in fig. 1 en fig. 2 (zie afbeelding 03) moeten minstens een [[Elektronica basis#Diode|sperspanning]] hebben van twee &amp;amp;times; de topwaarde van de wisselspanning.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De bruggelijkrichter bestaat uit vier dioden in een behuizing, de brugcel (zie links op tekening 01) of uit vier losse dioden die in brug geschakeld zijn (zie rechts op tekening 01). Dit is de Graetz-schakeling, genoemd naar de uitvinder ervan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Achter de gelijkrichter hebben we een pulserende gelijkspanning, daarom wordt een elco geplaatst (met grote capaciteit) om de rimpelspanning te verminderen. De onbelaste spanning achter de elco is 1,414 &amp;amp;times; de wisselspanning die op de ingang van de gelijkrichter staat, minus de drempelspanning over twee diodes (1,4 volt). Dus bij een ingangsspanning van 12 volt wisselspanning staat er op de elco een spanning van: (12 &amp;amp;times; 1,414) - 1,4 = 15,56 volt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In figuur 2 (zie tekening 03) geleidt afwisselend diode A of B. In figuur 3 (zie tekening 03) geleiden afwisselend de diodeparen A en A' of B en B'. Aan de rechterzijde van tekening 03 is de vorm van de uitgangsspanning weergegeven.&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Gelijkrichter-01.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= 350px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 03&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Gelijkrichtschakelingen&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
In tekening 04 ter verduidelijking van de werking nogmaals de schakeling uit figuur 2 hierboven. Tijdens de positieve fase van de netspanning geleidt diode A (zie fig. 1A) en tijdens de negatieve fase van de netspanning geleidt diode B (zie fig. 1B). Daar de netfrequentie 50 herz. is, en tijdens de negatieve &amp;amp;eacute;n positive fase van de netspanning een diode in geleiding is, staat op de uitgang (+) een pulserende gelijkspanning met een frequentie van 100 herz.&lt;br /&gt;
{{Afbeelding 2 naast elkaar &lt;br /&gt;
|Bestand= Gelijkrichter-05.gif&lt;br /&gt;
|Bestand2= Gelijkrichter-06.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= Zeer Klein &lt;br /&gt;
|Grootte2= Zeer Klein &lt;br /&gt;
|Volgnummer= 04 &lt;br /&gt;
|Volgnummer2= 05&lt;br /&gt;
|Omschrijving= De werking van de schakeling met twee diodes &amp;amp;nbsp; &amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
|Omschrijving2= De werking van de schakeling met vier diodes &lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
|Type2= Tekening&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Maker2= Fred Eikelboom&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt; &lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
In tekening 05 ter verduidelijking van de werking nogmaals de schakeling uit figuur 3 hierboven (zie tekening 03). Tijdens de positieve fase van de netspanning geleiden de diodes A en A' (zie fig. 2A). Tijdens de negatieve fase van de netspanning geleiden diodes B en B' (zie fig. 2B). Daar de netfrequentie 50 herz. is, en er bij zoweel de negatieve als de positieve fase van de netspanning twee diodes geleiden, staat op de uitgang (+) een pulserende gelijkspanning met een frequentie van 100 herz.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Code&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op een brugcel staat een code: de B van brug, dan de maximale spanning: bijv. 40 volt, daarna de C van Current (stroom in milliamp&amp;amp;egrave;re), en daarachter de maximaal toelaatbare continu-stroom, in dit geval 2200 milliamp&amp;amp;egrave;re oftwel 2,2 Amp&amp;amp;egrave;re (zie tekening 01). In tekening 06 is een bruggelijkrichter weergegeven met een maximale spanning van 40 volt en een maximale stroom van 5000 milliamp&amp;amp;egrave;re ofwel vijf amp&amp;amp;egrave;re. &lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Gelijkrichter03.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= 150px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 06&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Brugcel (bruggelijkrichter)&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Er zijn ook typen waarop achter de C twee waarden aangegeven staan: bijv. C3300/2200. Het eerste getal is de maximaal toelaatbare continu-stroom, wanneer de brugcel op een voldoende groot koelelement gemonteerd is, &amp;amp;eacute;n er koelpasta tussen de brugcel en het koelelement aangebracht is. Het tweede getal (achter de schuine streep) is de maximaal toelaatbare stroom, wanneer de brugcel vrij opgesteld is, dus zonder aanvullende koelingmaatregelen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Afvlakking van de uitgangsspanning&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Afvlakking-01.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= Zeer Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 07&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Afvlakking van de rimpel m.b.v. een elco&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Achter de gelijkrichter (dus op + en -) is een pulserende gelijkspanning ('rimpelspanning' genoemd) aanwezig, en daar is de meeste apparatuur niet voor ontworpen. Die apparatuur verwacht een behoorlijk afgevlakte spanning (gelijkspanning, met zo klein mogelijke rimpel). Daarom wordt over de plus en min van de gelijkrichter een elco met grote capaciteit geplaatst (zie tekening 07) om de rimpelspanning te verminderen c.q. af te vlakken. De uitgangsspanning noemt men daarom 'afgevlakte gelijkspanning'. De waarde van de elco (aantal &amp;amp;mu;F) is afhankelijk van de grootte van de uitgangsstroom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Rimpelspanning-01.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= Zeer Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 08&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Slecht afgevlakte spanning met grote rimpel&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Bij enkelzijdige gelijkrichting met &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n diode zal op de buffer-elco een grote rimpel staan. De uitgangsspanning bevat dan een rimpel die veel te groot is om gevoelige apparatuur te kunnen voeden (zie tekening 08). We kunnen deze rimpel nog wel verkleinen door een aantal zeer grote elco's parallel te schakelen, maar vanwege de ruimte die dit inneemt (en de kosten) gebruikt men voor het merendeel voedingen met bruggelijkrichter.&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Rimpelspanning-02.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= Zeer Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 09&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Afgevlakte spanning met kleine rimpel&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Bij dubbelzijdige gelijkrichting (d.m.v. een bruggelijkrichter) zal op de buffer-elco een veel kleinere rimpel staan, omdat de frequentie van het aantal pulsen nu verdubbeld is (zie tekening 09).&lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
=== De condensator ===&lt;br /&gt;
Bij condensatoren onderscheiden we twee hoofdtypen. De gewone condensator, die niet gepolariseerd is (geen plus en min heeft), en de [[#Elektrolytische_Condensator (elco)|Elektrolytische_Condensator. (elco)]], die w&amp;amp;egrave;l gepolariseerd is (een plus en min heeft). In schema's wordt een gewone condensator aangegeven zoals afgebeeld in tekening 10.&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Condensator_symbool01.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= 50px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 10&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Schemasymbool van een condensator&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Een condensator wordt gebruikt voor verschillende doeleinden, zoals ontstoring (bijv. op de elektromotor van een model-locomotief of model-treinstel). Dit type condensator heeft, zoals we hierboven al aangaven, geen polariteit, in tegenstelling tot de elco. Het maakt dus niets uit hoe we dit type condensator aansluiten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De waarde van een condensator wordt in farad als volgt aangegeven: nF, pF, &amp;amp;mu;F en F. 1 &amp;amp;mu;F = 1000nF = 1000000pf. &amp;amp;mu;F= microfarad, nF = nanofarad en pF = picofarad.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De waardeaanduiding op een condensator met kleine waarde bestaat uit een code;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bijvoorbeeld u33 = 0,33&amp;amp;mu;F of u1 = 0,1&amp;amp;mu;F. Dus: het opgedrukte getal direkt achter de komma zetten, en u weet de waarde.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Staan er all&amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n getallen op de condensator, dan gaat het zo;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het meest rechtse getal is de vermenigvuldigingsfactor: 2 = &amp;amp;times; 100, 3 = &amp;amp;times; 1000,  4 = &amp;amp;times; 10000 enz.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
472 = 47 &amp;amp;times; 100 = 4700 pf = 4,7nF = 0,0047&amp;amp;mu;F; &amp;amp;nbsp; 223 = 22&amp;amp;times;1000 = 22000 pF = 22nF = 0,022&amp;amp;mu;F; &amp;amp;nbsp; 473 = 47&amp;amp;times;1000 = 47000 pF = 47nF = 0,047&amp;amp;mu;F;  &amp;amp;nbsp; 102 = 10&amp;amp;times;100 = 1000pF = 1nF = 0,001&amp;amp;mu;F.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hier volgt een tabel met een aantal codes:&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot; style=&amp;quot;font-size:90%; text-align:right;&amp;quot;&lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot; width=&amp;quot;40&amp;quot;| Code&lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot; width=&amp;quot;60&amp;quot;| Picofarad&amp;lt;br /&amp;gt; (pF)&lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot; width=&amp;quot;60&amp;quot;| Nanofarad&amp;lt;br /&amp;gt; (nF)&lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot; width=&amp;quot;65&amp;quot;| Microfarad&amp;lt;br /&amp;gt; (&amp;amp;mu;F)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 102 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 1000 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 1  ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;|0,001&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 152 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 1500 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 1,5 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 0,0015&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 222 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 2200 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 2,2 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;|0,0022            &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 332 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 3300 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 3,3 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 0,0033            &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 472 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;|4700 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 4,7 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;|0,0047            &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 682 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 6800 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 6,8 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 0,0068 &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 103 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 10000 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 10 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;|0,01                &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 153 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 15000 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 15 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 0,015              &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 223 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 22000 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 22 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;|0,022              &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 333 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 33000 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 33 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 0,033 &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 473 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 47000 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 47 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;|0,047              &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 683 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 68000 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 68 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 0,068              &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 104 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 100000 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 100 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;|0,1                  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 154 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 150000 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 150 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 0,15                &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 224 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 220000 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 220 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;|0,22                &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 334 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 330000 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 330 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 0,33                &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 474 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 470000 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 470 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 0,47&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
{{Tabelonderschrift&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 11&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Achter de cijfers kan een letter staan, deze duidt de tolerantie aan.&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot; style=&amp;quot;font-size:90%; text-align:center;&amp;quot;&lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot; width=&amp;quot;50&amp;quot;| Lettercode&lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot; width=&amp;quot;65&amp;quot;| Tolerantie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| B ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| +/- 0,10p&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| C ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| +/- 0,25p&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| D ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| +/- 0,5p&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| E ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 0,5%&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| F ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 1%&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| G ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 2%   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| H ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 3%&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| J ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 5%&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| K ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 10%&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| M ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 20%&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| N ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 30%&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| P ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| +100%/-0%&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| Z ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| +80/-20%&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
{{Tabelonderschrift&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 12&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
=== De diode ===&lt;br /&gt;
De diode, die maar in &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n richting stroom doorlaat, wordt o.a. gebruikt voor gelijkrichting. Een diode heeft twee aansluitingen, de anode en de kathode. De stroom loopt van anode naar kathode door de diode. De anode is dus de pluszijde.&lt;br /&gt;
{{Afbeelding 2 naast elkaar &lt;br /&gt;
|Bestand= Schemasymbool_diode01.gif&lt;br /&gt;
|Bestand2= Diode_kenmerk-01.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= 50px &lt;br /&gt;
|Grootte2= 50px &lt;br /&gt;
|Volgnummer= 13&lt;br /&gt;
|Volgnummer2= 14&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Schemasymbool van een diode &lt;br /&gt;
|Omschrijving2= De kathode is op de diode aangegeven met een streep &lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
|Type2= Tekening&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom &amp;amp;nbsp; &amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Maker2= Fred Eikelboom &lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
In tekening 13 staat het schema-symbool van de diode. Het streepje geeft de kathode aan. Ook op de behuizing is een streep afgedrukt. Deze streep geeft eveneens de kathode aan (zie tekening 14).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij het zelfbouwen van modelspoor-elektronica worden de 1N4148, 1N4007, BYV28-200 of 1N5408 vaak gebruikt. De 1N4148 kan 150 milliamp&amp;amp;egrave;re verwerken bij maximaal 75 volt. De 1N4007 kan maximaal &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n amp&amp;amp;egrave;re verwerken bij 1000 volt. De BYV28-200 kan maximaal drie amp&amp;amp;egrave;re verwerken bij 200 volt en de 1N5408 kan maximaal drie amp&amp;amp;egrave;re verwerken bij 1000 volt. De BYV28-200 is uitermate geschikt voor detectieschakelingen (vier diodes, in combinatie met een stuk ge&amp;amp;iuml;soleerde rails).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
==== De sperspanning ====&lt;br /&gt;
De hierboven vermelde spanningen betreffen de sperspanning van de diode. De sperspanning is de spanning die de diode in tegengestelde richting (dus niet in de doorlaatrichting) kan weerstaan. Wordt de spanning hoger, dan slaat de diode door en is onherstelbaar defect!&lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
=== De elektrolytische condensator (afgekort: elco) ===&lt;br /&gt;
In schema's wordt een elco aangegeven zoals afgebeeld in tekening 15.&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Elco_symbool01.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= 50px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 15&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Schemasymbool van een elco&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
De elektrolytische condensator (deze lange naam werd ongeveer 50 jaar geleden al afgekort tot elco) is ook een condensator, maar dan een condensator die leverbaar is met een zeer grote elektrische capaciteit, zoals 10000 &amp;amp;mu;F of 33000 &amp;amp;mu;F. Er zijn echter ook elco's leverbaar met kleinere waarden, zoals bijvoorbeeld 0,1 &amp;amp;mu;F of 0,33 &amp;amp;mu;F. De elco heeft een speciale eigenschap, hij is namelijk gepolariseerd (ook wel polair genoemd). Dat betekent dat de elco een positieve pool (de plus), en een negatieve pool (de min) heeft.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De benaming elco betekent dat de elco gevuld is met een elektroliet. Deze elektroliet bevindt zich tussen twee stroken opgerold materiaal: de kathode, bestaande uit aluminiumfolie, en de anode, bestaande uit sterk opgeruwd aluminiumfolie, met daarop een dun laagje aluminiumoxide. Deze elektroliet bevindt zich tussen twee stroken opgerold materiaal: de kathode, bestaande uit aluminiumfolie, en de anode, bestaande uit sterk opgeruwd aluminiumfolie, met daarop een dun laagje aluminiumoxide. &lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Elcoos.GIF&lt;br /&gt;
|Grootte= 450px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 16&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Aansluitingen van diverse typen elco's&lt;br /&gt;
|Maker= Klaas Zondervan&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Er zijn twee hoofdtypen elco's te onderscheiden:&lt;br /&gt;
:* De axiale elco, waarbij aan weerszijden van de behuizing een aansluitdraad zit.&amp;lt;br /&amp;gt;Bij de &amp;lt;i&amp;gt;axiale&amp;lt;/i&amp;gt; elco is op de behuizing aangegeven wat de plus- of min-aansluiting is (zie rechts op tekening 16 hierboven).&lt;br /&gt;
:* De radiale elco, waarbij beide aansluitdraden aan &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n zijde van de behuizing zitten.&amp;lt;br /&amp;gt;Bij de &amp;lt;i&amp;gt;radiale&amp;lt;/i&amp;gt; elco is door middel van een lengteverschil van de aansluitdraden aangegeven, wat plus en min zijn. De langste draad is hierbij de plus-aansluiting. Meestal is ook op de behuizing met een grijze band aangegeven wat de min-aansluiting is (zie links op tekening 16 hierboven). &lt;br /&gt;
De waarde van een elco wordt in schema's in farad of microfarad aangegeven: 1 &amp;amp;mu;F = &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n microfarad. Een elco met een waarde van &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n farad wordt als volgt aangegeven: 1F ofwel 1.000.000 &amp;amp;mu;F. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij waarden onder de &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n microfarad wordt het op deze manier aangegeven: er staat een &amp;amp;mu;-teken v&amp;amp;ograve;&amp;amp;ograve;r de waardeaanduiding: &amp;amp;mu;47 = 0,47 &amp;amp;mu;F.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een elco kan stroom opslaan (net als een accu) en wordt dan ook vaak voor dat doel gebruikt. De bekendste toepassing is het afvlakken van de gelijkgerichte spanning in voedingen ('afvlakken' betekent vermindering van de rimpelspanning) en bij led-verlichting in rijtuigen (led-strips) kunnen we de elco gebruiken om het knipperen van de leds tegen te gaan.&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
| valign='center'| [[Bestand:Let-op.jpg|50px|center]]&amp;lt;small&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&amp;amp;nbsp;'''LET OP'''&amp;lt;/small&amp;gt;||valign='top'|Een elco mag nooit op een wisselspanning (AC) aangesloten worden, anders raakt deze binnen de kortste keren defect, vanwege oververhitting! En een elco mag nooit verkeerd-om op de voedingsspanning aangesloten worden, dat overleeft de elco ook niet!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Let er ook goed op dat u de elco's &amp;lt;u&amp;gt;niet in serie&amp;lt;/u&amp;gt; zet, want dan ''verminderd de waarde''. Dus: parallel = 1000 + 1000 = 2000 &amp;amp;mu;F en in serie wordt het 1/Cx = 1/C1 + 1/C2 = 1/1000 + 1/1000 = 2/1000  ---&amp;gt;  Cx = 1000/2 = 500 &amp;amp;mu;F!&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
Pas op voor het kortsluiten van een elco. Bij een elco van 100&amp;amp;mu;F kan al een stroom van 20 amp&amp;amp;egrave;re gaan lopen!&lt;br /&gt;
=== Elco's parallel schakelen===  &lt;br /&gt;
Wanneer u meer elco-capaciteit, stel 2000 &amp;amp;mu;F i.p.v. 1000 &amp;amp;mu;F, wilt hebben, dan kunt u twee elco's van 1000 &amp;amp;mu;F parallel schakelen (plus van elco1 aan plus van elco2 en min van elco1 aan min van elco2). De twee elco's samen hebben dan een waarde van 2000 &amp;amp;mu;F. Bij meerdere elco's parallel moet u de waarden bij elkaar optellen. &lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
| valign='center'| [[Bestand:Let-op.jpg|50px|center]]&amp;lt;small&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&amp;amp;nbsp;'''LET OP'''&amp;lt;/small&amp;gt;||valign='top'|Een elco mag nooit kortgesloten worden, omdat er dan kortstondig een zeer grote stroom gaat lopen!&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wilt u een snel een elco ontladen, doe dit dan ''altijd'' via een weerstand van minimaal 470 ohm, anders bekort u de levensduur van de elco sterk.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
=== De Goldcap ===&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= GoldCaps F-type.png&lt;br /&gt;
|Grootte= Zeer klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 19&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Goldcaps Type F&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Foto&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
De GoldCap is een dubbellaags elektrolytische condensator. Vakterm: ELDC ofwel Electric Double Layer Capacitor. De GoldCaps hebben een maximale werkspanning van 2,3, 2,5, 2,7 3,6, 5,5 en 6,3 volt. De dubbellaags condensator is o.a. ook onder de namen PowerCaps, DynaCaps of GreenCaps in de handel.&lt;br /&gt;
GoldCaps hebben een trage laad- en ontlaadtijd. Zie het artikel 'GoldCaps' bij [[Elektronica basis#Meer informatie|'Meer informatie']].&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Toevoeging 27-12-2015: In een nieuwe datasheet van de fabrikant staat een grafiek met daarin de spanningen na 1 uur, 100 uur en 200 uur opladen.&lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
=== De JFET ===&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= JFET-01.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= Zeer Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 20&lt;br /&gt;
|Omschrijving= JFET (Junction Field Effect Transistor)&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
De benamig JFET staat voor Junction Field Effect Transistor, in het Nederlands: Verbindings Veld Effect Transistor ('Verbinding' slaat op het feit dat de gate intern metallisch met de source/drain van de transistor verbonden is). Het is een unipolaire transistor met drie aansluitingen: de source (S), de drain (D) en de gate (G). De stroom loopt van Drain naar Source. De JFET wordt o.a. in hoogfrequent apparatuur toegepast. De JFET noemt men unipolair, (in tegenstelling tot een gewone transistor, die bipolair is) omdat slechts &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n soort ladingsdrager (gaten of elektronen) deelneemt aan de stroom tussen source en drain. De spanning op de gate zorgt voor het sturen van de stroom van source naar drain. De JFET is namelijk spanninggestuurd, in tegenstelling tot een gewone transistor, die stroomgestuurd is. In tegenstelling tot een 'gewone' transistor, loopt bij een JFET dus geen stroom van betekenis door de gate, zoals door de basis van een transistor. Pas op! Een JFET is gevoelig voor elektrostatische lading.&lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
=== De led ===&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Schemasymbool_LED.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= 50px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 21&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Schemasymbool van de led&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
De led is een diode (die maar in &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n richting stroom doorlaat), maar wel een bijzondere: in doorlaatlichting aangesloten, zendt de led licht uit. De led heeft, net als een gewone diode, twee aansluitingen, de anode en de kathode. In afbeelding 21 ziet u het schema-symbool van de led. Het streepje geeft de kathode aan. Bij de standaard leds is &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n aansluitpen langer dan de andere. De langste pen geeft de kathode aan. Ook zijn er leds die aan de behuizing een plat vlakje hebben. Ook dit geeft de kathode aan. Een led werkt anders dan een gewone gloeilamp, en heeft daarom een voorschakelweerstand/serieweerstand nodig om de stroom door de led te beperken tot een veilige waarde.&lt;br /&gt;
=== De drempelspanning van de led ===&lt;br /&gt;
De vuistregel is ongeveer 2 volt voor (normale) rode, gele, oranje en groene leds en 3 volt voor (warm) witte, blauwe en high efficiency groene leds. Wilt u het exact weten, dan kunt u deze waardes vinden via Google in de datasheet&amp;lt;br / &amp;gt; &lt;br /&gt;
Door het verschil in drempelspanning kunt u geen witte led (3 volt) met een rode led (2 volt) in serie zetten. Beide kleuren leds krijgen dan namelijk dezelfde stroomsterkte, en dat kon nog wel eens een heel uiteenlopende helderheid opleveren! Sluit dus rode en witte leds altijd via een eigen voorschakelweerstand aan.&amp;lt;br /&amp;gt;  &lt;br /&gt;
Voor het berekenen van de waarde van de voorschakelweerstand (serieweerstand) verwijzen wij naar het artikel [[Minimale led voorschakelweerstand berekenen]].&lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
=== De MOSFET ===&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= MOSFET-01.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= Zeer Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 22&lt;br /&gt;
|Omschrijving= MOSFET (Metal Oxide Semiconductor Field Effect Transistor)&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
De benamig MOSFET staat voor Metal Oxide Semiconductor Field Effect Transistor.  Het is een unipolaire transistor, met drie aansluitingen: de source (S), de drain (D) en de gate (G). De stroom loopt van Drain naar Source. De MOSFET wordt o.a. in decoders toegepast. De MOSFET noemt men unipolair, (in tegenstelling tot een gewone transistor, die bipolair is) omdat slechts &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n soort ladingsdrager (gaten of elektronen) deelneemt aan de stroom tussen source en drain. De spanning op de gate zorgt voor het sturen van de stroom van source naar drain. De MOSFET is namelijk spanninggestuurd, in tegenstelling tot een gewone transistor, die stroomgestuurd is. Een ander verschil met een 'gewone' transistor is, dat er bij een MOSFET geen stroom van betekenis door de gate loopt, zoals door de basis van een transistor.&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
| valign='center'| [[Bestand:Let-op.jpg|50px|center]]&amp;lt;small&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&amp;amp;nbsp;'''LET OP'''&amp;lt;/small&amp;gt;||valign='top'|Pas op! Een MOSFET is gevoelig voor elektrostatische lading. Gebruik een geaard polsbandje bij het omgaan met dit onderdeel.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
=== De NTC ===&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Schemasymbool_ntc.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= 50px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 23&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Schemasymbool NTC&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
De NTC is een weerstand die op temperatuur(verandering) reageert. De afkorting staat voor: Negatieve Temperatuur Coefficiënt. Wanneer de NTC koud is, heeft deze een hoge weerstandswaarde. Bij verwarming (temperatuurstijging) neemt de weerstandswaarde af. NTC's worden onder andere gebruikt bij temperatuurmetingen.&lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
=== De OpAmp ===&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= OpampUA741-01.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= 300px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 24&lt;br /&gt;
|Omschrijving= OpAmp (Operational Amplifier)&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Een OpAmp (Operational Amplifier) zoals bijv. de &amp;amp;mu;A741 (zie tekening 24) heeft een inverterende ingang (in het schema aangeduid met een minteken) en een niet-inverterende ingang (in het schema aangeduid met een plusteken, zie tekening 25). De OpAmp heeft de eigenschap dat hij het verschil tussen de spanningen op zijn ingangs-pinnen als uitgangsspanning zal willen geven (de uitgangsspanning kan uiteraard echter niet hoger dan de voedingsspanning worden). De spanning op de inverterende ingang, zal ge&amp;amp;iuml;nverteerd naar buiten gebracht worden.&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= OpampUA741-02.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= 135px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 25&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Offset-instelling&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Schema&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Om de uitgangsspanning precies op nul volt af te kunnen regelen, (wanneer de beide ingangen op gelijk potentiaal staan), zijn de offset-ingangen aanwezig.&lt;br /&gt;
Door middel van een [[Elektronica basis#Potentiometer|potentiometer]] kunnen we de uitgang precies op nul instellen (zie schema 25). Een zeer bekende OpAmp is de &amp;amp;mu;A741.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kijk voor de zekerheid even op: [http://www.datasheetcatalog.com www.datasheetcatalog.com] of op: [http://www.alldatasheet.com www.alldatasheet.com] voor de specificaties. Er zijn namelijk typen voor max. 18 volt en voor max. 22 volt! &lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
=== De optocoupler ===&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= OptoCoupler.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= 270px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 26&lt;br /&gt;
|Omschrijving= OptoCouplers voor DC en AC ingangsspanningen&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
De OptoCoupler dient om twee cirquits elektrisch te scheiden, zodat er geen galvanische koppeling tussen beiden is. Wordt bijvoorbeeld gebruikt om een gedeelte van schakeling waarop netspanning aanwezig is, van het laagspannings gedeelte te scheiden. Door hier gebruik te maken van een OptoCoupler kunnen we veilig signalen overdragen van het ene naar het andere circuit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij de modelbaan wordt de OptoCoupler vaak gebruikt om de elektronica (zoals bijv. S88-printen en wisselaansturings-printen) van de digitale railspanning gescheiden te houden. Veelgebruikte OptoCouplers zijn hier de ILQ620, LTV814, LTV844 en PC 814. Dit zijn AC couplers, bedoeld voor wisselspanning op de ingang. De PC817 is een vaak toegepaste DC optocoupler, bedoeld voor gelijkspanning op de ingang.&lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
=== De potentiometer ===&lt;br /&gt;
De potentiometer (vaak afgekort tot 'potmeter') is een weerstand die instelbaar of regelbaar is. &lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Potmeters-01.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= 120px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 27&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Schemasymbolen Potentiometer&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
|Positie= Links&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Afbeelding 2 naast elkaar &lt;br /&gt;
|Bestand= Potmeter_Conrad440891.jpg&lt;br /&gt;
|Bestand2= InstelPotmeter_Conrad430862.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= Zeer klein&lt;br /&gt;
|Grootte2= Zeer klein &lt;br /&gt;
|Volgnummer= 28&lt;br /&gt;
|Volgnummer2= 29&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Potentiometer&lt;br /&gt;
|Omschrijving2= Instel-potentiometer&lt;br /&gt;
|Bron= Conrad.nl &lt;br /&gt;
|Bron= Conrad.nl&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt; &lt;br /&gt;
|Positie= Rechts&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Een potmeter heeft een sleper die over een koolbaan (of een draadgewonden weerstand) glijd. Er bestaan draaipotmeters (onderverdeeld in instelbare en continu regelbare typen) en schuifpotmeters.&amp;lt;br /&amp;gt; &lt;br /&gt;
Het type met een koolbaan kan geen hoge stroomsterktes verdragen. Doorgaans is 150 tot 200 milliAmp&amp;amp;egrave;re het maximum.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het draaibare type, de gewone potmeter (zie: schemasymbool 'B' midden in tekening 30 en afbeelding 31), heeft een as, waarop een knop gemonteerd kan worden (zie bijvoorbeeld de volumeregelaar op een audio-versterker.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Schuifpotmeters werken hetzelfde als draaipotmeters, alleen is hier de sleper lineair verstelbaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De instelpotmeter (zie schemasymbool 'A' links in tekening 27 en afbeelding 28) heeft een gleuf of kruisvormige opening in het centrum, waar een schroevendraaier in past om de potmeter in te kunnen stellen. Dit type treffen we aan op printen, en deze dienen bijvoorbeeld voor het instellen van spanningen. De instelpotmeter wordt dan als variabele spanningsdeler toegepast (zie schemasymbool 'C' rechts in tekening 28). De spanning op de sleper (het middencontact) kan hiermee op elke gewenste waarde tussen de voedingsspanning en de massa ingesteld worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij draai-potmeters maakt men ook nog een onderscheid tussen lineaire of logaritmische typen. Bij het lineaire type wordt dit aangegeven met de letter B op de behuizing. Bij het logaritmische type staat de letter A op de behuizing. Heel vroeger kwamen ook typen voor met 'lin' of 'log' op de behuizing (zie: 'potentiometer' bij [[Elektronica basis#Meer informatie|'Meer informatie']]). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Er zijn uitvoeringen die geschikt zijn voor printmontage en met soldeerogen voor het aansolderen van draden. &lt;br /&gt;
&amp;lt;br clear=&amp;quot;all&amp;quot; /&amp;gt;&lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
=== De PTC ===&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Schemasymbool_ptc.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= 50px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 30&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Schemasymbool PTC&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
De PTC is een weerstand die op temperatuurverandering reageert.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De afkorting staat voor: Positieve Temperatuur Coefficiënt. Wanneer de PTC koud is, heeft deze een lage weerstandswaarde. Bij verwarming neemt de weerstandswaarde toe.&lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
=== Het relais ===&lt;br /&gt;
Een relais is een door een elektromagneet bediende schakelaar. Het is een eenvoudige en veelgebruikte component in elektrische en elektronische schakelingen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een relais bestaat uit de volgende onderdelen:&lt;br /&gt;
:* elektromagneet (de spoel met het weekijzer);&lt;br /&gt;
:* anker;&lt;br /&gt;
:* schakelcontact en/of omschakelcontact, afhankelijk van het type relais;&lt;br /&gt;
:* veermechanisme.&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Relais-01.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= Zeer Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 31&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Schematische weergave van de onderdelen van een relais&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Een relais heeft minimaal &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n moedercontact, aangegeven met C, dit is de afkorting van 'Common' (ofwel 'gemeenschappelijk) en &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n schakelcontact, aangegeven met 'NO', dit is de afkorting van 'Normally Open' (ofwel in ruststand geopend). De meeste relais zijn voorzien van omschakelcontacten. Bij het verbreekcontact staat dan 'NC', dit is de afkorting van Normally Closed (ofwel in rusttoestand gesloten). In afbeeldingen 34 en 35 (zie onder) is weergegeven hoe dit in schema's wordt aangegeven.&lt;br /&gt;
==== Hoe werkt een relais? ====&lt;br /&gt;
De elektromagneet in het relais bestaat uit een stuk weekijzer (A) met daaromheen een groot aantal windingen van dun gelakt koperdraad (B), zie tekening 34. De lak om het koperdraad voorkomt dat de windingen onderling kortsluiting maken. Wanneer op de aansluitdraden van de spoel (S) een voldoende hoge spanning wordt gezet, ontstaat in- en om de spoel een magnetisch veld. Dit veld zal het weekijzer in/om de spoel magnetiseren. Door de magnetische trekkracht wordt het weekijzeren anker door de elektromagneet aangetrokken. Zodra er een voldoende hoge spanning aanwezig is over de spoel, zal het relais dus 'aantrekken' (inschakelen of omschakelen afhankelijk van het type relais). Zodra de stuurspanning wegvalt, zal het magnetisch veld wegvallen en het relais in de ruststand terugspringen door het veermechanisme (V).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Weekijzer is een oude benaming voor niet gehard ijzer of staal.&lt;br /&gt;
==== DC of AC ====&lt;br /&gt;
Staat er een = symbool op de spoel, dan is de relaisspoel bedoeld voor gelijkspanning (DC). Staat er een ~ symbool op de spoel, dan is de relaisspoel bedoeld voor wisselspanning (AC).&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Gelijkspanningrelais&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Relais-04.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= Zeer Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 32&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Relais voor gelijkspanning&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Bij een gelijkspanningrelais (zie tekening 35) veroorzaakt de stroom in de kern (het weekijzeren gedeelte waar de spoel omheen gewikkeld is) een (magnetische) Noord- en Zuidpool. In het weekijzeren anker, waaraan de contacten van de schakelaar bevestigd zijn, ontstaan ook een Noord- en Zuidpool, zodat het anker wordt aangetrokken door de kern met spoel.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het maakt normaliter bij gelijkspanningsrelais niet uit hoe u de spoeldraden aansluit, tenzij er op het relais een + en - aangegeven zijn bij de spoelaansluitingen. Ook wanneer er over de spoel een blusdiode gemonteerd is, dient u de plus van de voedingsspanning op die aansluiting te monteren waar de kathodezijde (de streep) van de diode aan gesloten is. Bij twijfel is het raadzaam om de datasheet van de fabrikant te raadplegen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
==== Het spoelvermogen ====&lt;br /&gt;
Sommige fabrikanten geven in hun datasheet aan welk maximale spoelvermogen het relais kan verdragen. Vaak staat er dan bijvoorbeeld: maximale spoelvermogen 130% van het nominale vermogen. Wanneer dan een relais ontworpen is voor nominaal 12 volt gelijkspanning en de spoelweerstand bijv. 270 &amp;amp;Omega; mag er maximaal 13,7 volt op de spoelaansluitingen staan volgens de onderstaande berekeningen:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
U&amp;lt;Sub&amp;gt;Nom&amp;lt;/Sub&amp;gt; = 12 volt &amp;amp;nbsp; R = 270 ohm.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De opgenomen stroom van de spoel berekenen we met de formule I = U / R&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De stroomsterkte I = is dan 12 / 270 = 0,04444 amp&amp;amp;egrave;re. Deze waarde vermenigvuldigen we met 1000 om de stroomsterkte in milliamp&amp;amp;egrave;re te krijgen. De stroomsterkte door de spoel bedraagt: 44,44 milliamp&amp;amp;egrave;re.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Nu de spoelstroom bekend is, kunt u het 'spoelvermogen' (P) berekenen met de formule P = U x I. P is dan 12 X 44,44 = 533 milliwatt ofwel 0,533 watt.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Nu we het vermogen (P) weten, kunnen we bepalen wat de maximaal toegestane spoelspanning is. Dat kunt u op twee manieren doen:&lt;br /&gt;
* We nemen het nominale vermogen en vermenigvuldigen dat met 1,3 (=130%). We krijgen dan 0,533 x 1,3 = 0,693 watt. Daarna vermenigvuldigen we die waarde met de spoelweerstand (R): 0,693 x 270 = 187,11. Wanneer we hiervan de wortel nemen, weten we de maximaal toelaatbare spoelspanning. De wortel (&amp;lt;big&amp;gt;&amp;amp;radic;&amp;lt;/big&amp;gt;) van 187,11 = 13,68. Dus de maximaal toelaatbare spoelspanning is 13,7 volt afgerond.&lt;br /&gt;
* We kunnen ook de formule P = U&amp;amp;sup2; / R gebruiken. Wanneer het spoelvermogen P een factor 1,3 zo groot is, betekent dit dat U&amp;amp;sup2; (U&amp;lt;sup&amp;gt;kwadraat&amp;lt;/sup&amp;gt;) ook een factor 1,3 zo groot wordt en dat U dan ook &amp;lt;big&amp;gt;&amp;amp;radic;&amp;lt;/big&amp;gt;(1,3) keer zo groot wordt. &amp;lt;big&amp;gt;&amp;amp;radic;&amp;lt;/big&amp;gt;(1,3) = 1,14 (afgerond). De maximaal toelaatbare spoelspanning volgt dan uit: 12  &amp;amp;times;  1,14  = 13,68 = 13,7 volt afgerond.&lt;br /&gt;
&amp;lt;small&amp;gt;(de berekening van het spoelvermogen is beschikbaar gesteld door Klaas Zondervan)&amp;lt;/small&amp;gt;.&lt;br /&gt;
==== Het wisselspanningrelais ====&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Relais-05.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= Zeer Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 33&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Relais voor wisselspanning&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Bij een wisselspanningrelais (zie tekening 36) gebeurt precies hetzelfde. Alleen wisselt hier de polariteit van de spanning 50&amp;amp;times; per seconde (50 herz.). Daardoor trilt het weekijzeren anker 100 keer per seconde, aangezien het zowel op het positieve, als het negatieve deel van de sinus wordt aangetrokken. Bij de polariteitwisseling ontstaat ook even een nuldoorgang van de stroom. Op dat moment is de magnetische aantrekkingskracht even weg en zou het anker meteen weer afvallen. Om dat te voorkomen is een koperen plaatje in de vorm van een gesloten winding (zie fig. A op tekening 33) op de kern aangebracht. Wanneer het magnetisch veld het grootst is, gaat er in dat koper een kortsluitstroom lopen. Die stroom wekt weer een klein magnetisch veld op, dat zijn eigen ontstaan tegenwerkt. Gevolg hiervan is, dat er een beetje stroom loopt door het koperen plaatje bovenaan de kern als de stroom van de spoel door nul gaat. De aantrekkingskracht van de grote spoel is even nul, maar op dat moment is er wel een aantrekkingskracht, die veroorzaakt wordt door de stroom door het koperen plaatje. Hierdoor valt het anker niet af en ontstaat er geen trilling van het anker. Bij een wisselspanningrelais is de kern vaak opgebouwd uit stripjes weekijzer. Dit wordt gedaan om wervelstromen in de kern te voorkomen.&lt;br /&gt;
==== Aantrekspanning en houdspanning ====&lt;br /&gt;
Een relais heeft een aantrekspanning en een houdspanning. De aantrekspanning is de spanning waarbij het relais volledig aantrekt (of omklapt).&lt;br /&gt;
Voor het aantrekken van het anker is veel meer elektrische energie nodig dan voor het vasthouden van het anker tegen de kern. Dit komt doordat er een magnetische weerstand van de luchtspleet &amp;amp;eacute;n de spanning van de trekveer overwonnen moeten worden. De houdspanning, dit is de spanning waarbij het relais nog net niet terugveert en het contact niet verbroken wordt, is lager.&lt;br /&gt;
==== Aanduidingen op een relais ====&lt;br /&gt;
Op een relais wordt vaak aangegeven wat de spoelspanning is, voor welke soort stroom het bedoeld is (AC of DC), en wat het maximaal te schakelen vermogen (spanning &amp;amp;times; stroom) is. Staat er niets aangegeven, dan kunt u vaak aan de hand van het typenummer op het relais bij de fabrikant het datasheet (gegevensblad) bekijken.&lt;br /&gt;
Op het relais staat bijvoorbeeld:&lt;br /&gt;
12V~1A230V~ of 12VAC1A230V~, dit betekent dat de spoel ontworpen is voor 12 volt wisselspanning (AC), en de contacten maximaal &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n amp&amp;amp;egrave;re mogen schakelen bij 230 volt AC.&lt;br /&gt;
24V=2A230V~ of 24VDC2A230V~, dit betekent dat de spoel ontworpen is voor 24 volt gelijkspanning (DC), en de contacten  maximaal twee amp&amp;amp;egrave;re mogen schakelen bij 230 volt AC.&lt;br /&gt;
Staat er bij de gegevens '1 &amp;amp;times; om', ('om' is de afkorting van omschakelen) dan betekent dit dat er &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n contact in het relais zit dat omschakelt. Staat er bij de gegevens '2 &amp;amp;times; om', dan betekent dit dat er twee contacten in het relais zitten die gelijktijdig omschakelen, enz.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ook kan, inplaats van de aanduiding '1 &amp;amp;times; om' of '2 &amp;amp;times; om', de Engelse methode gebruikt zijn. Dan geeft de fabrikant met een code aan wat voor soort relais het is, zoals:&lt;br /&gt;
:* SPST  'Single Pole Single Throw' ofwel: &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n maak- of verbreekcontact&lt;br /&gt;
:* DPDT 'Double Pole Double Throw' ofwel: twee omschakelcontacten&lt;br /&gt;
:* 4PST  'Four Pole Single Throw' ofwel: vier maak- of verbreekcontacten&lt;br /&gt;
:* 4PDT  'Four Pole Double Throw' ofwel: vier omschakelcontacten&lt;br /&gt;
Er bestaat nog een andere codering:&lt;br /&gt;
:* SPNO 'Single Pole Normally Open' ofwel: &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n maakcontact&lt;br /&gt;
:* DPNC 'Single Pole Normally Closed' ofwel: twee verbreekcontacten&lt;br /&gt;
:* SPCO 'Single Pole Change Over' ofwel: &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n wisselcontact&lt;br /&gt;
:* 4PCO  'Four Pole Change Over' ofwel: vier wisselcontacten &lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
| valign='center'| [[Bestand:Let-op.jpg|50px|center]]&amp;lt;small&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&amp;amp;nbsp;'''LET OP'''&amp;lt;/small&amp;gt;||valign='top'|Bij spoelspanningen van 230 volt dient de isolatie van de stuurdraden te voldoen aan de geldende veiligheidseisen en dus een bepaalde voorgeschreven minimale dikte te hebben i.v.m. &amp;lt;u&amp;gt;elektrocutiegevaar&amp;lt;/u&amp;gt;. Ook wanneer u met de relaiscontacten 230 volt wisselspanning schakelt, dienen de aansluitdraden aan bovenstaande eisen te voldoen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
==== Soorten relais ====&lt;br /&gt;
Er zijn twee hoofdsoorten relais:&lt;br /&gt;
:* monostabiel&lt;br /&gt;
:* bistabiel&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Monostabiel relais&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Relais-02.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= 300px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 34&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Schemasymbool monostabiel relais 1 x om (fig. A) en 2 x om (fig. B)&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
De standaarduitvoering is een monostabiel relais. Dit is een type relais dat tijdens de bekrachtiging in &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n stand wordt gehouden, maar zonder bekrachtiging (dus zodra de stuurspanning wegvalt) in de ruststand terugspringt door het veermechanisme.&lt;br /&gt;
==== Bistabiel relais ====&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Relais-03.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= 375px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 35&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Schemasymbool bistabiel relais 1 x om (fig. A) en 2 x om (fig. B)&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Een bistabiel relais is een relais met twee standen, dat na de bekrachtiging in de geschakelde stand blijft. Daardoor blijven de contacten staan in de stand waarin ze geschakeld worden, ook na het uitschakelen van de stuurspanning. Een bistabiel relais is voorzien van twee spoelen, de 'set'- en de 'reset'-spoel. Het vasthouden van het anker in &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n van de twee posities kan mechanisch of m.b.v. een kleine permanente magneet geschieden.&lt;br /&gt;
==== Wanneer worden relais gebruikt? ====&lt;br /&gt;
Relais worden overal ingezet op die plaatsen waar een hoge stroom geschakeld moet worden. Om de volgende redenen wordt gebruik gemaakt van een relais i.p.v. een schakelaar:&lt;br /&gt;
:* een hoge stroomsterkte vereist zeer dikke draden van- en naar de schakelaar;&lt;br /&gt;
:* de hoge elektrische stromen verkorten de levensduur van een gewone schakelaar aanzienlijk;&lt;br /&gt;
:* een kleine schakelaar kan eenvoudiger ergens geplaatst worden (betere ruimtebenutting);&lt;br /&gt;
:* beperken van spanningsverliezen door lange bedrading.&lt;br /&gt;
Wanneer u een relais gebruikt met lage spoelspanning (12 of 24 volt), volstaan dunne draden (0,14 mm&amp;amp;sup2; als aanstuurbedrading van de lichte enkelpolige schakelaar naar het relais. De dikkere draden lopen van de voeding naar het schakelcontact van het relais en vanaf het het schakelcontact van het relais verder naar de verbruiker (bijv. een wisselspoel). U kunt dus gebruikmaken van een kleine schakelaar (bijv. Conrad bestnr.: 701070 - 89), die gemakkelijk ergens in te bouwen of te plaatsen is, en toch een hoge stroomsterkte schakelen.&lt;br /&gt;
==== Vonkblussing ====&lt;br /&gt;
Wanneer u een relais gebruikt om een trafo in- of uit te schakelen, ziet u vaak vonken tussen de relaiscontacten, wanneer het relais uitschakelt. In dat geval is de trafo de schuldige. De spoel van de trafo probeert namelijk de stroom zo lang mogelijk te laten lopen door het circuit, met name op het moment van uitschakelen, waardoor er tussen de contacten een vonk ontstaat. Bij nieuwe relais die wisselspanning moeten schakelen, wordt daarom vaak een 'blusnetwerkje' gemonteerd over de contacten, zodat deze een langere levensduur hebben. Zo'n blusnetwerkje (in het Engels 'snubber') bestaat uit een weerstand en een condensator, die in serie geschakeld zijn. Dat blusnetwerkje zorgt er voor dat de stroom die door de schakelaar wil, na het uitschakelen omgeleidt wordt. Voor de weerstand wordt meestal een waarde van 100 tot 330 &amp;amp;Omega; gebruikt en voor de condensator een waarde van 0,1 &amp;amp;micro;F/400V= of zelfs 0,1 &amp;amp;micro;F/630V=. Af fabriek zijn kant-en-klare vonkblussers leverbaar waarbij de weerstand en de condensator ingegoten zijn in een kleine behuizing. Bij relais die gelijkspanning moeten schakelen wordt vaak een diode-netwerkje gebruikt.&lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
=== Het reed-contact ===&lt;br /&gt;
Zie: artikel 'Wat is een reed-contact'&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Ook bij reed-contacten kan vonkblussing toegepast worden. U sluit dan het blusnetwerkje (0,1 &amp;amp;micro;F/400V= met 100 &amp;amp;Omega; &amp;amp;frac14; Watt in serie) aan over het reed-contact (zie ook: 'Meer info').&lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
=== De Schottky diode ===&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Schottky-01.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= Zeer Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 36&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Schottky diode&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
De Schottky diode (genoemd naar de Duitser Walter H. Schottky) kenmerkt zich door een lage doorlaatspanning. Bij de BAT85 is deze spanning zelfs extra laag.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit type is een diode voor snelle schakeltoepassingen, hetgeen betekent dat de hersteltijd zeer kort is. Bij de BAT85 is deze hersteltijd maar vijf nanoseconden, in tegenstelling tot gewone diodes, die een hersteltijd van 100 tot meerdere 100en nanoseconden hebben.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij de BAT85 is de maximale doorlaatstroom 200 milliamp&amp;amp;egrave;re. Piekstroom gedurende minder dan een seconde: 600 milliamp&amp;amp;egrave;re.&lt;br /&gt;
Doorlaatspanning bij 1 milliamp&amp;amp;egrave;re: 320 millivolt. Bij &amp;lt;10 milliamp&amp;amp;egrave;re: 400 millivolt. Bij &amp;lt;30 milliamp&amp;amp;egrave;re: 500 millivolt. Bij 100 milliamp&amp;amp;egrave;re: 500 millivolt, tot een max. van 800 millivolt bij 200 milliamp&amp;amp;egrave;re.&lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
=== De smoorspoel ===&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Loc-met-smoorspoelen-Sven01.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= 285px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 37&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Smoorspoelen in Roco loc&lt;br /&gt;
|Maker= Sven&lt;br /&gt;
|Positie= Links&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
De functie van een smoorspoel is, om hoogfrequente stoorsignalen tegen te houden, zoals bijvoorbeeld in televisies, radio's en mobiele telefoons e.d. Ook worden ze gebruikt voor laagfrequente filtering, zoals bij scheidingsfilters voor luidsprekers.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Ook in modeltreinen worden smoorspoelen toegepast (zie afbeelding 37). De smoorspoelen reduceren de stroom niet noemenswaardig. Daarvoor is de gelijkstroomweerstand veel te klein. Ze dienen hier voor het ontstoren van de motor, zodat stoorpulsen die ontstaan door het vonken van de collector, niet naar de buitenwereld doordringen. In de meeste locs zitten dergelijke spoeltjes. Hier worden ze per paar toegepast.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op de foto ziet u de 'klassieke' onstoring, met parallel aan de motoraansluitingen (de koolborstels) een condensator, en twee spoelen tussen de beide motoraansluitingen en de stroomafnemers. De meeste smoorspoelen zijn duidelijk als spoelen herkenbaar, maar op de afbeelding zien ze er uit als weerstanden. Aan de hand van de kleurringen kunnen we zien dat de waarde 100 eenheden is (bruin-zwart-bruin). Die heten niet ohm, maar microhenry (&amp;amp;mu;H). Hier hebben de spoelen dus een waarde van 100 &amp;amp;mu;;H. Houdt u er maar eens een weerstandsmeter tegen, dan zult u zien dat de weerstand veel minder is dan 100 ohm, waarschijnlijk zelfs minder dan &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n ohm. De smoorspoelen dienen dus samen met de condensator (dat blauwe knobbeltje) voor de ontstoring.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij het aansluiten van een locdecoder op de ontstoorschakeling, dient de condensator over de koolborstels verwijderd te worden. De reden hiervoor is, dat de condensator de hoge frequenties van de motorregeling kortsluit, waardoor de motorregeling niet goed werkt (en de decoder slecht af te regelen is).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De smoorspoelen kunnen aanwezig blijven, tenzij de decoderfabrikant aangeeft dat die ook verwijderd moeten worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zie ook het artikel ''Stappenplan decoderinbouw'' bij [[Elektronica basis#Meer informatie|'Meer informatie']].&amp;lt;br clear=&amp;quot;all&amp;quot; /&amp;gt;&lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
=== De spanningsregelaar ===&lt;br /&gt;
{{Afbeelding 2 naast elkaar &lt;br /&gt;
|Bestand= Stab_IC7805.gif&lt;br /&gt;
|Bestand2= Stab_IC-LM317.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= 100px&lt;br /&gt;
|Grootte2= 120px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 38&lt;br /&gt;
|Volgnummer2= 39&lt;br /&gt;
|Omschrijving= 7805 &lt;br /&gt;
|Omschrijving2= LM317 &lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
|Type2= Tekening&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Maker2= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Een spanningsregelaar kan een vaste of een instelbare uitgangsspanning hebben. Bekende typen zijn de 78xx-serie voor positieve uitgangsspanning en de 79xx-serie voor negatieve uitgangsspanning. (op de plaats van de xx staat de spanning afgedrukt). Deze spanningsregelaars kunnen doorgaans een stroom van 1 of 1,5 amp&amp;amp;egrave;re. verwerken (mits we zorgen voor afdoende koeling).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De 78xx en 79xx-series zijn verkrijgbaar in de standaard-spanningen 5, 8, 10, 12, 15, 18, 20 en 24 volt (zie afbeelding 38). Wanneer de gewenste uitgangspanning in de 78xx-serie niet voorkomt, kunnen we gebruikmaken van de LM317. Deze heeft een uitgangspanning die instelbaar is tussen 1,2 en 37 volt (zie afbeelding 39).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De standaard spanningsregelaar moet altijd een ingangspanning (dit is de spanning over de buffer-elco) krijgen die minimaal drie volt hoger is dan de gewenste uitgangsspanning. Het gaat bij deze minimale spanning om de voedingspanning minus rimpel (zie voor nadere info: [[Elektronica basis#Voedingsberekeningen|'Voedingsberekeningen']]). Dit is noodzakelijk voor het goed kunnen regelen van de uitgangsspanning. Ook is er een maximum gesteld aan de ingangsspanning.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het is wel raadzaam om geen al te hoge spanning op de ingang te zetten, daar er dan behoorlijke warmteverliezen optreden, waardoor we verplicht een grotere koelplaat of koelvin moeten toepassen. Het beste is een 2,5 tot 5 volt hogere spanning dan de uitgangsspanning. Het is dus altijd noodzakelijk om in de datasheet van de fabrikant te kijken wat de hoogte van de betreffende spanningen mag/moet zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voorbeelden:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bij de &amp;amp;mu;A7812 zijn de aanbevolen waarden: minimaal 14,5 volt en maximaal 30 volt op de ingang.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bij de LM7812 zijn de aanbevolen waarden: minimaal 14,5 volt en maximaal 27 volt op de ingang.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bij de LM317 mag het verschil tussen ingangsspanning en uitgangsspanning niet meer dan 40 volt bedragen. Ook hier kunt u het best ongeveer 2,5 tot 5 volt boven de gewenste uitgangsspanning gaan zitten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hebt u meer stroom nodig, dan neemt u het twee-amp&amp;amp;egrave;re type (78Sxx) of het drie-amp&amp;amp;egrave;re type (78Txx).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Wanneer u minder stroom nodig hebt dan 100 mA, dan kunt u gebruik maken van de 78Lxx. Zie voor aansluitgegevens afbeelding 05 in het artikel ''Sluitseinen (Sluitverlichting)''.  &lt;br /&gt;
==== Het Low Drop type ====&lt;br /&gt;
Bij het Low Drop-type moet op de ingang minimaal 1 volt (bij de KA78R12) tot 1,5 volt (bij de LT1086-12) meer staan (aanwezig zijn), dan de uitgangsspanning.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voorbeelden:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bij de LT1086-12 zijn de aanbevolen waarden: minimaal 13,5 volt en maximaal 25 volt op de ingang.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bij de KA78R12 zijn de aanbevolen waarden: minimaal 13 volt en maximaal 29 volt op de ingang.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hebben we meer stroom nodig dan nemen we het twee-amp&amp;amp;egrave;re 'Low Drop'-type (KA278Rxx) of het drie-amp&amp;amp;egrave;re 'Low Drop'-type (KIA378Rxx).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hier het bassisschema voor de stabilisatieschakeling:&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Basis_Stabvoeding.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= Normaal&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 40&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Basisschema&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Component C&amp;lt;sub&amp;gt;a&amp;lt;/sub&amp;gt; is de afvlakelco. V&amp;lt;sub&amp;gt;in&amp;lt;/sub&amp;gt; is de spanning vanaf de afvlakelco na de gelijkrichter. C&amp;lt;sub&amp;gt;i&amp;lt;/sub&amp;gt; dient geplaatst te worden indien de afstand tussen de buffer-elco en het IC meer dan vijf cm is. Deze dient ter onderdrukking van oscillatieverschijnselen. C&amp;lt;sub&amp;gt;o&amp;lt;/sub&amp;gt; dient ter verbetering van de stabilisatie-eigenschappen bij snel wisselende belastingen en dient zo dicht mogelijk bij het IC geplaatst te worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Veel fabrikanten raden aan om voor C&amp;lt;sub&amp;gt;i&amp;lt;/sub&amp;gt; en C&amp;lt;sub&amp;gt;o&amp;lt;/sub&amp;gt; [[Elektronica basis#Tantaal-elco|tantaalelco's]] te gebruiken (auteur dezes doet dat zelf (indien mogelijk) ook altijd). De minimale waarde van C&amp;lt;sub&amp;gt;i&amp;lt;/sub&amp;gt; en C&amp;lt;sub&amp;gt;o&amp;lt;/sub&amp;gt; staat meestal vermeld in de datasheet van de fabrikant. Zoniet, dan neemt u voor C&amp;lt;sub&amp;gt;i&amp;lt;/sub&amp;gt; een 10&amp;amp;mu;F Tantaal of een 22&amp;amp;mu;F Aluminium-elco en voor C&amp;lt;sub&amp;gt;o&amp;lt;/sub&amp;gt; 47&amp;amp;mu;F Tantaal of een 100&amp;amp;mu;F Aluminium-elco. De waarde van de afvlak-elco (C&amp;lt;sub&amp;gt;a&amp;lt;/sub&amp;gt;) achter de gelijkrichter kunnen we [[Elektronica basis#Voedingsberekeningen|berekenen]].&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het verdient ten zeerste aanbeveling om tussen ingang en uitgang van het IC een diode op te nemen (zie schema 43). Deze diode zorgt er voor dat, wanneer de spanning op de ingang wegvalt, er geen stroom (vanuit een elco groter dan 1000&amp;amp;mu;F in tegengestelde richting door het regel-IC (de regelaar) gaat lopen, want dan bestaat de grote kans dat de regeltransistor in het IC doorslaat of beschadigd raakt.&lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
=== De tantaal-elco ===&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= TantaalElco_Conrad.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= 65px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 41&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Tantaal-elco&lt;br /&gt;
|Bron= Conrad.nl&lt;br /&gt;
|Type= Foto&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Bij een tantaal-elco wordt voor het di&amp;amp;euml;lektricum gebruik gemaakt van tantalium(V)oxide (Ta&amp;lt;Sub&amp;gt;2&amp;lt;/Sub&amp;gt;O&amp;lt;Sub&amp;gt;5&amp;lt;/Sub&amp;gt;).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het voordeel van tantaal-elco's is:&lt;br /&gt;
* ze nemen minder ruimte op de print in beslag (veel kleinere afmetingen dan een aluminium-elco met dezelfde capaciteit);&lt;br /&gt;
* hebben een zeer lage lekstroom;&lt;br /&gt;
* u kunt een kleinere waarde toepassen. 22&amp;amp;mu;F Tantaal komt overeen met een 150&amp;amp;mu;F Aluminium-elco.&lt;br /&gt;
In schema's wordt hetzelfde symbool toegepast als voor de aluminium-elco. In de onderdelenlijst wordt het echter specifiek aangegeven, wanneer er een Tantaal-elco wordt toegepast.&lt;br /&gt;
&amp;lt;br clear=&amp;quot;all&amp;quot; /&amp;gt;&lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
=== De transistor === &lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Transistor-01.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= 300px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 42&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Transistor&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
|Positie= Links&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Transistoren_Conrad.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= 300px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 43&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Diverse transistoren&lt;br /&gt;
|Bron= Conrad.nl&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
|Positie= Rechts&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
De benaming 'Transistor' is een samentrekking van 'TRANSfer' en 'varISTOR'.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In 1947 werd de transistor ontdekt door de heren Shockley, Bardeen en Brittain tijdens experimenten met het materiaal Germanium. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
V&amp;amp;ograve;&amp;amp;ograve;r die tijd gebruikte men Germanium voor het maken van diodes. De eerste transistor had ongeveer de afmetingen van een golfbal. Veel electronici gebruiken de afkorting 'tor'. Er bestaan twee hoofdsoorten transistoren: NPN en PNP.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Een transistor heeft een Collector, een Basis en een Emitter, respectievelijk aangegeven met C, B en E.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij een NPN-tor is de aansluiting: Vcc - Belasting - NPN-tor - Massa (zie fig.1 en fig.2 hieronder)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij een PNP-tor is de aansluiting: Vcc - PNP-tor - Belasting - Massa (zie fig.3 en fig.4 hieronder)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
([http://en.wikipedia.org/wiki/Vcc Vcc] is een term die veelvuldig in schema's wordt gebruikt en betekent 'Positieve voedingsspanning').&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De NPN-transistor is iets gemakkelijker te produceren en is daarom goedkoper. De NPN-transistor wordt daarom het meest gebruikt. &lt;br /&gt;
&amp;lt;br clear=&amp;quot;all&amp;quot; /&amp;gt;&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Transistor-02a.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= 450px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 44&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Schakelprincipe van een transistor&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
|Type= Schema&lt;br /&gt;
|Positie= Links&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
In fig.1 en fig.2 in schema 44 ziet u de spanningsniveau's bij een NPN-transistor. Wanneer we de ingang aan de massa leggen, dan spert T1 en ligt de uitgang op bijna hetzelfde niveau als de voedingsspanning (fig.1).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Leggen we de ingang aan de voedingspanning, dan geleidt T1 en ligt de uitgang aan massa (fig.2).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In fig.3 en fig.4 in schema 44 ziet u de spanningsniveau's bij een PNP-transistor.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wanneer we de ingang aan de voedingspanning leggen, spert T2 en ligt de uitgang op bijna hetzelfde niveau als de massa (fig.3).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Leggen we de ingang aan de massa, dan geleidt T2 en ligt de uitgang op bijna hetzelfde niveau als de voedingspanning (fig.4).&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot; style=&amp;quot;font-size: 90%;&amp;quot;&lt;br /&gt;
! colspan=&amp;quot;2&amp;quot; style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Onderdelenlijst&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| T1 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| BC547&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| T2 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| BC557 &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| R1 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 4k7&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| R2 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 47k&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
Van het schakelprincipe in afbeelding 45 maken we gebruik bij het schakelen van leds.&amp;lt;br clear=&amp;quot;all&amp;quot; /&amp;gt;&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Transistor-03.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= Zeer Groot&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 45&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Schakelgedrag van een transistor&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Schema&lt;br /&gt;
|Positie= Links&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= SMD-Transistor_Conrad.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= 95px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 46&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Transistor in SMD-uitvoering&lt;br /&gt;
|Bron= Conrad.nl&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
|Positie= Rechts&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&amp;lt;br clear=&amp;quot;all&amp;quot; /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Wanneer we bij een NPN-transistor (zie fig.1 en fig.2 in schema 45) de Basis aan een negatieve spanning leggen, dan spert de transistor en zijn de leds gedoofd (fig.1). Leggen we de basis aan een positieve spanning, dan geleidt de transistor en branden de leds (fig.2.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wanneer we bij een PNP-transistor (zie fig.3 en fig.4 in schema 45) de Basis aan een positieve spanning leggen, dan spert de transistor en zijn de leds gedoofd (fig.3). Leggen we de basis aan een negatieve spanning, dan geleidt de transistor en branden de leds (fig.4).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In het geval dat we ruimte willen besparen op de print, kunnen we inplaatst van de normale versie ook de SMD-uitvoering, zoals in afbeelding 44, toepassen.&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot; style=&amp;quot;font-size: 90%;&amp;quot;&lt;br /&gt;
! colspan=&amp;quot;2&amp;quot; style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Onderdelenlijst&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| T1 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| BC547&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| T2 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| BC557 &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| R1 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 10k&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| R2 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 1k2&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
{{Tabelonderschrift&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 46&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&amp;lt;br clear=&amp;quot;all&amp;quot; /&amp;gt;&lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
==== De Darlington-transistor ====&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Darlington-PNP-01.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= 155px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 47&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Darlington-transistor&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Een darlington-transistor of kortweg darlington, is een schakeling van twee in cascade gekoppelde transistoren in &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n behuizing. Deze dubbele transistor-configuratie werd in 1953 bedacht door de Amerikaanse elektrotechnicus Sidney Darlington. De stroomversterkingsfactor (hfe) van een darlington-transistor is bij benadering het product van de stroomversterkingsfactoren van de twee afzonderlijke transistoren, zodat een darlington een zeer grote stroomversterkingsfactor heeft. Er zijn darlingtons zonder- en m&amp;amp;eacute;t ingebouwde weerstanden. Ook zijn er darlingtons zonder- en m&amp;amp;eacute;t ingebouwde beveiligingsdiode. In afbeelding 50A is het inwendige schema van een BD 678 (PNP-type) weergegeven, met weerstanden en beveiligingsdiode. In afbeelding 50B is het schemasymbool van de Darlington (PNP-type) weergegeven.  &lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
=== De VDR ===&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Schemasymbool_vdr.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= 50px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 48&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Schemasymbool VDR&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
De VDR (Voltage Dependent Resistor) is een weerstand die op spanningsverandering reageert. Bij een lage spanning gedraagt de VDR zich als een gewone weerstand. Bij toenemende spanning neemt de weerstandswaarde af. Wordt ook gebruikt als beveiliging tegen te hoge spanningen.&lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
=== Voedingsberekeningen ===&lt;br /&gt;
Bij een zelfbouwvoeding moeten we een aantal berekeningen maken. Hieronder is &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n-en-ander uitgelegd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
We gaan een voeding maken met daarin een spanningsregelaar &amp;amp;mu;A7812. De voeding moet &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n amp&amp;amp;egrave;re kunnen leveren. Vuistregel voor de rimpelspanning is max. drie volt. Er wordt een bruggelijkrichter gebruikt, dus de frequentie van de gelijkgerichte spanning is 100 herz. &amp;amp;Eacute;&amp;amp;eacute;n periode duurt dus 0,01 sec. Met deze gegevens kunnen we de grootte van de buffer-elco berekenen. Dat doen we met de volgende formule:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
C = I / (T &amp;amp;times; U&amp;lt;sub&amp;gt;rimpel&amp;lt;/sub&amp;gt;). C is de gezochte waarde van de elco.  I = 1 (amp&amp;amp;egrave;re).  T = 100 (herz).  U&amp;lt;sub&amp;gt;rimpel&amp;lt;/sub&amp;gt; = 3 (volt).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De formule wordt dan: C = 1 / (100 &amp;amp;times; 3) ofwel C = 1 / 300 = 0,00333 farad.  C is dus 3333 &amp;amp;mu;F. Standaardwaarde = 3300 &amp;amp;mu;F.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Nu moeten we, voor de spanningsstabilisatie, rekening houden met het laagste punt van de rimpelspanning:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In het Fairchild Datasheet staat:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Citaat&amp;gt;&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
'(1) The input voltage must remain typically 2,0 volt above the output voltage even during the low point on the input ripple voltage.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(2) C&amp;lt;sub&amp;gt;i&amp;lt;/sub&amp;gt; is required if regulator is located an appreciable distance from power supply filter.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(3) C&amp;lt;sub&amp;gt;o&amp;lt;/sub&amp;gt; improves stability and transient response.'&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Einde citaat.&amp;lt;&amp;lt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het laagste punt van de rimpelspanning (zie lijn B in grafiek 49) moet dus ten allen tijde hoger liggen, dan de door de fabrikant aangegeven minimum ingangsspanning. Dan zijn we er zeker van dat de stabilisator ten allen tijde een voldoende hoge ingangsspanning krijgt en stabiel werkt. &lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Golfvorm-01.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= Zeer Groot&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 49&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Rimpelspanning&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
In grafiek 49 is de vorm van de spanning over de buffer-elco aangegeven.&lt;br /&gt;
Bij A is de Top-Top spanning aangegeven. Aan de grafiek is te zien dat hier een rimpelspanning van drie volt aanwezig is. Het gaat er nu om dat de spanning aan de onderzijde van de rimpel (aangegeven met de oranje lijn bij B) voldoende hoog is.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Voor de &amp;amp;mu;A7812 geeft de fabrikant een minimumspanning op van 14,5 volt. De rimpelspanning bedraagt 3 volt. De voedingspanning (Top-Top) op de ingang van de &amp;amp;mu;A7812 moet dan minimaal 14,5 + 3 = 17,5 volt bedragen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nu kunnen we berekenen hoeveel spanning de trafo secundair moet kunnen leveren:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De vereiste minimumspanning op de elco is 17,5 volt. Daar tellen we de drempelspanning over twee diodes (1,4 volt) bij op. Komen we op 17,5 + 1,4 = 18,9 volt. Deze waarde vermenigvuldigen we met 0,7 om de effective uitgangsspanning van de trafo te krijgen. We krijgen dan 18,9 &amp;amp;times; 0,7 = 13,23 volt. Deze waarde verhogen we met 10% om netspanningsvariaties op te kunnen vangen. We krijgen dan 14,55 volt.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De maximale uitgangstroom moet 1 amp&amp;amp;egrave;re bedragen. We nemen dan een trafo die 1,5 amp&amp;amp;egrave;re kan leveren. We kiezen hier voor een standaard trafo met 15 volt secundair/1,5 amp&amp;amp;egrave;re. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nu moeten we de werkspanning van de toegepaste elco berekenen;&lt;br /&gt;
U&amp;lt;sub&amp;gt;werkspanning&amp;lt;/sub&amp;gt; = U&amp;lt;sub&amp;gt;brug&amp;lt;/sub&amp;gt; x 2 ofwel U&amp;lt;sub&amp;gt;werkspanning&amp;lt;/sub&amp;gt; = 18,9 &amp;amp;times; 2 = 37,8 volt. We nemen nu de eerstvolgende standaard waarde die in de handel is, namelijk 50 volt.&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Basis_Stabvoeding.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= Normaal&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 50&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Basisschema&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Wanneer de afvlakelco (zie C&amp;lt;sub&amp;gt;a&amp;lt;/sub&amp;gt; in schema 51) zich op meer dan 10 cm afstand van de &amp;amp;mu;A7812 bevindt, moet volgens advies van de fabrikant -'C&amp;lt;sub&amp;gt;i&amp;lt;/sub&amp;gt; is required if regulator is located an appreciable distance from power Supply filter'- een tantaalelco (C&amp;lt;sub&amp;gt;i&amp;lt;/sub&amp;gt;) van 10&amp;amp;mu;F in de onmiddelijke nabijheid van de &amp;amp;mu;A7812 gemonteerd worden.&lt;br /&gt;
====&amp;lt;u&amp;gt;De koeling&amp;lt;/u&amp;gt;====&lt;br /&gt;
We gaan eerst berekenen hoeveel vermogen het IC moet dissiperen. Dat doen we met de formule: U&amp;lt;Sub&amp;gt;in&amp;lt;/Sub&amp;gt; - U&amp;lt;Sub&amp;gt;uit&amp;lt;/Sub&amp;gt; &amp;amp;times; I&amp;lt;Sub&amp;gt;max&amp;lt;/Sub&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
U&amp;lt;Sub&amp;gt;in&amp;lt;/Sub&amp;gt; = 19 volt. &amp;amp;nbsp; U&amp;lt;Sub&amp;gt;uit&amp;lt;/Sub&amp;gt; = 12 volt. &amp;amp;nbsp; I&amp;lt;Sub&amp;gt;max&amp;lt;/Sub&amp;gt; = 1 amp&amp;amp;egrave;re. Het IC moet dus (19 - 12) &amp;amp;times; 1 = 7 watt dissiperen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nu moet berekend worden of er een koelplaat noodzakelijk is. Dat doen we met de formule: P&amp;lt;Sub&amp;gt;t&amp;lt;/Sub&amp;gt; = (T&amp;lt;Sub&amp;gt;j&amp;lt;/Sub&amp;gt;-T&amp;lt;Sub&amp;gt;a&amp;lt;/Sub&amp;gt;) / R&amp;lt;Sub&amp;gt;j&amp;lt;/Sub&amp;gt;-a.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
P&amp;lt;Sub&amp;gt;t&amp;lt;/Sub&amp;gt; is het maximaal te dissiperen vermogen van het IC, zonder koelplaat.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
T&amp;lt;Sub&amp;gt;j&amp;lt;/Sub&amp;gt; is de maximaal toegestane chiptemperatuur volgens de datasheet, meestal 150&amp;amp;deg;C.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
T&amp;lt;Sub&amp;gt;a&amp;lt;/Sub&amp;gt; is de omgevingstemperatuur (deze stellen we op 40&amp;amp;deg;C).&amp;lt;br /&amp;gt; &lt;br /&gt;
R&amp;lt;Sub&amp;gt;j&amp;lt;/Sub&amp;gt;-a is de thermische weerstand van de chip naar de omgeving (in het geval van een &amp;amp;mu;A7812 in TO220-behuizing is deze 55&amp;amp;deg;C/W)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
We krijgen dan: P&amp;lt;Sub&amp;gt;t&amp;lt;/Sub&amp;gt; = (150-40) / 55 ofwel P&amp;lt;Sub&amp;gt;t&amp;lt;/Sub&amp;gt; = 2 watt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
We hebben hierboven berekend dat het te dissiperen vermogen 7 watt is en het IC zonder koelplaat maar 2 watt kan verwerken. Het IC moet dus gekoeld worden. Er moet nu berekend worden wat de thermische weerstand van de koelplaat moet zijn.&lt;br /&gt;
We berekenen de thermische weerstand (R&amp;lt;Sub&amp;gt;hs&amp;lt;/Sub&amp;gt;-a) voor de koelplaat met de formule: R&amp;lt;Sub&amp;gt;hs&amp;lt;/Sub&amp;gt;-a = (T&amp;lt;Sub&amp;gt;j&amp;lt;/Sub&amp;gt; - T&amp;lt;Sub&amp;gt;a&amp;lt;/Sub&amp;gt; / P&amp;lt;Sub&amp;gt;t&amp;lt;/Sub&amp;gt;) - (R&amp;lt;Sub&amp;gt;j&amp;lt;/Sub&amp;gt;-c) - (R&amp;lt;Sub&amp;gt;c&amp;lt;/Sub&amp;gt;-hs).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
T&amp;lt;Sub&amp;gt;j&amp;lt;/Sub&amp;gt; is de maximaal toegestane chiptemperatuur volgens de datasheet, meestal 150&amp;amp;deg;C.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
T&amp;lt;Sub&amp;gt;a&amp;lt;/Sub&amp;gt; is de omgevingstemperatuur (40&amp;amp;deg;C).&amp;lt;br /&amp;gt; &lt;br /&gt;
P&amp;lt;Sub&amp;gt;t&amp;lt;/Sub&amp;gt; is het maximaal te dissiperen vermogen, in dit geval 7 watt.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
R&amp;lt;Sub&amp;gt;j&amp;lt;/Sub&amp;gt;-c is de thermische weerstand van de chip naar de behuizing (in het geval van een &amp;amp;mu;A7812 in TO220-behuizing is deze 6).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
R&amp;lt;Sub&amp;gt;c&amp;lt;/Sub&amp;gt;-hs is de thermische weerstand tussen IC en koelplaat, meestal zo rond de 0,5&amp;amp;deg;C/W&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zetten we de waarden in de formule dan krijgen we: R&amp;lt;Sub&amp;gt;hs&amp;lt;/Sub&amp;gt;-a = (150 - 40)/ 7 - 6 - 0,5 ofwel 110 / 7 - 6,5 ofwel 15,71 - 6,5 = 9,2&amp;amp;deg;C/W&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nu willen we weten wat er gebeurt wanneer we de max. chiptemperatuur verlagen naar 125&amp;amp;deg;C:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
T&amp;lt;Sub&amp;gt;j&amp;lt;/Sub&amp;gt; is de maximaal toegestane chiptemperatuur volgens de datasheet, meestal 125&amp;amp;deg;C.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
T&amp;lt;Sub&amp;gt;a&amp;lt;/Sub&amp;gt; is de omgevingstemperatuur (40&amp;amp;deg;C).&amp;lt;br /&amp;gt; &lt;br /&gt;
P&amp;lt;Sub&amp;gt;t&amp;lt;/Sub&amp;gt; is het maximaal te dissiperen vermogen, in dit geval 7 watt.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
R&amp;lt;Sub&amp;gt;j&amp;lt;/Sub&amp;gt;-c is de thermische weerstand van de chip naar de behuizing (in het geval van een &amp;amp;mu;A7812 in TO220-behuizing is deze 3).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
R&amp;lt;Sub&amp;gt;c&amp;lt;/Sub&amp;gt;-hs is de thermische weerstand tussen IC en koelplaat, meestal zo rond de 0,5&amp;amp;deg;C/W&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zetten we deze waarden in de formule dan krijgen we: R&amp;lt;Sub&amp;gt;hs&amp;lt;/Sub&amp;gt;-a = (120 - 40)/ 7 - 3 - 0,5 ofwel 80 / 7 - 3,5 ofwel 11,42 - 3,5 = 7,9&amp;amp;deg;C/W&lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
=== De weerstand ===&lt;br /&gt;
De waarde van een weerstand wordt aangegeven in ohm, met het symbool &amp;amp;Omega;. In schema's wordt het symbool gebruikt zoals aangegeven in tekening 54. Een weerstand heeft geen polariteit, dus het maakt niets uit hoe u een weerstand aansluit.&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Weerst_symbool01.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= 40px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 51&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Schemasymbool van een weerstand&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
==== Typen Weerstanden ====&lt;br /&gt;
De weerstand bestaat in meerdere typen:&lt;br /&gt;
:* De koolfilmweerstand, waarop een dun laagje kool is aangebracht.&lt;br /&gt;
:* De metaalfilmweerstand, waarop een dun laagje metaal is aangebracht.&lt;br /&gt;
:* De draadgewonden weerstand. Bij dit type is een stuk weerstanddraad om een keramische kern gewikkeld. De lengte &amp;amp;eacute;n de diameter van de draad bepalen de weerstandswaarde.&lt;br /&gt;
==== Weerstandcodering ====&lt;br /&gt;
In schema's worden afkortingen voor de waarden gebruikt. Zouden we alle weerstandwaarden voluit in het schema noteren, dan zou het schema onleesbaar worden. De waarden worden aangegeven met een hoofdletter, zoals de T voor Terra ohm en de M voor Mega ohm, behalve de k&amp;amp;Omega;, die wordt als 'k' geschreven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij waarden van 1000 ohm en hoger gaat het zo: 1000 ohm = 1k, &amp;amp;nbsp; 4700 ohm = 4k7, &amp;amp;nbsp;  12000 ohm = 12k, &amp;amp;nbsp; 1000000 ohm = 1M, &amp;amp;nbsp; 3300000 ohm = 3M3 enz.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij waarden onder de 1000 ohm wordt een R achteraan de waarde toegevoegd; zo wordt 56 ohm geschreven als 56R, en 720 ohm als 720R.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij waarden onder de &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n ohm wordt het op deze manier aangegeven: er staat een R v&amp;amp;ograve;&amp;amp;ograve;r de waardeaanduiding: R47 = 0,47 ohm.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wanneer de letter R tussen de cijfers staat hebben we te maken met een weerstand met achter de komma een decimale waarde, bijvoorbeeld 1R8 = 1,8 &amp;amp;Omega; (vroeger werd bij de firma Philips de letter E gebruikt in plaats van de R. Een weerstand van 6E8 is dus hetzelfde als 6R8 en heeft dus een waarde van 6,8 &amp;amp;Omega;). &lt;br /&gt;
=== E-Reeksen ===&lt;br /&gt;
Weerstanden zijn ingedeeld in E-Reeksen. Een E-reeks is een vastgelegde, uniforme reeks van waarden. De volgende E-reeksen zijn in de handel: E6, E12, E24, E48, E96 en E192.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de E12-reeks (standaard waarden met 10% tolerantie) komen de volgende waarden voor: 10, 12, 15, 18, 22, 27, 33, 39, 47, 56, 68, 82. Tot deze reeks behoren b.v. de waarden 12 ohm, 220 ohm, 33 k&amp;amp;Omega;, 560 k&amp;amp;Omega; enz.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De waarden in de E-reeksen zijn zo gekozen dat de weerstandswaarden binnen de tolerantiegrenzen elkaar niet of nauwelijks overlappen, zoals te zien is in tabel 55.&lt;br /&gt;
==== Grenswaarden van de E12-reeks ====&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot; style=&amp;quot;font-size:90%; text-align:center;&amp;quot;&lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot; width=&amp;quot;45&amp;quot;| Waarde&lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot; width=&amp;quot;50&amp;quot;| Minimaal&lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot; width=&amp;quot;50&amp;quot;| Maximaal&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 10 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;|  9 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 11 &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 12 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 10,8 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 13,2 &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 15 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 13,5 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 16,5 &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 18 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;|	16,2 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 19,8&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 22 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 19,8 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 24,2&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 27 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;|	24,3 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 29,7&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 33 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 29,7 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 36,3&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 39 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 35,1 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 42,9&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 47 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 42,3 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 51,7&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 56 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 50,4 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 61,6&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 68 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 61,2 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 74,8&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 82 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 73,8 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;|  90,2&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
{{Tabelonderschrift&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 52&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
In de E24-reeks (weerstanden met 5% tolerantie) komen de volgende waarden voor: 10, 11, 12, 13, 15, 16, 18, 20, 22, 24, 27, 30, 33, 36, 39, 43, 47, 51, 56, 62, 68, 75, 82, 91. Tot deze reeks behoren b.v. de waarden 11 ohm, 240 ohm, 36k, 510k enz.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Over de E-reeksen is in de [http://nl.wikipedia.org/wiki/E-reeks WikiPedia] en via [http://www.google.nl Google] uitgebreidere informatie te vinden.&lt;br /&gt;
==== Kleurcodering van weerstanden ====&lt;br /&gt;
Weerstanden zijn voorzien van een gestandaardiseerde code in de vorm van gekleurde ringen.&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Weerst_code01.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= Zeer groot&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 53&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Kleurcodering van koolfilmweerstanden&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Tabel&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Bij &amp;lt;u&amp;gt;koolfilm-weerstanden&amp;lt;/u&amp;gt; staan vier ringen op de weerstand.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
We moeten de weerstand met de zilveren of gouden ring aan de rechterzijde houden (zie tabel 56). Daarna kunnen we aan de hand van de kleurcode (van links naar rechts lezend) de waarde achterhalen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Wanneer we een weerstand hebben met de kleuren: bruin-zwart-rood-goud, dan is de waarde 1 0 &amp;amp;times; 100 = 1000 ohm ofwel 1k, met een tolerantie van 5%.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Een weerstand met de kleuren oranje-wit-geel-rood heeft een waarde van 3 9 &amp;amp;times; 10k = 390k met een tolerantie van 2%.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Een weerstand met de kleuren groen-blauw-goud-goud heeft een waarde van 5 6 &amp;amp;times; 0,1 = 5,6 ohm met een tolerantie van 5%. Soms staan er maar drie ringen op de weerstand, dan heeft deze een tolerantie van 20%.&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Weerst_code02.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= Zeer groot&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 54&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Kleurcodering van metaalfilmweerstanden&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Tabel&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Bij &amp;lt;u&amp;gt;metaalfilm-weerstanden&amp;lt;/u&amp;gt; staan vijf (en soms zes) ringen op de weerstand.&lt;br /&gt;
We moeten de weerstand met de ringen aan de linkerzijde vasthouden (zie tabel 54). Daarna kunnen we aan de hand van de kleurcode de waarde achterhalen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Wanneer we een weerstand hebben met de kleuren: bruin-bruin-zwart-rood-goud, dan is de waarde 1 1 0 &amp;amp;times; 100 = 11k met een tolerantie van 5%. Een weerstand met de kleuren oranje-wit-zwart-rood-rood heeft een waarde van 3 9 0 &amp;amp;times; 100 = 39k met een tolerantie van 2%.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Een weerstand met de kleuren groen-blauw-bruin-blauw-groen heeft een waarde van 5 6 1 &amp;amp;times; 1M = 561 Mega ohm met een tolerantie van 0,5%. Een eventuele zesde ring geeft de temperatuurco&amp;amp;euml;ffici&amp;amp;euml;nt aan. (561 Mega ohm wordt in vaktermen '561 Meg' genoemd).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij het berekenen van weerstandswaarden dient u altijd af te ronden naar de eerstvolgende verkrijgbare hogere waarde, zie [[#Tolerantie|Tolerantie]].&lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
=== De Zenerdiode ===&lt;br /&gt;
Zenerdioden zijn genoemd naar C.M. Zener, een Amerikaanse natuurkundige, die het zener-effect ontdekte. De zenerdiode heeft, net als de gewone diode, een kathode en een anode. Op de behuizing zit een ring die de kathodezijde aangeeft. Er bestaan gewone zenerdioden, maar ook zenerdioden die het zgn. Avalance (Engels) of lawine-effect hebben. Bij de laatste typen neemt de inwendige weerstand plotseling sterk af van enkele tientallen Mega ohm tot ongeveer 100 &amp;amp;omega; wanneer ze in geleiding komen (c.q. doorslaan).&lt;br /&gt;
{{Afbeelding 2 naast elkaar &lt;br /&gt;
|Bestand= Zener_symbool01.gif&lt;br /&gt;
|Bestand2= Zener_symbool02.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= 40px &lt;br /&gt;
|Grootte2= 40px &lt;br /&gt;
|Volgnummer= 55&lt;br /&gt;
|Volgnummer2= 56&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Schemasymbool zenerdiode &lt;br /&gt;
|Omschrijving2= 2e Schemasymbool zenerdiode &lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
|Type2= Tekening&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom &amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Maker2= Fred Eikelboom &lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
De zenerdiode wordt normaliter aangesloten in sperrichting. Er bestaan echter ook zenerdiodes voor lage spanningen (lager dan twee volt), die in doorlaatrichting aangesloten dienen te worden. Zodra de aangelegde spanning boven de doorslagspanning (zenerspanning) komt, gaat de zenerdiode geleiden. De spanning over de zenerdiode blijft dan redelijk constant.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Er &amp;lt;u&amp;gt;moet&amp;lt;/u&amp;gt; in serie met de zenerdiode altijd een weerstand worden aangesloten (meestal aan de kathodezijde), om er voor te zorgen dat de maximale doorlaatstroom niet overschreden wordt. Voor een goede werking van de zenerdiode is een minimumstroom benodigd. Bij ongeveer 5 tot 10 milliamp&amp;amp;egrave;re bereiken we goede resultaten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Zenerdiodes zijn niet bruikbaar bij wisselspanning''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Mocht u denken dat u eventueel met twee- of meer tegengesteld geschakelde zenerdiodes bijv. de motorsnelheid zou kunnen 'temperen', dan komt u bedrogen uit. Daar een zenerdiode in tegengestelde stroomrichting als gewone diode werkt, zal er dus bij twee antiparellel staande zenerdiodes (van bijv. 12 volt) in beide richtingen nooit meer dan 0,6 volt over de zenerdiodes komen te staan. Zenerdiodes zijn dus alleen toepasbaar bij gelijkstroomtoepassingen. &lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
=== De tolerantie ===&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
| valign='center'| [[Bestand:Let-op.jpg|50px|center]]&amp;lt;small&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&amp;amp;nbsp;'''LET OP'''&amp;lt;/small&amp;gt;||valign='top'|&amp;amp;Eacute;&amp;amp;eacute;n van de zaken die bij elektronica in de gaten gehouden moeten worden, is de zogenaamde tolerantie bij de componenten. Hieronder wordt verstaan dat de waarde van een bepaalde component, bijvoorbeeld de [[Elektronica basis#weerstand|weerstand]], niet altijd is wat die moet zijn. Bedenk, dat het hier meestal gaat om onderdelen die in massa geproduceerd worden, vaak geheel machinaal, zoals weerstanden. De tolerantie wordt, normaal gesproken, op het onderdeel weergegeven.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bij een tolerantie van bijvoorbeeld 10% bij een weerstand van 50 ohm betekent dat, bij een spanning van 5 volt, dat de stroomsterkte door de weerstand tussen 90 en 110 milliamp&amp;amp;egrave;re kan zijn, een verschil van 20%! Meestal zal dat niet erg zijn, maar bij gevoelige componenten, zoals leds en transistoren, kan dat het 'overlijden' van de component betekenen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;small&amp;gt;(toegevoegd door Dick van der Knaap).&amp;lt;/small&amp;gt;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
''Daarom moet bij berekeningen van weerstandswaarden &amp;lt;u&amp;gt;altijd worden afgerond op de eerstvolgende hogere waarde&amp;lt;/u&amp;gt;''.&lt;br /&gt;
{{Linkssectie begin&lt;br /&gt;
|Box= AlleenInfo&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Encyclopedie:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Wat is een led&lt;br /&gt;
|Linknaam= Aanvullende informatie over de led&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Cursussen en handleidingen&lt;br /&gt;
|Linknaam= Cursus basis-elektronica (zie Cursussen)&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= GoldCaps&lt;br /&gt;
|Linknaam= Informatie over de GoldCap&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Stappenplan decoderinbouw &lt;br /&gt;
|Linknaam= Stappenplan decoderinbouw &lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Wat is een reed-contact&lt;br /&gt;
|Linknaam= Wat is een reed-contact&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Wisselaansturing met relais &lt;br /&gt;
|Linknaam= Wisselaansturing met relais&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie scheiding}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Beneluxspoor.net:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Forum-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 18&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= over spanningsregelaars/elco's.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie scheiding}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Externe websites:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Conrad-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 29 &amp;lt;!-- conrad tracking link --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Onderdelen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 439 &amp;lt;!-- circ --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= over imitatie halfgeleiders.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Elna-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 1&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Informatie over verschillende types PowerCaps (Goldcaps). (pdf, 20Mb, dus lange laadtijd!)&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Elna-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 2&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Technische informatie over PowerCaps (Goldcaps). (pdf)&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 24&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Aanvullende info over relais. &lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link NL-Wikipedia-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 1&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Meer over de condensator. (Component)&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link NL-Wikipedia-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 2&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Meer over de diode. (Component)&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link NL-Wikipedia-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 3&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Meer over de elco. (Component)&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link NL-Wikipedia-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 4&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Meer over de E-reeks.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link NL-Wikipedia-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 5&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Meer over de gelijkrichter.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link NL-Wikipedia-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 6&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Meer over de Goldcap (Duits). (Component)&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link NL-Wikipedia-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 7&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Meer over millihenry.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link NL-Wikipedia-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 8&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Meer over de potentiometer. (Component) &lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link NL-Wikipedia-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 9&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Meer over relais. &lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link NL-Wikipedia-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 52&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Meer over vonkblussing (snubber).&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link NL-Wikipedia-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 10&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Meer over de weerstand. (Component) &lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link NL-Wikipedia-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 11&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Meer over de Zenerdiode. (Component)&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Panasonic-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 1&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Informatie over verschillende types Goldcaps. (pdf)&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Panasonic-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 2&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Technische informatie over verschillende types Goldcaps. (pdf)&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 438 &amp;lt;!--sound.whsites.net--&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Meer over imitatie-halfgeleiders. &lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie einde}}&lt;br /&gt;
{{Voettekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Elektronica&lt;br /&gt;
|Volgende= Elektronica analoog&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Elektronica&lt;br /&gt;
}}{| width=&amp;quot;100%&amp;quot;&lt;br /&gt;
|- valign=&amp;quot;top&amp;quot;&lt;br /&gt;
! scope=&amp;quot;row&amp;quot; width=&amp;quot;77%&amp;quot; |&lt;br /&gt;
| &amp;lt;small&amp;gt;Laatste wijziging: 9 okt 2017 12:07&amp;lt;/small&amp;gt;&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
[[Categorie: Alles|E]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Artikel|Elektronica Basis]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Bedrading|E]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Elektronica|E]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Elektronica analoog|E]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Led|E]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: S88|E]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Fred Eikelboom|E]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Dick</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Elektronica_basis&amp;diff=44443</id>
		<title>Elektronica basis</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Elektronica_basis&amp;diff=44443"/>
				<updated>2017-10-21T05:21:51Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Dick: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Koptekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Elektronica&lt;br /&gt;
|Volgende= Elektronica analoog&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Elektronica&lt;br /&gt;
|Auteur= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Inhoudsopgave||Klein|GeenTekst}}&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
| valign='center'| [[Bestand:Let-op.jpg|50px|center]]&amp;lt;small&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&amp;amp;nbsp;'''LET OP'''&amp;lt;/small&amp;gt;||valign='top'|&amp;lt;b&amp;gt;Een waarschuwing:&amp;lt;/b&amp;gt; er zijn, sinds een aantal jaren, imitatie-onderdelen op de markt. Dit zijn vervalsingen van de echte halfgeleiders, zoals o.a. 2N3055 en BD679. Kijk dus zeer goed uit waar u de onderdelen koopt! Zie ook de links bij [[Elektronica basis#Meer informatie|'Meer informatie']].&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
=== De bruggelijkrichter (brugcel) ===&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Gelijkrichter02.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= 180px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 01&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Bruggelijkrichters&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
|Positie= Links&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Netspanning-01.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= 150px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 02&lt;br /&gt;
|Omschrijving= De sinusvormige golf van de netspanning&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
|Positie= Rechts&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;!--deze tussenruimte zo laten i.v.m. de layout--&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bruggelijkrichters dienen om een wisselspanning in een gelijkspanning om te zetten. De wisselspanning van het lichtnet heeft een frequentie van 50 herz (Hz), ofwel 50 perioden per seconde. In tekening 02 is de sinusvorm van de netspanning weergegeven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Er bestaan drie basisschakelingen, zie tekening 03:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
1) de enkelfazige/enkelzijdige met &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n diode (zie fig. 1). Frequentie op de uitgang = 50 herz.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
2) de dubbelfazige/dubbelzijdige met twee diodes en een middenaftakking op de trafo (zie fig. 2). Frequentie op de uitgang = 100 herz. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
3) de dubbelfazige/dubbelzijdige met een bruggelijkrichter (zie fig. 3). Frequentie op de uitgang = 100 herz.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In dit voorbeeld gebruiken we een trafo met secundair een spanning van 12 volt wisselspanning (AC).&lt;br /&gt;
De dioden in fig. 1 en fig. 2 (zie afbeelding 03) moeten minstens een [[Elektronica basis#Diode|sperspanning]] hebben van twee &amp;amp;times; de topwaarde van de wisselspanning.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De bruggelijkrichter bestaat uit vier dioden in een behuizing, de brugcel (zie links op tekening 01) of uit vier losse dioden die in brug geschakeld zijn (zie rechts op tekening 01). Dit is de Graetz-schakeling, genoemd naar de uitvinder ervan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Achter de gelijkrichter hebben we een pulserende gelijkspanning, daarom wordt een elco geplaatst (met grote capaciteit) om de rimpelspanning te verminderen. De onbelaste spanning achter de elco is 1,414 &amp;amp;times; de wisselspanning die op de ingang van de gelijkrichter staat, minus de drempelspanning over twee diodes (1,4 volt). Dus bij een ingangsspanning van 12 volt wisselspanning staat er op de elco een spanning van: (12 &amp;amp;times; 1,414) - 1,4 = 15,56 volt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In figuur 2 (zie tekening 03) geleidt afwisselend diode A of B. In figuur 3 (zie tekening 03) geleiden afwisselend de diodeparen A en A' of B en B'. Aan de rechterzijde van tekening 03 is de vorm van de uitgangsspanning weergegeven.&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Gelijkrichter-01.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= 350px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 03&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Gelijkrichtschakelingen&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
In tekening 04 ter verduidelijking van de werking nogmaals de schakeling uit figuur 2 hierboven. Tijdens de positieve fase van de netspanning geleidt diode A (zie fig. 1A) en tijdens de negatieve fase van de netspanning geleidt diode B (zie fig. 1B). Daar de netfrequentie 50 herz. is, en tijdens de negatieve &amp;amp;eacute;n positive fase van de netspanning een diode in geleiding is, staat op de uitgang (+) een pulserende gelijkspanning met een frequentie van 100 herz.&lt;br /&gt;
{{Afbeelding 2 naast elkaar &lt;br /&gt;
|Bestand= Gelijkrichter-05.gif&lt;br /&gt;
|Bestand2= Gelijkrichter-06.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= Zeer Klein &lt;br /&gt;
|Grootte2= Zeer Klein &lt;br /&gt;
|Volgnummer= 04 &lt;br /&gt;
|Volgnummer2= 05&lt;br /&gt;
|Omschrijving= De werking van de schakeling met twee diodes &amp;amp;nbsp; &amp;amp;nbsp; &lt;br /&gt;
|Omschrijving2= De werking van de schakeling met vier diodes &lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
|Type2= Tekening&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Maker2= Fred Eikelboom&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt; &lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
In tekening 05 ter verduidelijking van de werking nogmaals de schakeling uit figuur 3 hierboven (zie tekening 03). Tijdens de positieve fase van de netspanning geleiden de diodes A en A' (zie fig. 2A). Tijdens de negatieve fase van de netspanning geleiden diodes B en B' (zie fig. 2B). Daar de netfrequentie 50 herz. is, en er bij zoweel de negatieve als de positieve fase van de netspanning twee diodes geleiden, staat op de uitgang (+) een pulserende gelijkspanning met een frequentie van 100 herz.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Code&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op een brugcel staat een code: de B van brug, dan de maximale spanning: bijv. 40 volt, daarna de C van Current (stroom in milliamp&amp;amp;egrave;re), en daarachter de maximaal toelaatbare continu-stroom, in dit geval 2200 milliamp&amp;amp;egrave;re oftwel 2,2 Amp&amp;amp;egrave;re (zie tekening 01). In tekening 06 is een bruggelijkrichter weergegeven met een maximale spanning van 40 volt en een maximale stroom van 5000 milliamp&amp;amp;egrave;re ofwel vijf amp&amp;amp;egrave;re. &lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Gelijkrichter03.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= 150px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 06&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Brugcel (bruggelijkrichter)&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Er zijn ook typen waarop achter de C twee waarden aangegeven staan: bijv. C3300/2200. Het eerste getal is de maximaal toelaatbare continu-stroom, wanneer de brugcel op een voldoende groot koelelement gemonteerd is, &amp;amp;eacute;n er koelpasta tussen de brugcel en het koelelement aangebracht is. Het tweede getal (achter de schuine streep) is de maximaal toelaatbare stroom, wanneer de brugcel vrij opgesteld is, dus zonder aanvullende koelingmaatregelen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Afvlakking van de uitgangsspanning&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Afvlakking-01.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= Zeer Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 07&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Afvlakking van de rimpel m.b.v. een elco&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Achter de gelijkrichter (dus op + en -) is een pulserende gelijkspanning ('rimpelspanning' genoemd) aanwezig, en daar is de meeste apparatuur niet voor ontworpen. Die apparatuur verwacht een behoorlijk afgevlakte spanning (gelijkspanning, met zo klein mogelijke rimpel). Daarom wordt over de plus en min van de gelijkrichter een elco met grote capaciteit geplaatst (zie tekening 07) om de rimpelspanning te verminderen c.q. af te vlakken. De uitgangsspanning noemt men daarom 'afgevlakte gelijkspanning'. De waarde van de elco (aantal &amp;amp;mu;F) is afhankelijk van de grootte van de uitgangsstroom.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Rimpelspanning-01.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= Zeer Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 08&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Slecht afgevlakte spanning met grote rimpel&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Bij enkelzijdige gelijkrichting met &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n diode zal op de buffer-elco een grote rimpel staan. De uitgangsspanning bevat dan een rimpel die veel te groot is om gevoelige apparatuur te kunnen voeden (zie tekening 08). We kunnen deze rimpel nog wel verkleinen door een aantal zeer grote elco's parallel te schakelen, maar vanwege de ruimte die dit inneemt (en de kosten) gebruikt men voor het merendeel voedingen met bruggelijkrichter.&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Rimpelspanning-02.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= Zeer Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 09&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Afgevlakte spanning met kleine rimpel&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Bij dubbelzijdige gelijkrichting (d.m.v. een bruggelijkrichter) zal op de buffer-elco een veel kleinere rimpel staan, omdat de frequentie van het aantal pulsen nu verdubbeld is (zie tekening 09).&lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
=== De condensator ===&lt;br /&gt;
Bij condensatoren onderscheiden we twee hoofdtypen. De gewone condensator, die niet gepolariseerd is (geen plus en min heeft), en de [[#Elektrolytische_Condensator (elco)|Elektrolytische_Condensator. (elco)]], die w&amp;amp;egrave;l gepolariseerd is (een plus en min heeft). In schema's wordt een gewone condensator aangegeven zoals afgebeeld in tekening 10.&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Condensator_symbool01.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= 50px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 10&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Schemasymbool van een condensator&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Een condensator wordt gebruikt voor verschillende doeleinden, zoals ontstoring (bijv. op de elektromotor van een model-locomotief of model-treinstel). Dit type condensator heeft, zoals we hierboven al aangaven, geen polariteit, in tegenstelling tot de elco. Het maakt dus niets uit hoe we dit type condensator aansluiten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De waarde van een condensator wordt in farad als volgt aangegeven: nF, pF, &amp;amp;mu;F en F. 1 &amp;amp;mu;F = 1000nF = 1000000pf. &amp;amp;mu;F= microfarad, nF = nanofarad en pF = picofarad.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De waardeaanduiding op een condensator met kleine waarde bestaat uit een code;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bijvoorbeeld u33 = 0,33&amp;amp;mu;F of u1 = 0,1&amp;amp;mu;F. Dus: het opgedrukte getal direkt achter de komma zetten is de waarde.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Staan er all&amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n getallen op de condensator, dan gaat het zo;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het meest rechtse getal is de vermenigvuldigingsfactor: 2 = &amp;amp;times; 100, 3 = &amp;amp;times; 1000,  4 = &amp;amp;times; 10000 enz.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
472 = 47 &amp;amp;times; 100 = 4700 pf = 4,7nF = 0,0047&amp;amp;mu;F; &amp;amp;nbsp; 223 = 22&amp;amp;times;1000 = 22000 pF = 22nF = 0,022&amp;amp;mu;F; &amp;amp;nbsp; 473 = 47&amp;amp;times;1000 = 47000 pF = 47nF = 0,047&amp;amp;mu;F;  &amp;amp;nbsp; 102 = 10&amp;amp;times;100 = 1000pF = 1nF = 0,001&amp;amp;mu;F.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hier volgt een tabel met een aantal codes:&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot; style=&amp;quot;font-size:90%; text-align:right;&amp;quot;&lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot; width=&amp;quot;40&amp;quot;| Code&lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot; width=&amp;quot;60&amp;quot;| Picofarad&amp;lt;br /&amp;gt; (pF)&lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot; width=&amp;quot;60&amp;quot;| Nanofarad&amp;lt;br /&amp;gt; (nF)&lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot; width=&amp;quot;65&amp;quot;| Microfarad&amp;lt;br /&amp;gt; (&amp;amp;mu;F)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 102 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 1000 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 1  ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;|0,001&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 152 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 1500 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 1,5 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 0,0015&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 222 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 2200 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 2,2 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;|0,0022            &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 332 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 3300 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 3,3 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 0,0033            &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 472 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;|4700 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 4,7 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;|0,0047            &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 682 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 6800 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 6,8 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 0,0068 &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 103 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 10000 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 10 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;|0,01                &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 153 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 15000 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 15 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 0,015              &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 223 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 22000 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 22 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;|0,022              &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 333 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 33000 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 33 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 0,033 &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 473 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 47000 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 47 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;|0,047              &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 683 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 68000 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 68 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 0,068              &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 104 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 100000 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 100 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;|0,1                  &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 154 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 150000 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 150 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 0,15                &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 224 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 220000 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 220 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;|0,22                &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 334 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 330000 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 330 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 0,33                &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 474 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 470000 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 470 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 0,47&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
{{Tabelonderschrift&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 11&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Achter de cijfers kan een letter staan, deze duidt de tolerantie aan.&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot; style=&amp;quot;font-size:90%; text-align:center;&amp;quot;&lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot; width=&amp;quot;50&amp;quot;| Lettercode&lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot; width=&amp;quot;65&amp;quot;| Tolerantie&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| B ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| +/- 0,10p&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| C ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| +/- 0,25p&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| D ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| +/- 0,5p&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| E ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 0,5%&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| F ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 1%&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| G ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 2%   &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| H ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 3%&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| J ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 5%&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| K ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 10%&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| M ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 20%&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| N ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 30%&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| P ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| +100%/-0%&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| Z ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| +80/-20%&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
{{Tabelonderschrift&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 12&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
=== De diode ===&lt;br /&gt;
De diode, die maar in &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n richting stroom doorlaat, wordt o.a. gebruikt voor gelijkrichting. Een diode heeft twee aansluitingen, de anode en de kathode. De stroom loopt van anode naar kathode door de diode. De anode is dus de pluszijde.&lt;br /&gt;
{{Afbeelding 2 naast elkaar &lt;br /&gt;
|Bestand= Schemasymbool_diode01.gif&lt;br /&gt;
|Bestand2= Diode_kenmerk-01.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= 50px &lt;br /&gt;
|Grootte2= 50px &lt;br /&gt;
|Volgnummer= 13&lt;br /&gt;
|Volgnummer2= 14&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Schemasymbool van een diode &lt;br /&gt;
|Omschrijving2= De kathode is op de diode aangegeven met een streep &lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
|Type2= Tekening&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom &amp;amp;nbsp; &amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Maker2= Fred Eikelboom &lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
In tekening 13 staat het schema-symbool van de diode. Het streepje geeft de kathode aan. Ook op de behuizing is een streep afgedrukt. Deze streep geeft eveneens de kathode aan (zie tekening 14).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij het zelfbouwen van modelspoor-elektronica worden de 1N4148, 1N4007, BYV28-200 of 1N5408 vaak gebruikt. De 1N4148 kan 150 milliamp&amp;amp;egrave;re verwerken bij maximaal 75 volt. De 1N4007 kan maximaal &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n amp&amp;amp;egrave;re verwerken bij 1000 volt. De BYV28-200 kan maximaal drie amp&amp;amp;egrave;re verwerken bij 200 volt en de 1N5408 kan maximaal drie amp&amp;amp;egrave;re verwerken bij 1000 volt. De BYV28-200 is uitermate geschikt voor detectieschakelingen (vier diodes, in combinatie met een stuk ge&amp;amp;iuml;soleerde rails).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
==== De sperspanning ====&lt;br /&gt;
De hierboven vermelde spanningen betreffen de sperspanning van de diode. De sperspanning is de spanning die de diode in tegengestelde richting (dus niet in de doorlaatrichting) kan weerstaan. Wordt de spanning hoger, dan slaat de diode door en is onherstelbaar defect!&lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
=== De elektrolytische condensator (afgekort: elco) ===&lt;br /&gt;
In schema's wordt een elco aangegeven zoals afgebeeld in tekening 15.&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Elco_symbool01.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= 50px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 15&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Schemasymbool van een elco&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
De elektrolytische condensator (deze lange naam werd ongeveer 50 jaar geleden al afgekort tot elco) is ook een condensator, maar dan een condensator die leverbaar is met een zeer grote elektrische capaciteit, zoals 10000 &amp;amp;mu;F of 33000 &amp;amp;mu;F. Er zijn echter ook elco's leverbaar met kleinere waarden, zoals bijvoorbeeld 0,1 &amp;amp;mu;F of 0,33 &amp;amp;mu;F. De elco heeft een speciale eigenschap, hij is namelijk gepolariseerd (ook wel polair genoemd). Dat betekent dat de elco een positieve pool (de plus), en een negatieve pool (de min) heeft.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De benaming elco betekent dat de elco gevuld is met een elektroliet. Deze elektroliet bevindt zich tussen twee stroken opgerold materiaal: de kathode, bestaande uit aluminiumfolie, en de anode, bestaande uit sterk opgeruwd aluminiumfolie, met daarop een dun laagje aluminiumoxide. Deze elektroliet bevindt zich tussen twee stroken opgerold materiaal: de kathode, bestaande uit aluminiumfolie, en de anode, bestaande uit sterk opgeruwd aluminiumfolie, met daarop een dun laagje aluminiumoxide. &lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Elcoos.GIF&lt;br /&gt;
|Grootte= 450px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 16&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Aansluitingen van diverse typen elco's&lt;br /&gt;
|Maker= Klaas Zondervan&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Er zijn twee hoofdtypen elco's te onderscheiden:&lt;br /&gt;
:* De axiale elco, waarbij aan weerszijden van de behuizing een aansluitdraad zit.&amp;lt;br /&amp;gt;Bij de &amp;lt;i&amp;gt;axiale&amp;lt;/i&amp;gt; elco is op de behuizing aangegeven wat de plus- of min-aansluiting is (zie rechts op tekening 16 hierboven).&lt;br /&gt;
:* De radiale elco, waarbij beide aansluitdraden aan &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n zijde van de behuizing zitten.&amp;lt;br /&amp;gt;Bij de &amp;lt;i&amp;gt;radiale&amp;lt;/i&amp;gt; elco is door middel van een lengteverschil van de aansluitdraden aangegeven, wat plus en min zijn. De langste draad is hierbij de plus-aansluiting. Meestal is ook op de behuizing met een grijze band aangegeven wat de min-aansluiting is (zie links op tekening 16 hierboven). &lt;br /&gt;
De waarde van een elco wordt in schema's in farad of microfarad aangegeven: 1 &amp;amp;mu;F = &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n microfarad. Een elco met een waarde van &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n farad wordt als volgt aangegeven: 1F ofwel 1.000.000 &amp;amp;mu;F. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij waarden onder de &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n microfarad wordt het op deze manier aangegeven: er staat een &amp;amp;mu;-teken v&amp;amp;ograve;&amp;amp;ograve;r de waardeaanduiding: &amp;amp;mu;47 = 0,47 &amp;amp;mu;F.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een elco kan stroom opslaan (net als een accu) en wordt dan ook vaak voor dat doel gebruikt. De bekendste toepassing is het afvlakken van de gelijkgerichte spanning in voedingen ('afvlakken' betekent vermindering van de rimpelspanning) en bij led-verlichting in rijtuigen (led-strips) kunnen we de elco gebruiken om het knipperen van de leds tegen te gaan.&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
| valign='center'| [[Bestand:Let-op.jpg|50px|center]]&amp;lt;small&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&amp;amp;nbsp;'''LET OP'''&amp;lt;/small&amp;gt;||valign='top'|Een elco mag nooit op een wisselspanning (AC) aangesloten worden, anders raakt deze binnen de kortste keren defect, vanwege oververhitting! En een elco mag nooit verkeerd-om op de voedingsspanning aangesloten worden, dat overleeft de elco ook niet!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Let er ook goed op dat u de elco's &amp;lt;u&amp;gt;niet in serie&amp;lt;/u&amp;gt; zet, want dan ''verminderd de waarde''. Dus: parallel = 1000 + 1000 = 2000 &amp;amp;mu;F en in serie wordt het 1/Cx = 1/C1 + 1/C2 = 1/1000 + 1/1000 = 2/1000  ---&amp;gt;  Cx = 1000/2 = 500 &amp;amp;mu;F!&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
Pas op voor het kortsluiten van een elco. Bij een elco van 100&amp;amp;mu;F kan al een stroom van 20 amp&amp;amp;egrave;re gaan lopen!&lt;br /&gt;
=== Elco's parallel schakelen===  &lt;br /&gt;
Wanneer u meer elco-capaciteit, stel 2000 &amp;amp;mu;F i.p.v. 1000 &amp;amp;mu;F, wilt hebben, dan kunt u twee elco's van 1000 &amp;amp;mu;F parallel schakelen (plus van elco1 aan plus van elco2 en min van elco1 aan min van elco2). De twee elco's samen hebben dan een waarde van 2000 &amp;amp;mu;F. Bij meerdere elco's parallel moet u de waarden bij elkaar optellen. &lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
| valign='center'| [[Bestand:Let-op.jpg|50px|center]]&amp;lt;small&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&amp;amp;nbsp;'''LET OP'''&amp;lt;/small&amp;gt;||valign='top'|Een elco mag nooit kortgesloten worden, omdat er dan kortstondig een zeer grote stroom gaat lopen!&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wilt u een snel een elco ontladen, doe dit dan ''altijd'' via een weerstand van minimaal 470 ohm, anders bekort u de levensduur van de elco sterk.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
=== De Goldcap ===&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= GoldCaps F-type.png&lt;br /&gt;
|Grootte= Zeer klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 19&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Goldcaps Type F&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Foto&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
De GoldCap is een dubbellaags elektrolytische condensator. Vakterm: ELDC ofwel Electric Double Layer Capacitor. De GoldCaps hebben een maximale werkspanning van 2,3, 2,5, 2,7 3,6, 5,5 en 6,3 volt. De dubbellaags condensator is o.a. ook onder de namen PowerCaps, DynaCaps of GreenCaps in de handel.&lt;br /&gt;
GoldCaps hebben een trage laad- en ontlaadtijd. Zie het artikel 'GoldCaps' bij [[Elektronica basis#Meer informatie|'Meer informatie']].&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Toevoeging 27-12-2015: In een nieuwe datasheet van de fabrikant staat een grafiek met daarin de spanningen na 1 uur, 100 uur en 200 uur opladen.&lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
=== De JFET ===&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= JFET-01.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= Zeer Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 20&lt;br /&gt;
|Omschrijving= JFET (Junction Field Effect Transistor)&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
De benamig JFET staat voor Junction Field Effect Transistor, in het Nederlands: Verbindings Veld Effect Transistor ('Verbinding' slaat op het feit dat de gate intern metallisch met de source/drain van de transistor verbonden is). Het is een unipolaire transistor met drie aansluitingen: de source (S), de drain (D) en de gate (G). De stroom loopt van Drain naar Source. De JFET wordt o.a. in hoogfrequent apparatuur toegepast. De JFET noemt men unipolair, (in tegenstelling tot een gewone transistor, die bipolair is) omdat slechts &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n soort ladingsdrager (gaten of elektronen) deelneemt aan de stroom tussen source en drain. De spanning op de gate zorgt voor het sturen van de stroom van source naar drain. De JFET is namelijk spanninggestuurd, in tegenstelling tot een gewone transistor, die stroomgestuurd is. In tegenstelling tot een 'gewone' transistor, loopt bij een JFET dus geen stroom van betekenis door de gate, zoals door de basis van een transistor. Pas op! Een JFET is gevoelig voor elektrostatische lading.&lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
=== De led ===&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Schemasymbool_LED.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= 50px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 21&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Schemasymbool van de led&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
De led is een diode (die maar in &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n richting stroom doorlaat), maar wel een bijzondere: in doorlaatlichting aangesloten, zendt de led licht uit. De led heeft, net als een gewone diode, twee aansluitingen, de anode en de kathode. In afbeelding 21 ziet u het schema-symbool van de led. Het streepje geeft de kathode aan. Bij de standaard leds is &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n aansluitpen langer dan de andere. De langste pen geeft de kathode aan. Ook zijn er leds die aan de behuizing een plat vlakje hebben. Ook dit geeft de kathode aan. Een led werkt anders dan een gewone gloeilamp, en heeft daarom een voorschakelweerstand/serieweerstand nodig om de stroom door de led te beperken tot een veilige waarde.&lt;br /&gt;
=== De drempelspanning van de led ===&lt;br /&gt;
De vuistregel is ongeveer 2 volt voor (normale) rode, gele, oranje en groene leds en 3 volt voor (warm) witte, blauwe en high efficiency groene leds. Wilt u het exact weten, dan kunt u deze waardes vinden via Google in de datasheet&amp;lt;br / &amp;gt; &lt;br /&gt;
Door het verschil in drempelspanning kunt u geen witte led (3 volt) met een rode led (2 volt) in serie zetten. Beide kleuren leds krijgen dan namelijk dezelfde stroomsterkte, en dat kon nog wel eens een heel uiteenlopende helderheid opleveren! Sluit dus rode en witte leds altijd via een eigen voorschakelweerstand aan.&amp;lt;br /&amp;gt;  &lt;br /&gt;
Voor het berekenen van de waarde van de voorschakelweerstand (serieweerstand) verwijzen wij naar het artikel [[Minimale led voorschakelweerstand berekenen]].&lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
=== De MOSFET ===&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= MOSFET-01.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= Zeer Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 22&lt;br /&gt;
|Omschrijving= MOSFET (Metal Oxide Semiconductor Field Effect Transistor)&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
De benamig MOSFET staat voor Metal Oxide Semiconductor Field Effect Transistor.  Het is een unipolaire transistor, met drie aansluitingen: de source (S), de drain (D) en de gate (G). De stroom loopt van Drain naar Source. De MOSFET wordt o.a. in decoders toegepast. De MOSFET noemt men unipolair, (in tegenstelling tot een gewone transistor, die bipolair is) omdat slechts &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n soort ladingsdrager (gaten of elektronen) deelneemt aan de stroom tussen source en drain. De spanning op de gate zorgt voor het sturen van de stroom van source naar drain. De MOSFET is namelijk spanninggestuurd, in tegenstelling tot een gewone transistor, die stroomgestuurd is. Een ander verschil met een 'gewone' transistor is, dat er bij een MOSFET geen stroom van betekenis door de gate loopt, zoals door de basis van een transistor.&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
| valign='center'| [[Bestand:Let-op.jpg|50px|center]]&amp;lt;small&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&amp;amp;nbsp;'''LET OP'''&amp;lt;/small&amp;gt;||valign='top'|Pas op! Een MOSFET is gevoelig voor elektrostatische lading. Gebruik een geaard polsbandje bij het omgaan met dit onderdeel.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
=== De NTC ===&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Schemasymbool_ntc.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= 50px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 23&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Schemasymbool NTC&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
De NTC is een weerstand die op temperatuur(verandering) reageert. De afkorting staat voor: Negatieve Temperatuur Coefficiënt. Wanneer de NTC koud is, heeft deze een hoge weerstandswaarde. Bij verwarming (temperatuurstijging) neemt de weerstandswaarde af. NTC's worden onder andere gebruikt bij temperatuurmetingen.&lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
=== De OpAmp ===&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= OpampUA741-01.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= 300px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 24&lt;br /&gt;
|Omschrijving= OpAmp (Operational Amplifier)&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Een OpAmp (Operational Amplifier) zoals bijv. de &amp;amp;mu;A741 (zie tekening 24) heeft een inverterende ingang (in het schema aangeduid met een minteken) en een niet-inverterende ingang (in het schema aangeduid met een plusteken, zie tekening 25). De OpAmp heeft de eigenschap dat hij het verschil tussen de spanningen op zijn ingangs-pinnen als uitgangsspanning zal willen geven (de uitgangsspanning kan uiteraard echter niet hoger dan de voedingsspanning worden). De spanning op de inverterende ingang, zal ge&amp;amp;iuml;nverteerd naar buiten gebracht worden.&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= OpampUA741-02.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= 135px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 25&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Offset-instelling&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Schema&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Om de uitgangsspanning precies op nul volt af te kunnen regelen, (wanneer de beide ingangen op gelijk potentiaal staan), zijn de offset-ingangen aanwezig.&lt;br /&gt;
Door middel van een [[Elektronica basis#Potentiometer|potentiometer]] kunnen we de uitgang precies op nul instellen (zie schema 25). Een zeer bekende OpAmp is de &amp;amp;mu;A741.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Kijk voor de zekerheid even op: [http://www.datasheetcatalog.com www.datasheetcatalog.com] of op: [http://www.alldatasheet.com www.alldatasheet.com] voor de specificaties. Er zijn namelijk typen voor max. 18 volt en voor max. 22 volt! &lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
=== De optocoupler ===&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= OptoCoupler.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= 270px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 26&lt;br /&gt;
|Omschrijving= OptoCouplers voor DC en AC ingangsspanningen&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
De OptoCoupler dient om twee cirquits elektrisch te scheiden, zodat er geen galvanische koppeling tussen beiden is. Wordt bijvoorbeeld gebruikt om een gedeelte van schakeling waarop netspanning aanwezig is, van het laagspannings gedeelte te scheiden. Door hier gebruik te maken van een OptoCoupler kunnen we veilig signalen overdragen van het ene naar het andere circuit.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij de modelbaan wordt de OptoCoupler vaak gebruikt om de elektronica (zoals bijv. S88-printen en wisselaansturings-printen) van de digitale railspanning gescheiden te houden. Veelgebruikte OptoCouplers zijn hier de ILQ620, LTV814, LTV844 en PC 814. Dit zijn AC couplers, bedoeld voor wisselspanning op de ingang. De PC817 is een vaak toegepaste DC optocoupler, bedoeld voor gelijkspanning op de ingang.&lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
=== De potentiometer ===&lt;br /&gt;
De potentiometer (vaak afgekort tot 'potmeter') is een weerstand die instelbaar of regelbaar is. &lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Potmeters-01.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= 120px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 27&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Schemasymbolen Potentiometer&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
|Positie= Links&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Afbeelding 2 naast elkaar &lt;br /&gt;
|Bestand= Potmeter_Conrad440891.jpg&lt;br /&gt;
|Bestand2= InstelPotmeter_Conrad430862.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= Zeer klein&lt;br /&gt;
|Grootte2= Zeer klein &lt;br /&gt;
|Volgnummer= 28&lt;br /&gt;
|Volgnummer2= 29&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Potentiometer&lt;br /&gt;
|Omschrijving2= Instel-potentiometer&lt;br /&gt;
|Bron= Conrad.nl &lt;br /&gt;
|Bron= Conrad.nl&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt; &lt;br /&gt;
|Positie= Rechts&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Een potmeter heeft een sleper die over een koolbaan (of een draadgewonden weerstand) glijd. Er bestaan draaipotmeters (onderverdeeld in instelbare en continu regelbare typen) en schuifpotmeters.&amp;lt;br /&amp;gt; &lt;br /&gt;
Het type met een koolbaan kan geen hoge stroomsterktes verdragen. Doorgaans is 150 tot 200 milliAmp&amp;amp;egrave;re het maximum.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het draaibare type, de gewone potmeter (zie: schemasymbool 'B' midden in tekening 30 en afbeelding 31), heeft een as, waarop een knop gemonteerd kan worden (zie bijvoorbeeld de volumeregelaar op een audio-versterker.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Schuifpotmeters werken hetzelfde als draaipotmeters, alleen is hier de sleper lineair verstelbaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De instelpotmeter (zie schemasymbool 'A' links in tekening 27 en afbeelding 28) heeft een gleuf of kruisvormige opening in het centrum, waar een schroevendraaier in past om de potmeter in te kunnen stellen. Dit type treffen we aan op printen, en deze dienen bijvoorbeeld voor het instellen van spanningen. De instelpotmeter wordt dan als variabele spanningsdeler toegepast (zie schemasymbool 'C' rechts in tekening 28). De spanning op de sleper (het middencontact) kan hiermee op elke gewenste waarde tussen de voedingsspanning en de massa ingesteld worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij draai-potmeters maakt men ook nog een onderscheid tussen lineaire of logaritmische typen. Bij het lineaire type wordt dit aangegeven met de letter B op de behuizing. Bij het logaritmische type staat de letter A op de behuizing. Heel vroeger kwamen ook typen voor met 'lin' of 'log' op de behuizing (zie: 'potentiometer' bij [[Elektronica basis#Meer informatie|'Meer informatie']]). &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Er zijn uitvoeringen die geschikt zijn voor printmontage en met soldeerogen voor het aansolderen van draden. &lt;br /&gt;
&amp;lt;br clear=&amp;quot;all&amp;quot; /&amp;gt;&lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
=== De PTC ===&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Schemasymbool_ptc.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= 50px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 30&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Schemasymbool PTC&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
De PTC is een weerstand die op temperatuurverandering reageert.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De afkorting staat voor: Positieve Temperatuur Coefficiënt. Wanneer de PTC koud is, heeft deze een lage weerstandswaarde. Bij verwarming neemt de weerstandswaarde toe.&lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
=== Het relais ===&lt;br /&gt;
Een relais is een door een elektromagneet bediende schakelaar. Het is een eenvoudige en veelgebruikte component in elektrische en elektronische schakelingen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een relais bestaat uit de volgende onderdelen:&lt;br /&gt;
:* elektromagneet (de spoel met het weekijzer);&lt;br /&gt;
:* anker;&lt;br /&gt;
:* schakelcontact en/of omschakelcontact, afhankelijk van het type relais;&lt;br /&gt;
:* veermechanisme.&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Relais-01.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= Zeer Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 31&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Schematische weergave van de onderdelen van een relais&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Een relais heeft minimaal &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n moedercontact, aangegeven met C, dit is de afkorting van 'Common' (ofwel 'gemeenschappelijk) en &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n schakelcontact, aangegeven met 'NO', dit is de afkorting van 'Normally Open' (ofwel in ruststand geopend). De meeste relais zijn voorzien van omschakelcontacten. Bij het verbreekcontact staat dan 'NC', dit is de afkorting van Normally Closed (ofwel in rusttoestand gesloten). In afbeeldingen 34 en 35 (zie onder) is weergegeven hoe dit in schema's wordt aangegeven.&lt;br /&gt;
==== Hoe werkt een relais? ====&lt;br /&gt;
De elektromagneet in het relais bestaat uit een stuk weekijzer (A) met daaromheen een groot aantal windingen van dun gelakt koperdraad (B), zie tekening 34. De lak om het koperdraad voorkomt dat de windingen onderling kortsluiting maken. Wanneer op de aansluitdraden van de spoel (S) een voldoende hoge spanning wordt gezet, ontstaat in- en om de spoel een magnetisch veld. Dit veld zal het weekijzer in/om de spoel magnetiseren. Door de magnetische trekkracht wordt het weekijzeren anker door de elektromagneet aangetrokken. Zodra er een voldoende hoge spanning aanwezig is over de spoel, zal het relais dus 'aantrekken' (inschakelen of omschakelen afhankelijk van het type relais). Zodra de stuurspanning wegvalt, zal het magnetisch veld wegvallen en het relais in de ruststand terugspringen door het veermechanisme (V).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Weekijzer is een oude benaming voor niet gehard ijzer of staal.&lt;br /&gt;
==== DC of AC ====&lt;br /&gt;
Staat er een = symbool op de spoel, dan is de relaisspoel bedoeld voor gelijkspanning (DC). Staat er een ~ symbool op de spoel, dan is de relaisspoel bedoeld voor wisselspanning (AC).&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Gelijkspanningrelais&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Relais-04.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= Zeer Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 32&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Relais voor gelijkspanning&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Bij een gelijkspanningrelais (zie tekening 35) veroorzaakt de stroom in de kern (het weekijzeren gedeelte waar de spoel omheen gewikkeld is) een (magnetische) Noord- en Zuidpool. In het weekijzeren anker, waaraan de contacten van de schakelaar bevestigd zijn, ontstaan ook een Noord- en Zuidpool, zodat het anker wordt aangetrokken door de kern met spoel.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het maakt normaliter bij gelijkspanningsrelais niet uit hoe u de spoeldraden aansluit, tenzij er op het relais een + en - aangegeven zijn bij de spoelaansluitingen. Ook wanneer er over de spoel een blusdiode gemonteerd is, dient u de plus van de voedingsspanning op die aansluiting te monteren waar de kathodezijde (de streep) van de diode aan gesloten is. Bij twijfel is het raadzaam om de datasheet van de fabrikant te raadplegen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
==== Het spoelvermogen ====&lt;br /&gt;
Sommige fabrikanten geven in hun datasheet aan welk maximale spoelvermogen het relais kan verdragen. Vaak staat er dan bijvoorbeeld: maximale spoelvermogen 130% van het nominale vermogen. Wanneer dan een relais ontworpen is voor nominaal 12 volt gelijkspanning en de spoelweerstand bijv. 270 &amp;amp;Omega; mag er maximaal 13,7 volt op de spoelaansluitingen staan volgens de onderstaande berekeningen:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
U&amp;lt;Sub&amp;gt;Nom&amp;lt;/Sub&amp;gt; = 12 volt &amp;amp;nbsp; R = 270 ohm.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De opgenomen stroom van de spoel berekenen we met de formule I = U / R&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De stroomsterkte I = is dan 12 / 270 = 0,04444 amp&amp;amp;egrave;re. Deze waarde vermenigvuldigen we met 1000 om de stroomsterkte in milliamp&amp;amp;egrave;re te krijgen. De stroomsterkte door de spoel bedraagt: 44,44 milliamp&amp;amp;egrave;re.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Nu de spoelstroom bekend is, kunt u het 'spoelvermogen' (P) berekenen met de formule P = U x I. P is dan 12 X 44,44 = 533 milliwatt ofwel 0,533 watt.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Nu we het vermogen (P) weten, kunnen we bepalen wat de maximaal toegestane spoelspanning is. Dat kunt u op twee manieren doen:&lt;br /&gt;
* We nemen het nominale vermogen en vermenigvuldigen dat met 1,3 (=130%). We krijgen dan 0,533 x 1,3 = 0,693 watt. Daarna vermenigvuldigen we die waarde met de spoelweerstand (R): 0,693 x 270 = 187,11. Wanneer we hiervan de wortel nemen, weten we de maximaal toelaatbare spoelspanning. De wortel (&amp;lt;big&amp;gt;&amp;amp;radic;&amp;lt;/big&amp;gt;) van 187,11 = 13,68. Dus de maximaal toelaatbare spoelspanning is 13,7 volt afgerond.&lt;br /&gt;
* We kunnen ook de formule P = U&amp;amp;sup2; / R gebruiken. Wanneer het spoelvermogen P een factor 1,3 zo groot is, betekent dit dat U&amp;amp;sup2; (U&amp;lt;sup&amp;gt;kwadraat&amp;lt;/sup&amp;gt;) ook een factor 1,3 zo groot wordt en dat U dan ook &amp;lt;big&amp;gt;&amp;amp;radic;&amp;lt;/big&amp;gt;(1,3) keer zo groot wordt. &amp;lt;big&amp;gt;&amp;amp;radic;&amp;lt;/big&amp;gt;(1,3) = 1,14 (afgerond). De maximaal toelaatbare spoelspanning volgt dan uit: 12  &amp;amp;times;  1,14  = 13,68 = 13,7 volt afgerond.&lt;br /&gt;
&amp;lt;small&amp;gt;(de berekening van het spoelvermogen is beschikbaar gesteld door Klaas Zondervan)&amp;lt;/small&amp;gt;.&lt;br /&gt;
==== Het wisselspanningrelais ====&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Relais-05.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= Zeer Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 33&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Relais voor wisselspanning&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Bij een wisselspanningrelais (zie tekening 36) gebeurt precies hetzelfde. Alleen wisselt hier de polariteit van de spanning 50&amp;amp;times; per seconde (50 herz.). Daardoor trilt het weekijzeren anker 100 keer per seconde, aangezien het zowel op het positieve, als het negatieve deel van de sinus wordt aangetrokken. Bij de polariteitwisseling ontstaat ook even een nuldoorgang van de stroom. Op dat moment is de magnetische aantrekkingskracht even weg en zou het anker meteen weer afvallen. Om dat te voorkomen is een koperen plaatje in de vorm van een gesloten winding (zie fig. A op tekening 33) op de kern aangebracht. Wanneer het magnetisch veld het grootst is, gaat er in dat koper een kortsluitstroom lopen. Die stroom wekt weer een klein magnetisch veld op, dat zijn eigen ontstaan tegenwerkt. Gevolg hiervan is, dat er een beetje stroom loopt door het koperen plaatje bovenaan de kern als de stroom van de spoel door nul gaat. De aantrekkingskracht van de grote spoel is even nul, maar op dat moment is er wel een aantrekkingskracht, die veroorzaakt wordt door de stroom door het koperen plaatje. Hierdoor valt het anker niet af en ontstaat er geen trilling van het anker. Bij een wisselspanningrelais is de kern vaak opgebouwd uit stripjes weekijzer. Dit wordt gedaan om wervelstromen in de kern te voorkomen.&lt;br /&gt;
==== Aantrekspanning en houdspanning ====&lt;br /&gt;
Een relais heeft een aantrekspanning en een houdspanning. De aantrekspanning is de spanning waarbij het relais volledig aantrekt (of omklapt).&lt;br /&gt;
Voor het aantrekken van het anker is veel meer elektrische energie nodig dan voor het vasthouden van het anker tegen de kern. Dit komt doordat er een magnetische weerstand van de luchtspleet &amp;amp;eacute;n de spanning van de trekveer overwonnen moeten worden. De houdspanning, dit is de spanning waarbij het relais nog net niet terugveert en het contact niet verbroken wordt, is lager.&lt;br /&gt;
==== Aanduidingen op een relais ====&lt;br /&gt;
Op een relais wordt vaak aangegeven wat de spoelspanning is, voor welke soort stroom het bedoeld is (AC of DC), en wat het maximaal te schakelen vermogen (spanning &amp;amp;times; stroom) is. Staat er niets aangegeven, dan kunt u vaak aan de hand van het typenummer op het relais bij de fabrikant het datasheet (gegevensblad) bekijken.&lt;br /&gt;
Op het relais staat bijvoorbeeld:&lt;br /&gt;
12V~1A230V~ of 12VAC1A230V~, dit betekent dat de spoel ontworpen is voor 12 volt wisselspanning (AC), en de contacten maximaal &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n amp&amp;amp;egrave;re mogen schakelen bij 230 volt AC.&lt;br /&gt;
24V=2A230V~ of 24VDC2A230V~, dit betekent dat de spoel ontworpen is voor 24 volt gelijkspanning (DC), en de contacten  maximaal twee amp&amp;amp;egrave;re mogen schakelen bij 230 volt AC.&lt;br /&gt;
Staat er bij de gegevens '1 &amp;amp;times; om', ('om' is de afkorting van omschakelen) dan betekent dit dat er &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n contact in het relais zit dat omschakelt. Staat er bij de gegevens '2 &amp;amp;times; om', dan betekent dit dat er twee contacten in het relais zitten die gelijktijdig omschakelen, enz.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ook kan, inplaats van de aanduiding '1 &amp;amp;times; om' of '2 &amp;amp;times; om', de Engelse methode gebruikt zijn. Dan geeft de fabrikant met een code aan wat voor soort relais het is, zoals:&lt;br /&gt;
:* SPST  'Single Pole Single Throw' ofwel: &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n maak- of verbreekcontact&lt;br /&gt;
:* DPDT 'Double Pole Double Throw' ofwel: twee omschakelcontacten&lt;br /&gt;
:* 4PST  'Four Pole Single Throw' ofwel: vier maak- of verbreekcontacten&lt;br /&gt;
:* 4PDT  'Four Pole Double Throw' ofwel: vier omschakelcontacten&lt;br /&gt;
Er bestaat nog een andere codering:&lt;br /&gt;
:* SPNO 'Single Pole Normally Open' ofwel: &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n maakcontact&lt;br /&gt;
:* DPNC 'Single Pole Normally Closed' ofwel: twee verbreekcontacten&lt;br /&gt;
:* SPCO 'Single Pole Change Over' ofwel: &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n wisselcontact&lt;br /&gt;
:* 4PCO  'Four Pole Change Over' ofwel: vier wisselcontacten &lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
| valign='center'| [[Bestand:Let-op.jpg|50px|center]]&amp;lt;small&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&amp;amp;nbsp;'''LET OP'''&amp;lt;/small&amp;gt;||valign='top'|Bij spoelspanningen van 230 volt dient de isolatie van de stuurdraden te voldoen aan de geldende veiligheidseisen en dus een bepaalde voorgeschreven minimale dikte te hebben i.v.m. &amp;lt;u&amp;gt;elektrocutiegevaar&amp;lt;/u&amp;gt;. Ook wanneer u met de relaiscontacten 230 volt wisselspanning schakelt, dienen de aansluitdraden aan bovenstaande eisen te voldoen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
==== Soorten relais ====&lt;br /&gt;
Er zijn twee hoofdsoorten relais:&lt;br /&gt;
:* monostabiel&lt;br /&gt;
:* bistabiel&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Monostabiel relais&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Relais-02.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= 300px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 34&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Schemasymbool monostabiel relais 1 x om (fig. A) en 2 x om (fig. B)&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
De standaarduitvoering is een monostabiel relais. Dit is een type relais dat tijdens de bekrachtiging in &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n stand wordt gehouden, maar zonder bekrachtiging (dus zodra de stuurspanning wegvalt) in de ruststand terugspringt door het veermechanisme.&lt;br /&gt;
==== Bistabiel relais ====&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Relais-03.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= 375px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 35&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Schemasymbool bistabiel relais 1 x om (fig. A) en 2 x om (fig. B)&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Een bistabiel relais is een relais met twee standen, dat na de bekrachtiging in de geschakelde stand blijft. Daardoor blijven de contacten staan in de stand waarin ze geschakeld worden, ook na het uitschakelen van de stuurspanning. Een bistabiel relais is voorzien van twee spoelen, de 'set'- en de 'reset'-spoel. Het vasthouden van het anker in &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n van de twee posities kan mechanisch of m.b.v. een kleine permanente magneet geschieden.&lt;br /&gt;
==== Wanneer worden relais gebruikt? ====&lt;br /&gt;
Relais worden overal ingezet op die plaatsen waar een hoge stroom geschakeld moet worden. Om de volgende redenen wordt gebruik gemaakt van een relais i.p.v. een schakelaar:&lt;br /&gt;
:* een hoge stroomsterkte vereist zeer dikke draden van- en naar de schakelaar;&lt;br /&gt;
:* de hoge elektrische stromen verkorten de levensduur van een gewone schakelaar aanzienlijk;&lt;br /&gt;
:* een kleine schakelaar kan eenvoudiger ergens geplaatst worden (betere ruimtebenutting);&lt;br /&gt;
:* beperken van spanningsverliezen door lange bedrading.&lt;br /&gt;
Wanneer u een relais gebruikt met lage spoelspanning (12 of 24 volt), volstaan dunne draden (0,14 mm&amp;amp;sup2; als aanstuurbedrading van de lichte enkelpolige schakelaar naar het relais. De dikkere draden lopen van de voeding naar het schakelcontact van het relais en vanaf het het schakelcontact van het relais verder naar de verbruiker (bijv. een wisselspoel). U kunt dus gebruikmaken van een kleine schakelaar (bijv. Conrad bestnr.: 701070 - 89), die gemakkelijk ergens in te bouwen of te plaatsen is, en toch een hoge stroomsterkte schakelen.&lt;br /&gt;
==== Vonkblussing ====&lt;br /&gt;
Wanneer u een relais gebruikt om een trafo in- of uit te schakelen, ziet u vaak vonken tussen de relaiscontacten, wanneer het relais uitschakelt. In dat geval is de trafo de schuldige. De spoel van de trafo probeert namelijk de stroom zo lang mogelijk te laten lopen door het circuit, met name op het moment van uitschakelen, waardoor er tussen de contacten een vonk ontstaat. Bij nieuwe relais die wisselspanning moeten schakelen, wordt daarom vaak een 'blusnetwerkje' gemonteerd over de contacten, zodat deze een langere levensduur hebben. Zo'n blusnetwerkje (in het Engels 'snubber') bestaat uit een weerstand en een condensator, die in serie geschakeld zijn. Dat blusnetwerkje zorgt er voor dat de stroom die door de schakelaar wil, na het uitschakelen omgeleidt wordt. Voor de weerstand wordt meestal een waarde van 100 tot 330 &amp;amp;Omega; gebruikt en voor de condensator een waarde van 0,1 &amp;amp;micro;F/400V= of zelfs 0,1 &amp;amp;micro;F/630V=. Af fabriek zijn kant-en-klare vonkblussers leverbaar waarbij de weerstand en de condensator ingegoten zijn in een kleine behuizing. Bij relais die gelijkspanning moeten schakelen wordt vaak een diode-netwerkje gebruikt.&lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
=== Het reed-contact ===&lt;br /&gt;
Zie: artikel 'Wat is een reed-contact'&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Ook bij reed-contacten kan vonkblussing toegepast worden. U sluit dan het blusnetwerkje (0,1 &amp;amp;micro;F/400V= met 100 &amp;amp;Omega; &amp;amp;frac14; Watt in serie) aan over het reed-contact (zie ook: 'Meer info').&lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
=== De Schottky diode ===&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Schottky-01.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= Zeer Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 36&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Schottky diode&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
De Schottky diode (genoemd naar de Duitser Walter H. Schottky) kenmerkt zich door een lage doorlaatspanning. Bij de BAT85 is deze spanning zelfs extra laag.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit type is een diode voor snelle schakeltoepassingen, hetgeen betekent dat de hersteltijd zeer kort is. Bij de BAT85 is deze hersteltijd maar vijf nanoseconden, in tegenstelling tot gewone diodes, die een hersteltijd van 100 tot meerdere 100en nanoseconden hebben.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij de BAT85 is de maximale doorlaatstroom 200 milliamp&amp;amp;egrave;re. Piekstroom gedurende minder dan een seconde: 600 milliamp&amp;amp;egrave;re.&lt;br /&gt;
Doorlaatspanning bij 1 milliamp&amp;amp;egrave;re: 320 millivolt. Bij &amp;lt;10 milliamp&amp;amp;egrave;re: 400 millivolt. Bij &amp;lt;30 milliamp&amp;amp;egrave;re: 500 millivolt. Bij 100 milliamp&amp;amp;egrave;re: 500 millivolt, tot een max. van 800 millivolt bij 200 milliamp&amp;amp;egrave;re.&lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
=== De smoorspoel ===&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Loc-met-smoorspoelen-Sven01.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= 285px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 37&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Smoorspoelen in Roco loc&lt;br /&gt;
|Maker= Sven&lt;br /&gt;
|Positie= Links&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
De functie van een smoorspoel is, om hoogfrequente stoorsignalen tegen te houden, zoals bijvoorbeeld in televisies, radio's en mobiele telefoons e.d. Ook worden ze gebruikt voor laagfrequente filtering, zoals bij scheidingsfilters voor luidsprekers.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Ook in modeltreinen worden smoorspoelen toegepast (zie afbeelding 37). De smoorspoelen reduceren de stroom niet noemenswaardig. Daarvoor is de gelijkstroomweerstand veel te klein. Ze dienen hier voor het ontstoren van de motor, zodat stoorpulsen die ontstaan door het vonken van de collector, niet naar de buitenwereld doordringen. In de meeste locs zitten dergelijke spoeltjes. Hier worden ze per paar toegepast.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op de foto ziet u de 'klassieke' onstoring, met parallel aan de motoraansluitingen (de koolborstels) een condensator, en twee spoelen tussen de beide motoraansluitingen en de stroomafnemers. De meeste smoorspoelen zijn duidelijk als spoelen herkenbaar, maar op de afbeelding zien ze er uit als weerstanden. Aan de hand van de kleurringen kunnen we zien dat de waarde 100 eenheden is (bruin-zwart-bruin). Die heten niet ohm, maar microhenry (&amp;amp;mu;H). Hier hebben de spoelen dus een waarde van 100 &amp;amp;mu;;H. Houdt u er maar eens een weerstandsmeter tegen, dan zult u zien dat de weerstand veel minder is dan 100 ohm, waarschijnlijk zelfs minder dan &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n ohm. De smoorspoelen dienen dus samen met de condensator (dat blauwe knobbeltje) voor de ontstoring.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij het aansluiten van een locdecoder op de ontstoorschakeling, dient de condensator over de koolborstels verwijderd te worden. De reden hiervoor is, dat de condensator de hoge frequenties van de motorregeling kortsluit, waardoor de motorregeling niet goed werkt (en de decoder slecht af te regelen is).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De smoorspoelen kunnen aanwezig blijven, tenzij de decoderfabrikant aangeeft dat die ook verwijderd moeten worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zie ook het artikel ''Stappenplan decoderinbouw'' bij [[Elektronica basis#Meer informatie|'Meer informatie']].&amp;lt;br clear=&amp;quot;all&amp;quot; /&amp;gt;&lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
=== De spanningsregelaar ===&lt;br /&gt;
{{Afbeelding 2 naast elkaar &lt;br /&gt;
|Bestand= Stab_IC7805.gif&lt;br /&gt;
|Bestand2= Stab_IC-LM317.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= 100px&lt;br /&gt;
|Grootte2= 120px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 38&lt;br /&gt;
|Volgnummer2= 39&lt;br /&gt;
|Omschrijving= 7805 &lt;br /&gt;
|Omschrijving2= LM317 &lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
|Type2= Tekening&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Maker2= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Een spanningsregelaar kan een vaste of een instelbare uitgangsspanning hebben. Bekende typen zijn de 78xx-serie voor positieve uitgangsspanning en de 79xx-serie voor negatieve uitgangsspanning. (op de plaats van de xx staat de spanning afgedrukt). Deze spanningsregelaars kunnen doorgaans een stroom van 1 of 1,5 amp&amp;amp;egrave;re. verwerken (mits we zorgen voor afdoende koeling).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De 78xx en 79xx-series zijn verkrijgbaar in de standaard-spanningen 5, 8, 10, 12, 15, 18, 20 en 24 volt (zie afbeelding 38). Wanneer de gewenste uitgangspanning in de 78xx-serie niet voorkomt, kunnen we gebruikmaken van de LM317. Deze heeft een uitgangspanning die instelbaar is tussen 1,2 en 37 volt (zie afbeelding 39).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De standaard spanningsregelaar moet altijd een ingangspanning (dit is de spanning over de buffer-elco) krijgen die minimaal drie volt hoger is dan de gewenste uitgangsspanning. Het gaat bij deze minimale spanning om de voedingspanning minus rimpel (zie voor nadere info: [[Elektronica basis#Voedingsberekeningen|'Voedingsberekeningen']]). Dit is noodzakelijk voor het goed kunnen regelen van de uitgangsspanning. Ook is er een maximum gesteld aan de ingangsspanning.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het is wel raadzaam om geen al te hoge spanning op de ingang te zetten, daar er dan behoorlijke warmteverliezen optreden, waardoor we verplicht een grotere koelplaat of koelvin moeten toepassen. Het beste is een 2,5 tot 5 volt hogere spanning dan de uitgangsspanning. Het is dus altijd noodzakelijk om in de datasheet van de fabrikant te kijken wat de hoogte van de betreffende spanningen mag/moet zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voorbeelden:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bij de &amp;amp;mu;A7812 zijn de aanbevolen waarden: minimaal 14,5 volt en maximaal 30 volt op de ingang.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bij de LM7812 zijn de aanbevolen waarden: minimaal 14,5 volt en maximaal 27 volt op de ingang.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bij de LM317 mag het verschil tussen ingangsspanning en uitgangsspanning niet meer dan 40 volt bedragen. Ook hier kunt u het best ongeveer 2,5 tot 5 volt boven de gewenste uitgangsspanning gaan zitten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hebt u meer stroom nodig, dan neemt u het twee-amp&amp;amp;egrave;re type (78Sxx) of het drie-amp&amp;amp;egrave;re type (78Txx).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Wanneer u minder stroom nodig hebt dan 100 mA, dan kunt u gebruik maken van de 78Lxx. Zie voor aansluitgegevens afbeelding 05 in het artikel ''Sluitseinen (Sluitverlichting)''.  &lt;br /&gt;
==== Het Low Drop type ====&lt;br /&gt;
Bij het Low Drop-type moet op de ingang minimaal 1 volt (bij de KA78R12) tot 1,5 volt (bij de LT1086-12) meer staan (aanwezig zijn), dan de uitgangsspanning.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voorbeelden:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bij de LT1086-12 zijn de aanbevolen waarden: minimaal 13,5 volt en maximaal 25 volt op de ingang.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bij de KA78R12 zijn de aanbevolen waarden: minimaal 13 volt en maximaal 29 volt op de ingang.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hebben we meer stroom nodig dan nemen we het twee-amp&amp;amp;egrave;re 'Low Drop'-type (KA278Rxx) of het drie-amp&amp;amp;egrave;re 'Low Drop'-type (KIA378Rxx).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hier het bassisschema voor de stabilisatieschakeling:&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Basis_Stabvoeding.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= Normaal&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 40&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Basisschema&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Component C&amp;lt;sub&amp;gt;a&amp;lt;/sub&amp;gt; is de afvlakelco. V&amp;lt;sub&amp;gt;in&amp;lt;/sub&amp;gt; is de spanning vanaf de afvlakelco na de gelijkrichter. C&amp;lt;sub&amp;gt;i&amp;lt;/sub&amp;gt; dient geplaatst te worden indien de afstand tussen de buffer-elco en het IC meer dan vijf cm is. Deze dient ter onderdrukking van oscillatieverschijnselen. C&amp;lt;sub&amp;gt;o&amp;lt;/sub&amp;gt; dient ter verbetering van de stabilisatie-eigenschappen bij snel wisselende belastingen en dient zo dicht mogelijk bij het IC geplaatst te worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Veel fabrikanten raden aan om voor C&amp;lt;sub&amp;gt;i&amp;lt;/sub&amp;gt; en C&amp;lt;sub&amp;gt;o&amp;lt;/sub&amp;gt; [[Elektronica basis#Tantaal-elco|tantaalelco's]] te gebruiken (auteur dezes doet dat zelf (indien mogelijk) ook altijd). De minimale waarde van C&amp;lt;sub&amp;gt;i&amp;lt;/sub&amp;gt; en C&amp;lt;sub&amp;gt;o&amp;lt;/sub&amp;gt; staat meestal vermeld in de datasheet van de fabrikant. Zoniet, dan neemt u voor C&amp;lt;sub&amp;gt;i&amp;lt;/sub&amp;gt; een 10&amp;amp;mu;F Tantaal of een 22&amp;amp;mu;F Aluminium-elco en voor C&amp;lt;sub&amp;gt;o&amp;lt;/sub&amp;gt; 47&amp;amp;mu;F Tantaal of een 100&amp;amp;mu;F Aluminium-elco. De waarde van de afvlak-elco (C&amp;lt;sub&amp;gt;a&amp;lt;/sub&amp;gt;) achter de gelijkrichter kunnen we [[Elektronica basis#Voedingsberekeningen|berekenen]].&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het verdient ten zeerste aanbeveling om tussen ingang en uitgang van het IC een diode op te nemen (zie schema 43). Deze diode zorgt er voor dat, wanneer de spanning op de ingang wegvalt, er geen stroom (vanuit een elco groter dan 1000&amp;amp;mu;F in tegengestelde richting door het regel-IC (de regelaar) gaat lopen, want dan bestaat de grote kans dat de regeltransistor in het IC doorslaat of beschadigd raakt.&lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
=== De tantaal-elco ===&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= TantaalElco_Conrad.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= 65px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 41&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Tantaal-elco&lt;br /&gt;
|Bron= Conrad.nl&lt;br /&gt;
|Type= Foto&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Bij een tantaal-elco wordt voor het di&amp;amp;euml;lektricum gebruik gemaakt van tantalium(V)oxide (Ta&amp;lt;Sub&amp;gt;2&amp;lt;/Sub&amp;gt;O&amp;lt;Sub&amp;gt;5&amp;lt;/Sub&amp;gt;).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het voordeel van tantaal-elco's is:&lt;br /&gt;
* ze nemen minder ruimte op de print in beslag (veel kleinere afmetingen dan een aluminium-elco met dezelfde capaciteit);&lt;br /&gt;
* hebben een zeer lage lekstroom;&lt;br /&gt;
* u kunt een kleinere waarde toepassen. 22&amp;amp;mu;F Tantaal komt overeen met een 150&amp;amp;mu;F Aluminium-elco.&lt;br /&gt;
In schema's wordt hetzelfde symbool toegepast als voor de aluminium-elco. In de onderdelenlijst wordt het echter specifiek aangegeven, wanneer er een Tantaal-elco wordt toegepast.&lt;br /&gt;
&amp;lt;br clear=&amp;quot;all&amp;quot; /&amp;gt;&lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
=== De transistor === &lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Transistor-01.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= 300px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 42&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Transistor&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
|Positie= Links&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Transistoren_Conrad.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= 300px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 43&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Diverse transistoren&lt;br /&gt;
|Bron= Conrad.nl&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
|Positie= Rechts&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
De benaming 'Transistor' is een samentrekking van 'TRANSfer' en 'varISTOR'.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In 1947 werd de transistor ontdekt door de heren Shockley, Bardeen en Brittain tijdens experimenten met het materiaal Germanium. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
V&amp;amp;ograve;&amp;amp;ograve;r die tijd gebruikte men Germanium voor het maken van diodes. De eerste transistor had ongeveer de afmetingen van een golfbal. Veel electronici gebruiken de afkorting 'tor'. Er bestaan twee hoofdsoorten transistoren: NPN en PNP.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Een transistor heeft een Collector, een Basis en een Emitter, respectievelijk aangegeven met C, B en E.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij een NPN-tor is de aansluiting: Vcc - Belasting - NPN-tor - Massa (zie fig.1 en fig.2 hieronder)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij een PNP-tor is de aansluiting: Vcc - PNP-tor - Belasting - Massa (zie fig.3 en fig.4 hieronder)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
([http://en.wikipedia.org/wiki/Vcc Vcc] is een term die veelvuldig in schema's wordt gebruikt en betekent 'Positieve voedingsspanning').&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De NPN-transistor is iets gemakkelijker te produceren en is daarom goedkoper. De NPN-transistor wordt daarom het meest gebruikt. &lt;br /&gt;
&amp;lt;br clear=&amp;quot;all&amp;quot; /&amp;gt;&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Transistor-02a.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= 450px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 44&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Schakelprincipe van een transistor&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
|Type= Schema&lt;br /&gt;
|Positie= Links&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
In fig.1 en fig.2 in schema 44 ziet u de spanningsniveau's bij een NPN-transistor. Wanneer we de ingang aan de massa leggen, dan spert T1 en ligt de uitgang op bijna hetzelfde niveau als de voedingsspanning (fig.1).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Leggen we de ingang aan de voedingspanning, dan geleidt T1 en ligt de uitgang aan massa (fig.2).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In fig.3 en fig.4 in schema 44 ziet u de spanningsniveau's bij een PNP-transistor.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wanneer we de ingang aan de voedingspanning leggen, spert T2 en ligt de uitgang op bijna hetzelfde niveau als de massa (fig.3).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Leggen we de ingang aan de massa, dan geleidt T2 en ligt de uitgang op bijna hetzelfde niveau als de voedingspanning (fig.4).&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot; style=&amp;quot;font-size: 90%;&amp;quot;&lt;br /&gt;
! colspan=&amp;quot;2&amp;quot; style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Onderdelenlijst&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| T1 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| BC547&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| T2 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| BC557 &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| R1 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 4k7&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| R2 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 47k&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
Van het schakelprincipe in afbeelding 45 maken we gebruik bij het schakelen van leds.&amp;lt;br clear=&amp;quot;all&amp;quot; /&amp;gt;&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Transistor-03.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= Zeer Groot&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 45&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Schakelgedrag van een transistor&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Schema&lt;br /&gt;
|Positie= Links&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= SMD-Transistor_Conrad.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= 95px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 46&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Transistor in SMD-uitvoering&lt;br /&gt;
|Bron= Conrad.nl&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
|Positie= Rechts&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&amp;lt;br clear=&amp;quot;all&amp;quot; /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Wanneer we bij een NPN-transistor (zie fig.1 en fig.2 in schema 45) de Basis aan een negatieve spanning leggen, dan spert de transistor en zijn de leds gedoofd (fig.1). Leggen we de basis aan een positieve spanning, dan geleidt de transistor en branden de leds (fig.2.)&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wanneer we bij een PNP-transistor (zie fig.3 en fig.4 in schema 45) de Basis aan een positieve spanning leggen, dan spert de transistor en zijn de leds gedoofd (fig.3). Leggen we de basis aan een negatieve spanning, dan geleidt de transistor en branden de leds (fig.4).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In het geval dat we ruimte willen besparen op de print, kunnen we inplaatst van de normale versie ook de SMD-uitvoering, zoals in afbeelding 44, toepassen.&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot; style=&amp;quot;font-size: 90%;&amp;quot;&lt;br /&gt;
! colspan=&amp;quot;2&amp;quot; style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Onderdelenlijst&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| T1 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| BC547&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| T2 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| BC557 &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| R1 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 10k&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| R2 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 1k2&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
{{Tabelonderschrift&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 46&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&amp;lt;br clear=&amp;quot;all&amp;quot; /&amp;gt;&lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
==== De Darlington-transistor ====&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Darlington-PNP-01.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= 155px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 47&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Darlington-transistor&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Een darlington-transistor of kortweg darlington, is een schakeling van twee in cascade gekoppelde transistoren in &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n behuizing. Deze dubbele transistor-configuratie werd in 1953 bedacht door de Amerikaanse elektrotechnicus Sidney Darlington. De stroomversterkingsfactor (hfe) van een darlington-transistor is bij benadering het product van de stroomversterkingsfactoren van de twee afzonderlijke transistoren, zodat een darlington een zeer grote stroomversterkingsfactor heeft. Er zijn darlingtons zonder- en m&amp;amp;eacute;t ingebouwde weerstanden. Ook zijn er darlingtons zonder- en m&amp;amp;eacute;t ingebouwde beveiligingsdiode. In afbeelding 50A is het inwendige schema van een BD 678 (PNP-type) weergegeven, met weerstanden en beveiligingsdiode. In afbeelding 50B is het schemasymbool van de Darlington (PNP-type) weergegeven.  &lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
=== De VDR ===&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Schemasymbool_vdr.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= 50px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 48&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Schemasymbool VDR&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
De VDR (Voltage Dependent Resistor) is een weerstand die op spanningsverandering reageert. Bij een lage spanning gedraagt de VDR zich als een gewone weerstand. Bij toenemende spanning neemt de weerstandswaarde af. Wordt ook gebruikt als beveiliging tegen te hoge spanningen.&lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
=== Voedingsberekeningen ===&lt;br /&gt;
Bij een zelfbouwvoeding moeten we een aantal berekeningen maken. Hieronder is &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n-en-ander uitgelegd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
We gaan een voeding maken met daarin een spanningsregelaar &amp;amp;mu;A7812. De voeding moet &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n amp&amp;amp;egrave;re kunnen leveren. Vuistregel voor de rimpelspanning is max. drie volt. Er wordt een bruggelijkrichter gebruikt, dus de frequentie van de gelijkgerichte spanning is 100 herz. &amp;amp;Eacute;&amp;amp;eacute;n periode duurt dus 0,01 sec. Met deze gegevens kunnen we de grootte van de buffer-elco berekenen. Dat doen we met de volgende formule:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
C = I / (T &amp;amp;times; U&amp;lt;sub&amp;gt;rimpel&amp;lt;/sub&amp;gt;). C is de gezochte waarde van de elco.  I = 1 (amp&amp;amp;egrave;re).  T = 100 (herz).  U&amp;lt;sub&amp;gt;rimpel&amp;lt;/sub&amp;gt; = 3 (volt).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De formule wordt dan: C = 1 / (100 &amp;amp;times; 3) ofwel C = 1 / 300 = 0,00333 farad.  C is dus 3333 &amp;amp;mu;F. Standaardwaarde = 3300 &amp;amp;mu;F.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Nu moeten we, voor de spanningsstabilisatie, rekening houden met het laagste punt van de rimpelspanning:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In het Fairchild Datasheet staat:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Citaat&amp;gt;&amp;gt;&amp;lt;br&amp;gt;&lt;br /&gt;
'(1) The input voltage must remain typically 2,0 volt above the output voltage even during the low point on the input ripple voltage.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(2) C&amp;lt;sub&amp;gt;i&amp;lt;/sub&amp;gt; is required if regulator is located an appreciable distance from power supply filter.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
(3) C&amp;lt;sub&amp;gt;o&amp;lt;/sub&amp;gt; improves stability and transient response.'&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Einde citaat.&amp;lt;&amp;lt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het laagste punt van de rimpelspanning (zie lijn B in grafiek 49) moet dus ten allen tijde hoger liggen, dan de door de fabrikant aangegeven minimum ingangsspanning. Dan zijn we er zeker van dat de stabilisator ten allen tijde een voldoende hoge ingangsspanning krijgt en stabiel werkt. &lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Golfvorm-01.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= Zeer Groot&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 49&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Rimpelspanning&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
In grafiek 49 is de vorm van de spanning over de buffer-elco aangegeven.&lt;br /&gt;
Bij A is de Top-Top spanning aangegeven. Aan de grafiek is te zien dat hier een rimpelspanning van drie volt aanwezig is. Het gaat er nu om dat de spanning aan de onderzijde van de rimpel (aangegeven met de oranje lijn bij B) voldoende hoog is.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Voor de &amp;amp;mu;A7812 geeft de fabrikant een minimumspanning op van 14,5 volt. De rimpelspanning bedraagt 3 volt. De voedingspanning (Top-Top) op de ingang van de &amp;amp;mu;A7812 moet dan minimaal 14,5 + 3 = 17,5 volt bedragen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nu kunnen we berekenen hoeveel spanning de trafo secundair moet kunnen leveren:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De vereiste minimumspanning op de elco is 17,5 volt. Daar tellen we de drempelspanning over twee diodes (1,4 volt) bij op. Komen we op 17,5 + 1,4 = 18,9 volt. Deze waarde vermenigvuldigen we met 0,7 om de effective uitgangsspanning van de trafo te krijgen. We krijgen dan 18,9 &amp;amp;times; 0,7 = 13,23 volt. Deze waarde verhogen we met 10% om netspanningsvariaties op te kunnen vangen. We krijgen dan 14,55 volt.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De maximale uitgangstroom moet 1 amp&amp;amp;egrave;re bedragen. We nemen dan een trafo die 1,5 amp&amp;amp;egrave;re kan leveren. We kiezen hier voor een standaard trafo met 15 volt secundair/1,5 amp&amp;amp;egrave;re. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nu moeten we de werkspanning van de toegepaste elco berekenen;&lt;br /&gt;
U&amp;lt;sub&amp;gt;werkspanning&amp;lt;/sub&amp;gt; = U&amp;lt;sub&amp;gt;brug&amp;lt;/sub&amp;gt; x 2 ofwel U&amp;lt;sub&amp;gt;werkspanning&amp;lt;/sub&amp;gt; = 18,9 &amp;amp;times; 2 = 37,8 volt. We nemen nu de eerstvolgende standaard waarde die in de handel is, namelijk 50 volt.&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Basis_Stabvoeding.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= Normaal&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 50&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Basisschema&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Wanneer de afvlakelco (zie C&amp;lt;sub&amp;gt;a&amp;lt;/sub&amp;gt; in schema 51) zich op meer dan 10 cm afstand van de &amp;amp;mu;A7812 bevindt, moet volgens advies van de fabrikant -'C&amp;lt;sub&amp;gt;i&amp;lt;/sub&amp;gt; is required if regulator is located an appreciable distance from power Supply filter'- een tantaalelco (C&amp;lt;sub&amp;gt;i&amp;lt;/sub&amp;gt;) van 10&amp;amp;mu;F in de onmiddelijke nabijheid van de &amp;amp;mu;A7812 gemonteerd worden.&lt;br /&gt;
====&amp;lt;u&amp;gt;De koeling&amp;lt;/u&amp;gt;====&lt;br /&gt;
We gaan eerst berekenen hoeveel vermogen het IC moet dissiperen. Dat doen we met de formule: U&amp;lt;Sub&amp;gt;in&amp;lt;/Sub&amp;gt; - U&amp;lt;Sub&amp;gt;uit&amp;lt;/Sub&amp;gt; &amp;amp;times; I&amp;lt;Sub&amp;gt;max&amp;lt;/Sub&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
U&amp;lt;Sub&amp;gt;in&amp;lt;/Sub&amp;gt; = 19 volt. &amp;amp;nbsp; U&amp;lt;Sub&amp;gt;uit&amp;lt;/Sub&amp;gt; = 12 volt. &amp;amp;nbsp; I&amp;lt;Sub&amp;gt;max&amp;lt;/Sub&amp;gt; = 1 amp&amp;amp;egrave;re. Het IC moet dus (19 - 12) &amp;amp;times; 1 = 7 watt dissiperen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nu moet berekend worden of er een koelplaat noodzakelijk is. Dat doen we met de formule: P&amp;lt;Sub&amp;gt;t&amp;lt;/Sub&amp;gt; = (T&amp;lt;Sub&amp;gt;j&amp;lt;/Sub&amp;gt;-T&amp;lt;Sub&amp;gt;a&amp;lt;/Sub&amp;gt;) / R&amp;lt;Sub&amp;gt;j&amp;lt;/Sub&amp;gt;-a.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
P&amp;lt;Sub&amp;gt;t&amp;lt;/Sub&amp;gt; is het maximaal te dissiperen vermogen van het IC, zonder koelplaat.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
T&amp;lt;Sub&amp;gt;j&amp;lt;/Sub&amp;gt; is de maximaal toegestane chiptemperatuur volgens de datasheet, meestal 150&amp;amp;deg;C.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
T&amp;lt;Sub&amp;gt;a&amp;lt;/Sub&amp;gt; is de omgevingstemperatuur (deze stellen we op 40&amp;amp;deg;C).&amp;lt;br /&amp;gt; &lt;br /&gt;
R&amp;lt;Sub&amp;gt;j&amp;lt;/Sub&amp;gt;-a is de thermische weerstand van de chip naar de omgeving (in het geval van een &amp;amp;mu;A7812 in TO220-behuizing is deze 55&amp;amp;deg;C/W)&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
We krijgen dan: P&amp;lt;Sub&amp;gt;t&amp;lt;/Sub&amp;gt; = (150-40) / 55 ofwel P&amp;lt;Sub&amp;gt;t&amp;lt;/Sub&amp;gt; = 2 watt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
We hebben hierboven berekend dat het te dissiperen vermogen 7 watt is en het IC zonder koelplaat maar 2 watt kan verwerken. Het IC moet dus gekoeld worden. Er moet nu berekend worden wat de thermische weerstand van de koelplaat moet zijn.&lt;br /&gt;
We berekenen de thermische weerstand (R&amp;lt;Sub&amp;gt;hs&amp;lt;/Sub&amp;gt;-a) voor de koelplaat met de formule: R&amp;lt;Sub&amp;gt;hs&amp;lt;/Sub&amp;gt;-a = (T&amp;lt;Sub&amp;gt;j&amp;lt;/Sub&amp;gt; - T&amp;lt;Sub&amp;gt;a&amp;lt;/Sub&amp;gt; / P&amp;lt;Sub&amp;gt;t&amp;lt;/Sub&amp;gt;) - (R&amp;lt;Sub&amp;gt;j&amp;lt;/Sub&amp;gt;-c) - (R&amp;lt;Sub&amp;gt;c&amp;lt;/Sub&amp;gt;-hs).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
T&amp;lt;Sub&amp;gt;j&amp;lt;/Sub&amp;gt; is de maximaal toegestane chiptemperatuur volgens de datasheet, meestal 150&amp;amp;deg;C.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
T&amp;lt;Sub&amp;gt;a&amp;lt;/Sub&amp;gt; is de omgevingstemperatuur (40&amp;amp;deg;C).&amp;lt;br /&amp;gt; &lt;br /&gt;
P&amp;lt;Sub&amp;gt;t&amp;lt;/Sub&amp;gt; is het maximaal te dissiperen vermogen, in dit geval 7 watt.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
R&amp;lt;Sub&amp;gt;j&amp;lt;/Sub&amp;gt;-c is de thermische weerstand van de chip naar de behuizing (in het geval van een &amp;amp;mu;A7812 in TO220-behuizing is deze 6).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
R&amp;lt;Sub&amp;gt;c&amp;lt;/Sub&amp;gt;-hs is de thermische weerstand tussen IC en koelplaat, meestal zo rond de 0,5&amp;amp;deg;C/W&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zetten we de waarden in de formule dan krijgen we: R&amp;lt;Sub&amp;gt;hs&amp;lt;/Sub&amp;gt;-a = (150 - 40)/ 7 - 6 - 0,5 ofwel 110 / 7 - 6,5 ofwel 15,71 - 6,5 = 9,2&amp;amp;deg;C/W&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nu willen we weten wat er gebeurt wanneer we de max. chiptemperatuur verlagen naar 125&amp;amp;deg;C:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
T&amp;lt;Sub&amp;gt;j&amp;lt;/Sub&amp;gt; is de maximaal toegestane chiptemperatuur volgens de datasheet, meestal 125&amp;amp;deg;C.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
T&amp;lt;Sub&amp;gt;a&amp;lt;/Sub&amp;gt; is de omgevingstemperatuur (40&amp;amp;deg;C).&amp;lt;br /&amp;gt; &lt;br /&gt;
P&amp;lt;Sub&amp;gt;t&amp;lt;/Sub&amp;gt; is het maximaal te dissiperen vermogen, in dit geval 7 watt.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
R&amp;lt;Sub&amp;gt;j&amp;lt;/Sub&amp;gt;-c is de thermische weerstand van de chip naar de behuizing (in het geval van een &amp;amp;mu;A7812 in TO220-behuizing is deze 3).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
R&amp;lt;Sub&amp;gt;c&amp;lt;/Sub&amp;gt;-hs is de thermische weerstand tussen IC en koelplaat, meestal zo rond de 0,5&amp;amp;deg;C/W&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zetten we deze waarden in de formule dan krijgen we: R&amp;lt;Sub&amp;gt;hs&amp;lt;/Sub&amp;gt;-a = (120 - 40)/ 7 - 3 - 0,5 ofwel 80 / 7 - 3,5 ofwel 11,42 - 3,5 = 7,9&amp;amp;deg;C/W&lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
=== De weerstand ===&lt;br /&gt;
De waarde van een weerstand wordt aangegeven in ohm, met het symbool &amp;amp;Omega;. In schema's wordt het symbool gebruikt zoals aangegeven in tekening 54. Een weerstand heeft geen polariteit, dus het maakt niets uit hoe u een weerstand aansluit.&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Weerst_symbool01.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= 40px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 51&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Schemasymbool van een weerstand&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
==== Typen Weerstanden ====&lt;br /&gt;
De weerstand bestaat in meerdere typen:&lt;br /&gt;
:* De koolfilmweerstand, waarop een dun laagje kool is aangebracht.&lt;br /&gt;
:* De metaalfilmweerstand, waarop een dun laagje metaal is aangebracht.&lt;br /&gt;
:* De draadgewonden weerstand. Bij dit type is een stuk weerstanddraad om een keramische kern gewikkeld. De lengte &amp;amp;eacute;n de diameter van de draad bepalen de weerstandswaarde.&lt;br /&gt;
==== Weerstandcodering ====&lt;br /&gt;
In schema's worden afkortingen voor de waarden gebruikt. Zouden we alle weerstandwaarden voluit in het schema noteren, dan zou het schema onleesbaar worden. De waarden worden aangegeven met een hoofdletter, zoals de T voor Terra ohm en de M voor Mega ohm, behalve de k&amp;amp;Omega;, die wordt als 'k' geschreven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij waarden van 1000 ohm en hoger gaat het zo: 1000 ohm = 1k, &amp;amp;nbsp; 4700 ohm = 4k7, &amp;amp;nbsp;  12000 ohm = 12k, &amp;amp;nbsp; 1000000 ohm = 1M, &amp;amp;nbsp; 3300000 ohm = 3M3 enz.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij waarden onder de 1000 ohm wordt een R achteraan de waarde toegevoegd; zo wordt 56 ohm geschreven als 56R, en 720 ohm als 720R.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij waarden onder de &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n ohm wordt het op deze manier aangegeven: er staat een R v&amp;amp;ograve;&amp;amp;ograve;r de waardeaanduiding: R47 = 0,47 ohm.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Wanneer de letter R tussen de cijfers staat hebben we te maken met een weerstand met achter de komma een decimale waarde, bijvoorbeeld 1R8 = 1,8 &amp;amp;Omega; (vroeger werd bij de firma Philips de letter E gebruikt in plaats van de R. Een weerstand van 6E8 is dus hetzelfde als 6R8 en heeft dus een waarde van 6,8 &amp;amp;Omega;). &lt;br /&gt;
=== E-Reeksen ===&lt;br /&gt;
Weerstanden zijn ingedeeld in E-Reeksen. Een E-reeks is een vastgelegde, uniforme reeks van waarden. De volgende E-reeksen zijn in de handel: E6, E12, E24, E48, E96 en E192.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de E12-reeks (standaard waarden met 10% tolerantie) komen de volgende waarden voor: 10, 12, 15, 18, 22, 27, 33, 39, 47, 56, 68, 82. Tot deze reeks behoren b.v. de waarden 12 ohm, 220 ohm, 33 k&amp;amp;Omega;, 560 k&amp;amp;Omega; enz.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De waarden in de E-reeksen zijn zo gekozen dat de weerstandswaarden binnen de tolerantiegrenzen elkaar niet of nauwelijks overlappen, zoals te zien is in tabel 55.&lt;br /&gt;
==== Grenswaarden van de E12-reeks ====&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot; style=&amp;quot;font-size:90%; text-align:center;&amp;quot;&lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot; width=&amp;quot;45&amp;quot;| Waarde&lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot; width=&amp;quot;50&amp;quot;| Minimaal&lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot; width=&amp;quot;50&amp;quot;| Maximaal&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 10 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;|  9 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 11 &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 12 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 10,8 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 13,2 &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 15 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 13,5 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 16,5 &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 18 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;|	16,2 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 19,8&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 22 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 19,8 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 24,2&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 27 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;|	24,3 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 29,7&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 33 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 29,7 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 36,3&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 39 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 35,1 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 42,9&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 47 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 42,3 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 51,7&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 56 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 50,4 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 61,6&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 68 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 61,2 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 74,8&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 82 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 73,8 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;|  90,2&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
{{Tabelonderschrift&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 52&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
In de E24-reeks (weerstanden met 5% tolerantie) komen de volgende waarden voor: 10, 11, 12, 13, 15, 16, 18, 20, 22, 24, 27, 30, 33, 36, 39, 43, 47, 51, 56, 62, 68, 75, 82, 91. Tot deze reeks behoren b.v. de waarden 11 ohm, 240 ohm, 36k, 510k enz.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Over de E-reeksen is in de [http://nl.wikipedia.org/wiki/E-reeks WikiPedia] en via [http://www.google.nl Google] uitgebreidere informatie te vinden.&lt;br /&gt;
==== Kleurcodering van weerstanden ====&lt;br /&gt;
Weerstanden zijn voorzien van een gestandaardiseerde code in de vorm van gekleurde ringen.&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Weerst_code01.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= Zeer groot&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 53&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Kleurcodering van koolfilmweerstanden&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Tabel&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Bij &amp;lt;u&amp;gt;koolfilm-weerstanden&amp;lt;/u&amp;gt; staan vier ringen op de weerstand.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
We moeten de weerstand met de zilveren of gouden ring aan de rechterzijde houden (zie tabel 56). Daarna kunnen we aan de hand van de kleurcode (van links naar rechts lezend) de waarde achterhalen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Wanneer we een weerstand hebben met de kleuren: bruin-zwart-rood-goud, dan is de waarde 1 0 &amp;amp;times; 100 = 1000 ohm ofwel 1k, met een tolerantie van 5%.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Een weerstand met de kleuren oranje-wit-geel-rood heeft een waarde van 3 9 &amp;amp;times; 10k = 390k met een tolerantie van 2%.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Een weerstand met de kleuren groen-blauw-goud-goud heeft een waarde van 5 6 &amp;amp;times; 0,1 = 5,6 ohm met een tolerantie van 5%. Soms staan er maar drie ringen op de weerstand, dan heeft deze een tolerantie van 20%.&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Weerst_code02.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= Zeer groot&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 54&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Kleurcodering van metaalfilmweerstanden&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
|Type= Tabel&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Bij &amp;lt;u&amp;gt;metaalfilm-weerstanden&amp;lt;/u&amp;gt; staan vijf (en soms zes) ringen op de weerstand.&lt;br /&gt;
We moeten de weerstand met de ringen aan de linkerzijde vasthouden (zie tabel 54). Daarna kunnen we aan de hand van de kleurcode de waarde achterhalen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Wanneer we een weerstand hebben met de kleuren: bruin-bruin-zwart-rood-goud, dan is de waarde 1 1 0 &amp;amp;times; 100 = 11k met een tolerantie van 5%. Een weerstand met de kleuren oranje-wit-zwart-rood-rood heeft een waarde van 3 9 0 &amp;amp;times; 100 = 39k met een tolerantie van 2%.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Een weerstand met de kleuren groen-blauw-bruin-blauw-groen heeft een waarde van 5 6 1 &amp;amp;times; 1M = 561 Mega ohm met een tolerantie van 0,5%. Een eventuele zesde ring geeft de temperatuurco&amp;amp;euml;ffici&amp;amp;euml;nt aan. (561 Mega ohm wordt in vaktermen '561 Meg' genoemd).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij het berekenen van weerstandswaarden dient u altijd af te ronden naar de eerstvolgende verkrijgbare hogere waarde, zie [[#Tolerantie|Tolerantie]].&lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
=== De Zenerdiode ===&lt;br /&gt;
Zenerdioden zijn genoemd naar C.M. Zener, een Amerikaanse natuurkundige, die het zener-effect ontdekte. De zenerdiode heeft, net als de gewone diode, een kathode en een anode. Op de behuizing zit een ring die de kathodezijde aangeeft. Er bestaan gewone zenerdioden, maar ook zenerdioden die het zgn. Avalance (Engels) of lawine-effect hebben. Bij de laatste typen neemt de inwendige weerstand plotseling sterk af van enkele tientallen Mega ohm tot ongeveer 100 &amp;amp;omega; wanneer ze in geleiding komen (c.q. doorslaan).&lt;br /&gt;
{{Afbeelding 2 naast elkaar &lt;br /&gt;
|Bestand= Zener_symbool01.gif&lt;br /&gt;
|Bestand2= Zener_symbool02.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= 40px &lt;br /&gt;
|Grootte2= 40px &lt;br /&gt;
|Volgnummer= 55&lt;br /&gt;
|Volgnummer2= 56&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Schemasymbool zenerdiode &lt;br /&gt;
|Omschrijving2= 2e Schemasymbool zenerdiode &lt;br /&gt;
|Type= Tekening&lt;br /&gt;
|Type2= Tekening&lt;br /&gt;
|Maker= Fred Eikelboom &amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Maker2= Fred Eikelboom &lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
De zenerdiode wordt normaliter aangesloten in sperrichting. Er bestaan echter ook zenerdiodes voor lage spanningen (lager dan twee volt), die in doorlaatrichting aangesloten dienen te worden. Zodra de aangelegde spanning boven de doorslagspanning (zenerspanning) komt, gaat de zenerdiode geleiden. De spanning over de zenerdiode blijft dan redelijk constant.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Er &amp;lt;u&amp;gt;moet&amp;lt;/u&amp;gt; in serie met de zenerdiode altijd een weerstand worden aangesloten (meestal aan de kathodezijde), om er voor te zorgen dat de maximale doorlaatstroom niet overschreden wordt. Voor een goede werking van de zenerdiode is een minimumstroom benodigd. Bij ongeveer 5 tot 10 milliamp&amp;amp;egrave;re bereiken we goede resultaten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
''Zenerdiodes zijn niet bruikbaar bij wisselspanning''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Mocht u denken dat u eventueel met twee- of meer tegengesteld geschakelde zenerdiodes bijv. de motorsnelheid zou kunnen 'temperen', dan komt u bedrogen uit. Daar een zenerdiode in tegengestelde stroomrichting als gewone diode werkt, zal er dus bij twee antiparellel staande zenerdiodes (van bijv. 12 volt) in beide richtingen nooit meer dan 0,6 volt over de zenerdiodes komen te staan. Zenerdiodes zijn dus alleen toepasbaar bij gelijkstroomtoepassingen. &lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
=== De tolerantie ===&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
| valign='center'| [[Bestand:Let-op.jpg|50px|center]]&amp;lt;small&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&amp;amp;nbsp;'''LET OP'''&amp;lt;/small&amp;gt;||valign='top'|&amp;amp;Eacute;&amp;amp;eacute;n van de zaken die bij elektronica in de gaten gehouden moeten worden, is de zogenaamde tolerantie bij de componenten. Hieronder wordt verstaan dat de waarde van een bepaalde component, bijvoorbeeld de [[Elektronica basis#weerstand|weerstand]], niet altijd is wat die moet zijn. Bedenk, dat het hier meestal gaat om onderdelen die in massa geproduceerd worden, vaak geheel machinaal, zoals weerstanden. De tolerantie wordt, normaal gesproken, op het onderdeel weergegeven.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bij een tolerantie van bijvoorbeeld 10% bij een weerstand van 50 ohm betekent dat, bij een spanning van 5 volt, dat de stroomsterkte door de weerstand tussen 90 en 110 milliamp&amp;amp;egrave;re kan zijn, een verschil van 20%! Meestal zal dat niet erg zijn, maar bij gevoelige componenten, zoals leds en transistoren, kan dat het 'overlijden' van de component betekenen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&amp;lt;small&amp;gt;(toegevoegd door Dick van der Knaap).&amp;lt;/small&amp;gt;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
''Daarom moet bij berekeningen van weerstandswaarden &amp;lt;u&amp;gt;altijd worden afgerond op de eerstvolgende hogere waarde&amp;lt;/u&amp;gt;''.&lt;br /&gt;
{{Linkssectie begin&lt;br /&gt;
|Box= AlleenInfo&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Encyclopedie:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Wat is een led&lt;br /&gt;
|Linknaam= Aanvullende informatie over de led&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Cursussen en handleidingen&lt;br /&gt;
|Linknaam= Cursus basis-elektronica (zie Cursussen)&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= GoldCaps&lt;br /&gt;
|Linknaam= Informatie over de GoldCap&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Stappenplan decoderinbouw &lt;br /&gt;
|Linknaam= Stappenplan decoderinbouw &lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Wat is een reed-contact&lt;br /&gt;
|Linknaam= Wat is een reed-contact&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Wisselaansturing met relais &lt;br /&gt;
|Linknaam= Wisselaansturing met relais&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie scheiding}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Beneluxspoor.net:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Forum-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 18&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= over spanningsregelaars/elco's.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie scheiding}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Externe websites:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Conrad-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 29 &amp;lt;!-- conrad tracking link --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Onderdelen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 439 &amp;lt;!-- circ --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= over imitatie halfgeleiders.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Elna-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 1&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Informatie over verschillende types PowerCaps (Goldcaps). (pdf, 20Mb, dus lange laadtijd!)&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Elna-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 2&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Technische informatie over PowerCaps (Goldcaps). (pdf)&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 24&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Aanvullende info over relais. &lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link NL-Wikipedia-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 1&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Meer over de condensator. (Component)&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link NL-Wikipedia-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 2&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Meer over de diode. (Component)&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link NL-Wikipedia-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 3&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Meer over de elco. (Component)&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link NL-Wikipedia-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 4&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Meer over de E-reeks.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link NL-Wikipedia-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 5&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Meer over de gelijkrichter.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link NL-Wikipedia-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 6&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Meer over de Goldcap (Duits). (Component)&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link NL-Wikipedia-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 7&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Meer over millihenry.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link NL-Wikipedia-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 8&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Meer over de potentiometer. (Component) &lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link NL-Wikipedia-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 9&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Meer over relais. &lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link NL-Wikipedia-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 52&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Meer over vonkblussing (snubber).&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link NL-Wikipedia-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 10&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Meer over de weerstand. (Component) &lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link NL-Wikipedia-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 11&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Meer over de Zenerdiode. (Component)&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Panasonic-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 1&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Informatie over verschillende types Goldcaps. (pdf)&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Panasonic-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 2&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Technische informatie over verschillende types Goldcaps. (pdf)&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 438 &amp;lt;!--sound.whsites.net--&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Meer over imitatie-halfgeleiders. &lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie einde}}&lt;br /&gt;
{{Voettekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Elektronica&lt;br /&gt;
|Volgende= Elektronica analoog&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Elektronica&lt;br /&gt;
}}{| width=&amp;quot;100%&amp;quot;&lt;br /&gt;
|- valign=&amp;quot;top&amp;quot;&lt;br /&gt;
! scope=&amp;quot;row&amp;quot; width=&amp;quot;77%&amp;quot; |&lt;br /&gt;
| &amp;lt;small&amp;gt;Laatste wijziging: 9 okt 2017 12:07&amp;lt;/small&amp;gt;&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
[[Categorie: Alles|E]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Artikel|Elektronica Basis]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Bedrading|E]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Elektronica|E]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Elektronica analoog|E]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Led|E]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: S88|E]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Fred Eikelboom|E]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Dick</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Systeem_MpC&amp;diff=44416</id>
		<title>Systeem MpC</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Systeem_MpC&amp;diff=44416"/>
				<updated>2017-10-19T15:12:53Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Dick: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Koptekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Systeem HCCM&lt;br /&gt;
|Volgende= Systeem MIRACOS&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Schakelingen met reed-contacten&lt;br /&gt;
|Auteur= Dick van der Knaap&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Inhoudsopgave||Klein}}&lt;br /&gt;
=== Inleiding ===&lt;br /&gt;
Het systeem MpC (Modellbahnsteuerung per Computer) van Gahler und Ringstmeier is een in Nederland relatief onbekend - zogenaamd 'blokgestuurd' - systeem. Dat houdt in dat de modelspoorbaan in blokken is verdeeld, waarbij elk blok zijn eigen elektronica heeft, die weer de rijstroom van de verschillende treinen regelt. Het geheel wordt bestuurd met behulp van een DOS-gebaseerd programma, waarvoor slechts een oude computer voldoende is (DOS is de afkorting van ''''D'''isk '''O'''perating '''S'''ystem').&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Interfacekaart, Blokkaarten en voeding ===&lt;br /&gt;
In een 19 Inch-rek worden insteekkaarten gemonteerd. Dit geheel communiceert met de computer via een interface-kaart, met daarop een speciaal geprogrammeerde Eprom. Deze is verkrijgbaar bij de heer Ringstmeier en voor het gebruik moet een licentie worden aangeschaft.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Elke gemonteerde kaart heeft ofwel twee blokaansluitingen, &amp;amp;oacute;f vier hulp-blokaansluitingen, danwel acht bezetmelders, acht wisselaansluitingen, 32 schakelaars of 32 led-aansluitingen. Op deze kaarten gebeurt dus, wat bij andere systemen door decoders en terugmelders wordt gedaan. De voeding wordt verzorgd door middel van enkele ringkerntrafo’s. Enige elektronica regelt het geheel, en dient onder meer om alles tegen kortsluiting te beveiligen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Werking van het systeem ===&lt;br /&gt;
Wat betreft de werking is het systeem vergelijkbaar met andere digitale systemen, met als bijzonderheid dat de regeling werkt doordat de chips (IC's) op de insteekkaarten zitten, en niet in de locs en de decoders. Aan het rollend materiaal behoeft dus niets veranderd of ingebouwd te worden, en ook oudere treinen kunnen worden gestuurd; dat alles onafhankelijk van de schaal, van LGB (1:22) tot Z (1:220). &lt;br /&gt;
Zoals bij alle computerbesturingen het geval is, dienen van tevoren de nodige gegevens aan de computer te worden verteld door middel van invulformulieren die in het programma worden opgeslagen, wat bij rijden met decoders onder andere gebeurt door instellen van CV-waarden. Daardoor weet de computer bijvoorbeeld:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:* de volgorde van de blokken en hulpblokken;&lt;br /&gt;
:* wat de doorrijdblokken zijn (die hebben dus geen stopsectie);&lt;br /&gt;
:* welke wissels moeten worden omgezet voor een bepaalde rijweg;&lt;br /&gt;
:* welke rijwegen er zijn, met bijbehorende wissels;&lt;br /&gt;
:* wat de eigenschappen van een blok zijn (maximumsnelheid, lengte, stoppunt);&lt;br /&gt;
:* welke terugmelders bij een baandeel horen;&lt;br /&gt;
:* welk sein bij een blok hoort (regeling correct seinbeeld);&lt;br /&gt;
:* wat de rijeigenschappen van een loc, treinstel of trein zijn (optrekken, maximum snelheid, afremmen, kruipsnelheid tot stop).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Maximaal kan het systeem 400 locs/treinstellen aan. De terugmelding gebeurt, doordat de computer vaststelt dat er een stroomverbruiker op een melder aanwezig is. Daarom moet de laatste as van een trein een klein beetje stroom afnemen, wat eventueel bereikt wordt door het aanbrengen van weerstandslak.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bij een weerstand van ongeveer 10 tot 15 k&amp;amp;Omega; wordt het einde van een trein netjes gedetecteerd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Beveiliging  en bediening ===&lt;br /&gt;
De belangrijkste taak van de computer is de beveiliging. De plaatsen (posities) van alle treinen zijn ten allen tijde bekend, en de computer verzorgt de stroomtoevoer naar een blok, afhankelijk van de ingestelde rijweg. U kunt &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n- of meer bedieningspanelen gebruiken, en daarop de treinen zien rijden aan de hand van rode, gele en groene leds. U heeft steeds de keus tussen 'volledig automatisch rijden' of 'volledig handgestuurd', danwel een mengvorm van die twee. Maar de beveiliging blijft steeds in handen van de computer. Die zorgt er dus bijvoorbeeld voor dat geen tegenstrijdige rijwegen kunnen worden ingesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Er bestaat de mogelijkheid om vaste routes te rijden, als u die maar beschreven heeft. Ook pendeltreinen op een enkelsporig baanvak kunnen zo eindeloos heen-en-weer rijden. De kunst is dan om een aantal treinen op routes te zetten en met de handbesturing andere treinen daar tussendoor te leiden.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het voordeel - in het bijzonder voor een clubbaan - is dat in de gemotoriseerde voertuigen geen decoder behoeft te worden ingebouwd. Het systeem is voor alle schalen geschikt (ook schaal Z, 1:220), maar all&amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n voor gelijkspanning.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Er is ook een nadeel: bijzondere functies zoals fluiten, motorgeluid, rangeerseinen en dergelijke, worden niet ondersteund.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bovenstaande systeem heet MpC-Classic. Gahler und Ringstmeier levert ook een systeem voor de digitale modelspoorbaan, genaamd MpC-Digital. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Linkssectie begin&lt;br /&gt;
|Box= AlleenInfo&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Encyclopedie:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Het maken van een stopsectie&lt;br /&gt;
|Linknaam= Het maken van een stopsectie&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie scheiding}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Externe website:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 28&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= (G&amp;amp;R) (MpC).&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie einde}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Voettekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Systeem HCCM&lt;br /&gt;
|Volgende= Systeem MIRACOS&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Schakelingen met reed-contacten&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{| width= &amp;quot;100%&amp;quot;&lt;br /&gt;
|- valign= &amp;quot;top&amp;quot;&lt;br /&gt;
! scope= &amp;quot;row&amp;quot; width=&amp;quot;77%&amp;quot; |&lt;br /&gt;
| &amp;lt;small&amp;gt;Laatste wijziging: 3 mrt 2016 15:10 (UTC)&amp;lt;/small&amp;gt;&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
[[Categorie: Alles|S]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Artikel|Systeem MpC]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Analoge baanbesturing|S]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Baanbesturing|S]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Blokgestuurd rijden|S]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Bezetmelding/Terugmelding|S]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Software|S]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Dick van der Knaap|S]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Dick</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Systeem_MpC&amp;diff=44415</id>
		<title>Systeem MpC</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Systeem_MpC&amp;diff=44415"/>
				<updated>2017-10-19T15:09:18Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Dick: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Koptekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Systeem HCCM&lt;br /&gt;
|Volgende= Systeem MIRACOS&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Schakelingen met reed-contacten&lt;br /&gt;
|Auteur= Dick van der Knaap&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Inhoudsopgave||Klein}}&lt;br /&gt;
=== Inleiding ===&lt;br /&gt;
Het systeem MpC (Modellbahnsteuerung per Computer) van Gahler und Ringstmeier is een in Nederland relatief onbekend - zogenaamd 'blokgestuurd' - systeem. Dat houdt in dat de modelspoorbaan in blokken is verdeeld, waarbij elk blok zijn eigen elektronica heeft, die weer de rijstroom van de verschillende treinen regelt. Het geheel wordt bestuurd met behulp van een DOS-gebaseerd programma, waarvoor slechts een oude computer voldoende is (DOS is de afkorting van ''''D'''isk '''O'''perating '''S'''ystem').&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Interfacekaart, Blokkaarten en voeding ===&lt;br /&gt;
In een 19 Inch-rek worden insteekkaarten gemonteerd. Dit geheel communiceert met de computer via een interface-kaart, met daarop een speciaal geprogrammeerde Eprom. Deze is verkrijgbaar bij de heer Ringstmeier en voor het gebruik moet een licentie worden aangeschaft.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Elke gemonteerde kaart heeft ofwel twee blokaansluitingen, &amp;amp;oacute;f vier hulp-blokaansluitingen, danwel acht bezetmelders, acht wisselaansluitingen, 32 schakelaars of 32 led-aansluitingen. Op deze kaarten gebeurt dus, wat bij andere systemen door decoders en terugmelders wordt gedaan. De voeding wordt verzorgd door middel van enkele ringkerntrafo’s. Enige elektronica regelt het geheel, en dient onder meer om alles tegen kortsluiting te beveiligen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Werking van het systeem ===&lt;br /&gt;
Wat betreft de werking is het systeem vergelijkbaar met andere digitale systemen, met als bijzonderheid dat de regeling werkt doordat de chips (IC's) op de insteekkaarten zitten, en niet in de locs en de decoders. Aan het rollend materiaal behoeft dus niets veranderd of ingebouwd te worden, en ook oudere treinen kunnen worden gestuurd; dat alles onafhankelijk van de schaal, van LGB (1:22) tot Z (1:220). &lt;br /&gt;
Zoals bij alle computerbesturingen het geval is, dienen van tevoren de nodige gegevens aan de computer te worden verteld door middel van invulformulieren die in het programma worden opgeslagen, wat bij rijden met decoders onder andere gebeurt door instellen van CV-waarden. Daardoor weet de computer bijvoorbeeld:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:* de volgorde van de blokken en hulpblokken;&lt;br /&gt;
:* wat de doorrijdblokken zijn (die hebben dus geen stopsectie);&lt;br /&gt;
:* welke wissels moeten worden omgezet voor een bepaalde rijweg;&lt;br /&gt;
:* welke rijwegen er zijn, met bijbehorende wissels;&lt;br /&gt;
:* wat de eigenschappen van een blok zijn (maximumsnelheid, lengte, stoppunt);&lt;br /&gt;
:* welke terugmelders bij een baandeel horen;&lt;br /&gt;
:* welk sein bij een blok hoort (regeling correct seinbeeld);&lt;br /&gt;
:* wat de rijeigenschappen van een loc, treinstel of trein zijn (optrekken, maximum snelheid, afremmen, kruipsnelheid tot stop).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Maximaal kan het systeem 400 locs/treinstellen aan. De terugmelding gebeurt, doordat de computer vaststelt dat er een stroomverbruiker op een melder aanwezig is. Daarom moet de laatste as van een trein een klein beetje stroom afnemen, wat eventueel bereikt wordt door het aanbrengen van weerstandslak.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Bij een weerstand van ongeveer 10 tot 15 k&amp;amp;Omega; wordt het einde van een trein netjes gedetecteerd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Beveiliging  en bediening ===&lt;br /&gt;
De belangrijkste taak van de computer is de beveiliging. De plaatsen (posities) van alle treinen zijn ten allen tijde bekend, en de computer verzorgt de stroomtoevoer naar een blok, afhankelijk van de ingestelde rijweg. U kunt &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n- of meer bedieningspanelen gebruiken, en daarop de treinen zien rijden aan de hand van rode, gele en groene leds. U heeft steeds de keus tussen 'volledig automatisch rijden' of 'volledig handgestuurd', danwel een mengvorm van die twee. Maar de beveiliging blijft steeds in handen van de computer. Die zorgt er dus bijvoorbeeld voor dat geen tegenstrijdige rijwegen kunnen worden ingesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Er bestaat de mogelijkheid om vaste routes te rijden, als u die maar beschreven heeft. Ook pendeltreinen op een enkelsporig baanvak kunnen zo eindeloos heen-en-weer rijden. De kunst is dan om een aantal treinen op routes te zetten en met de handbesturing andere treinen daar tussendoor te leiden.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het voordeel - in het bijzonder voor een clubbaan - is dat in de gemotoriseerde voertuigen geen decoder behoeft te worden ingebouwd. Het systeem is voor alle schalen geschikt (ook schaal Z, 1:220), maar all&amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n voor gelijkspanning.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Er is ook een nadeel: bijzondere functies zoals fluiten, motorgeluid, rangeerseinen en dergelijke, worden niet ondersteund.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bovenstaande systeem heet MpC-Classic. Gahler und Ringstmeier levert ook een systeem voor de digitale modelspoorbaan; MpC-Digital. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Linkssectie begin&lt;br /&gt;
|Box= AlleenInfo&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Encyclopedie:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Het maken van een stopsectie&lt;br /&gt;
|Linknaam= Het maken van een stopsectie&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie scheiding}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Externe website:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 28&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= (G&amp;amp;R) (MpC).&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie einde}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Voettekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Systeem HCCM&lt;br /&gt;
|Volgende= Systeem MIRACOS&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Schakelingen met reed-contacten&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{| width= &amp;quot;100%&amp;quot;&lt;br /&gt;
|- valign= &amp;quot;top&amp;quot;&lt;br /&gt;
! scope= &amp;quot;row&amp;quot; width=&amp;quot;77%&amp;quot; |&lt;br /&gt;
| &amp;lt;small&amp;gt;Laatste wijziging: 3 mrt 2016 15:10 (UTC)&amp;lt;/small&amp;gt;&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
[[Categorie: Alles|S]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Artikel|Systeem MpC]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Analoge baanbesturing|S]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Baanbesturing|S]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Blokgestuurd rijden|S]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Bezetmelding/Terugmelding|S]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Software|S]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Dick van der Knaap|S]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Dick</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Chemicali%C3%ABn_en_modelspoor&amp;diff=44414</id>
		<title>Chemicaliën en modelspoor</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Chemicali%C3%ABn_en_modelspoor&amp;diff=44414"/>
				<updated>2017-10-19T14:43:49Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Dick: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Koptekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Boren&lt;br /&gt;
|Volgende= Constructieve Tips&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Methoden, technieken en materialen&lt;br /&gt;
|Auteur= Dick van der Knaap&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Inhoudsopgave||Klein}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werk in uitvoering.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Inleiding ===&lt;br /&gt;
Regelmatig komt het voor, dat oplosmiddelen en andere stoffen door de modelspoorder voor de meest uiteenlopende doeleinden worden gebruikt. Daarover worden, meestal door onwetendheid en ondeskundigheid, de meest wilde verhalen op fora opgehangen. U kunt daarom het beste vóóraf lezen wat daadwerkelijk gevaren en gebruiks(on)mogelijkheden zijn.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
U kunt er vanuit gaan, dat waarschuwingen niet voor niets worden gegeven. Denk dus niet, dat het allemaal wel zal meevallen. Wees dus zo verstandig om, waar nodig, handschoenen te dragen, oude kleren aan te trekken, de werkruimte te ventileren, niet te roken, eten of drinken als u met chemicaliën werkt. Bewaar deze zaken buiten het bereik van kinderen, in goed ge&amp;amp;euml;tiketteerde flesjes/potjes en in beperkte hoeveelheden. Denk aan het brandgevaar.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Vaak kunt u de samenstellende bestanddelen van allerlei handelsproducten met de bijbehorende veiligheidsgegevens achterhalen. Binnen Europa mag namelijk een stof of mengsel niet worden verkocht zonder een MSDS (Material Safety Data Sheet). Dat kunt u meestal op internet vinden door te zoeken op de combinatie MSDS + productnaam.&lt;br /&gt;
U komt er zo ook achter dat een product vaak onder dezelfde naam verkocht wordt door verschillende fabrikanten, maar dat de samenstelling nog weleens verschillend is. Laat u dus niet op het verkeerde been zetten.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Zo zijn er bijvoorbeeld allerlei vloeistoffen, die als thinner verkocht worden, maar die onderling zeer verschillend zijn van samenstelling en mate van bruikbaarheid. Een ander voorbeeld is rookvloeistof. Die, welke modelspoorders gebruiken, is een vloeistof die door middel van elektriciteit wordt verhit en verdampt. In rookmachines (theaters) wordt een waterige vloeistof gebruikt, die daarom juist voor gebruik in een modelspoorloc onbruikbaar is en uw dure inbouwrookontwikkelaar onherstelbaar beschadigt.&lt;br /&gt;
=== &amp;lt;u&amp;gt;Schoonmaakvloeistoffen&amp;lt;/u&amp;gt; ===&lt;br /&gt;
De meeste van de hieronder genoemde vloeistoffen zijn in meer-of-mindere mate vluchtig. Bovendien hebben ze in plastic flessen de neiging om stilletjes tussen de macromoleculen van het plastic door de fleswand te kruipen en zo te vervliegen. Dat verklaart waarom, bijvoorbeeld, een plastic fles terpentine op den duur verschrompelt en steeds leger lijkt te worden. Remedie: glazen flesjes van, bijvoorbeeld, 0,1 liter gebruiken. Over de flessenhals een stukje keukenfolie doen. Dat zorgt ervoor dat de dop niet wordt aangetast en goed afsluit. Tot slot: zorg ervoor, dat de naam van de inhoud op de fles staat!&lt;br /&gt;
==== Benzine ====&lt;br /&gt;
Nooit gebruiken, want er zitten allerlei verbeteraars en dergelijke in (aromaten en MTBE), die na verdampen van de vluchtige bestanddelen op het te ontvetten voorwerp achter blijven.&lt;br /&gt;
==== Wasbenzine ====&lt;br /&gt;
Dat is eveneens een aardoliedestillaat, maar dan aromaatvrij en veel minder ongezond. Het laat bij verdampen g&amp;amp;egrave;&amp;amp;egrave;n residu achter. Goed ventileren!&lt;br /&gt;
==== Terpentijn ====&lt;br /&gt;
Destillaat verkregen uit sommige bomen. Bevat onverzadigde verbindingen, die onder invloed van lucht taaie polymeren vormen, die als residu achterblijven. Niet gebruiken, dus.&lt;br /&gt;
==== Terpentine ====&lt;br /&gt;
Niet verwarren met terpentijn! Deze vloeistof is een syntheseproduct van de aardolie-industrie. Er blijven g&amp;amp;egrave;&amp;amp;egrave;n resten achter. Is goed bruikbaar in de modelspoor.&lt;br /&gt;
==== Alcohol ====&lt;br /&gt;
Andere naam ethanol. Goed oplosmiddel, dat restloos verdampt. Door de hoge accijns op alcohol, zal de zuivere vloeistof niet gebruikt worden voor schoonmaakdoeleinden. De goedkope variant is spiritus. Die is ondrinkbaar gemaakt door bijmengen van het zeer gezondheidsschadelijke methylalcohol (methanol) en een kleurstof. Ook zit er in spiritus meestal 10-15 % water, wat bij mengen soms problematisch kan zijn.&lt;br /&gt;
Ook bij de naam 'alcohol' kan verwarring optreden. Ze wordt namelijk door sommigen ook wel gebruikt voor de stof isopropanol (isopropylalcohol, IPA, 2-propanol), ook bekend als ruitenwisservloeistof in auto’s om bevriezing in de winter te voorkomen. Is bijvoorbeeld geschikt om de airbrush na afloop schoon te maken, en is volledig met water mengbaar.&lt;br /&gt;
==== Aceton ====&lt;br /&gt;
Synoniemen dimethylketon, 2-propanon, nagellakremover. Dat moet u niet teveel inademen, maar is goed bruikbaar als redelijk agressief schoonmaakmiddel. Polystyreen wordt erdoor aangetast (opgelost), metalen echter niet. Penselen die na gebruik niet schoongemaakt werden, kunnen van verfresten worden ontdaan en weer soepel gemaakt door behandelen met aceton. Nadeel is, dat de vloeistof snel verdampt. Het kookpunt is 56 &amp;amp;#176;C.&lt;br /&gt;
==== MEK ====&lt;br /&gt;
Synoniemen methylethylketon, 2-butanon. Dit heeft een hoger kookpunt (80 &amp;amp;#176;C) en verdampt daarom iets minder snel. Het kan beschouwd worden als het 'grotere broertje' van aceton, met een kenmerkende wee&amp;amp;iuml;zoete geur. Mits spaarzaam aangebracht, is het bijna ideaal om polystyreen te lijmen. De in de handel gebruikte 'plasticlijmen' bestaan vaak uit deze vloeistof, verdikt door erin opgelost polystyreen.&lt;br /&gt;
=== &amp;lt;u&amp;gt;Etsvloeistoffen&amp;lt;/u&amp;gt; ===&lt;br /&gt;
Bij het etsproces wordt kopermetaal omgezet tot koperionen door een chemisch proces, waarbij het elektronen afstaat. Di&amp;amp;egrave; worden op hun beurt weer opgenomen door het etsmiddel. Daarvoor zijn verschillende stoffen zeer geschikt gebleken. Maar welke u ook kiest: de oplossing met het etsmiddel is meestal funest voor kleding, waar gemorste vloeistof gaten kan veroorzaken, of lelijke vlekken. Ook tafelbladen, roestvrijstalen aanrechten en ander 'huisraad' vinden gemorste oplossing niet leuk.&lt;br /&gt;
Afval behoort afgevoerd te worden via de gemeentelijke vuilophaaldienst als 'klein chemisch afval'.&lt;br /&gt;
De meest bekende stoffen zijn:&lt;br /&gt;
==== IJzerchloride ====&lt;br /&gt;
Synoniemen FeCl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;, ferrichloride, ijzertrichloride. Dit is een bruine stof, waarvan een waterige oplossing voor de etsing gebruikt kan worden. Bewaren in gesloten (plastic) fles. Kan troebel worden of een neerslag hebben, maar dat verandert de werking niet.&lt;br /&gt;
De oplossing wordt vaak in de elektronica gebruikt om printplaten te etsen. De stof zal wel bij vele elektronicazaken te koop zijn.&lt;br /&gt;
==== Ammoniumpersulfaat ====&lt;br /&gt;
Synoniem (NH&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;S&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;8&amp;lt;/sub&amp;gt;, ammoniumperoxodisulfaat. Dit is een witte, kristallijne stof die kleurloos oplost in water. Als de stof haar werk doet, gaat het koper in oplossing en ontstaat een diepblauwe kleur (koperammoniumcomplex). Deze stof is wat moeilijker te verkrijgen.&lt;br /&gt;
=== &amp;lt;u&amp;gt;Ontwikkelvloeistof&amp;lt;/u&amp;gt; ===&lt;br /&gt;
==== Natriumhydroxide ====&lt;br /&gt;
Natriumhydroxide (ook wel 'caustic soda' ofwel 'natronloog' genoemd), wordt gebruikt als ontwikkelaar van belicht printmaterial. Zie ook het artikel ''Etsen van messing'' bij [[Chemicali&amp;amp;euml;n en modelspoor#Meer informatie|'Meer informatie']]. Natriumhydroxide is gemakkelijk verkrijgbaar in elektronica-zaken, bij de drogist, de apotheek en doe-het-zelf-zaken.&lt;br /&gt;
Een andere toepassing van natriumhydroxide is het verwijderen van verf van modellen door ze enige tijd in een bad met de stof te laten weken. Daarna kan vaak met een oude tandenborstel de verf worden verwijderd. Ook hier geldt het devies &amp;quot;werk veilig, gebruik handschoenen&amp;quot;. Afspoelen onder de kraan, daarna met verdunde azijn, en nogmaals met water naspoelen. Werkt niet voor elke verf, maar de kans is groot.&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
| valign='center'| [[Bestand:Let-op.jpg|50px|center]]&amp;lt;small&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&amp;amp;nbsp;'''LET OP'''&amp;lt;/small&amp;gt;||valign='top'| '''Natriumhydroxide is een bijtende stof en gevaarlijk bij inwendig en uitwendig gebruik.'''&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
U kunt het neutraliseren met azijn en water.&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
| valign='center'| [[Bestand:Let-op.jpg|50px|center]]&amp;lt;small&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&amp;amp;nbsp;'''LET OP'''&amp;lt;/small&amp;gt;||valign='top'| '''Let erop dat u &amp;lt;u&amp;gt;nooit&amp;lt;/u&amp;gt; met natte handen de natriumhydroxide zelf aanraakt!!''' Draag bij het ontwikkelen dan ook altijd plastic handschoenen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie begin&lt;br /&gt;
|Box= AlleenInfo&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Encyclopedie:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Etsen&lt;br /&gt;
|Linknaam= Etsen &lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie einde}}&lt;br /&gt;
{{Voettekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Boren&lt;br /&gt;
|Volgende= Constructieve Tips&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Methoden, technieken en materialen&lt;br /&gt;
}}{| width= &amp;quot;100%&amp;quot;&lt;br /&gt;
|- valign= &amp;quot;top&amp;quot;&lt;br /&gt;
! scope= &amp;quot;row&amp;quot; width=&amp;quot;80%&amp;quot; |&lt;br /&gt;
| &amp;lt;small&amp;gt;&amp;lt;small&amp;gt;Laatste wijziging: 8 okt 2017 13:41 (CEST)&amp;lt;/small&amp;gt;&amp;lt;/small&amp;gt;&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
[[Categorie: Alles|C]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Artikel|Chemicali&amp;amp;euml;n en modelspoor]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Chemicali&amp;amp;euml;n en modelspoor|C]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Praktijk|C]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Dick van der Knaap|C]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Dick</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Chemicali%C3%ABn_en_modelspoor&amp;diff=44413</id>
		<title>Chemicaliën en modelspoor</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Chemicali%C3%ABn_en_modelspoor&amp;diff=44413"/>
				<updated>2017-10-19T14:32:45Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Dick: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Koptekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Boren&lt;br /&gt;
|Volgende= Constructieve Tips&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Methoden, technieken en materialen&lt;br /&gt;
|Auteur= Dick van der Knaap&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Inhoudsopgave||Klein}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Werk in uitvoering.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Inleiding ===&lt;br /&gt;
Regelmatig komt het voor, dat oplosmiddelen en andere stoffen door de modelspoorder voor de meest uiteenlopende doeleinden worden gebruikt. Daarover worden, meestal door onwetendheid en ondeskundigheid, de meest wilde verhalen op fora opgehangen. U kunt daarom het beste vóóraf lezen wat daadwerkelijk gevaren en gebruiks(on)mogelijkheden zijn.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
U kunt er vanuit gaan, dat waarschuwingen niet voor niets worden gegeven. Denk dus niet, dat het allemaal wel zal meevallen. Wees dus zo verstandig om, waar nodig, handschoenen te dragen, oude kleren aan te trekken, de werkruimte te ventileren, niet te roken, eten of drinken als u met chemicaliën werkt. Bewaar deze zaken buiten het bereik van kinderen, in goed ge&amp;amp;euml;tiketteerde flesjes/potjes en in beperkte hoeveelheden. Denk aan het brandgevaar.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Vaak kunt u de samenstellende bestanddelen van allerlei handelsproducten met de bijbehorende veiligheidsgegevens achterhalen. Binnen Europa mag namelijk een stof of mengsel niet worden verkocht zonder een MSDS (Material Safety Data Sheet). Dat kunt u meestal op internet vinden door te zoeken op de combinatie MSDS + productnaam.&lt;br /&gt;
U komt er zo ook achter dat een product vaak onder dezelfde naam verkocht wordt door verschillende fabrikanten, maar dat de samenstelling nog weleens verschillend is. Laat u dus niet op het verkeerde been zetten.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Zo zijn er bijvoorbeeld allerlei vloeistoffen, die als thinner verkocht worden, maar die onderling zeer verschillend zijn van samenstelling en mate van bruikbaarheid. Een ander voorbeeld is rookvloeistof. Die, welke modelspoorders gebruiken, is een vloeistof die door middel van elektriciteit wordt verhit en verdampt. In rookmachines (theaters) wordt een waterige vloeistof gebruikt, die daarom juist voor gebruik in een modelspoorloc onbruikbaar is en uw dure inbouwrookontwikkelaar onherstelbaar beschadigt.&lt;br /&gt;
=== &amp;lt;u&amp;gt;Schoonmaakvloeistoffen&amp;lt;/u&amp;gt; ===&lt;br /&gt;
De meeste van de hieronder genoemde vloeistoffen zijn in meer-of-mindere mate vluchtig. Bovendien hebben ze in plastic flessen de neiging om stilletjes tussen de macromoleculen van het plastic door de fleswand te kruipen en zo te vervliegen. Dat verklaart waarom, bijvoorbeeld, een plastic fles terpentine op den duur verschrompelt en steeds leger lijkt te worden. Remedie: glazen flesjes van, bijvoorbeeld, 0,1 liter gebruiken. Over de flessenhals een stukje keukenfolie doen. Dat zorgt ervoor dat de dop niet wordt aangetast en goed afsluit. Tot slot: zorg ervoor, dat de naam van de inhoud op de fles staat!&lt;br /&gt;
==== Benzine ====&lt;br /&gt;
Nooit gebruiken, want er zitten allerlei verbeteraars en dergelijke in (aromaten en MTBE), die na verdampen van de vluchtige bestanddelen op het te ontvetten voorwerp achter blijven.&lt;br /&gt;
==== Wasbenzine ====&lt;br /&gt;
Dat is eveneens een aardoliedestillaat, maar dan aromaatvrij en veel minder ongezond. Het laat bij verdampen g&amp;amp;egrave;&amp;amp;egrave;n residu achter. Goed ventileren!&lt;br /&gt;
==== Terpentijn ====&lt;br /&gt;
Destillaat verkregen uit sommige bomen. Bevat onverzadigde verbindingen, die onder invloed van lucht taaie polymeren vormen, die als residu achterblijven. Niet gebruiken, dus.&lt;br /&gt;
==== Terpentine ====&lt;br /&gt;
Niet verwarren met terpentijn! Deze vloeistof is een syntheseproduct van de aardolie-industrie. Er blijven g&amp;amp;egrave;&amp;amp;egrave;n resten achter. Is goed bruikbaar in de modelspoor.&lt;br /&gt;
==== Alcohol ====&lt;br /&gt;
Andere naam ethanol. Goed oplosmiddel, dat restloos verdampt. Door de hoge accijns op alcohol, zal de zuivere vloeistof niet gebruikt worden voor schoonmaakdoeleinden. De goedkope variant is spiritus. Die is ondrinkbaar gemaakt door bijmengen van het zeer gezondheidsschadelijke methylalcohol (methanol) en een kleurstof. Ook zit er in spiritus meestal 10-15 % water, wat bij mengen soms problematisch kan zijn.&lt;br /&gt;
Ook bij de naam 'alcohol' kan verwarring optreden. Ze wordt namelijk door sommigen ook wel gebruikt voor de stof isopropanol (isopropylalcohol, IPA, 2-propanol), ook bekend als ruitenwisservloeistof in auto’s om bevriezing in de winter te voorkomen. Is bijvoorbeeld geschikt om de airbrush na afloop schoon te maken, en is volledig met water mengbaar.&lt;br /&gt;
==== Aceton ====&lt;br /&gt;
Synoniemen dimethylketon, 2-propanon, nagellakremover. Dat moet u niet teveel inademen, maar is goed bruikbaar als redelijk agressief schoonmaakmiddel. Polystyreen wordt erdoor aangetast (opgelost), metalen echter niet. Penselen die na gebruik niet schoongemaakt werden, kunnen van verfresten worden ontdaan en weer soepel gemaakt door behandelen met aceton. Nadeel is, dat de vloeistof snel verdampt. Het kookpunt is 56 &amp;amp;#176;C.&lt;br /&gt;
==== MEK ====&lt;br /&gt;
Synoniemen methylethylketon, 2-butanon. Dit heeft een hoger kookpunt (80 &amp;amp;#176;C) en verdampt daarom iets minder snel. Het kan beschouwd worden als het 'grotere broertje' van aceton, met een kenmerkende wee&amp;amp;iuml;zoete geur. Mits spaarzaam aangebracht, is het bijna ideaal om polystyreen te lijmen. De in de handel gebruikte 'plasticlijmen' bestaan vaak uit deze vloeistof, verdikt door erin opgelost polystyreen.&lt;br /&gt;
=== &amp;lt;u&amp;gt;Etsvloeistoffen&amp;lt;/u&amp;gt; ===&lt;br /&gt;
Bij het etsproces wordt kopermetaal omgezet tot koperionen door een chemisch proces, waarbij het elektronen afstaat. Di&amp;amp;egrave; worden op hun beurt weer opgenomen door het etsmiddel. Daarvoor zijn verschillende stoffen zeer geschikt gebleken. Maar welke u ook kiest: de oplossing met het etsmiddel is meestal funest voor kleding, waar gemorste vloeistof gaten kan veroorzaken, of lelijke vlekken. Ook tafelbladen, roestvrijstalen aanrechten en ander 'huisraad' vinden gemorste oplossing niet leuk.&lt;br /&gt;
Afval behoort afgevoerd te worden via de gemeentelijke vuilophaaldienst als 'klein chemisch afval'.&lt;br /&gt;
De meest bekende stoffen zijn:&lt;br /&gt;
==== IJzerchloride ====&lt;br /&gt;
Synoniemen FeCl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;, ferrichloride, ijzertrichloride. Dit is een bruine stof, waarvan een waterige oplossing voor de etsing gebruikt kan worden. Bewaren in gesloten (plastic) fles. Kan troebel worden of een neerslag hebben, maar dat verandert de werking niet.&lt;br /&gt;
De oplossing wordt vaak in de elektronica gebruikt om printplaten te etsen. De stof zal wel bij vele elektronicazaken te koop zijn.&lt;br /&gt;
==== Ammoniumpersulfaat ====&lt;br /&gt;
Synoniem (NH&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;S&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;8&amp;lt;/sub&amp;gt;, ammoniumperoxodisulfaat. Dit is een witte, kristallijne stof die kleurloos oplost in water. Als de stof haar werk doet, gaat het koper in oplossing en ontstaat een diepblauwe kleur (koperammoniumcomplex). Deze stof is wat moeilijker te verkrijgen.&lt;br /&gt;
=== &amp;lt;u&amp;gt;Ontwikkelvloeistof&amp;lt;/u&amp;gt; ===&lt;br /&gt;
==== Natriumhydroxide ====&lt;br /&gt;
Natriumhydroxide (ook wel 'caustic soda' ofwel 'natronloog' genoemd), wordt gebruikt als ontwikkelaar van belicht printmaterial. Zie ook het artikel ''Etsen van messing'' bij [[Chemicali&amp;amp;euml;n en modelspoor#Meer informatie|'Meer informatie']]. Natriumhydroxide is gemakkelijk verkrijgbaar in elektronica-zaken, bij de drogist, de apotheek en doe-het-zelf-zaken.&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
| valign='center'| [[Bestand:Let-op.jpg|50px|center]]&amp;lt;small&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&amp;amp;nbsp;'''LET OP'''&amp;lt;/small&amp;gt;||valign='top'| '''Natriumhydroxide is een bijtende stof en gevaarlijk bij inwendig en uitwendig gebruik.'''&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
U kunt het neutraliseren met azijn en water.&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
| valign='center'| [[Bestand:Let-op.jpg|50px|center]]&amp;lt;small&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&amp;amp;nbsp;'''LET OP'''&amp;lt;/small&amp;gt;||valign='top'| '''Let erop dat u &amp;lt;u&amp;gt;nooit&amp;lt;/u&amp;gt; met natte handen de natriumhydroxide zelf aanraakt!!''' Draag bij het ontwikkelen dan ook altijd plastic handschoenen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie begin&lt;br /&gt;
|Box= AlleenInfo&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Encyclopedie:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Etsen&lt;br /&gt;
|Linknaam= Etsen &lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie einde}}&lt;br /&gt;
{{Voettekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Boren&lt;br /&gt;
|Volgende= Constructieve Tips&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Methoden, technieken en materialen&lt;br /&gt;
}}{| width= &amp;quot;100%&amp;quot;&lt;br /&gt;
|- valign= &amp;quot;top&amp;quot;&lt;br /&gt;
! scope= &amp;quot;row&amp;quot; width=&amp;quot;80%&amp;quot; |&lt;br /&gt;
| &amp;lt;small&amp;gt;&amp;lt;small&amp;gt;Laatste wijziging: 8 okt 2017 13:41 (CEST)&amp;lt;/small&amp;gt;&amp;lt;/small&amp;gt;&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
[[Categorie: Alles|C]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Artikel|Chemicali&amp;amp;euml;n en modelspoor]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Chemicali&amp;amp;euml;n en modelspoor|C]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Praktijk|C]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Dick van der Knaap|C]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Dick</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Geschiedenis_van_de_bovenleidingsystemen_in_Nederland&amp;diff=44377</id>
		<title>Geschiedenis van de bovenleidingsystemen in Nederland</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Geschiedenis_van_de_bovenleidingsystemen_in_Nederland&amp;diff=44377"/>
				<updated>2017-10-15T09:15:44Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Dick: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Koptekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Bovenleiding&lt;br /&gt;
|Volgende= Bovenleiding algemeen&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Bovenleiding&lt;br /&gt;
|Auteur= Jan Willem Penris&lt;br /&gt;
|Bewerking= Hans van de Burgt&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Op 1 oktober 1908 reed de Zuid Hollandsche Elektrische Spoorweg Maatschappij (ZHESM) als eerste maatschappij in Nederland met een elektrische trein. Dit gebeurde op het traject Den Haag HSM via Pijnacker naar Rotterdam Hofplein. Slechts zeven maanden later, op 1 mei 1909, werd ook het deel Den Haag HS &amp;amp;mdash; Wassenaar &amp;amp;mdash; Scheveningen (Kurhaus) in gebruik genomen. Men gebruikte toen 10.000 volt wisselspanning van 25 perioden (25 Hertz). Als leuke bijkomstigheid; op sommige zondagen waren er zoveel mensen, die wel eens een ritje met de 'elektrische' wilden maken, dat men uit nood (u raadt het al) stoomtreinen moest inzetten. Verdere elektrificatie gebeurde pas na de Eerste Wereldoorlog, omdat er gewoonweg geen materiaal voor handen was.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In 1918 gaf de Directie van de NS (zal op de grens van de fusie geweest zijn) opdracht een onderzoek naar verdere elektrificatie te doen, en wel all&amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n voor de lijnen Amsterdam &amp;amp;mdash; Den Haag en Amsterdam &amp;amp;mdash; Amersfoort.&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Gotischeboog-01.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= Zeer klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 01&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Gotische bogen&lt;br /&gt;
|Maker= Johan Sponselee &amp;lt;br /&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
|Positie= Rechts&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Het 'Elektrificatierapport 1919' was het uiteindelijke resultaat van dit onderzoek en hieruit kwam naar voren dat het gunstig zou zijn om Rotterdam &amp;amp;mdash; Delft &amp;amp;mdash; Den Haag ook te elektrificeren. De voorgestelde spanningssoort was toen 15.000 volt 16&amp;amp;#8532; Hertz. Naar aanleiding van de aanbevolen spanningssoort werd er een nieuwe commissie aangesteld die dit moest gaan onderzoeken. In juli 1921 kwam de commissie met dit rapport en het advies was om 1500 volt gelijkspanning te gebruiken. De motivatie hiervoor was dat men gelijkstroommotoren beter geschikt achtte voor de tractie en dat de hoge spanning niet echt tot zijn recht zou komen in verband met de korte afstanden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De eerste daadwerkelijke elektrificatie werd ondernomen op het traject Amsterdam &amp;amp;mdash; Rotterdam, aansluitend zou dan meteen Haarlem &amp;amp;mdash; IJmuiden gedaan kunnen worden. Leiden &amp;amp;mdash; Den Haag werd uitgekozen als proeftraject en op 3 oktober 1924 reed voor het eerst een elektrische trein voor reizigers in het kader van de 3-october feesten. In Den Haag HS kende men tussen 1924 en 1926 dus twee verschillende spanningssystemen. Nadat men uitgebreid materieel en materiaal getest had, werd besloten alles om te bouwen naar, en uit te breiden met, het 1500 volt systeem. Op 1 april 1926 werd de Hofpleinlijn offici&amp;amp;euml;el van 1500 volt voorzien en werd de eigen Centrale in Stompwijk (waar nu de werkplaats Leidschendam staat) gesloten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Doordat het materieel nog omgebouwd diende te worden, werd met het materieel waarmee men tussen Leiden en Den Haag had proefgereden, nu een dienst op de Hofpleinlijn onderhouden. Het ZHESM-materieel werd in Haarlem en Utrecht omgebouwd naar 1500 volt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Na 1930 werd het middendeel van Nederland weliswaar nog verdieseld, maar in 1938 was dit allemaal al ge&amp;amp;euml;lektrificeerd. Vanaf 1938 deed ook de zogenaamde DIN-mast zijn intrede, deze werd vooral bij de geplande nieuwbouw gebruikt. Na de oorlog werd er in een zeer snel tempo ge&amp;amp;euml;lektrificeerd, waardoor het in 1952 al mogelijk was helemaal elektrisch van Zwolle naar Den Haag te rijden. Doordat er na de oorlog een staaltekort was, werden er ondermeer ook betonnen masten gebruikt.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Voor een overzicht van de diverse types, zie het artikel ''Masten en portalen'' bij [[Geschiedenis van de bovenleidingsystemen in Nederland#Meer informatie|'Meer informatie']].&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de jaren die volgden, werd er meer-en-meer ge&amp;amp;euml;lektrificeerd en werden de technieken voor deze materie steeds verbeterd. Dit was ook het geval met de verbeterde gelijkrichters, zodat men meerdere kleinere onderstations kon plaatsen. Daardoor behoefde de voeding niet over zulke grote afstanden plaats te vinden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Met de komst van de serie 1600 werd de aangelegde spanning zelfs verhoogd, zodat we nu eigenlijk 1800 volt 'op de waslijn' hebben. Dit was onder de gegeven omstandigheden wel het maximaal haalbare. Alhoewel er in de '60er jaren in Nederland nog steeds het idee rondwaarde dat men met sommige zaken toch weer het wiel opnieuw moest uitvinden, bleek in de jaren '70 en '80 dat het onontkoombaar was af en toe idee&amp;amp;euml;n vanuit het buitenland toe te passen.&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Betuwe-elek.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= Normaal&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 02&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Onderstation 25kV HSL-Zuid&lt;br /&gt;
|Maker= Gerlo Beernink&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvoorbeeld het gebruik van enkele masten op de Schiphollijn is dus zo'n idee; Op dit moment wordt gebouwd aan het omvormen naar een bovenleidingsysteem dat gebruik maakt van 25.000 volt. Hiervan zijn de eerste voorbeelden te vinden op de Maasvlakte, maar ook bij de bouw van de Betuwelijn. Hiervoor worden speciale bovenleidingmasten en -portalen ontwikkeld.&lt;br /&gt;
=== Overzicht Elektrificatie ===&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot; style=&amp;quot;font-size:90%;&amp;quot;  &lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Datum&lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Traject&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 01-10-1908 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| Rotterdam Hofplein &amp;amp;mdash; Den Haag HS(M). &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 01-05-1909 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Den Haag HS(M) &amp;amp;mdash; Scheveningen Kurhaus. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 04-04-1927 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| Haarlem &amp;amp;mdash; Rotterdam DP (Delftsche Poort). &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 15-05-1927 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Haarlem &amp;amp;mdash; IJmuiden. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 01-07-1927 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| Amsterdam CS &amp;amp;mdash; Haarlem. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 15-05-1931 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Amsterdam CS &amp;amp;mdash; Alkmaar, Velsen &amp;amp;mdash; IJmuiden Oost &amp;amp;mdash; Uitgeest. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 15-05-1934 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| Rotterdam DP &amp;amp;mdash; Dordrecht. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 15-05-1935 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Schiedam &amp;amp;mdash; Hoek van Holland. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 06-10-1935 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| Haarlem &amp;amp;mdash; Zandvoort. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 15-05-1938 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Amsterdam CS&amp;amp;mdash; &amp;amp;mdash; Utrecht &amp;amp;mdash; Arnhem, Rotterdam Maas &amp;amp;mdash; Utrecht &amp;amp;mdash; Eindhoven, Den Haag SS &amp;amp;mdash; Gouda.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 02-04-1940 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| Arnhem &amp;amp;mdash; Nijmegen. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 04-05-1942 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Utrecht &amp;amp;mdash; Hilversum, Utrecht &amp;amp;mdash; Amersfoort. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 03-06-1946 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| Amsterdam &amp;amp;mdash; Amersfoort. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 25-07-1948 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Den Dolder &amp;amp;mdash; Baarn. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 15-05-1949 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| Eindhoven &amp;amp;mdash; Maastricht, Sittard &amp;amp;mdash; Heerlen, Heerlen &amp;amp;mdash; Schin op Geul &amp;amp;mdash;  Maastricht. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 16-01-1950 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Dordrecht &amp;amp;mdash; Lage Zwaluwe &amp;amp;mdash; Boxtel. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 14-05-1950 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| Lage Zwaluwe &amp;amp;mdash; Roosendaal. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 08-10-1950 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Leiden &amp;amp;mdash; Woerden. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 03-01-1951 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| Amersfoort &amp;amp;mdash; Apeldoorn. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 20-05-1951 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Apeldoorn &amp;amp;mdash; Hengelo &amp;amp;mdash; Enschede, Hengelo &amp;amp;mdash; Oldenzaal, Amersfoort &amp;amp;mdash; Lunteren &amp;amp;mdash; Ede/Wageningen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 07-01-1952 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| Amersfoort &amp;amp;mdash; Zwolle. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 18-05-1952 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Zwolle &amp;amp;mdash; Meppel &amp;amp;mdash; Groningen, Meppel &amp;amp;mdash; Leeuwarden. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 05-01-1953 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| Arnhem &amp;amp;mdash; Zutphen. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 17-05-1953 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Zutphen &amp;amp;mdash; Zwolle, Nieuwerkerk &amp;amp;mdash; Rotterdam CS. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 03-06-1956 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| Eindhoven &amp;amp;mdash; Venlo, Gouda &amp;amp;mdash; Alphen a/d Rijn. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 18-04-1957 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Roosendaal &amp;amp;mdash; Vlissingen. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 02-06-1957 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| Roosendaal &amp;amp;mdash; Breda. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 14-08-1957 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Tilburg &amp;amp;mdash; 's Hertogenbosch. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 29-09-1957 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 's Hertogenbosch &amp;amp;mdash; Nijmegen, Roosendaal Essen (Belgi&amp;amp;euml;). &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 01-06-1958 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Alkmaar &amp;amp;mdash; Den Helder. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 22-05-1966 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| Arnhem &amp;amp;mdash; Emmerich (Duitsland). &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 26-05-1968 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Venlo &amp;amp;mdash; Kaldenkirchen. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 26-05-1974 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| Zaandam &amp;amp;mdash; Hoorn &amp;amp;mdash; Enkhuizen, Alkmaar &amp;amp;mdash; Hoorn. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 30-05-1976 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Oldenzaal &amp;amp;mdash; Bentheim (Duitsland). &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 22-05-1977 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 1e Fase Zoetermeerlijn: Leidschendam V.- Meerzicht &amp;amp;mdash; en Palenstein. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 28-05-1978 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Verlenging Palenstein &amp;amp;mdash; Seghwaert. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 20-12-1978 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 1e Fase Schiphollijn: Amsterdam Zuid &amp;amp;mdash; Schiphol. &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
{{Tabelonderschrift&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 01&lt;br /&gt;
|Maker= Jan Willem Penris&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie begin&lt;br /&gt;
|Box= AlleenInfo&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Encyclopedie:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Masten en portalen&lt;br /&gt;
|Linknaam= Masten en portalen&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Onderstations&lt;br /&gt;
|Linknaam= Onderstations&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Zelfbouw bovenleidingsystemen&lt;br /&gt;
|Linknaam= Zelfbouw bovenleidingsystemen&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Externe website:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 194 &amp;lt;!-- modelspooriwg --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Jan Willem Penris.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 194 &amp;lt;!-- nicospilt --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Nico Spilt.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie einde}}&lt;br /&gt;
Voor meer informatie over de geschiedenis van bovenleidingen kunt u de volgende bronnen raadplegen:&lt;br /&gt;
{{Appendix&lt;br /&gt;
|1= bron&lt;br /&gt;
|2=&lt;br /&gt;
* Rotterdam Hofplein &amp;amp;mdash; Den Haag &amp;amp;mdash; Scheveningen Kurhaus van J.F.Smit.&lt;br /&gt;
* Kleine Modelbaan serie: Deel 11: Modelbovenleiding.&lt;br /&gt;
* 75 Jaar bovenleidingconstructies: 'Op de Rails', 51e Jaargang 1983-9 Blz. 259 – 271.&lt;br /&gt;
* Sommerfeldt: Bouwtekening van het twee-/driespoorportaal.&lt;br /&gt;
|LetterGrootte= 75%&lt;br /&gt;
|KaderBreedte= 100%&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Voettekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Bovenleiding&lt;br /&gt;
|Volgende= Bovenleiding algemeen&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Bovenleiding&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
[[Categorie: Alles|G]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Artikel|Geschiedenis van de bovenleidingsystemen in Nederland]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Bovenleiding|G]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Scenery|G]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Spoorwegbouw|G]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Jan Willem Penris|G]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Dick</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Geschiedenis_van_de_bovenleidingsystemen_in_Nederland&amp;diff=44376</id>
		<title>Geschiedenis van de bovenleidingsystemen in Nederland</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Geschiedenis_van_de_bovenleidingsystemen_in_Nederland&amp;diff=44376"/>
				<updated>2017-10-15T09:08:32Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Dick: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Koptekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Bovenleiding&lt;br /&gt;
|Volgende= Bovenleiding algemeen&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Bovenleiding&lt;br /&gt;
|Auteur= Jan Willem Penris&lt;br /&gt;
|Bewerking= Hans van de Burgt&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Op 1 oktober 1908 reed de Zuid Hollandsche Elektrische Spoorweg Maatschappij (ZHESM) als eerste maatschappij in Nederland met een elektrische trein. Dit gebeurde op het traject Den Haag HSM via Pijnacker naar Rotterdam Hofplein. Slechts zeven maanden later, op 1 mei 1909, werd ook het deel Den Haag HS &amp;amp;mdash; Wassenaar &amp;amp;mdash; Scheveningen (Kurhaus) in gebruik genomen. Men gebruikte toen 10.000 volt wisselspanning van 25 perioden (25 Hertz). Als leuke bijkomstigheid; op sommige zondagen waren er zoveel mensen, die wel eens een ritje met de 'elektrische' wilden maken, dat men uit nood (u raadt het al) stoomtreinen moest inzetten. Verdere elektrificatie gebeurde pas na de Eerste Wereldoorlog, omdat er gewoonweg geen materiaal voor handen was.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
In 1918 gaf de Directie van de NS (zal op de grens van de fusie geweest zijn) opdracht een onderzoek naar verdere elektrificatie te doen, en wel all&amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n voor de lijnen Amsterdam &amp;amp;mdash; Den Haag en Amsterdam &amp;amp;mdash; Amersfoort.&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Gotischeboog-01.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= Zeer klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 01&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Gotische bogen&lt;br /&gt;
|Maker= Johan Sponselee &amp;lt;br /&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
|Positie= Rechts&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Het 'Elektrificatierapport 1919' was het uiteindelijke resultaat van dit onderzoek en hieruit kwam naar voren dat het gunstig zou zijn om Rotterdam &amp;amp;mdash; Delft &amp;amp;mdash; Den Haag ook te elektrificeren. De voorgestelde spanningssoort was toen 15.000 volt 16&amp;amp;#8532; Hertz. Naar aanleiding van de aanbevolen spanningssoort werd er een nieuwe commissie aangesteld die dit moest gaan onderzoeken. In juli 1921 kwam de commissie met dit rapport en het advies was om 1500 volt gelijkspanning te gebruiken. De motivatie hiervoor was dat men gelijkstroommotoren beter geschikt achtte voor de tractie en dat de hoge spanning niet echt tot zijn recht zou komen in verband met de korte afstanden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De eerste daadwerkelijke elektrificatie werd ondernomen op het traject Amsterdam &amp;amp;mdash; Rotterdam, aansluitend zou dan meteen Haarlem &amp;amp;mdash; IJmuiden gedaan kunnen worden. Leiden &amp;amp;mdash; Den Haag werd uitgekozen als proeftraject en op 3 oktober 1924 reed voor het eerst een elektrische trein voor reizigers in het kader van de 3-october feesten. In Den Haag HS kende men tussen 1924 en 1926 dus twee verschillende spanningssystemen. Nadat men uitgebreid materieel en materiaal getest had, werd besloten alles om te bouwen naar, en uit te breiden met, het 1500 volt systeem. Op 1 april 1926 werd de Hofpleinlijn offici&amp;amp;euml;el van 1500 volt voorzien en werd de eigen Centrale in Stompwijk (waar nu de werkplaats Leidschendam staat) gesloten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Doordat het materieel nog omgebouwd diende te worden, werd met het materieel waarmee men tussen Leiden en Den Haag had proefgereden, nu een dienst op de Hofpleinlijn onderhouden. Het ZHESM-materieel werd in Haarlem en Utrecht omgebouwd naar 1500 volt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Na 1930 werd het middendeel van Nederland weliswaar nog verdieseld, maar in 1938 was dit allemaal al ge&amp;amp;euml;lektrificeerd. Vanaf 1938 deed ook de zogenaamde DIN-mast zijn intrede, deze werd vooral bij de geplande nieuwbouw gebruikt. Na de oorlog werd er in een zeer snel tempo ge&amp;amp;euml;lektrificeerd, waardoor het in 1952 al mogelijk was helemaal elektrisch van Zwolle naar Den Haag te rijden. Doordat er na de oorlog een staaltekort was, werden er ondermeer ook betonnen masten gebruikt.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Voor een overzicht van de diverse types, zie het artikel ''Masten en portalen'' bij [[Geschiedenis van de bovenleidingsystemen in Nederland#Meer informatie|'Meer informatie']].&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de jaren die volgden, werd er meer-en-meer ge&amp;amp;euml;lektrificeerd en werden de technieken voor deze materie steeds verbeterd. Dit was ook het geval met de verbeterde gelijkrichters, zodat men meer- en kleinere onderstations kon plaatsen, waardoor de voeding niet over zulke grote afstanden hoefde plaats te vinden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Met de komst van de serie 1600 werd de aangelegde spanning zelfs verhoogd, zodat we nu eigenlijk 1800 volt 'op de waslijn' hebben. Dit was onder de gegeven omstandigheden wel het maximaal haalbare. Alhoewel er in de '60er jaren in Nederland nog steeds het idee rondwaarde dat men met sommige zaken toch weer het wiel opnieuw moest uitvinden, bleek in de jaren '70 en '80 dat het onontkoombaar was af en toe idee&amp;amp;euml;n vanuit het buitenland toe te passen.&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Betuwe-elek.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= Normaal&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 02&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Onderstation 25kV HSL-Zuid&lt;br /&gt;
|Maker= Gerlo Beernink&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijvoorbeeld het gebruik van enkele masten op de Schiphollijn is dus zo'n idee; Op dit moment wordt gebouwd aan het omvormen naar een bovenleidingsysteem dat gebruik maakt van 25.000 volt. Hiervan zijn de eerste voorbeelden te vinden op de Maasvlakte, maar ook bij de bouw van de Betuwelijn. Hiervoor worden speciale bovenleidingmasten en -portalen ontwikkeld.&lt;br /&gt;
=== Overzicht Elektrificatie ===&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot; style=&amp;quot;font-size:90%;&amp;quot;  &lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Datum&lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Traject&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 01-10-1908 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| Rotterdam Hofplein &amp;amp;mdash; Den Haag HS(M). &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 01-05-1909 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Den Haag HS(M) &amp;amp;mdash; Scheveningen Kurhaus. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 04-04-1927 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| Haarlem &amp;amp;mdash; Rotterdam DP (Delftsche Poort). &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 15-05-1927 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Haarlem &amp;amp;mdash; IJmuiden. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 01-07-1927 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| Amsterdam CS &amp;amp;mdash; Haarlem. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 15-05-1931 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Amsterdam CS &amp;amp;mdash; Alkmaar, Velsen &amp;amp;mdash; IJmuiden Oost &amp;amp;mdash; Uitgeest. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 15-05-1934 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| Rotterdam DP &amp;amp;mdash; Dordrecht. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 15-05-1935 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Schiedam &amp;amp;mdash; Hoek van Holland. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 06-10-1935 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| Haarlem &amp;amp;mdash; Zandvoort. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 15-05-1938 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Amsterdam CS&amp;amp;mdash; &amp;amp;mdash; Utrecht &amp;amp;mdash; Arnhem, Rotterdam Maas &amp;amp;mdash; Utrecht &amp;amp;mdash; Eindhoven, Den Haag SS &amp;amp;mdash; Gouda.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 02-04-1940 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| Arnhem &amp;amp;mdash; Nijmegen. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 04-05-1942 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Utrecht &amp;amp;mdash; Hilversum, Utrecht &amp;amp;mdash; Amersfoort. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 03-06-1946 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| Amsterdam &amp;amp;mdash; Amersfoort. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 25-07-1948 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Den Dolder &amp;amp;mdash; Baarn. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 15-05-1949 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| Eindhoven &amp;amp;mdash; Maastricht, Sittard &amp;amp;mdash; Heerlen, Heerlen &amp;amp;mdash; Schin op Geul &amp;amp;mdash;  Maastricht. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 16-01-1950 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Dordrecht &amp;amp;mdash; Lage Zwaluwe &amp;amp;mdash; Boxtel. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 14-05-1950 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| Lage Zwaluwe &amp;amp;mdash; Roosendaal. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 08-10-1950 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Leiden &amp;amp;mdash; Woerden. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 03-01-1951 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| Amersfoort &amp;amp;mdash; Apeldoorn. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 20-05-1951 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Apeldoorn &amp;amp;mdash; Hengelo &amp;amp;mdash; Enschede, Hengelo &amp;amp;mdash; Oldenzaal, Amersfoort &amp;amp;mdash; Lunteren &amp;amp;mdash; Ede/Wageningen.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 07-01-1952 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| Amersfoort &amp;amp;mdash; Zwolle. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 18-05-1952 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Zwolle &amp;amp;mdash; Meppel &amp;amp;mdash; Groningen, Meppel &amp;amp;mdash; Leeuwarden. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 05-01-1953 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| Arnhem &amp;amp;mdash; Zutphen. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 17-05-1953 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Zutphen &amp;amp;mdash; Zwolle, Nieuwerkerk &amp;amp;mdash; Rotterdam CS. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 03-06-1956 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| Eindhoven &amp;amp;mdash; Venlo, Gouda &amp;amp;mdash; Alphen a/d Rijn. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 18-04-1957 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Roosendaal &amp;amp;mdash; Vlissingen. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 02-06-1957 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| Roosendaal &amp;amp;mdash; Breda. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 14-08-1957 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Tilburg &amp;amp;mdash; 's Hertogenbosch. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 29-09-1957 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 's Hertogenbosch &amp;amp;mdash; Nijmegen, Roosendaal Essen (Belgi&amp;amp;euml;). &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 01-06-1958 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Alkmaar &amp;amp;mdash; Den Helder. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 22-05-1966 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| Arnhem &amp;amp;mdash; Emmerich (Duitsland). &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 26-05-1968 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Venlo &amp;amp;mdash; Kaldenkirchen. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 26-05-1974 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| Zaandam &amp;amp;mdash; Hoorn &amp;amp;mdash; Enkhuizen, Alkmaar &amp;amp;mdash; Hoorn. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 30-05-1976 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Oldenzaal &amp;amp;mdash; Bentheim (Duitsland). &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 22-05-1977 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 1e Fase Zoetermeerlijn: Leidschendam V.- Meerzicht &amp;amp;mdash; en Palenstein. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 28-05-1978 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Verlenging Palenstein &amp;amp;mdash; Seghwaert. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 20-12-1978 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 1e Fase Schiphollijn: Amsterdam Zuid &amp;amp;mdash; Schiphol. &lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
{{Tabelonderschrift&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 01&lt;br /&gt;
|Maker= Jan Willem Penris&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie begin&lt;br /&gt;
|Box= AlleenInfo&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Encyclopedie:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Masten en portalen&lt;br /&gt;
|Linknaam= Masten en portalen&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Onderstations&lt;br /&gt;
|Linknaam= Onderstations&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Zelfbouw bovenleidingsystemen&lt;br /&gt;
|Linknaam= Zelfbouw bovenleidingsystemen&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Externe website:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 194 &amp;lt;!-- modelspooriwg --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Jan Willem Penris.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 194 &amp;lt;!-- nicospilt --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Nico Spilt.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie einde}}&lt;br /&gt;
Voor meer informatie over de geschiedenis van bovenleidingen kunt u de volgende bronnen raadplegen:&lt;br /&gt;
{{Appendix&lt;br /&gt;
|1= bron&lt;br /&gt;
|2=&lt;br /&gt;
* Rotterdam Hofplein &amp;amp;mdash; Den Haag &amp;amp;mdash; Scheveningen Kurhaus van J.F.Smit.&lt;br /&gt;
* Kleine Modelbaan serie: Deel 11: Modelbovenleiding.&lt;br /&gt;
* 75 Jaar bovenleidingconstructies: 'Op de Rails', 51e Jaargang 1983-9 Blz. 259 – 271.&lt;br /&gt;
* Sommerfeldt: Bouwtekening van het twee-/driespoorportaal.&lt;br /&gt;
|LetterGrootte= 75%&lt;br /&gt;
|KaderBreedte= 100%&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Voettekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Bovenleiding&lt;br /&gt;
|Volgende= Bovenleiding algemeen&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Bovenleiding&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
[[Categorie: Alles|G]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Artikel|Geschiedenis van de bovenleidingsystemen in Nederland]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Bovenleiding|G]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Scenery|G]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Spoorwegbouw|G]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Jan Willem Penris|G]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Dick</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Onderstations&amp;diff=44375</id>
		<title>Onderstations</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Onderstations&amp;diff=44375"/>
				<updated>2017-10-15T08:54:50Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Dick: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Koptekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Bovenleidingsystemen&lt;br /&gt;
|Volgende= Zelfbouw bovenleidingsystemen&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Bovenleiding&lt;br /&gt;
|Auteur= Wim Mesu &lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Inhoudsopgave||Klein}}&lt;br /&gt;
In dit artikel bespreken we de functie van de onderstations.&lt;br /&gt;
=== Onderstations ===&lt;br /&gt;
Onderstations, of beter gezegd tractieonderstations, dienen voor de voeding van het spoorwegnet. In deze onderstations wordt de elektrische stroom van het middenspanningsnet (10.000 volt ofwel 10 kV wisselspanning) getransformeerd naar een lagere spanning. Dit is in het geval van de Nederlandse treinen 1800 volt (vroeger 1500 volt). Daarna wordt de wisselspanning gelijkgericht en aan de bovenleiding doorgegeven. Tractieonderstations voor treinen op 25 kV wisselspanning (50 Hz) maken gebruik van hoogspanning van het hoogspanningsnet. Uiteraard wordt de stroom in dit geval niet gelijkgericht. Zie ook het artikel ''Geschiedenis van de bovenleidingsystemen in Nederland'' bij [[Onderstations#Meer informatie|'Meer informatie']].&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Leeg plaatje.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= 250px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 01&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Plaatjes-upload werkt niet.&lt;br /&gt;
|Maker= Wim Mesu &lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Zo ongeveer 1995 is de NS begonnen met de bouw van de moderne tractieonderstations/schakelstations.&lt;br /&gt;
Tussen de onderstations (afgekort: OS) bevinden zich de schakelstations (afgekort: SS). Mocht een onderstation uitvallen, dan kan er via een schakelstation voor worden gezorgd, dat de bovenleiding vanuit een ander onderstation wordt gevoed. Deze moderne stations werden/worden met een tussenafstand van circa 7 km geplaatst. Ze hebben geen mogelijkheid om een mobiele gelijkrichter aan te koppelen. Het gebruik van mobiele gelijkrichters was de NS toen al aan het afbouwen. Daar was steeds minder noodzaak voor, omdat de gelijkrichters veel betrouwbaarder waren geworden.&lt;br /&gt;
=== Spooraansluiting voor de mobiele gelijkrichters ===&lt;br /&gt;
Onderstations zijn in de loop der tijd steeds kleiner geworden. De klassieke onderstations waren zo groot, omdat de gelijkrichters relatief groot waren en daarnaast ook nog behoorlijk wat koeling nodig hadden.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Vandaar de ruime opzet en de grote ventilatieroosters. De kwetsbaarheid van de gelijkrichters was dan ook &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n van de redenen om de onderstations te voorzien van een spooraansluiting. Hierop konden de gelijkrichters worden aangevoerd in geval van vervanging en op dat spoor kon eventueel een gelijkrichterwagen staan.&lt;br /&gt;
Met het toenemen van de effici&amp;amp;euml;ntie van de gelijkrichters (minder warmteontwikkeling) zijn op een bepaald  moment de grote ventilatieroosters dichtgemaakt in de oorspronkelijke onderstations.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Inmiddels zijn de gelijkrichters dusdanig klein dat die in een aanzienlijk kleinere behuizing kunnen worden ondergebracht, deze hebben daardoor steeds meer de vorm van een volledig afgesloten doos gekregen. De trafo's hebben niet bij alle varianten altijd buiten gestaan. Er waren in de begintijd ook onderstations waar de transformatoren binnen stonden, dat zijn namelijk de onderstations met de afgeronde hoeken (o.a. bij Utrecht langs de lijn naar Woerden) en de oudste onderstations, gebouwd tijdens de elektrificatie in de jaren '20.&lt;br /&gt;
Voor een verrijdbare gelijkrichter moest het onderstation in ieder geval voorzien zijn van een toegankelijke eigen spooraansluiting om de verrijdbare gelijkrichterwagen te kunnen plaatsen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De eerste gelijkrichterwagens waren gebouwd op oude wagen- en rijtuigbakken. De eerste was een HSM D. Na de oorlog werden onderstellen van couperijtuigen gebruikt, geplaatst op draaistellen van Mat'24. De schuifdeuren op deze wagens waren van Mat'36 afkomstig.&amp;lt;br /&amp;gt; &lt;br /&gt;
Alle gelijkrichterwagens zijn gesloopt, de laatste eind jaren '90 te Sittard. Twee draaistellen van deze gelijkrichterwagens waren van een C12c. Deze zijn bewaard gebleven, en staan in Goes onder een C12c-rijtuig.&lt;br /&gt;
Op een gegeven moment was de techniek betrouwbaarder geworden en was het makkelijker om defecte onderdelen snel met een mobiele kraan te vervangen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Met het kleiner en minder kwetsbaar worden van de gelijkrichters, zijn ook de spooraansluitingen in onbruik geraakt en uiteindelijk allemaal vervallen. De verrijdbare onderstations of gelijkrichterwagens waren vooral bedoeld om te fungeren bij onderhoud van de in het gebouw aanwezige transformator en/of gelijkrichter. Ondertussen zijn de moderne installaties veel onderhoudsvriendelijker geworden. &lt;br /&gt;
=== Opleggers ===&lt;br /&gt;
Later werden deze gelijkrichterwagens gebouwd op opleggers, waardoor deze over de weg konden worden vervoerd. Toen zijn ook bijna alle sporen verwijderd.&amp;lt;br /&amp;gt; &lt;br /&gt;
Bij de oude onderstations kunt u bij de transformatoren nog de speciale funderingen in de grond zien, waar een stellage op gemonteerd kon worden. Dan kon de transformator over de stellage naar een goederenwagen gerold worden. &lt;br /&gt;
=== Schakelaars ===&lt;br /&gt;
Er zijn bovenleidingschakelaars, koppelschakelaars en aardingsschakelaars (zoals de handschakelaars voor de brandweer bij tunnels).&lt;br /&gt;
Doorgaans zijn er bij een tweesporig baanvak ter plaatse van een onderstation 4 bovenleidingschakelaars en 2 koppelschakelaars. Bij een viersporig baanvak is dit dan 8 bovenleidingschakelaars en 4 koppelschakelaars.&lt;br /&gt;
De schakelaars dienen ervoor om de gelijkrichterinstallatie uit te kunnen schakelen voor onderhoud en de ontijzelingsschakeling toe te kunnen passen. Ook dienen de schakelaars er voor om een stuk bovenleiding spanningvrij te maken (en te aarden) bij ongelukken.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De meeste schakelaars zijn op afstand bediend, maar op enkele locaties moeten de schakelaars door de monteur ter plaatse worden bediend, ook op locaties langs de vrije baan. &lt;br /&gt;
=== Velden ===&lt;br /&gt;
Meestal zijn ter plaatse van een onderstation 4 portalen met 3 zogenaamde 'velden' er tussen aanwezig, die de rijdraden elektrisch van elkaar scheiden.De rijdraden hangen hierbij op verschillende hoogte en worden afgespannen. De pantograaf gaat over van de ene rijdraad op de andere. In het middelste veld hangen ze even op dezelfde hoogte om vonkvorming en doorbranden van de rijdraad te voorkomen.&lt;br /&gt;
{{Linkssectie begin&lt;br /&gt;
|Box= AlleenInfo&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Encyclopedie:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Afspaninrichtingen in DIN en DLO&lt;br /&gt;
|Linknaam= Afspaninrichtingen in DIN en DLO&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern &lt;br /&gt;
|Link= Geschiedenis van de bovenleidingsystemen in Nederland &lt;br /&gt;
|Linknaam= Geschiedenis van de bovenleidingsystemen in Nederland &lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Masten en portalen&lt;br /&gt;
|Linknaam= Masten en portalen&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie scheiding}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Beneluxspoor.net:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Forum-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr = 156&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= over onderstation Vlissingen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Forum-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr = 157&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= over bovenleidingschakelaars in masten.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie scheiding}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Externe websites:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link NL-Wikipedia-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 42&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Meer over de bovenleiding.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 223 &amp;lt;!-- ovnet --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Meer over bovenleidingsystemen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 446 &amp;lt;!--energievoorziening.info--&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Overzicht NS onderstations en schakelstations. (pdf)&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie einde}}&lt;br /&gt;
{{Voettekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Bovenleidingsystemen&lt;br /&gt;
|Volgende= Zelfbouw bovenleidingsystemen&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Bovenleiding&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{| width= &amp;quot;100%&amp;quot;&lt;br /&gt;
|- valign= &amp;quot;top&amp;quot;&lt;br /&gt;
! scope= &amp;quot;row&amp;quot; width= &amp;quot;77%&amp;quot; |&lt;br /&gt;
| &amp;lt;small&amp;gt;Laatste wijziging: 14 okt 2017 21:35 (CET)&amp;lt;/small&amp;gt;&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
[[Categorie: Alles|O]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Artikel|Onderstations]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Bedrading|O]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Bovenleiding|O]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Scenery|O]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Spoorwegbouw|O]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Wim Mesu|O]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Dick</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Onderstations&amp;diff=44374</id>
		<title>Onderstations</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Onderstations&amp;diff=44374"/>
				<updated>2017-10-15T08:28:58Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Dick: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Koptekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Bovenleidingsystemen&lt;br /&gt;
|Volgende= Zelfbouw bovenleidingsystemen&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Bovenleiding&lt;br /&gt;
|Auteur= Wim Mesu &lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Inhoudsopgave||Klein}}&lt;br /&gt;
In dit artikel bespreken we de functie van de onderstations.&lt;br /&gt;
=== Onderstations ===&lt;br /&gt;
Onderstations, of beter gezegd tractieonderstations, dienen voor de voeding van het spoorwegnet. In deze onderstations wordt de elektrische stroom van het middenspanningsnet (10.000 volt ofwel 10 kV wisselspanning) getransformeerd naar een lagere spanning. Dit is in het geval van de Nederlandse treinen 1800 volt (vroeger 1500 volt). Daarna wordt de wisselspanning gelijkgericht en aan de bovenleiding doorgegeven. Tractieonderstations voor treinen op 25 kV wisselspanning (50 Hz) maken gebruik van hoogspanning van het hoogspanningsnet. Uiteraard wordt de stroom in dit geval niet gelijkgericht. Zie ook het artikel ''Geschiedenis van de bovenleidingsystemen in Nederland'' bij [[Onderstations#Meer informatie|'Meer informatie']].&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Leeg plaatje.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= 250px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 01&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Plaatjes-upload werkt niet.&lt;br /&gt;
|Maker= Wim Mesu &lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Zo ongeveer 1995 is de NS begonnen met de bouw van de moderne tractieonderstations/schakelstations.&lt;br /&gt;
Tussen de onderstations (afgekort: OS) bevinden zich de schakelstations (afgekort: SS). Mocht een onderstation uitvallen, dan kan er via een schakelstation voor worden gezorgd, dat de bovenleiding vanuit een ander onderstation wordt gevoed. Deze moderne stations werden/worden met een tussenafstand van circa 7 km geplaatst. Ze hebben geen mogelijkheid om een mobiele gelijkrichter aan te koppelen. Het gebruik van mobiele gelijkrichters was de NS toen al aan het afbouwen. Daar was steeds minder noodzaak voor, omdat de gelijkrichters veel betrouwbaarder waren geworden.&lt;br /&gt;
=== Spooraansluiting voor de mobiele gelijkrichters ===&lt;br /&gt;
Onderstations zijn in de loop der tijd steeds kleiner geworden. De klassieke onderstations waren zo groot, omdat de gelijkrichters relatief groot waren en daarnaast ook nog behoorlijk wat koeling nodig hadden.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Vandaar de ruime opzet en de grote ventilatieroosters. De kwetsbaarheid van de gelijkrichters was dan ook &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n van de redenen om de onderstations te voorzien van een spooraansluiting. Hierop konden de gelijkrichters worden aangevoerd in geval van vervanging en op dat spoor kon eventueel een gelijkrichterwagen staan.&lt;br /&gt;
Met het toenemen van de effici&amp;amp;euml;ntie van de gelijkrichters (minder warmteontwikkeling) zijn op een bepaald  moment de grote ventilatieroosters dichtgemaakt in de oorspronkelijke onderstations.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Inmiddels zijn de gelijkrichters dusdanig klein dat die in een aanzienlijk kleinere behuizing kunnen worden ondergebracht, deze hebben daardoor steeds meer de vorm van een volledig afgesloten doos gekregen. De trafo's hebben niet bij alle varianten altijd buiten gestaan. Er waren in de begintijd ook onderstations waar de transformatoren binnen stonden, dat zijn namelijk de onderstations met de afgeronde hoeken (o.a. bij Utrecht langs de lijn naar Woerden) en de oudste onderstations (elektrificatie in de jaren '20).&lt;br /&gt;
Voor een verrijdbare gelijkrichter moest het onderstation in ieder geval voorzien zijn van een, in gebruik zijnde, eigen spooraansluiting. Zonder een dergelijke aansluiting zou er ook geen verrijdbare gelijkrichterwagen mogelijk zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De eerste gelijkrichterwagens waren gebouwd op oude wagen en rijtuigbakken. De eerste was een HSM D. Na de oorlog werden onderstellen van couperijtuigen gebruikt, geplaatst op draaistellen van Mat'24. De schuifdeuren op deze wagens waren van Mat'36 afkomstig.&amp;lt;br /&amp;gt; &lt;br /&gt;
Alle gelijkrichterwagens zijn gesloopt, de laatste eind jaren '90 te Sittard. Twee draaistellen van deze gelijkrichterwagens waren van een C12c, en deze zijn bewaard gebleven, en staan in Goes onder een C12c-rijtuig.&lt;br /&gt;
Op een gegeven moment was de techniek betrouwbaarder geworden en was het makkelijker om defecte onderdelen snel met een mobiele kraan te vervangen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Met het kleiner (en minder kwetsbaar) worden van de gelijkrichters, zijn ook de spooraansluitingen in onbruik geraakt en uiteindelijk allemaal vervallen. De verrijdbare onderstations of gelijkrichterwagens waren vooral bedoeld om te fungeren bij onderhoud van de in het gebouw aanwezige transformator en/of gelijkrichter. Ondertussen zijn de moderne installaties veel onderhoudsvriendelijker geworden. &lt;br /&gt;
=== Opleggers ===&lt;br /&gt;
Later werden deze gelijkrichterwagens gebouwd op opleggers, waardoor deze over de weg konden worden vervoerd. Toen zijn ook bijna alle sporen verwijderd.&amp;lt;br /&amp;gt; &lt;br /&gt;
Bij de oude onderstations, kunt u bij de transformatoren nog de speciale funderingen in de grond zien, waar een stellage op gemonteerd kon worden. Dan kon de transformator over de stellage naar een goederenwagen gerold worden. &lt;br /&gt;
=== Schakelaars ===&lt;br /&gt;
Er zijn bovenleidingschakelaars, koppelschakelaars en aardingsschakelaars (denk aan de handschakelaars voor de brandweer bij tunnels).&lt;br /&gt;
Doorgaans zijn er bij een tweesporig baanvak, ter plaatse van een onderstation 4 bovenleidingschakelaars en 2 koppelschakelaars. Bij een viersporig baanvak is dit dan 8 bovenleidingschakelaars en 4 koppelschakelaars.&lt;br /&gt;
De schakelaars dienen ervoor om de gelijkrichterinstallatie uit te kunnen schakelen voor onderhoud en de ontijzelingsschakeling toe te kunnen passen. Ook dienen de schakelaars er voor om een stuk bovenleiding spanningvrij te maken (en te aarden) bij ongelukken.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De meeste schakelaars zijn op afstand bediend, maar op enkele locaties moeten de schakelaars door de monteur ter plaatse bediend worden, ook op locaties langs de vrije baan. &lt;br /&gt;
=== Velden ===&lt;br /&gt;
Meestal zijn ter plaatse van een onderstation 4 portalen met 3 zogenaamde 'velden' er tussen aanwezig, die de rijdraden van elkaar (elektrisch) scheiden en afspannen. De rijdraden hangen hierbij op verschillende hoogte. De pantograaf gaat hierbij over van de ene rijdraad op de andere. In het middelste veld hangen ze even op dezelfde hoogte om vonkvorming (en doorbranden van de rijdraad te voorkomen).&lt;br /&gt;
{{Linkssectie begin&lt;br /&gt;
|Box= AlleenInfo&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Encyclopedie:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Afspaninrichtingen in DIN en DLO&lt;br /&gt;
|Linknaam= Afspaninrichtingen in DIN en DLO&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern &lt;br /&gt;
|Link= Geschiedenis van de bovenleidingsystemen in Nederland &lt;br /&gt;
|Linknaam= Geschiedenis van de bovenleidingsystemen in Nederland &lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Masten en portalen&lt;br /&gt;
|Linknaam= Masten en portalen&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie scheiding}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Beneluxspoor.net:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Forum-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr = 156&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= over onderstation Vlissingen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Forum-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr = 157&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= over bovenleidingschakelaars in masten.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie scheiding}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Externe websites:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link NL-Wikipedia-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 42&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Meer over de bovenleiding.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 223 &amp;lt;!-- ovnet --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Meer over bovenleidingsystemen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 446 &amp;lt;!--energievoorziening.info--&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Overzicht NS onderstations en schakelstations. (pdf)&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie einde}}&lt;br /&gt;
{{Voettekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Bovenleidingsystemen&lt;br /&gt;
|Volgende= Zelfbouw bovenleidingsystemen&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Bovenleiding&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{| width= &amp;quot;100%&amp;quot;&lt;br /&gt;
|- valign= &amp;quot;top&amp;quot;&lt;br /&gt;
! scope= &amp;quot;row&amp;quot; width= &amp;quot;77%&amp;quot; |&lt;br /&gt;
| &amp;lt;small&amp;gt;Laatste wijziging: 14 okt 2017 21:35 (CET)&amp;lt;/small&amp;gt;&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
[[Categorie: Alles|O]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Artikel|Onderstations]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Bedrading|O]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Bovenleiding|O]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Scenery|O]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Spoorwegbouw|O]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Wim Mesu|O]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Dick</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Onderstations&amp;diff=44373</id>
		<title>Onderstations</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Onderstations&amp;diff=44373"/>
				<updated>2017-10-15T08:20:47Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Dick: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Koptekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Bovenleidingsystemen&lt;br /&gt;
|Volgende= Zelfbouw bovenleidingsystemen&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Bovenleiding&lt;br /&gt;
|Auteur= Wim Mesu &lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Inhoudsopgave||Klein}}&lt;br /&gt;
In dit artikel bespreken we de functie van de onderstations.&lt;br /&gt;
=== Onderstations ===&lt;br /&gt;
Onderstations, of beter gezegd tractieonderstations, dienen voor de voeding van het spoorwegnet. In deze onderstations wordt de elektrische stroom van het middenspanningsnet (10.000 volt ofwel 10 kV wisselspanning) getransformeerd naar een lagere spanning. Dit is in het geval van de Nederlandse treinen 1800 volt (vroeger 1500 volt). Daarna wordt de wisselspanning gelijkgericht en aan de bovenleiding doorgegeven. Tractieonderstations voor treinen op 25 kV wisselspanning (50 Hz) maken gebruik van hoogspanning van het hoogspanningsnet. Uiteraard wordt de stroom in dit geval niet gelijkgericht. Zie ook het artikel ''Geschiedenis van de bovenleidingsystemen in Nederland'' bij [[Onderstations#Meer informatie|'Meer informatie']].&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Leeg plaatje.gif&lt;br /&gt;
|Grootte= 250px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 01&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Plaatjes-upload werkt niet.&lt;br /&gt;
|Maker= Wim Mesu &lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Zo ongeveer 1995 is de NS begonnen met de bouw van de moderne tractieonderstations/schakelstations.&lt;br /&gt;
Tussen de onderstations (afgekort: OS) bevinden zich de schakelstations (afgekort: SS). Mocht een onderstation uitvallen, dan kan er via een schakelstation voor worden gezorgd, dat de bovenleiding vanuit een ander onderstation wordt gevoed. Deze moderne stations werden/worden met een tussenafstand van circa 7 km geplaatst. Ze hebben geen mogelijkheid om een mobiele gelijkrichter aan te koppelen. Het gebruik van mobiele gelijkrichters was de NS toen al aan het afbouwen. Daar was steeds minder noodzaak voor, omdat de gelijkrichters veel betrouwbaarder waren geworden.&lt;br /&gt;
=== Spooraansluiting voor de mobiele gelijkrichters ===&lt;br /&gt;
Onderstations zijn in de loop der tijd steeds kleiner geworden. De klassieke onderstations waren zo groot, omdat de gelijkrichters relatief groot waren en daarnaast ook nog behoorlijk wat koeling nodig hadden.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Vandaar de ruime opzet en de grote ventilatieroosters. De kwetsbaarheid van de gelijkrichters was dan ook &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n van de redenen om de onderstations te voorzien van een spooraansluiting. Hierop konden de gelijkrichters worden aangevoerd in geval van vervanging en op dat spoor kon eventueel een gelijkrichterwagen staan.&lt;br /&gt;
Met het toenemen van de effici&amp;amp;euml;ntie (en dus warmteontwikkeling) van de gelijkrichters zijn op een bepaald  moment de grote ventilatieroosters dichtgemaakt in de oorspronkelijke onderstations.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Inmiddels zijn de gelijkrichters dusdanig klein dat die in een aanzienlijk kleinere behuizing kunnen worden ondergebracht, deze hebben daardoor steeds meer de vorm van een volledig afgesloten doos gekregen. De trafo's hebben niet bij alle varianten altijd buiten gestaan. Er waren in de begintijd ook onderstations waar de transformatoren binnen stonden, dat zijn namelijk de onderstations met de afgeronde hoeken (o.a. bij Utrecht langs de lijn naar Woerden) en de oudste onderstations (elektrificatie in de jaren '20).&lt;br /&gt;
Voor een verrijdbare gelijkrichter moest het onderstation in ieder geval voorzien zijn van een, in gebruik zijnde, eigen spooraansluiting. Zonder een dergelijke aansluiting zou er ook geen verrijdbare gelijkrichterwagen mogelijk zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De eerste gelijkrichterwagens waren gebouwd op oude wagen en rijtuigbakken. De eerste was een HSM D. Na de oorlog werden onderstellen van couperijtuigen gebruikt, geplaatst op draaistellen van Mat'24. De schuifdeuren op deze wagens waren van Mat'36 afkomstig.&amp;lt;br /&amp;gt; &lt;br /&gt;
Alle gelijkrichterwagens zijn gesloopt, de laatste eind jaren '90 te Sittard. Twee draaistellen van deze gelijkrichterwagens waren van een C12c, en deze zijn bewaard gebleven, en staan in Goes onder een C12c-rijtuig.&lt;br /&gt;
Op een gegeven moment was de techniek betrouwbaarder geworden en was het makkelijker om defecte onderdelen snel met een mobiele kraan te vervangen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Met het kleiner (en minder kwetsbaar) worden van de gelijkrichters, zijn ook de spooraansluitingen in onbruik geraakt en uiteindelijk allemaal vervallen. De verrijdbare onderstations of gelijkrichterwagens waren vooral bedoeld om te fungeren bij onderhoud van de in het gebouw aanwezige transformator en/of gelijkrichter. Ondertussen zijn de moderne installaties veel onderhoudsvriendelijker geworden. &lt;br /&gt;
=== Opleggers ===&lt;br /&gt;
Later werden deze gelijkrichterwagens gebouwd op opleggers, waardoor deze over de weg konden worden vervoerd. Toen zijn ook bijna alle sporen verwijderd.&amp;lt;br /&amp;gt; &lt;br /&gt;
Bij de oude onderstations, kunt u bij de transformatoren nog de speciale funderingen in de grond zien, waar een stellage op gemonteerd kon worden. Dan kon de transformator over de stellage naar een goederenwagen gerold worden. &lt;br /&gt;
=== Schakelaars ===&lt;br /&gt;
Er zijn bovenleidingschakelaars, koppelschakelaars en aardingsschakelaars (denk aan de handschakelaars voor de brandweer bij tunnels).&lt;br /&gt;
Doorgaans zijn er bij een tweesporig baanvak, ter plaatse van een onderstation 4 bovenleidingschakelaars en 2 koppelschakelaars. Bij een viersporig baanvak is dit dan 8 bovenleidingschakelaars en 4 koppelschakelaars.&lt;br /&gt;
De schakelaars dienen ervoor om de gelijkrichterinstallatie uit te kunnen schakelen voor onderhoud en de ontijzelingsschakeling toe te kunnen passen. Ook dienen de schakelaars er voor om een stuk bovenleiding spanningvrij te maken (en te aarden) bij ongelukken.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
De meeste schakelaars zijn op afstand bediend, maar op enkele locaties moeten de schakelaars door de monteur ter plaatse bediend worden, ook op locaties langs de vrije baan. &lt;br /&gt;
=== Velden ===&lt;br /&gt;
Meestal zijn ter plaatse van een onderstation 4 portalen met 3 zogenaamde 'velden' er tussen aanwezig, die de rijdraden van elkaar (elektrisch) scheiden en afspannen. De rijdraden hangen hierbij op verschillende hoogte. De pantograaf gaat hierbij over van de ene rijdraad op de andere. In het middelste veld hangen ze even op dezelfde hoogte om vonkvorming (en doorbranden van de rijdraad te voorkomen).&lt;br /&gt;
{{Linkssectie begin&lt;br /&gt;
|Box= AlleenInfo&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Encyclopedie:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Afspaninrichtingen in DIN en DLO&lt;br /&gt;
|Linknaam= Afspaninrichtingen in DIN en DLO&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern &lt;br /&gt;
|Link= Geschiedenis van de bovenleidingsystemen in Nederland &lt;br /&gt;
|Linknaam= Geschiedenis van de bovenleidingsystemen in Nederland &lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Masten en portalen&lt;br /&gt;
|Linknaam= Masten en portalen&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie scheiding}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Beneluxspoor.net:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Forum-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr = 156&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= over onderstation Vlissingen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Forum-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr = 157&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= over bovenleidingschakelaars in masten.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie scheiding}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Externe websites:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link NL-Wikipedia-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 42&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Meer over de bovenleiding.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 223 &amp;lt;!-- ovnet --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Meer over bovenleidingsystemen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 446 &amp;lt;!--energievoorziening.info--&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Overzicht NS onderstations en schakelstations. (pdf)&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie einde}}&lt;br /&gt;
{{Voettekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Bovenleidingsystemen&lt;br /&gt;
|Volgende= Zelfbouw bovenleidingsystemen&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Bovenleiding&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{| width= &amp;quot;100%&amp;quot;&lt;br /&gt;
|- valign= &amp;quot;top&amp;quot;&lt;br /&gt;
! scope= &amp;quot;row&amp;quot; width= &amp;quot;77%&amp;quot; |&lt;br /&gt;
| &amp;lt;small&amp;gt;Laatste wijziging: 14 okt 2017 21:35 (CET)&amp;lt;/small&amp;gt;&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
[[Categorie: Alles|O]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Artikel|Onderstations]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Bedrading|O]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Bovenleiding|O]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Scenery|O]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Spoorwegbouw|O]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Wim Mesu|O]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Dick</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Inglenook_sidings&amp;diff=44028</id>
		<title>Inglenook sidings</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Inglenook_sidings&amp;diff=44028"/>
				<updated>2017-09-21T13:43:45Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Dick: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Koptekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Passerende treinen - twee wissels&lt;br /&gt;
|Volgende= John Allen's TimeSaver&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Puzzelen met modeltreinen&lt;br /&gt;
|Auteur= Gino Damen&lt;br /&gt;
|Auteur2= Hans van de Burgt &lt;br /&gt;
|Update= Dick van der Knaap&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Inhoudsopgave||Klein}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Inleiding ===&lt;br /&gt;
In dit artikel beschrijven we &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n van de bekendste rangeerpuzzels ter wereld: de 'Inglenook Sidings' van Alan Wright (1928 - 2005).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het verraderlijke van deze puzzel is de, op het eerste gezicht, eenvoudige opbouw met maar twee wissels en twee opstelsporen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Echter, het oplossen van deze puzzel neemt al gauw tussen de 15 en 30 minuten in beslag. Daarbij kan de te volgen strategie - die sterke overeenkomst heeft met de berekeningen die een rangeerploeg in de werkelijkheid moet uitvoeren - zeer snel complex worden. Ter indicatie, er zijn maar liefst 40.320 verschillende startcombinaties die resulteren in 6.720 verschillende treinen!&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= E17.09.03-01.png&lt;br /&gt;
|Grootte= 600px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 01&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Inglenook Sidings Sporenplan&lt;br /&gt;
|Bron= Hans van de Burgt&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het baanplan bestaat uit &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n uithaalspoor, twee wissels en drie opstelsporen. De lengte van de opstelsporen (5-3-3) wordt bepaald door de spelregels. In het geval van de Inglenook Sidings heeft de langste opstelspoor (spoor B) een capaciteit van vijf wagens terwijl de beide andere (spoor C en D) elk een capaciteit van drie wagens hebben. Het uithaalspoor (A) heeft een capaciteit van drie wagens + de gebruikte locomotief. Een belangrijke voorwaarde is dat alle gebruikte wagens ongeveer dezelfde lengte moeten hebben. Het aantal benodigde wagens is overigens maar acht, plus natuurlijk de locomotief.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Online spelen ===&lt;br /&gt;
Deze puzzel kan ook on-line gespeeld worden. Zie hiervoor het artikel ''Download Programma Freddy's Train Puzzle'' bij 'Meer informatie'.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Het spel in een notendop ===&lt;br /&gt;
Benodigdheden:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:* &amp;amp;Eacute;&amp;amp;eacute;n locomotief en acht wagens van gelijke lengte.&lt;br /&gt;
:* Acht kaarten (of fiches), die elk &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n van de wagens voorstellen.&lt;br /&gt;
:* Een Inglenook-baan passend bij de gebruikte wagens en de locomotief.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= E17.09.03-02.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= 600px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 02&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Inglenook Sidings Startsituatie&lt;br /&gt;
|Bron= Hans van de Burgt&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het spel begint met het willekeurig opstellen van de acht wagens. Vijf op het hoofdspoor en drie op &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n van de twee opstelsporen. Het andere opstelspoor blijft dus vrij. Schudt vervolgens de acht kaarten – die dus elk een wagen vertegenwoordigen – trek er vervolgens vijf kaarten uit. Stel vervolgens de trein samen, die bestaat uit de getrokken vijf wagens.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Probeer maar eens de volgende trein samen te stellen:&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= E17.09.03-03.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= 600px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 03&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Inglenook Sidings Eindsituatie&lt;br /&gt;
|Bron= Hans van de Burgt&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Let hierbij wel op de volgende regels:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:* De nieuwe trein moet komen te staan op het spoor waar nu reeds de vijf wagens staan.&lt;br /&gt;
:* De wagens in de nieuwe trein moeten in de volgorde van het trekken van de kaarten staan!&lt;br /&gt;
:* Dit alles moet met zo min mogelijk rangeerbewegingen worden gerealiseerd....&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit klinkt al lang niet meer zo simpel, of wel?&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Zie voor de strategie en aanpak van deze puzzel, het artikel ''Oplossing Inglenook Sidings'' bij 'Meer informatie'.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Baanformaat ===&lt;br /&gt;
De totale omvang van de puzzelbaan is relatief klein, maar kan aanzienlijk vari&amp;amp;auml;ren in lengte, omdat de lengte van het uithaal- en de opstelsporen wordt bepaald door de gebruikte wagens en locomotief.&lt;br /&gt;
Het originele ontwerp van Alan Wright was maar 30 cm &amp;amp;times; 120 cm groot. Dit bereikte hij door de goederen wagens uit de Engelse stoom/diesel-overgangsperiode te gebruiken. Deze wagens zijn namelijk relatief kort: een standaard wielbasis van drie meter, met een lengte over de buffers van 6,15 meter. Dit vertaalde zich in de schaal 00 (1:72) in wagentjes van acht cm lang. Een opstelspoor van 50 cm kan zo heel gemakkelijk vijf wagens bevatten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In het geval van 'Lone Tree Yard' in schaal H0 (zie: de website van Gino Damen, bij 'Meer informatie') is de lengte 50 cm &amp;amp;times; 188 cm. Dit doordat er langere wagens (Amerikaanse 40-foot wagens = 14,5 cm) gebruikt worden. Hierdoor is het langste opstelspoor ongeveer 90 cm lang en het uithaalspoor ongeveer 70 cm lang. Er is expres wat meer ruimte gehouden dan strikt noodzakelijk, namelijk om ook eens een verdwaalde 50-foot wagen mee te kunnen laten doen. Bij het rekening houden met variaties in de lengte van de gebruikte wagens is het wel van belang dat het niet mogelijk mag zijn om meer dan het voorgeschreven aantal wagens op de sporen kwijt te kunnen. Dus vier i.p.v. drie stuks of zes i.p.v. vijf stuks en loc + vier i.p.v. loc + drie, dit omdat u daarmee de puzzel te gemakkelijk maakt!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De locomotiefkeuze is afhankelijk van het nagebootste prototype. De voorkeur gaat uit naar kleine tot middelgrote rangeerlocomotieven. Voor Amerikaanse banen is dat een GE 44-tonner of een EMD SW700/800/15000. Voor Duitse banen is een K&amp;amp;ouml;f het summum, maar is een BR15 of V60 (en optioneel zelfs een V80 of V100) de aangewezen keuze. Naar Nederlands voorbeeld komt een Sik of serie 500/600 in beeld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Mini Inglenook ===&lt;br /&gt;
Nu kan het zijn dat er zelfs niet voldoende ruimte beschikbaar is om een 'normaal' Inglenook-ontwerp te realiseren, of dat er juist in een grotere schaal (O, I of LGB) wordt gebouwd. Dan is het mogelijk om de Inglenook te vereenvoudigen tot 3-2-2. Het langste (onderste) opstelspoor krijgt dan een capaciteit van drie wagens terwijl de twee andere elke een capaciteit van twee wagens hebben. Het uithaalspoor krijgt een capaciteit van twee wagens + de gebruikte locomotief. Voor het spel zijn nu nog maar vijf wagens en een locomotief nodig. Het aantal combinaties (en dus de complexiteit) neemt overigens wel drastisch af met 120 verschillende opstellingen van wagens en 'maar' 60 verschillende trein samenstellingen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een tussenvariant is om met hetzelfde sporenplan (3-2-2) echter zes i.p.v. vijf wagens te gebruiken, om een trein uit vier wagens te maken. Hierdoor neemt de complexiteit al weer toe tot 720 verschillende startcombinaties en 360 verschillende treinen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Het wiskundige aspect van deze puzzel ===&lt;br /&gt;
Het baanplan bestaat uit &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n uithaalspoor, twee wissels en drie opstelsporen. De lengte van de opstelsporen (5-3-3) wordt bepaald door de spelregels. In het geval van de Inglenook Sidings heeft de langste (onderste) opstelspoor een capaciteit van vijf wagens terwijl de beide andere elke een capaciteit van drie wagens hebben. Het uithaalspoor heeft een capaciteit van drie wagens + de gebruikte locomotief. Alle gebruikte wagens hebben overigens dezelfde lengte en er zijn acht stuks, plus natuurlijk de locomotief, benodigd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== De vraag: ====&lt;br /&gt;
Bepaal de complexiteit van de drie voorgestelde varianten van de Inglenook Sidings-puzzel. Gebruik hiervoor de onderstaande tabel en beantwoord per variant de volgende twee vragen:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:* Het aantal verschillende (unieke) wagencombinaties.&lt;br /&gt;
:* Het aantal verschillende (unieke) treincombinaties.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== De oplossing ====&lt;br /&gt;
De wiskundige aanpak voor dit probleem is het bepalen van het aantal permutaties die optreden bij een specifieke puzzel. De oplossing is eenvoudig, waarbij er gebruik wordt gemaakt van de faculteitsfunctie.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Voor de niet-wiskundig geschoolde lezer: dat wordt aangegeven met het ! teken achter een getal. Bijvoorbeeld 6! is de schrijfwijze voor 6 x 5 x 4 x 3 x 2 x1, en 4! betekent 4 x 3 x 2 x 1.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Stel dat 'n' het totaal aantal wagens van de puzzel is en dat 'k' het aantal te selecteren wagens is voor in de trein. De benodigde formule ziet er dan als volgt uit:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| style=&amp;quot;text-align: center;&amp;quot;&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;border-style: solid; border-width: 0  0 2px 0;&amp;quot; |'''n!'''&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| '''(n-k)!'''&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
Het toepassen van deze formule op de Klassieke Inglenook Sidings levert de volgende berekening op:&lt;br /&gt;
{| style=&amp;quot;text-align: center;&amp;quot;&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;border-style: solid; border-width: 0  0 2px 0;&amp;quot;|'''8!''' || rowspan= 2 | '''=''' || style=&amp;quot;border-style: solid; border-width: 0  0 2px 0;&amp;quot; |'''40320''' || rowspan= 2| '''='''  ||rowspan= 2| '''6720''' &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| '''(8-5)!''' || |'''6''' ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het tussenresultaat en de uitkomst vertellen ons dat de acht wagens op 40.320 verschillende manieren op de Inglenook Sidings-puzzel kunnen staan en dat u met deze wagens 6.720 unieke treinen kunt maken.&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot; style=&amp;quot;text-align:center; font-size:90%;&amp;quot;&lt;br /&gt;
!rowspan=&amp;quot;2&amp;quot; style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;|&lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Aantal Wagens.	&lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Aantal. 	&lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Aantal. &lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Aantal. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| '''Verschillende wagencombinaties.''' ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| '''Wagens in de trein.''' ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| '''Verschillende treincombinaties.'''&lt;br /&gt;
|- &lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;text-align:left; background:#E5E4E2;&amp;quot;| '''Klassieke Inglenook.''' ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 8 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 40.320 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 5 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 6.720&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;text-align:left; background:#E8E8E8;&amp;quot;| '''Tussenvariant.''' ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 6 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 720 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 4 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 360&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;text-align:left; background:#E5E4E2;&amp;quot;| '''Minimale Inglenook.''' ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 5 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 120 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 3 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 60&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
{{Tabelonderschrift&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 01&lt;br /&gt;
|Maker= Hans van de Burgt&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Met andere woorden...: indien u deze 6.720 treinen allemaal zou willen samenstellen, waarbij u vier puzzels per uur oplost &amp;amp;eacute;n u dit drie uur per avond volhoudt, u 560 avonden nodig hebt....&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Linkssectie begin&lt;br /&gt;
|Box= AlleenInfo&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Encyclopedie:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Download Programma Freddy's Train Puzzle&lt;br /&gt;
|Linknaam= Download Programma Freddy's Train Puzzle&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Oplossing Inglenook Sidings&lt;br /&gt;
|Linknaam= Oplossing Inglenook Sidings&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Encyclopedie artikel&lt;br /&gt;
|Link= Puzzelen met modeltreinen&lt;br /&gt;
|Linknaam= Puzzelen met modeltreinen&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie scheiding}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Externe website:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 331 &amp;lt;!-- quarter105.nl --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Amerikaans.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie einde}}&lt;br /&gt;
{{Voettekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Passerende treinen - twee wissels&lt;br /&gt;
|Volgende= John Allen's TimeSaver&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Puzzelen met modeltreinen&lt;br /&gt;
}}{| width= &amp;quot;100%&amp;quot;&lt;br /&gt;
|- valign= &amp;quot;top&amp;quot;&lt;br /&gt;
! scope= &amp;quot;row&amp;quot; width=&amp;quot;80%&amp;quot; |&lt;br /&gt;
| &amp;lt;small&amp;gt;&amp;lt;small&amp;gt;Laatste wijziging: 19 sep 2017 15:47 (CEST)&amp;lt;/small&amp;gt;&amp;lt;/small&amp;gt;&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
[[Categorie: Alles|I]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Artikel|Inglenook Sidings]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Ontwerp modelbaan|I]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Puzzelen met modeltreinen|I]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: The American way|I]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Hans van de Burgt|I]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Dick</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Inglenook_sidings&amp;diff=44027</id>
		<title>Inglenook sidings</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Inglenook_sidings&amp;diff=44027"/>
				<updated>2017-09-21T12:27:54Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Dick: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Koptekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Passerende treinen - twee wissels&lt;br /&gt;
|Volgende= John Allen's TimeSaver&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Puzzelen met modeltreinen&lt;br /&gt;
|Auteur= Gino Damen&lt;br /&gt;
|Auteur2= Hans van de Burgt &lt;br /&gt;
|Update= Dick van der Knaap&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Inhoudsopgave||Klein}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Inleiding ===&lt;br /&gt;
In dit artikel beschrijven we &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n van de bekendste rangeerpuzzels ter wereld: de 'Inglenook Sidings' van Alan Wright (1928 - 2005).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het verraderlijke van deze puzzel is de, op het eerste gezicht, eenvoudige opbouw met maar twee wissels en twee opstelsporen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Echter, het oplossen van deze puzzel neemt al gauw tussen de 15 en 30 minuten in beslag. Daarbij kan de te volgen strategie - die sterke overeenkomst heeft met de berekeningen die een rangeerploeg in de werkelijkheid moet uitvoeren - zeer snel complex worden. Ter indicatie, er zijn maar liefst 40.320 verschillende startcombinaties die resulteren in 6.720 verschillende treinen!&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= E17.09.03-01.png&lt;br /&gt;
|Grootte= 600px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 01&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Inglenook Sidings Sporenplan&lt;br /&gt;
|Bron= Hans van de Burgt&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het baanplan bestaat uit &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n uithaalspoor, twee wissels en drie opstelsporen. De lengte van de opstelsporen (5-3-3) wordt bepaald door de spelregels. In het geval van de Inglenook Sidings heeft de langste opstelspoor (spoor B) een capaciteit van vijf wagens terwijl de beide andere (spoor C en D) elk een capaciteit van drie wagens hebben. Het uithaalspoor (A) heeft een capaciteit van drie wagens + de gebruikte locomotief. Een belangrijke voorwaarde is dat alle gebruikte wagens ongeveer dezelfde lengte moeten hebben. Het aantal benodigde wagens is overigens maar acht, plus natuurlijk de locomotief.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Online spelen ===&lt;br /&gt;
Deze puzzel kan ook on-line gespeeld worden. Zie hiervoor het artikel ''Download Programma Freddy's Train Puzzle'' bij 'Meer informatie'.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Het spel in een notendop ===&lt;br /&gt;
Benodigdheden:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:* &amp;amp;Eacute;&amp;amp;eacute;n locomotief en acht wagens van gelijke lengte.&lt;br /&gt;
:* Acht kaarten (of fiches), die elk &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n van de wagens voorstellen.&lt;br /&gt;
:* Een Inglenook-baan passend bij de gebruikte wagens en de locomotief.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= E17.09.03-02.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= 600px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 02&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Inglenook Sidings Startsituatie&lt;br /&gt;
|Bron= Hans van de Burgt&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het spel begint met het willekeurig opstellen van de acht wagens. Vijf op het hoofdspoor en drie op &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n van de twee opstelsporen. Het andere opstelspoor blijft dus vrij. Schudt vervolgens de acht kaarten – die dus elk een wagen vertegenwoordigen – trek er vervolgens vijf kaarten uit. Stel vervolgens de trein samen, die bestaat uit de getrokken vijf wagens.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Probeer maar eens de volgende trein samen te stellen:&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= E17.09.03-03.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= 600px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 03&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Inglenook Sidings Eindsituatie&lt;br /&gt;
|Bron= Hans van de Burgt&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Let hierbij wel op de volgende regels:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:* De nieuwe trein moet komen te staan op het spoor waar nu reeds de vijf wagens staan.&lt;br /&gt;
:* De wagens in de nieuwe trein moeten in de volgorde van het trekken van de kaarten staan!&lt;br /&gt;
:* Dit alles moet met zo min mogelijk rangeerbewegingen worden gerealiseerd....&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit klinkt al lang niet meer zo simpel, of wel?&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Zie voor de strategie en aanpak van deze puzzel, het artikel ''Oplossing Inglenook Sidings'' bij 'Meer informatie'.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Baanformaat ===&lt;br /&gt;
De totale omvang van de puzzelbaan is relatief klein, maar kan aanzienlijk vari&amp;amp;auml;ren in lengte, omdat de lengte van het uithaal- en de opstelsporen wordt bepaald door de gebruikte wagens en locomotief.&lt;br /&gt;
Het originele ontwerp van Alan Wright was maar 30 cm &amp;amp;times; 120 cm groot. Dit bereikte hij door de goederen wagens uit de Engelse stoom/diesel-overgangsperiode te gebruiken. Deze wagens zijn namelijk relatief kort: een standaard wielbasis van drie meter, met een lengte over de buffers van 6,15 meter. Dit vertaalde zich in de schaal 00 (1:72) in wagentjes van acht cm lang. Een opstelspoor van 50 cm kan zo heel gemakkelijk vijf wagens bevatten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In het geval van 'Lone Tree Yard' in schaal H0 (zie: de website van Gino Damen, bij 'Meer informatie') is de lengte 50 cm &amp;amp;times; 188 cm. Dit doordat er langere wagens (Amerikaanse 40-foot wagens = 14,5 cm) gebruikt worden. Hierdoor is het langste opstelspoor ongeveer 90 cm lang en het uithaalspoor ongeveer 70 cm lang. Er is expres wat meer ruimte gehouden dan strikt noodzakelijk, namelijk om ook eens een verdwaalde 50-foot wagen mee te kunnen laten doen. Bij het rekening houden met variaties in de lengte van de gebruikte wagens is het wel van belang dat het niet mogelijk mag zijn om meer dan het voorgeschreven aantal wagens op de sporen kwijt te kunnen. Dus vier i.p.v. drie stuks of zes i.p.v. vijf stuks en loc + vier i.p.v. loc + drie, dit omdat u daarmee de puzzel te gemakkelijk maakt!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De locomotiefkeuze is afhankelijk van het nagebootste prototype. De voorkeur gaat uit naar kleine tot middelgrote rangeerlocomotieven. Voor Amerikaanse banen is dat een GE 44-tonner of een EMD SW700/800/15000. Voor Duitse banen is een K&amp;amp;ouml;f het summum, maar is een BR15 of V60 (en optioneel zelfs een V80 of V100) de aangewezen keuze. Naar Nederlands voorbeeld komt een Sik of serie 500/600 in beeld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Mini Inglenook ===&lt;br /&gt;
Nu kan het zijn dat er zelfs niet voldoende ruimte beschikbaar is om een 'normaal' Inglenook-ontwerp te realiseren, of dat er juist in een grotere schaal (O, I of LGB) wordt gebouwd. Dan is het mogelijk om de Inglenook te vereenvoudigen tot 3-2-2. Het langste (onderste) opstelspoor krijgt dan een capaciteit van drie wagens terwijl de twee andere elke een capaciteit van twee wagens hebben. Het uithaalspoor krijgt een capaciteit van twee wagens + de gebruikte locomotief. Voor het spel zijn nu nog maar vijf wagens en een locomotief nodig. Het aantal combinaties (en dus de complexiteit) neemt overigens wel drastisch af met 120 verschillende opstellingen van wagens en 'maar' 60 verschillende trein samenstellingen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een tussenvariant is om met hetzelfde sporenplan (3-2-2) echter zes i.p.v. vijf wagens te gebruiken, om een trein uit vier wagens te maken. Hierdoor neemt de complexiteit al weer toe tot 720 verschillende startcombinaties en 360 verschillende treinen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Het wiskundige aspect van deze puzzel ===&lt;br /&gt;
Het baanplan bestaat uit &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n uithaalspoor, twee wissels en drie opstelsporen. De lengte van de opstelsporen (5-3-3) wordt bepaald door de spelregels. In het geval van de Inglenook Sidings heeft de langste (onderste) opstelspoor een capaciteit van vijf wagens terwijl de beide andere elke een capaciteit van drie wagens hebben. Het uithaalspoor heeft een capaciteit van drie wagens + de gebruikte locomotief. Alle gebruikte wagens hebben overigens dezelfde lengte en er zijn acht stuks, plus natuurlijk de locomotief, benodigd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== De vraag: ====&lt;br /&gt;
Bepaal de complexiteit van de drie voorgestelde varianten van de Inglenook Sidings-puzzel. Gebruik hiervoor de onderstaande tabel en beantwoord per variant de volgende twee vragen:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:* Het aantal verschillende (unieke) wagencombinaties.&lt;br /&gt;
:* Het aantal verschillende (unieke) treincombinaties.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot; style=&amp;quot;text-align:center; font-size:90%;&amp;quot;&lt;br /&gt;
!rowspan=&amp;quot;2&amp;quot; style=&amp;quot;background-color:#E8E8E8;&amp;quot;| &lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Aantal Wagens	&lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Aantal 	&lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Aantal &lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Aantal &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| '''Verschillende wagencombinaties.'''     ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| '''Wagens in de trein.''' ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| '''Verschillende treincombinaties.'''&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;text-align:left; background:#E5E4E2;&amp;quot;| '''Klassieke Inglenook.''' ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 8 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 5 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;|&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;text-align:left; background:#E8E8E8;&amp;quot;| '''Tussenvariant.'''       ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 6 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 4 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;|&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;text-align:left; background:#E5E4E2;&amp;quot;| '''Minimale Inglenook.'''  ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 5 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 3 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;|&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
{{Tabelonderschrift&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 01&lt;br /&gt;
|Maker= Hans van de Burgt&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== De oplossing ====&lt;br /&gt;
De wiskundige aanpak voor dit probleem is het bepalen van het aantal permutaties die optreden bij een specifieke puzzel. De oplossing is eenvoudig, waarbij er gebruik wordt gemaakt van de faculteitsfunctie.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Voor de niet-wiskundig geschoolde lezer: dat wordt aangegeven met het ! teken achter een getal. Bijvoorbeeld 6! is de schrijfwijze voor 6 x 5 x 4 x 3 x 2 x1, en 4! betekent 4 x 3 x 2 x 1.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Stel dat 'n' het totaal aantal wagens van de puzzel is en dat 'k' het aantal te selecteren wagens is voor in de trein. De benodigde formule ziet er dan als volgt uit:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| style=&amp;quot;text-align: center;&amp;quot;&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;border-style: solid; border-width: 0  0 2px 0;&amp;quot; |'''n!'''&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| '''(n-k)!'''&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
Het toepassen van deze formule op de Klassieke Inglenook Sidings levert de volgende berekening op:&lt;br /&gt;
{| style=&amp;quot;text-align: center;&amp;quot;&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;border-style: solid; border-width: 0  0 2px 0;&amp;quot;|'''8!''' || rowspan= 2 | '''=''' || style=&amp;quot;border-style: solid; border-width: 0  0 2px 0;&amp;quot; |'''40320''' || rowspan= 2| '''='''  ||rowspan= 2| '''6720''' &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| '''(8-5)!''' || |'''6''' ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het tussenresultaat en de uitkomst vertellen ons dat de acht wagens op 40.320 verschillende manieren op de Inglenook Sidings-puzzel kunnen staan en dat u met deze wagens 6.720 unieke treinen kunt maken.&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot; style=&amp;quot;text-align:center; font-size:90%;&amp;quot;&lt;br /&gt;
!rowspan=&amp;quot;2&amp;quot; style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;|&lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Aantal Wagens.	&lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Aantal. 	&lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Aantal. &lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Aantal. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| '''Verschillende wagencombinaties.''' ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| '''Wagens in de trein.''' ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| '''Verschillende treincombinaties.'''&lt;br /&gt;
|- &lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;text-align:left; background:#E5E4E2;&amp;quot;| '''Klassieke Inglenook.''' ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 8 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 40.320 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 5 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 6.720&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;text-align:left; background:#E8E8E8;&amp;quot;| '''Tussenvariant.''' ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 6 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 720 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 4 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 360&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;text-align:left; background:#E5E4E2;&amp;quot;| '''Minimale Inglenook.''' ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 5 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 120 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 3 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 60&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
{{Tabelonderschrift&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 02&lt;br /&gt;
|Maker= Hans van de Burgt&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Met andere woorden...: indien u deze 6.720 treinen allemaal zou willen samenstellen, waarbij u vier puzzels per uur oplost &amp;amp;eacute;n u dit drie uur per avond volhoudt, u 560 avonden nodig hebt....&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Linkssectie begin&lt;br /&gt;
|Box= AlleenInfo&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Encyclopedie:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Download Programma Freddy's Train Puzzle&lt;br /&gt;
|Linknaam= Download Programma Freddy's Train Puzzle&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Oplossing Inglenook Sidings&lt;br /&gt;
|Linknaam= Oplossing Inglenook Sidings&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Encyclopedie artikel&lt;br /&gt;
|Link= Puzzelen met modeltreinen&lt;br /&gt;
|Linknaam= Puzzelen met modeltreinen&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie scheiding}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Externe website:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 331 &amp;lt;!-- quarter105.nl --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Amerikaans.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie einde}}&lt;br /&gt;
{{Voettekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Passerende treinen - twee wissels&lt;br /&gt;
|Volgende= John Allen's TimeSaver&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Puzzelen met modeltreinen&lt;br /&gt;
}}{| width= &amp;quot;100%&amp;quot;&lt;br /&gt;
|- valign= &amp;quot;top&amp;quot;&lt;br /&gt;
! scope= &amp;quot;row&amp;quot; width=&amp;quot;80%&amp;quot; |&lt;br /&gt;
| &amp;lt;small&amp;gt;&amp;lt;small&amp;gt;Laatste wijziging: 19 sep 2017 15:47 (CEST)&amp;lt;/small&amp;gt;&amp;lt;/small&amp;gt;&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
[[Categorie: Alles|I]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Artikel|Inglenook Sidings]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Ontwerp modelbaan|I]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Puzzelen met modeltreinen|I]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: The American way|I]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Hans van de Burgt|I]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Dick</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Inglenook_sidings&amp;diff=44003</id>
		<title>Inglenook sidings</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Inglenook_sidings&amp;diff=44003"/>
				<updated>2017-09-19T13:22:46Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Dick: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Koptekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Passerende treinen - twee wissels&lt;br /&gt;
|Volgende= John Allen's TimeSaver&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Puzzelen met modeltreinen&lt;br /&gt;
|Auteur= Gino Damen&lt;br /&gt;
|Auteur2= Hans van de Burgt &lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Inhoudsopgave||Klein}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Inleiding ===&lt;br /&gt;
In dit artikel beschrijven we &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n van de bekendste rangeerpuzzels ter wereld: de 'Inglenook Sidings' van Alan Wright (1928 - 2005).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het verraderlijke van deze puzzel is de, op het eerste gezicht, eenvoudige opbouw met maar twee wissels en twee opstelsporen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Echter, het oplossen van deze puzzel neemt al gauw tussen de 15 en 30 minuten in beslag. Daarbij kan de te volgen strategie - die sterke overeenkomst heeft met de berekeningen die een rangeerploeg in de werkelijkheid moet uitvoeren - zeer snel complex worden. Ter indicatie, er zijn maar liefst 40.320 verschillende startcombinaties die resulteren in 6.720 verschillende treinen!&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= E17.09.03-01.png&lt;br /&gt;
|Grootte= 600px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 01&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Inglenook Sidings Sporenplan&lt;br /&gt;
|Bron= Hans van de Burgt&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het baanplan bestaat uit &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n uithaalspoor, twee wissels en drie opstelsporen. De lengte van de opstelsporen (5-3-3) wordt bepaald door de spelregels. In het geval van de Inglenook Sidings heeft de langste opstelspoor (spoor B) een capaciteit van vijf wagens terwijl de beide andere (spoor C en D) elk een capaciteit van drie wagens hebben. Het uithaalspoor (A) heeft een capaciteit van drie wagens + de gebruikte locomotief. Een belangrijke voorwaarde is dat alle gebruikte wagens ongeveer dezelfde lengte moeten hebben. Het aantal benodigde wagens is overigens maar acht, plus natuurlijk de locomotief.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Online spelen ===&lt;br /&gt;
Deze puzzel kan ook on-line gespeeld worden. Zie hiervoor het artikel ''Download Programma Freddy's Train Puzzle'' bij 'Meer informatie'.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Het spel in een notendop ===&lt;br /&gt;
Benodigdheden:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:* &amp;amp;Eacute;&amp;amp;eacute;n locomotief en acht wagens van gelijke lengte.&lt;br /&gt;
:* Acht kaarten (of fiches), die elk &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n van de wagens voorstellen.&lt;br /&gt;
:* Een Inglenook-baan passend bij de gebruikte wagens en de locomotief.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= E17.09.03-02.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= 600px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 02&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Inglenook Sidings Startsituatie&lt;br /&gt;
|Bron= Hans van de Burgt&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het spel begint met het willekeurig opstellen van de acht wagens. Vijf op het hoofdspoor en drie op &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n van de twee opstelsporen. Het andere opstelspoor blijft dus vrij. Schudt vervolgens de acht kaarten – die dus elk een wagen vertegenwoordigen – trek er vervolgens vijf kaarten uit. Stel vervolgens de trein samen, die bestaat uit de getrokken vijf wagens.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Probeer maar eens de volgende trein samen te stellen:&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= E17.09.03-03.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= 600px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 03&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Inglenook Sidings Eindsituatie&lt;br /&gt;
|Bron= Hans van de Burgt&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Let hierbij wel op de volgende regels:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:* De nieuwe trein moet komen te staan op het spoor waar nu reeds de vijf wagens staan.&lt;br /&gt;
:* De wagens in de nieuwe trein moeten in de volgorde van het trekken van de kaarten staan!&lt;br /&gt;
:* Dit alles moet met zo min mogelijk rangeerbewegingen worden gerealiseerd....&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit klinkt al lang niet meer zo simpel, of wel?&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Zie voor de strategie en aanpak van deze puzzel, het artikel ''Oplossing Inglenook Sidings'' bij 'Meer informatie'.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Baanformaat ===&lt;br /&gt;
De totale omvang van de puzzelbaan is relatief klein, maar kan aanzienlijk vari&amp;amp;auml;ren in lengte, omdat de lengte van het uithaal- en de opstelsporen wordt bepaald door de gebruikte wagens en locomotief.&lt;br /&gt;
Het originele ontwerp van Alan Wright was maar 30 cm &amp;amp;times; 120 cm groot. Dit bereikte hij door de goederen wagens uit de Engelse stoom/diesel-overgangsperiode te gebruiken. Deze wagens zijn namelijk relatief kort: een standaard wielbasis van drie meter, met een lengte over de buffers van 6,15 meter. Dit vertaalde zich in de schaal 00 (1:72) in wagentjes van acht cm lang. Een opstelspoor van 50 cm kan zo heel gemakkelijk vijf wagens bevatten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In het geval van 'Lone Tree Yard' in schaal H0 (zie: de website van Gino Damen, bij 'Meer informatie') is de lengte 50 cm &amp;amp;times; 188cm. Dit doordat er langere wagens (Amerikaanse 40-foot wagens = 14,5 cm) gebruikt worden. Hierdoor is het langste opstelspoor ongeveer 90 cm lang en het uithaalspoor ongeveer 70 cm lang. Er is expres wat meer ruimte gehouden dan strikt noodzakelijk, namelijk om ook eens een verdwaalde 50-foot wagen mee te kunnen laten doen. Bij het rekening houden met variaties in de lengte van de gebruikte wagens is het wel van belang dat het niet mogelijk mag zijn om meer dan het voorgeschreven aantal wagens op de sporen kwijt te kunnen. Dus vier i.p.v. drie stuks of zes i.p.v. vijf stuks en loc + vier i.p.v. loc + drie, dit omdat u daarmee de puzzel te gemakkelijk maakt!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De locomotiefkeuze is afhankelijk van het nagebootste prototype. De voorkeur gaat uit naar kleine tot middelgrote rangeerlocomotieven. Voor Amerikaanse banen is dat een GE 44-tonner of een EMD SW700/800/15000. Voor Duitse banen is een K&amp;amp;ouml;f het summum, maar is een BR15 of V60 (en optioneel zelfs een V80 of V100) de aangewezen keuze. Naar Nederlands voorbeeld komt een Sik of serie 500/600 in beeld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Mini Inglenook ===&lt;br /&gt;
Nu kan het zijn dat er zelfs niet voldoende ruimte beschikbaar is om een 'normaal' Inglenook-ontwerp te realiseren, of dat er juist in een grotere schaal (O, I of LGB) wordt gebouwd. Dan is het mogelijk om de Inglenook te vereenvoudigen tot 3-2-2. Het langste (onderste) opstelspoor krijgt dan een capaciteit van drie wagens terwijl de twee andere elke een capaciteit van twee wagens hebben. Het uithaalspoor krijgt een capaciteit van twee wagens + de gebruikte locomotief. Voor het spel zijn nu nog maar vijf wagens en een locomotief nodig. Het aantal combinaties (en dus de complexiteit) neemt overigens wel drastisch af met 120 verschillende opstellingen van wagens en 'maar' 60 verschillende trein samenstellingen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een tussenvariant is om met hetzelfde sporenplan (3-2-2) echter zes i.p.v. vijf wagens te gebruiken, om een trein uit vier wagens te maken. Hierdoor neemt de complexiteit al weer toe tot 720 verschillende startcombinaties en 360 verschillende treinen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Het wiskundige aspect van deze puzzel ===&lt;br /&gt;
Het baanplan bestaat uit &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n uithaalspoor, twee wissels en drie opstelsporen. De lengte van de opstelsporen (5-3-3) wordt bepaald door de spelregels. In het geval van de Inglenook Sidings heeft de langste (onderste) opstelspoor een capaciteit van vijf wagens terwijl de beide andere elke een capaciteit van drie wagens hebben. Het uithaalspoor heeft een capaciteit van drie wagens + de gebruikte locomotief. Alle gebruikte wagens hebben overigens dezelfde lengte en er zijn acht stuks, plus natuurlijk de locomotief, benodigd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== De vraag: ====&lt;br /&gt;
Bepaal de complexiteit van de drie voorgestelde varianten van de Inglenook Sidings-puzzel. Gebruik hiervoor de onderstaande tabel en beantwoord per variant de volgende twee vragen:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:* Het aantal verschillende (unieke) wagencombinaties.&lt;br /&gt;
:* Het aantal verschillende (unieke) treincombinaties.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot; style=&amp;quot;text-align:center; font-size:90%;&amp;quot;&lt;br /&gt;
!rowspan=&amp;quot;2&amp;quot; style=&amp;quot;background-color:#E8E8E8;&amp;quot;| &lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Aantal Wagens	&lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Aantal 	&lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Aantal &lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Aantal &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| '''Verschillende wagencombinaties.'''     ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| '''Wagens in de trein.''' ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| '''Verschillende treincombinaties.'''&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;text-align:left; background:#E5E4E2;&amp;quot;| '''Klassieke Inglenook.''' ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 8 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 5 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;|&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;text-align:left; background:#E8E8E8;&amp;quot;| '''Tussenvariant.'''       ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 6 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 4 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;|&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;text-align:left; background:#E5E4E2;&amp;quot;| '''Minimale Inglenook.'''  ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 5 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 3 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;|&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
{{Tabelonderschrift&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 04&lt;br /&gt;
|Maker= Hans van de Burgt&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== De oplossing ====&lt;br /&gt;
De wiskundige aanpak voor dit probleem is het bepalen van het aantal permutaties die optreden bij een specifieke puzzel. De oplossing is eenvoudig, waarbij er gebruik wordt gemaakt van de faculteitsfunctie.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Voor de niet-wiskundig geschoolde lezer: dat wordt aangegeven met het ! teken achter een getal. Bijvoorbeeld 6! is de schrijfwijze voor 6 x 5 x 4 x 3 x 2 x1, en 4! betekent 4 x 3 x 2 x 1.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Stel dat 'n' het totaal aantal wagens van de puzzel is en dat 'k' het aantal te selecteren wagens is voor in de trein. De benodigde formule ziet er dan als volgt uit:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| style=&amp;quot;text-align: center;&amp;quot;&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;border-style: solid; border-width: 0  0 2px 0;&amp;quot; |'''n!'''&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| '''(n-k)!'''&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
Het toepassen van deze formule op de Klassieke Inglenook Sidings levert de volgende berekening op:&lt;br /&gt;
{| style=&amp;quot;text-align: center;&amp;quot;&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;border-style: solid; border-width: 0  0 2px 0;&amp;quot;|'''8!''' || rowspan= 2 | '''=''' || style=&amp;quot;border-style: solid; border-width: 0  0 2px 0;&amp;quot; |'''40320''' || rowspan= 2| '''='''  ||rowspan= 2| '''6720''' &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| '''(8-5)!''' || |'''6''' ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het tussenresultaat en de uitkomst vertellen ons dat de acht wagens op 40.320 verschillende manieren op de Inglenook Sidings-puzzel kunnen staan en dat u met deze wagens 6.720 unieke treinen kunt maken.&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot; style=&amp;quot;text-align:center; font-size:90%;&amp;quot;&lt;br /&gt;
!rowspan=&amp;quot;2&amp;quot; style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;|&lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Aantal Wagens.	&lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Aantal. 	&lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Aantal. &lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Aantal. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| '''Verschillende wagencombinaties.''' ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| '''Wagens in de trein.''' ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| '''Verschillende treincombinaties.'''&lt;br /&gt;
|- &lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;text-align:left; background:#E5E4E2;&amp;quot;| '''Klassieke Inglenook.''' ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 8 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 40.320 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 5 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 6.720&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;text-align:left; background:#E8E8E8;&amp;quot;| '''Tussenvariant.''' ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 6 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 720 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 4 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 360&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;text-align:left; background:#E5E4E2;&amp;quot;| '''Minimale Inglenook.''' ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 5 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 120 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 3 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 60&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
{{Tabelonderschrift&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 05&lt;br /&gt;
|Maker= Hans van de Burgt&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Met andere woorden...: indien u deze 6.720 treinen allemaal zou willen samenstellen, waarbij u vier puzzels per uur oplost &amp;amp;eacute;n u dit drie uur per avond volhoudt, u 560 avonden nodig hebt....&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Linkssectie begin&lt;br /&gt;
|Box= AlleenInfo&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Encyclopedie:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Download Programma Freddy's Train Puzzle&lt;br /&gt;
|Linknaam= Download Programma Freddy's Train Puzzle&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Oplossing Inglenook Sidings&lt;br /&gt;
|Linknaam= Oplossing Inglenook Sidings&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Encyclopedie artikel&lt;br /&gt;
|Link= Puzzelen met modeltreinen&lt;br /&gt;
|Linknaam= Puzzelen met modeltreinen&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie scheiding}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Externe website:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 331 &amp;lt;!-- quarter105.nl --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Amerikaans.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie einde}}&lt;br /&gt;
{{Voettekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Passerende treinen - twee wissels&lt;br /&gt;
|Volgende= John Allen's TimeSaver&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Puzzelen met modeltreinen&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie: Alles|I]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Artikel|Inglenook Sidings]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Ontwerp modelbaan|I]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Puzzelen met modeltreinen|I]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: The American way|I]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Hans van de Burgt|I]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Dick</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Inglenook_sidings&amp;diff=43969</id>
		<title>Inglenook sidings</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Inglenook_sidings&amp;diff=43969"/>
				<updated>2017-09-16T17:04:36Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Dick: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Koptekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Passerende treinen - twee wissels&lt;br /&gt;
|Volgende= John Allen's TimeSaver&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Puzzelen met modeltreinen&lt;br /&gt;
|Auteur= Gino Damen&lt;br /&gt;
|Auteur2= Hans van de Burgt &lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Inhoudsopgave||Klein}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Inleiding ===&lt;br /&gt;
In dit artikel beschrijven we &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n van de bekendste rangeerpuzzels ter wereld: de 'Inglenook Sidings' van Alan Wright (1928 - 2005).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het verraderlijke van deze puzzel is de, op het eerste gezicht, eenvoudige opbouw met maar twee wissels en twee opstelsporen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Echter, het oplossen van deze puzzel neemt al gauw tussen de 15 en 30 minuten in beslag. Daarbij kan de te volgen strategie - die sterke overeenkomst heeft met de berekeningen die een rangeerploeg in de werkelijkheid moet uitvoeren - zeer snel complex worden. Ter indicatie, er zijn maar liefst 40.320 verschillende startcombinaties die resulteren in 6.720 verschillende treinen!&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= E17.09.03-01.png&lt;br /&gt;
|Grootte= 600px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 01&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Inglenook Sidings Sporenplan&lt;br /&gt;
|Bron= Hans van de Burgt&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het baanplan bestaat uit &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n uithaalspoor, twee wissels en drie opstelsporen. De lengte van de opstelsporen (5-3-3) wordt bepaald door de spelregels. In het geval van de Inglenook Sidings heeft de langste opstelspoor (spoor B) een capaciteit van vijf wagens terwijl de beide andere (spoor C en D) elk een capaciteit van drie wagens hebben. Het uithaalspoor (A) heeft een capaciteit van drie wagens + de gebruikte locomotief. Een belangrijke voorwaarde is dat alle gebruikte wagens ongeveer dezelfde lengte moeten hebben. Het aantal benodigde wagens is overigens maar acht, plus natuurlijk de locomotief.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Online spelen ===&lt;br /&gt;
Deze puzzel kan ook on-line gespeeld worden. Zie hiervoor het artikel ''Download Programma Freddy's Train Puzzle'' bij 'Meer informatie'.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Het spel in een notendop ===&lt;br /&gt;
Benodigdheden:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:* &amp;amp;Eacute;&amp;amp;eacute;n locomotief en acht wagens van gelijke lengte.&lt;br /&gt;
:* Acht kaarten (of fiches), die elk &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n van de wagens voorstellen.&lt;br /&gt;
:* Een Inglenook-baan passend bij de gebruikte wagens en de locomotief.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= E17.09.03-02.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= 600px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 02&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Inglenook Sidings Startsituatie&lt;br /&gt;
|Bron= Hans van de Burgt&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het spel begint met het willekeurig opstellen van de acht wagens. Vijf op het hoofdspoor en drie op &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n van de twee opstelsporen. Het andere opstelspoor blijft dus vrij. Schudt vervolgens de acht kaarten – die dus elk een wagen vertegenwoordigen – trek er vervolgens vijf kaarten uit. Stel vervolgens de trein samen, die bestaat uit de getrokken vijf wagens.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Probeer maar eens de volgende trein samen te stellen:&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= E17.09.03-03.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= 600px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 03&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Inglenook Sidings Eindsituatie&lt;br /&gt;
|Bron= Hans van de Burgt&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Let hierbij wel op de volgende regels:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:* De nieuwe trein moet komen te staan op het spoor waar nu reeds de vijf wagens staan.&lt;br /&gt;
:* De wagens in de nieuwe trein moeten in de volgorde van het trekken van de kaarten staan!&lt;br /&gt;
:* Dit alles moet met zo min mogelijk rangeerbewegingen worden gerealiseerd....&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit klinkt al lang niet meer zo simpel, of wel?&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Zie voor de strategie en aanpak van deze puzzel, het artikel ''Oplossing Inglenook Sidings'' bij 'Meer informatie'.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Baanformaat ===&lt;br /&gt;
De totale omvang van de puzzelbaan is relatief klein, maar kan aanzienlijk vari&amp;amp;auml;ren in lengte, omdat de lengte van het uithaal- en de opstelsporen wordt bepaald door de gebruikte wagens en locomotief.&lt;br /&gt;
Het originele ontwerp van Alan Wright was maar 30 cm &amp;amp;times; 120 cm groot. Dit bereikte hij door de goederen wagens uit de Engelse stoom/diesel-overgangsperiode te gebruiken. Deze wagens zijn namelijk relatief kort: een standaard wielbasis van drie meter, met een lengte over de buffers van 6,15 meter. Dit vertaalde zich in de schaal 00 (1:72) in wagentjes van acht cm lang. Een opstelspoor van 50 cm kan zo heel gemakkelijk vijf wagens bevatten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In het geval van 'Lone Tree Yard' in schaal H0 (zie: de website van Gino Damen, bij 'Meer informatie') is de lengte 50 cm &amp;amp;times; 188cm. Dit doordat er langere wagens (Amerikaanse 40-foot wagens = 14,5 cm) gebruikt worden. Hierdoor is het langste opstelspoor ongeveer 90 cm lang en het uithaalspoor ongeveer 70 cm lang. Er is expres wat meer ruimte gehouden dan strikt noodzakelijk, namelijk om ook eens een verdwaalde 50-foot wagen mee te kunnen laten doen. Bij het rekening houden met variaties in de lengte van de gebruikte wagens is het wel van belang dat het niet mogelijk mag zijn om meer dan het voorgeschreven aantal wagens op de sporen kwijt te kunnen. Dus vier i.p.v. drie stuks of zes i.p.v. vijf stuks en loc + vier i.p.v. loc + drie, dit omdat u daarmee de puzzel te gemakkelijk maakt!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De locomotiefkeuze is afhankelijk van het nagebootste prototype. De voorkeur gaat uit naar kleine tot middelgrote rangeerlocomotieven. Voor Amerikaanse banen is dat een GE 44-tonner of een EMD SW700/800/15000. Voor Duitse banen is een K&amp;amp;ouml;f het summum, maar is een BR15 of V60 (en optioneel zelfs een V80 of V100) de aangewezen keuze. Naar Nederlands voorbeeld komt een Sik of serie 500/600 in beeld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Mini Inglenook ===&lt;br /&gt;
Nu kan het zijn dat er zelfs niet voldoende ruimte beschikbaar is om een 'normaal' Inglenook-ontwerp te realiseren, of dat er juist in een grotere schaal (O, I of LGB) wordt gebouwd. Dan is het mogelijk om de Inglenook te vereenvoudigen tot 3-2-2. Het langste (onderste) opstelspoor krijgt dan een capaciteit van drie wagens terwijl de twee andere elke een capaciteit van twee wagens hebben. Het uithaalspoor krijgt een capaciteit van twee wagens + de gebruikte locomotief. Voor het spel zijn nu nog maar vijf wagens en een locomotief nodig. Het aantal combinaties (en dus de complexiteit) neemt overigens wel drastisch af met 120 verschillende opstellingen van wagens en 'maar' 60 verschillende trein samenstellingen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een tussenvariant is om met hetzelfde sporenplan (3-2-2) echter zes i.p.v. vijf wagens te gebruiken, om een trein uit vier wagens te maken. Hierdoor neemt de complexiteit al weer toe tot 720 verschillende startcombinaties en 360 verschillende treinen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Het wiskundige aspect van deze puzzel ===&lt;br /&gt;
Het baanplan bestaat uit &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n uithaalspoor, twee wissels en drie opstelsporen. De lengte van de opstelsporen (5-3-3) wordt bepaald door de spelregels. In het geval van de Inglenook Sidings heeft de langste (onderste) opstelspoor een capaciteit van vijf wagens terwijl de beide andere elke een capaciteit van drie wagens hebben. Het uithaalspoor heeft een capaciteit van drie wagens + de gebruikte locomotief. Alle gebruikte wagens hebben overigens dezelfde lengte en er zijn acht stuks, plus natuurlijk de locomotief, benodigd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== De vraag: ====&lt;br /&gt;
Bepaal de complexiteit van de drie voorgestelde varianten van de Inglenook Sidings-puzzel. Gebruik hiervoor de onderstaande tabel en beantwoord per variant de volgende twee vragen:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:* Het aantal verschillende (unieke) wagencombinaties.&lt;br /&gt;
:* Het aantal verschillende (unieke) treincombinaties.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot; style=&amp;quot;text-align:center; font-size:90%;&amp;quot;&lt;br /&gt;
!rowspan=&amp;quot;2&amp;quot; style=&amp;quot;background-color:#E8E8E8;&amp;quot;| &lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Aantal Wagens	&lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Aantal 	&lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Aantal &lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Aantal &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| '''Verschillende wagencombinaties.'''     ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| '''Wagens in de trein.''' ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| '''Verschillende treincombinaties.'''&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;text-align:left; background:#E5E4E2;&amp;quot;| '''Klassieke Inglenook.''' ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 8 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 5 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;|&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;text-align:left; background:#E8E8E8;&amp;quot;| '''Tussenvariant.'''       ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 6 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 4 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;|&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;text-align:left; background:#E5E4E2;&amp;quot;| '''Minimale Inglenook.'''  ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 5 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 3 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;|&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
{{Tabelonderschrift&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 04&lt;br /&gt;
|Maker= Hans van de Burgt&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== De oplossing ====&lt;br /&gt;
De wiskundige aanpak voor dit probleem is het bepalen van het aantal permutaties die optreden bij een specifieke puzzel. De oplossing is eenvoudig, waarbij er gebruik wordt gemaakt van de faculteitsfunctie.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Stel dat 'n' het totaal aantal wagens van de puzzel is en dat 'k' het aantal te selecteren wagens is voor in de trein. De benodigde formule ziet er dan als volgt uit:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| style=&amp;quot;text-align: center;&amp;quot;&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;border-style: solid; border-width: 0  0 2px 0;&amp;quot; |'''n!'''&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| '''(n-k)!'''&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
Het toepassen van deze formule op de Klassieke Inglenook Sidings levert de volgende berekening op:&lt;br /&gt;
{| style=&amp;quot;text-align: center;&amp;quot;&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;border-style: solid; border-width: 0  0 2px 0;&amp;quot;|'''8!''' || rowspan= 2 | '''=''' || style=&amp;quot;border-style: solid; border-width: 0  0 2px 0;&amp;quot; |'''40320''' || rowspan= 2| '''='''  ||rowspan= 2| '''6720''' &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| '''(8-5)!''' || |'''6''' ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het tussenresultaat en de uitkomst vertellen ons dat de acht wagens op 40.320 verschillende manieren op de Inglenook Sidings-puzzel kunnen staan en dat u met deze wagens 6.720 unieke treinen kunt maken.&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot; style=&amp;quot;text-align:center; font-size:90%;&amp;quot;&lt;br /&gt;
!rowspan=&amp;quot;2&amp;quot; style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;|&lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Aantal Wagens.	&lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Aantal. 	&lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Aantal. &lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Aantal. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| '''Verschillende wagencombinaties.''' ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| '''Wagens in de trein.''' ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| '''Verschillende treincombinaties.'''&lt;br /&gt;
|- &lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;text-align:left; background:#E5E4E2;&amp;quot;| '''Klassieke Inglenook.''' ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 8 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 40.320 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 5 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 6.720&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;text-align:left; background:#E8E8E8;&amp;quot;| '''Tussenvariant.''' ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 6 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 720 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 4 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 360&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;text-align:left; background:#E5E4E2;&amp;quot;| '''Minimale Inglenook.''' ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 5 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 120 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 3 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 60&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
{{Tabelonderschrift&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 05&lt;br /&gt;
|Maker= Hans van de Burgt&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Met andere woorden...: indien u deze 6.720 treinen allemaal zou willen samenstellen, waarbij u vier puzzels per uur oplost &amp;amp;eacute;n u dit drie uur per avond volhoudt, u 560 avonden nodig hebt....&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Linkssectie begin&lt;br /&gt;
|Box= AlleenInfo&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Encyclopedie:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Download Programma Freddy's Train Puzzle&lt;br /&gt;
|Linknaam= Download Programma Freddy's Train Puzzle&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Oplossing Inglenook Sidings&lt;br /&gt;
|Linknaam= Oplossing Inglenook Sidings&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Encyclopedie artikel&lt;br /&gt;
|Link= Puzzelen met modeltreinen&lt;br /&gt;
|Linknaam= Puzzelen met modeltreinen&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie scheiding}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Externe website:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 331 &amp;lt;!-- quarter105.nl --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Amerikaans.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie einde}}&lt;br /&gt;
{{Voettekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Passerende treinen - twee wissels&lt;br /&gt;
|Volgende= John Allen's TimeSaver&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Puzzelen met modeltreinen&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie: Alles|I]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Artikel|Inglenook Sidings]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Ontwerp modelbaan|I]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Puzzelen met modeltreinen|I]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: The American way|I]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Hans van de Burgt|I]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Dick</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Inglenook_sidings&amp;diff=43968</id>
		<title>Inglenook sidings</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Inglenook_sidings&amp;diff=43968"/>
				<updated>2017-09-16T17:01:19Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Dick: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Koptekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Passerende treinen - twee wissels&lt;br /&gt;
|Volgende= John Allen's TimeSaver&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Puzzelen met modeltreinen&lt;br /&gt;
|Auteur= Gino Damen&lt;br /&gt;
|Auteur2= Hans van de Burgt &lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Inhoudsopgave||Klein}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Inleiding ===&lt;br /&gt;
In dit artikel beschrijven we &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n van de bekendste rangeerpuzzels ter wereld: de 'Inglenook Sidings' van Alan Wright (1928 - 2005).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het verraderlijke van deze puzzel is de, op het eerste gezicht, eenvoudige opbouw met maar twee wissels en twee opstelsporen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Echter, het oplossen van deze puzzel neemt al gauw tussen de 15 en 30 minuten in beslag. Daarbij kan de te volgen strategie - die sterke overeenkomst heeft met de berekeningen die een rangeerploeg in de werkelijkheid moet uitvoeren - zeer snel complex worden. Ter indicatie, er zijn maar liefst 40.320 verschillende startcombinaties die resulteren in 6.720 verschillende treinen!&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= E17.09.03-01.png&lt;br /&gt;
|Grootte= 600px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 01&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Inglenook Sidings Sporenplan&lt;br /&gt;
|Bron= Hans van de Burgt&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het baanplan bestaat uit &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n uithaalspoor, twee wissels en drie opstelsporen. De lengte van de opstelsporen (5-3-3) wordt bepaald door de spelregels. In het geval van de Inglenook Sidings heeft de langste opstelspoor (spoor B) een capaciteit van vijf wagens terwijl de beide andere (spoor C en D) elk een capaciteit van drie wagens hebben. Het uithaalspoor (A) heeft een capaciteit van drie wagens + de gebruikte locomotief. Een belangrijke voorwaarde is dat alle gebruikte wagens ongeveer dezelfde lengte moeten hebben. Het aantal benodigde wagens is overigens maar acht, plus natuurlijk de locomotief.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Online spelen ===&lt;br /&gt;
Deze puzzel kan ook on-line gespeeld worden. Zie hiervoor het artikel ''Download Programma Freddy's Train Puzzle'' bij 'Meer informatie'.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Het spel in een notendop ===&lt;br /&gt;
Benodigdheden:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:* &amp;amp;Eacute;&amp;amp;eacute;n locomotief en acht wagens van gelijke lengte.&lt;br /&gt;
:* Acht kaarten (of fiches), die elk &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n van de wagens voorstellen.&lt;br /&gt;
:* Een Inglenook-baan passend bij de gebruikte wagens en de locomotief.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= E17.09.03-02.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= 600px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 02&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Inglenook Sidings Startsituatie&lt;br /&gt;
|Bron= Hans van de Burgt&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het spel begint met het willekeurig opstellen van de acht wagens. Vijf op het hoofdspoor en drie op &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n van de twee opstelsporen. Het andere opstelspoor blijft dus vrij. Schudt vervolgens de acht kaarten – die dus elk een wagen vertegenwoordigen – trek er vervolgens vijf kaarten uit. Stel vervolgens de trein samen, die bestaat uit de getrokken vijf wagens.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Probeer maar eens de volgende trein samen te stellen:&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= E17.09.03-03.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= 600px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 03&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Inglenook Sidings Eindsituatie&lt;br /&gt;
|Bron= Hans van de Burgt&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Let hierbij wel op de volgende regels:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:* De nieuwe trein moet komen te staan op het spoor waar nu reeds de vijf wagens staan.&lt;br /&gt;
:* De wagens in de nieuwe trein moeten in de volgorde van het trekken van de kaarten staan!&lt;br /&gt;
:* Dit alles moet met zo min mogelijk rangeerbewegingen worden gerealiseerd....&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dit klinkt al lang niet meer zo simpel, of wel?&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Zie voor de strategie en aanpak van deze puzzel, het artikel ''Oplossing Inglenook Sidings'' bij 'Meer informatie'.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Baanformaat ===&lt;br /&gt;
De totale omvang van de puzzelbaan is relatief klein, maar kan aanzienlijk vari&amp;amp;auml;ren in lengte, omdat de lengte van het uithaal- en de opstelsporen wordt bepaald door de gebruikte wagens en locomotief.&lt;br /&gt;
Het originele ontwerp van Alan Wright was maar 30 cm &amp;amp;times; 120 cm groot. Dit bereikte hij door de goederen wagens uit de Engelse stoom/diesel-overgangsperiode te gebruiken. Deze wagens zijn namelijk relatief kort: een standaard wielbasis van drie meter, met een lengte over de buffers van 6,15 meter. Dit vertaalde zich in de schaal 00 (1:72) in wagentjes van acht cm lang. Een opstelspoor van 50 cm kan zo heel gemakkelijk vijf wagens bevatten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In het geval van 'Lone Tree Yard' in schaal H0 (zie: de website van Gino Damen, bij 'Meer informatie') is de lengte 50 cm &amp;amp;times; 188cm. Dit doordat er langere wagens (Amerikaanse 40-foot wagens = 14,5 cm) gebruikt worden. Hierdoor is het langste opstelspoor ongeveer 90 cm lang en het uithaalspoor ongeveer 70 cm lang. Er is expres wat meer ruimte gehouden dan strikt noodzakelijk, namelijk om ook eens een verdwaalde 50-foot wagen mee te kunnen laten doen. Bij het rekening houden met variaties in de lengte van de gebruikte wagens is het wel van belang dat het niet mogelijk mag zijn om meer dan het voorgeschreven aantal wagens op de sporen kwijt te kunnen. Dus vier i.p.v. drie stuks of zes i.p.v. vijf stuks en loc + vier i.p.v. loc + drie, dit omdat u daarmee de puzzel te gemakkelijk maakt!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De locomotiefkeuze is afhankelijk van het nagebootste prototype. De voorkeur gaat uit naar kleine tot middelgrote rangeerlocomotieven. Voor Amerikaanse banen is dat een GE 44-tonner of een EMD SW700/800/15000. Voor Duitse banen is een K&amp;amp;ouml;f het summum, maar is een BR15 of V60 (en optioneel zelfs een V80 of V100) de aangewezen keuze. Naar Nederlands voorbeeld komt een Sik of serie 500/600 in beeld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Mini Inglenook ===&lt;br /&gt;
Nu kan het zijn dat er zelfs niet voldoende ruimte beschikbaar is om een 'normaal' Inglenook-ontwerp te realiseren, of dat er juist in een grotere schaal (O, I of LGB) wordt gebouwd. Dan is het mogelijk om de Inglenook te vereenvoudigen tot 3-2-2. Het langste (onderste) opstelspoor krijgt dan een capaciteit van drie wagens terwijl de twee andere elke een capaciteit van twee wagens hebben. Het uithaalspoor krijgt een capaciteit van twee wagens + de gebruikte locomotief. Voor het spel zijn nu nog maar vijf wagens en een locomotief nodig. Het aantal combinaties (en dus de complexiteit) neemt overigens wel drastisch af met 120 verschillende opstellingen van wagens en 'maar' 60 verschillende trein samenstellingen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een tussenvariant is om met hetzelfde sporenplan (3-2-2) echter zes i.p.v. vijf wagens te gebruiken, om een trein uit vier wagens te maken. Hierdoor neemt de complexiteit al weer toe tot 720 verschillende startcombinaties en 360 verschillende treinen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Het wiskundige aspect van deze puzzel ===&lt;br /&gt;
Het baanplan bestaat uit &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n uithaalspoor, twee wissels en drie opstelsporen. De lengte van de opstelsporen (5-3-3) wordt bepaald door de spelregels. In het geval van de Inglenook Sidings heeft de langste (onderste) opstelspoor een capaciteit van vijf wagens terwijl de beide andere elke een capaciteit van drie wagens hebben. Het uithaalspoor heeft een capaciteit van drie wagens + de gebruikte locomotief. Alle gebruikte wagens hebben overigens dezelfde lengte en er zijn acht stuks, plus natuurlijk de locomotief, benodigd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== De vraag: ====&lt;br /&gt;
Bepaal de complexiteit van de drie voorgestelde varianten van de Inglenook Sidings-puzzel. Gebruik hiervoor de onderstaande tabel en beantwoord per variant de volgende twee vragen:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
:* Het aantal verschillende (unieke) wagencombinaties.&lt;br /&gt;
:* Het aantal verschillende (unieke) treincombinaties.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot; style=&amp;quot;text-align:center; font-size:90%;&amp;quot;&lt;br /&gt;
!rowspan=&amp;quot;2&amp;quot; style=&amp;quot;background-color:#E8E8E8;&amp;quot;| &lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Aantal Wagens	&lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Aantal 	&lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Aantal &lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Aantal &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| '''Verschillende wagencombinaties.'''     ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| '''Wagens in de trein.''' ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| '''Verschillende treincombinaties.'''&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;text-align:left; background:#E5E4E2;&amp;quot;| '''Klassieke Inglenook.''' ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 8 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 5 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;|&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;text-align:left; background:#E8E8E8;&amp;quot;| '''Tussenvariant.'''       ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 6 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 4 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;|&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;text-align:left; background:#E5E4E2;&amp;quot;| '''Minimale Inglenook.'''  ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 5 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 3 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;|&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
{{Tabelonderschrift&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 04&lt;br /&gt;
|Maker= Hans van de Burgt&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== De oplossing ====&lt;br /&gt;
De wiskundige aanpak voor dit probleem is het bepalen van het aantal permutaties die optreden bij een specifieke puzzel. De oplossing is eenvoudig, waarbij er gebruik wordt gemaakt van de faculteitsfunctie.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Stel dat 'n' het totaal aantal wagens van de puzzel is en dat 'k' het aantal te selecteren wagens is voor in de trein. De benodigde formule ziet er dan als volgt uit:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| style=&amp;quot;text-align: center;&amp;quot;&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;border-style: solid; border-width: 0  0 2px 0;&amp;quot; |'''n!'''&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| '''(n-k)!'''&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
Het toepassen van deze formule op de Klassieke Inglenook Sidings levert de volgende berekening op:&lt;br /&gt;
{| style=&amp;quot;text-align: center;&amp;quot;&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;border-style: solid; border-width: 0  0 2px 0;&amp;quot;|'''8!''' || rowspan= 2 | '''=''' || style=&amp;quot;border-style: solid; border-width: 0  0 2px 0;&amp;quot; |'''40320''' || rowspan= 2| '''='''  ||rowspan= 2| '''6720''' &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
| '''(8-5)''' || |'''6''' ||&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het tussenresultaat en de uitkomst vertellen ons dat de acht wagens op 40.320 verschillende manieren op de Inglenook Sidings-puzzel kunnen staan en dat u met deze wagens 6.720 unieke treinen kunt maken.&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot; style=&amp;quot;text-align:center; font-size:90%;&amp;quot;&lt;br /&gt;
!rowspan=&amp;quot;2&amp;quot; style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;|&lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Aantal Wagens.	&lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Aantal. 	&lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Aantal. &lt;br /&gt;
!style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| Aantal. &lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| '''Verschillende wagencombinaties.''' ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| '''Wagens in de trein.''' ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| '''Verschillende treincombinaties.'''&lt;br /&gt;
|- &lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;text-align:left; background:#E5E4E2;&amp;quot;| '''Klassieke Inglenook.''' ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 8 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 40.320 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 5 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 6.720&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;text-align:left; background:#E8E8E8;&amp;quot;| '''Tussenvariant.''' ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 6 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 720 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 4 ||style=&amp;quot;background:#E8E8E8;&amp;quot;| 360&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|style=&amp;quot;text-align:left; background:#E5E4E2;&amp;quot;| '''Minimale Inglenook.''' ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 5 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 120 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 3 ||style=&amp;quot;background:#E5E4E2;&amp;quot;| 60&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
{{Tabelonderschrift&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 05&lt;br /&gt;
|Maker= Hans van de Burgt&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Met andere woorden...: indien u deze 6.720 treinen allemaal zou willen samenstellen, waarbij u vier puzzels per uur oplost &amp;amp;eacute;n u dit drie uur per avond volhoudt, u 560 avonden nodig hebt....&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Linkssectie begin&lt;br /&gt;
|Box= AlleenInfo&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Encyclopedie:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Download Programma Freddy's Train Puzzle&lt;br /&gt;
|Linknaam= Download Programma Freddy's Train Puzzle&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Oplossing Inglenook Sidings&lt;br /&gt;
|Linknaam= Oplossing Inglenook Sidings&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Encyclopedie artikel&lt;br /&gt;
|Link= Puzzelen met modeltreinen&lt;br /&gt;
|Linknaam= Puzzelen met modeltreinen&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie scheiding}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Externe website:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 331 &amp;lt;!-- quarter105.nl --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Amerikaans.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie einde}}&lt;br /&gt;
{{Voettekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Passerende treinen - twee wissels&lt;br /&gt;
|Volgende= John Allen's TimeSaver&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Puzzelen met modeltreinen&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie: Alles|I]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Artikel|Inglenook Sidings]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Ontwerp modelbaan|I]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Puzzelen met modeltreinen|I]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: The American way|I]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Hans van de Burgt|I]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Dick</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Thema_NL:_Met_de_sik_van_Sneek_naar_Bolsward&amp;diff=43007</id>
		<title>Thema NL: Met de sik van Sneek naar Bolsward</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Thema_NL:_Met_de_sik_van_Sneek_naar_Bolsward&amp;diff=43007"/>
				<updated>2016-11-02T10:57:56Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Dick: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Koptekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Inspiratiethema's&lt;br /&gt;
|Volgende= Codering rijdend materieel&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Inspiratiethema's&lt;br /&gt;
|Auteur= Wim Hoekema&lt;br /&gt;
|Bewerking= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Inhoudsopgave||Klein}}&lt;br /&gt;
=== Inleiding ===&lt;br /&gt;
Al in 1976 kwam Roco met een schaal H0-model van de legendarische Sik, de rangeerlocomotor van de NS. Weliswaar niet exact op schaal, maar destijds een acceptabel model en tenminste iets typisch Nederlands! Later werd het model nog eens beter gedetailleerd en van een betere aandrijving voorzien. Nu is er geen modelspoorbaan, naar Nederlands voorbeeld, waar deze trouwe trekkracht niet wordt ingezet. Meestal wordt er dan met de Sik gerangeerd, maar wat tegenwoordig nog weinig hobby&amp;amp;iuml;sten weten, is dat deze locomotoren vroeger goederenconvooien reden op tal van tramlijnen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In Friesland waren het tussen 1948 en 1968 de vaste locjes op de lijnen Heerenveen &amp;amp;mdash; Lemmer en Sneek &amp;amp;mdash; Bolsward, waar eens de stoomtrams van de Nederlandse Tramweg Maatschappij puften. Deze laatste lijn werd veertig jaar geleden, in juni 1968, gesloten. En dat is reden voor een terugblik in dit artikel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De kleinschalige emplacementen en het bescheiden goederenvervoer op de ruim tien kilometer lange lijn en de Sikjes die daarbij naast- en over de openbare weg reden, nodigen uit voor een nabootsing in model. Zonder voorbeeld geen model, daarom eerst een stukje geschiedenis.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Bolsward_1959.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= 325px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 01&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Bolsward, 1959&lt;br /&gt;
|Bron= Wim Hoekema&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Rechts&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&amp;lt;!--&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp; dient ervoor de tekst onder de afbeelding voldoende vrij te houden van de afbeelding--&amp;gt;&lt;br /&gt;
=== Aanleg langs de McAdamweg ===&lt;br /&gt;
De weg tussen de steden Sneek en Bolsward was aanvankelijk niet meer dan een zandweg, waarover karren en koetsen hobbelend de vele heuvels en kuilen moesten nemen. Vooral in regenachtige periodes was het reizen bijna onmogelijk. De reizigers konden ook per trekschuit of te voet reizen, maar dat duurde erg lang. In de negentiende eeuw groeide de vraag naar betere wegen. Dit kwam vooral door de opkomende industrialisatie en handel.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een goede oplossing kwam van de Schotse herder Telford. Hij bootste de Romeinse manier van wegenaanleg na door eerst grote, dan kleinere en dan nog kleinere stenen op elkaar te leggen. Maar hij werd door een andere Schot overtroffen; John Loudon McAdam wist wegen nog goedkoper en simpeler aan te leggen, terwijl ze even effectief waren. Voordat McAdam zijn theorie over de aanleg van wegen naar buiten bracht in Engeland, haalde hij fortuin binnen in Amerika.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vanaf zijn veertiende levensjaar tot zijn achtentwintigste leefde McAdam bij zijn oom en tante in de Verenigde Staten. Daar werkte hij bij zijn oom in het kantoor als handelaar. Zodra hij een aardig zakcentje had verdiend, ging McAdam weer in Schotland wonen. Daar zag hij de slechte toestand van de wegen op het door hem in Ayrshire gekochte landgoed, en hij begon te experimenteren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
McAdam vond dat een weg aan een paar minimale eisen moest voldoen: hij moest goedkoop zijn, simpel en hij moest droog blijven. De uitvinding van Telford was te duur en te ingewikkeld volgens McAdam. Na een tijdje experimenteren, ging bij hem het lampje branden: de weg moest iets opgehoogd worden, zodat het water goed langs de zijkant naar beneden weg kan stromen. Er moesten op het opgehoogde gedeelte, 10 inch (ongeveer 25 centimeter) dik, stenen gelegd worden van ongeveer gelijke grootte. Deze stenen moeten klein genoeg zijn om in de mond van een man te passen, maar mogen niet zo klein zijn dat men ze kan doorslikken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een andere manier om de grootte van de stenen te meten, die de werklui heel wat pijn bespaarde, is het gebruik van een ring waar de stenen door moeten kunnen. Deze middelen zijn er, omdat werklui soms sjoemelen met de grootte van de stenen. Als de stenen kleiner gehakt moeten worden, kost dat meer tijd en moeite. Volgens McAdam hoefde men verder helemaal niets aan de weg te doen. Het verkeer dat er overheen ging, zou de stenen in elkaar drukken zodat een stevige, effen weg ontstond. De bovenlaag bestond uit een laagje steenslag of porfier, dat met leem of klei in elkaar werd gedrukt. Dit idee bleek heel succesvol en de methode werd veel gebruikt. Men kon nu veel sneller reizen dan voorheen en het was nog goedkoop ook. Het idee werd snel overgenomen in de rest van Europa en in Amerika.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Bolsward_sik_1968.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= 325px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 02&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Bolsward, 1968&lt;br /&gt;
|Bron= Wim Hoekema&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Links&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Ook de weg van Sneek naar Bolsward werd in 1844 op deze manier verhard. Dit werd verzorgd door een commissie, de in Sneek gevestigde 'Commissie van beheer over den MacAdam-weg Sneek &amp;amp;mdash; Bolsward'. De aanliggende gemeenten Bolsward, Sneek, Wonseradeel en Wymbritseradeel hadden een aandeel in de commissie. De investeringen zouden worden teruggewonnen door het heffen van tol (tolhuizen bij Ysbrechtum en Nijland, waarvan eerstgenoemde nog steeds bestaat) en het verpachten van de grasgewassen in de bermen. De term MacAdam-weg werd later verbasterd tot macadamweg. Tussen de NTM en de Commissie werd in 1881 een overeenkomst opgesteld, met daarin voorwaarden over de aanleg en exploitatie van een stoomtramlijn langs de weg. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op 8 augustus 1882 werd door de Nederlandsche Tramweg Maatschappij (NTM) de lijn Sneek &amp;amp;mdash; Bolsward geopend. Sneek kreeg dus al een tramverbinding voor de spoorlijn Leeuwarden &amp;amp;mdash; Sneek een jaar later werd geopend. Het eerste trammaterieel werd dan ook via de weg en het water door de stad gezeuld naar het tramstation. Later in 1886 werd de tramlijn doorgetrokken naar Joure &amp;amp;mdash; Heerenveen en vanuit Bolsward via Arum naar Harlingen. Tussen Sneek en Bolsward werd de lijn aangelegd in de berm van de Macadamweg.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op de lijn spanden de vierkante Henschel-tramlocjes (de 'stoofjes' in de volksmond) zich in voor goederen- en reizigerstrams. De lichte bovenbouw zorgde voor verschillende ontsporingen. Enige jaren na de opening werden dan ook zwaardere spoorstaven gelegd. Veel over de NTM-historie van de lijn kan de lezer vinden in het boek 'Friesland rond per tram' van Tiedema en Buikstra. Wij gaan ons richten op de doorvoer van spoorwegmaterieel en de naoorlogse exploitatie met de Sik.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== De doorvoer van spoorwagens en de verbindingsbaan in Sneek ===&lt;br /&gt;
De gemeente Bolsward investeerde een, voor die tijd, enorm bedrag van ƒ 25.000,= in het aanpassen van de lijn voor de doorvoer van goederenwagens. Daarbij moet worden bedacht dat Bolsward, in tegenstelling tot de gemeenten Sneek en Wymbritseradeel volledig afhankelijk was van de tramlijn. Dit bedrag werd in de jaren 1910, 1911 en 1914 aan de NTM betaald, waarbij ook de Maatschappij Hollandia ƒ 1000,= bijdroeg en de Nederlandsche Kaas en Roomboterfabrieken ƒ 500,=. Het was nu mogelijk goederenwagens door te voeren vanuit Harlingen en Heerenveen. In Sneek bestond aanvankelijk geen aansluiting op de spoorlijn. Deze aansluiting werd in het begin van deze eeuw wenselijk geacht, omdat de NTM dan ook goederenwagens over haar lijn kon doorvoeren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De gemeente Sneek zag die aansluiting aanvankelijk helemaal niet zitten, zij het meer uit verkeerstechnisch oogpunt. In 1923 begint een procedure 'onteigening ten algemeene nutte' en ontstaat er een verbindingsboog naar het NS-emplacement met een straal van 70 meter, tussen het NTM-tramstation en het NS-emplacement van Sneek. De aansluiting kruist de Bolswarderweg onder een hoek van 25 graden, evenals op een onoverzichtelijke manier de toegangsweg tot de Parkbuurt. 'Onverantwoord' zo sputterde de gemeente nog tegen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De directeur gemeentewerken van Sneek schrijft op 17 september 1923 een rapport aan B&amp;amp;W, waarin hij aangeeft dat de aftakking een ernstige belemmering voor het gewone verkeer op de Bolswarderweg zal vormen en bovendien niet ongevaarlijk is. Hij is van mening dat het algemeen belang zich tegen de aanleg verzet, bovendien is er al een aansluiting naar het spoorstation via de Parkstraat. Laatstgenoemde aansluiting kende overigens geen wisselverbinding met de spoorwegen. Burgemeester en wethouders schaarden zich achter het advies van hun technisch ambtenaar en schreven op 20 september 1923 aan Gedeputeerde Staten dat de aanleg van de verbindingsbaan 'niet noodzakelijk' was. Gedeputeerde Staten stond echter op 24 oktober 1923 de aanleg toe.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In januari 1925 is de baan klaar. Nadat langs de tramlijn enkele binnen profiel staande bomen waren gekapt en de baan was verzwaard, ontstond er genoeg ruimte om de goederenwagens richting Bolsward te vervoeren. De NTM gebruikte hiervoor een aantal koppelwagens (waarvan nog een exemplaar bij de SHM in Hoorn te zien is), waarmee de goederenwagens achter de tram werden gehangen. De doorvoer van goederenwagens vertoonde een stijgende lijn waardoor er zelfs extra ritten werden gereden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vooral de melkfabrieken in Sneek en Bolsward waren grote verladers. 'Hollandia' in Bolsward kende een eigen emplacementje, en de KNM-melkfabriek aan de Harste in Sneek was met een kopspoortje op de lijn aangesloten. De tram en de zuivelfabrieken hadden in Friesland een hechte band, zo werden ook de Lijempf in Berlikum en de 'Hollandia' in Scharsterbrug door de tram bediend.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Sik_243_Blw.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= 325px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 03&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Bolsward, Sik 243&lt;br /&gt;
|Bron= Wim Hoekema&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Rechts&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Daarnaast werden wagens met kolen, kunstmest en landbouwproducten doorgevoerd. In 1938 werden bijvoorbeeld 900 goederenwagens via Sneek naar Bolsward doorgevoerd. Over de personendienst valt nog te melden dat er in 1927/1928 zelfs enige tijd een doorgaande tramtrein Bolsward &amp;amp;mdash; Sneek &amp;amp;mdash; Leeuwarden heeft gereden. Hiervoor gebruikte de NTM haar nieuwe motorwagens van de serie M1-M7. De Talent was dus zeker niet het eerste 'lightrail'-voertuig tussen Leeuwarden en Sneek!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tussen 1928 en 1934 werd de motortram vervangen door een stoomtram, getrokken door een 'grote Henschel'. Deze deed 44 minuten over de 22 kilometer spoorlijn Sneek &amp;amp;mdash; Leeuwarden, waarbij dan wel zeven keer werd gestopt onderweg! De motortram naar Bolsward vertrok vele jaren vanaf spoor drie op het station, waar de passagiers via een houten vlondertje, gebouwd over de trekdraden van de beveiliging, in de tram konden stappen. De stoomtrams vertrokken meestal vanaf het 2&amp;lt;sup&amp;gt;e&amp;lt;/sup&amp;gt; perron, omdat ze langer waren. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De spoorwegstaking vanaf 17 september 1944 zorgde er voor dat de negen trams per dag tussen Bolsward en Sneek ook niet meer reden. De lijn kwam echter vrijwel ongeschonden uit de oorlog (de Bolswarder Blauwpoortsbrug was wel opgeblazen) en op 22 mei 1945 reden er de eerste trams al weer tussen Bolsward (Bwd in telegraafafkorting) en Sneek (Sk). Tot aan de laatste dag van de personendienst (5 oktober 1947) reed de NTM nog twee keer daags tussen de beide steden, waarbij de motor- en stoomtrams in gemengd bedrijf reden. Het goederenvervoer (dat vooral voor de 'Hollandia' melkfabriek in Bolsward nog van groot belang was) zou door de NS worden voortgezet, weliswaar met dieseltractie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De NS nam voor de exploitatie ook een aantal NTM-personeelsleden over. Tussen 1948 en 1959 werden de, door de NS overgenomen, goederentramlijnen voorzien van zwaardere spoorstaven NP46 en deze werden gelegd op houten en betonnen lokaaldwarsliggers. Bovendien kwam de baan nu volledig in een ballastbed van grind en zand te liggen. Het inhaalspoor bij Ysbrechtum en het NTM-emplacement in Sneek aan de Bolswarderweg vervielen hierbij ook.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De tractie voor de konvooien werd vanaf toen gevormd door een locomotor uit de serie 200/300, beter bekend als 'Sik'. Doordat in de lijn enkele zeer krappe bogen voorkwamen, ondermeer bij het dorp Ysbrechtum, was de lijn verboden gebied voor de 450'ers, de Hippels (NS 500/600) en de draaistellocomotieven serie 2200 en 2400. Wel heeft een Bakkie, serie 500, eenmalig een proefrit naar Bolsward ondernomen om het doorzakken van een bruggetje in het centrum te meten.&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
Per 1 oktober 1949 besloot de NS de exploitatie weer aan de NTM op te dragen, waarmee de toestand weer werd omgekeerd; de NS verzorgde nu het goederenvervoer in opdracht van de NTM. Zo reed de NTM-machinist Kunst weer de dagelijkse ritjes naar Bolsward Hollandia. Naarmate meer NTM-personeel gepensioneerd werd, verviel langzamerhand de noodzaak om de tramlijnen, waaronder Sneek &amp;amp;mdash; Bolsward, bij de NTM in eigendom te laten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op 24 december 1958 gaf de Minister van Verkeer &amp;amp; Waterstaat toestemming om de lijn Sneek &amp;amp;mdash; Bolsward weer aan de NS over te dragen. Vanaf die datum waren het voornamelijk locomotorbestuurder Mink Zijlstra en vier vaste rangeerders uit Sneek die de goederentrams reden. De Sikken (vooral de vaste Sneeker Sikken met de locnummers 249, 259 en 286) konden in Sneek niet meer in de halfronde locloods worden gestald. Deze loods was al jarenlang verhuurd aan een brandstoffenhandel en aan Calv&amp;amp;eacute;. Naast de loods werd daarom een golfplaten loodsje gebouwd waarin &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n Sik gestald kon worden. In de koude wintermaanden werden de locomotoren in dit loodsje warm gehouden met een potkachel, om bevriezing van het koelwater tegen te gaan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Sik_blw_kleur.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= 365px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 04&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Bolsward&lt;br /&gt;
|Bron= Wim Hoekema&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Links&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Om deze stalling te bereiken moest de Sik zelfs nog gebruik maken van de oude (handbediende) draaischijf. Die draaischijf deed ook nog wel eens dienst als een 500/600-locje uit Leeuwarden moest worden gedraaid om eenzijdige slijtage van de wielflenzen tegen te gaan. Op de Sneker Sikken werd trouwens door het spoorpersoneel goed gepast. Regelmatig werden de Sikjes met wat olie en een dot poetskatoen tot op hoogglans gepoetst. Er waren meestal twee locomotoren in Sneek gestationeerd; eentje voor de tramdienst naar Bolsward en eentje voor het rangeerwerk op het goederenemplacement van Sneek. Welke Sik voor welke dienst ingezet zou gaan worden, werd onderling aangegeven met de termen 'Sneek-Sik' voor de rangeerloc en 'S&amp;amp;uacute;vel-Sik' voor de dienst naar Bolsward. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het NTM-emplacement aan de Bolswarderweg in Sneek werd zoals vermeld in 1947 gesaneerd. Met de gemeente Sneek werd op 21 juni 1948 overleg gevoerd over een prijsbepaling voor het tramstation. Uiteindelijk zou het weer een openbaarvervoerfunctie krijgen als busgarage en remise. Het stationsgebouw annex locloods en de rijtuigloods zijn wegens vermeende bouwvalligheid eind 2001 tegen de vlakte gegaan. Na tot 1985 (evenals de in 1992 afgebroken Bolswarder loods) achtereenvolgens als busremise en machinefabriekje te hebben gediend, was er laatstelijk een kringloopwinkel gevestigd. Het oude NTM-station van Bolsward herbergt al vele jaren een garagebedrijf. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Met uitzondering van de passages door Sneek, Ysbrechtum, Nijland en Bolsward, waar stapvoets moest worden gereden, lag de lijn 'op vrije baan' in de berm van de oude Rijksweg Sneek &amp;amp;mdash; Bolsward. Hier kon de Sik nog wel wat snelheid maken, waarbij de gewonnen tijd dan werd gebruikt voor een extra lange koffiepauze bij 'Hollandia'.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat er ook wel eens te snel werd gereden, werd duidelijk toen een locomotor de al eerder genoemde krappe boog bij Ysbrechtum indook, het spoor bijster raakte en midden op de weg tot stilstand kwam. Deze boog leverde ook grote problemen op bij zware beladen trams vanuit Bolsward. De Sik kon dan met moeite 10 gesloten wagens door de boog wringen. Was de tram langer (regelmatig ongeveer 20 wagens) dan werden de resterende wagens op de lijn afgekoppeld, en moesten die in een tweede ritje worden opgehaald. De lieve dorpsjeugd koppelde dan wel eens stiekem de achterste wagen af, wat dan pas bij aankomst in Sneek werd opgemerkt, zodat er nog een ritje gemaakt moest worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ook in Sneek had het locomotorpersoneel wel eens wat met de jeugd te stellen. Aan zijn lunchpauze toe zette een locomotorbestuurder de Sik met twee wagens bij de spoorweghaven op het goederenemplacement. Bij deze haven stond een hijskraantje, en u snapt het al, de jeugd maakte de haak van de kraan vast aan de laatste wagen. Toen de Sik na de pauze wegreed, rolde de hijskabel tot het einde toe af. Vervolgens een harde klap, het rangeerdeel stond stil en de twee wagens stonden naast het spoor. De kraan was zwaar verbogen en meteen rijp voor de sloop. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoewel de lijn alleen nog werd gebruikt voor goederenvervoer, is er toch nog een keer reizigersvervoer geweest. Op 27 mei 1959 reed de NS-directie per NS-directiemotorrijtuig NS20 'Kameel' naar Sneek. Van Sneek naar Bolsward reed men in het oude salonrijtuig van Koningin Emma, dat achter de reguliere goederentram werd gekoppeld. Voor de gelegenheid werd de Sik bestuurd door de NS-tractieopzichter uit Leeuwarden. Verder heeft de burgemeester van Bolsward rond 1967 nog eens een ritje per losse Sik door zijn stad gemaakt, om vanaf het stadhuis de verderop gelegen koffiebar 'De Sik' in stijl te openen &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Blw_10081967.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= 325px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 05&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Bolsward, 10-08-1967&lt;br /&gt;
|Bron= Wim Hoekema&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Rechts&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Het goederenvervoer liep steeds verder terug, en in de jaren zestig werd nog maar &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n rit per dag naar Bolsward gereden. Naast de wagens voor de zuivelfabriek, werden nog kolen en kunstmest aangevoerd, voor de losplaats bij het oude tramstation. Ook Van Gend &amp;amp; Loos verzorgde het stukgoederenvervoer per spoor. Een zogenaamde 'Geelbander' (gesloten goederenwagen, speciaal voor het Van Gend &amp;amp; Loos-stukgoederenvervoer) verzorgde de dienst op Sneek en Leeuwarden. Toch liep het vervoer langzaam terug. Het sterk groeiende wegverkeer maakte bovendien de passage van de Bolswarder binnenstad steeds moeizamer (zie: afbeelding 05). Regelmatig was er overlast van, binnen profiel, geparkeerde auto's, waarbij het opsporen van de eigenaar een tijdrovende bezigheid kon zijn en soms was er wat blikschade.&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
Uiteindelijk gaf de Minister van Verkeer en Waterstaat in 1968 toestemming voor de sluiting van de lijn. Nadien werd begonnen met de afbraak van de 11 kilometer lange verbinding. Juist enkele jaren daarvoor waren de rails nog vernieuwd, waarbij de Sik, met lange rongenwagens vol spoorstaven, onderweg was op het lijntje. Het gemeentebestuur van Bolsward had juist bij de herbestrating van de Bolswarder Jongemastraat de rails weer netjes in het wegdek verlegd en nu kon de straat er weer uit om de trambaan op te breken. Bolsward was er niet blij mee… &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op 28 juni 1968 reed de laatste goederentram, onder zeer grote belangstelling, weg bij de Bolswarder 'Hollandiafabriek'. Met 13 bij Hollandia beladen wagens, vier lege wagens en een Dg (goederentreinbegeleidingswagen) voor de genodigden, was het noodzakelijk dat er twee Sikken voor de tram kwamen. Naast de Sneeker NS 259, kwam de NS 223 met de tractieopzichter speciaal uit Leeuwarden over. Voorzien van spandoeken, vlaggen en kransen, deed de tram drie kwartier over de slechts enkele honderden meters tussen de fabriek en het Bolswarder stadhuis, waar de nodige toespraken werden gehouden. Het gemeentebestuur hing de Bolswarder stadsvlag op de Sik. Deze vlag heeft nog jaren als herinnering in het station van Sneek gehangen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'Hollandia' bevestigde een groot bord op de motorhuif van de locomotor, met een bedanktekst voor de trouwe groene Sikjes. De laatste wagen was voorzien van het opschrift; 'Dag vogels, dag bloemen, dag Sik', met een knipoog naar de toenmalige populaire Tv-serie 'Pipo de Clown'. Op straat stonden grote drommen mensen de tram toe te juichen en de bemanning van de tram kreeg, al rijdende en fluitende, taarten, flessen en sigaren aangeboden. Een waardig afscheid van een tram, die evenzeer bij Bolsward hoorde als het fraaie raadhuis.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Beschrijving van de lijn Sneek &amp;amp;mdash; Bolsward ===&lt;br /&gt;
Hoe werd de exploitatie in de laatste jaren door de NS uitgevoerd en hoe zag de lijn er toen uit? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Aanvankelijk werd er door de NS zelfs twee keer per dag naar Bolsward gereden. In latere jaren, toen het vervoer al wat terugliep, was &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n slagje op werkdagen voldoende. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== 1. SNEEK ====&lt;br /&gt;
Een goederentram naar Bolsward werd samengesteld op het goederenemplacement van Sneek, dat toen nog aardig uitgestrekt was. 's Ochtends kwamen de voor Bolsward bestemde wagens, met de buurtgoederentrein uit Leeuwarden, aan in Sneek. Daar toog de 'Sik' vervolgens aan het werk om de verschillende wagens in de goede volgorde te rangeren. Zodra het tijd was om te vertrekken werd het rangeersein en enkele wissels bediend door de treindienstleider in het stationsgebouw. De locomotor kon vervolgens met de goederentram via spoor 1 vertrekken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Via een wisselverbinding aan het einde van het perron, werd dan afgebogen richting de oude locloods. Daar werd weer gestopt naast de kolenopslag van de firma Ligthart, om het stopontspoorblok nummer vier te ontgrendelen. Dit stopontspoorblok gaf toegang tot de tramlijn en voorkwam dat wagens ongecontroleerd op de hoofdlijn konden komen. De rangeerder had vanuit het stationskantoor al een sleutel meegenomen voor deze beveiligingsinrichting. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Na dit korte oponthoud werd de in 1923 aangelegde boog doorlopen tussen de nog steeds bestaande brandstoffenloods en de oude locloodsen, die inmiddels aan diverse kolenhandelaren, de SNV en de Co&amp;amp;ouml;peratieve Landbouw Vereniging en als depot aan Calv&amp;amp;eacute; waren verhuurd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Sneek_sik_253_27-03-1968(1).jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= 325px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 06&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Sneek, Sik 253 op 27-03-1968 bij het Shell-benzinestation van Ozinga  &lt;br /&gt;
|Bron= Wim Hoekema&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Links&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
De rangeerder stond daarbij, meestal al met een rode vlag in de hand, klaar op de treeplank van de locomotor om het wegverkeer op de Bolswarderweg te kunnen waarschuwen voor de overstekende tram. Dit was wel nodig, omdat de tram vanuit een onoverzichtelijke hoek achter het Shell-benzinestation van Ozinga de weg op moest draaien (zie afbeelding 06). Met een mekkerende fluit (waaraan de locomotoren de bijnaam 'Sik' ontlenen) reed de tram vervolgens stapvoets de Bolswarderweg op. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Langs het Wilhelminapark (op de plek van het tegenwoordige fietspad), en langs het bejaardenhuis Thabor, ging het op de Harste aan. Eerst werd nog gestopt voor de wegovergang van de begin jaren zestig aangelegde Worp Tjaardastraat, waarna de KNM-melkfabriek werd bereikt, daar waar nu de nieuwbouw van Woningstichting Patrimonium staat. De zuivelfabriek van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij van zuivelfabrieken had bij kilometeraanduiding 0,796 (dus zeg maar op 800 meter van het beginpunt van de lijn, voor het Sneeker station), een spooraansluiting op de tramlijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op het korte zijspoortje konden maar een paar wagens staan. Regelmatig werden hier wagens met steenkool afgeleverd voor de ketel van de melkfabriek. Omdat het wissel aan de Ysbrechtumer-zijde lag, moest de tram de wagens achterwaarts het fabrieksterrein opduwen. Het aansluitwissel had een voorkeursligging in de rechtdoor-stand, maar kende geen vergrendeling. Het was, bij terugkomst uit Bolsward, dan ook altijd opletten voor het treinpersoneel, of baldadige jeugd het wissel niet had omgegooid, zodat de tram het kopspoortje van de fabriek zou oprijden. Langs de Harste ging het in de rechter wegberm op Ysbrechtum aan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== 2. YSBRECHTUM en NIJLAND ====&lt;br /&gt;
Bij binnenkomst van het dorp Ysbrechtum, toen nog behorend tot de gemeente Wymbritseradeel, op de weg Schoonoord lag de trambaan rechts van de heg, die vandaag de dag de middenberm van de rijweg vormt. De smallere weg lag destijds links van de heg. In het dorp ligt de trambaan weer in de bestrating en was het oppassen voor het gedrag van de medeweggebruikers. Rakelings langs de voortuintjes en de dorpswinkel kruipt de tram stapvoets door het dorp. Als maximum snelheid had de NS hier vijf km/u bepaald. Of dit gehaald werd was puur afhankelijk van de omstandigheden. Achter Ysbrechtum volgde bij het oude tolhuis een scherpe boog, waar aanvankelijk ook nog een passeerspoor lag. In de jaren zestig werd dit spoor al opgebroken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verder ging het, weer in de wegberm, langs Tjalhuizum in de richting van Nijland. Op de vrije baan kon nog wel eens wat verloren tijd worden ingehaald, al diende de locomotorbestuurder tijdig te remmen voor de krappe boog halverwege beide dorpen, waar de oude weg moest buigen voor de nieuwe rijksweg, die later tot snelweg A7 zou worden uitgebouwd. In Nijland deelde de tram de Tramstrjitte weer met het wegverkeer. Er was tot 1959 een losspoortje, waar een enkele keer eens een wagen met kolen werd uitgezet. De snelheid moest in het dorp tot maximaal 10 kilometer per uur worden teruggebracht. Na ook deze hindernis te hebben genomen werd, wederom in de wegberm, koers gezet naar Bolsward. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== 3. BOLSWARD ====&lt;br /&gt;
Bij binnenkomst in Bolsward was het weer oppassen voor de locomotorbestuurder en de rangeerder van de goederentram. Op het traject door de naoorlogse nieuwbouw werd, tot aan de oude zuivelschool, weer over de weg gereden tot aan het emplacement bij kilometer 11,1. De NTM-gebouwen hadden al lang een andere bestemming gekregen. Zo was en is het stationsgebouw eerst in gebruik bij Van Gend &amp;amp; Loos en later als Volkswagengarage De Jong en waren de voormalige rijtuigloods en de locloods als busremise bij de LAB in gebruik. De LAB (Leeuwarder Auto Bedrijf) had een kantoortje gebouwd aan de zijkant van het emplacement.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op het emplacement begon het rangeerwerk. De stukgoedwagen werd langs de bescheiden losweg gezet en enkele kolenbakken, en later zelfs zelflossers, werden op het spoortje van de kolenhandel achter de busremise geplaatst. Wat overbleef, waren de gesloten wagens voor de zuivelfabriek 'Hollandia'. De zuivelfabriek was veruit de grootste klant op het lijntje en dus verantwoordelijk voor ongeveer 80% van het totale vervoer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De fabriek staat aan de andere zijde van het centrum en dus was van de oude NTM-tramlijn richting Witmarsum het traject tot de zuivelfabriek blijven liggen. Lange goederentrams moesten met maximaal vijf kilometer per uur, kruipend door het smalle centrum van de oude stad. De rails lagen daar naast de gracht in straatspoor, waarbij het groefspoor menig fietser een onvrijwillige duik in de gracht heeft bezorgd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tot hotel De Wijnberg lag de lijn rechts van het midden van de straat. In de bocht naast het hotel stak de tramlijn over naar de linkerweghelft. Opmerkelijk genoeg was het aansluitwissel van de zuivelfabriek een straatspoor-wissel. Dit wissel was niet voorzien van een hand-wisselsteller, en daarom moest het trampersoneel het wissel, door met een koevoet te wrikken, omzetten. Vandaar dat een koevoet of een wisselijzer een vast onderdeel was van de inventaris van de Sikken op deze lijn. Ook een ketting lag steevast in de locomotor. Hiermee werden bij 'Hollandia' vaak zogenaamde 'trekkertjes' gemaakt. De Sik werd dan voor het wissel losgekoppeld van de wagens en vervolgens met de ketting weer aan de wagens verbonden.&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Bolsward_1960.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= 325px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 07&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Bolsward, 1960&lt;br /&gt;
|Bron= Wim Hoekema&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Rechts&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Dan was het de kunst om de Sik snel te laten optrekken op het spoor dat binnen de poort lag. De rangeerder gooide snel het wissel om en maakte de ketting los, waarna de wagens dan vanzelf het buitenste spoor opreden. Soms mislukte deze, door de NS eigenlijk niet toegestane, methode en kreeg de Sik de wagens weer met een flinke dreun op de buffers. Ook het achterste wissel op het fabrieksterrein was een tweedehands straatspoor-wissel. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Na het einde van de dienst begon in 1969 de opbraak van de lijn. Gestart werd in maart bij de 'Hollandia' waar aannemer Koedijk uit Zwolle, een bulldozer inzette om de dwarsliggers te verwijderen. De afkomende materialen werden in opbreektrams, bestaande uit een Sik met een aantal open bakwagens, afgevoerd naar Sneek. De tram wiste zo letterlijk het spoor achter zich uit, al zou de opbraak nog tot het najaar van 1969 duren. Toen was de Sik definitief van dit trac&amp;amp;eacute; verdwenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het emplacement Bolsward (zie: afbeelding 07) verdween, ten gunste van uitbreiding van het busstation en parkeerterrein. De vrijgekomen ruimte in de bermen kon worden benut voor de zo gewenste wegverbredingen en de aanleg van vrije fietspaden, zoals in Sneek en op de Harste. Op de fundamenten van het oude spoorbruggetje, achter Nijland bij Trije Dyken, werd rond 1991 een fietsbrug aangelegd, toen ook op het oude trac&amp;amp;eacute; tussen Nijland en Bolsward een fietspad werd aangelegd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Uiteindelijk bleef alleen het oude tramstation van Bolsward bestaan. De loodsen in Bolsward verdwenen al in 1992, het oude Sneeker tramstation eind 2001. De mooiste herinnering aan de tramlijn kwam terug in januari 2005. Toen werd de, in de oude kleuren gerestaureerde, Sik 323 met een plaquette, waarop de geschiedenis van de tramlijn staat beschreven, teruggeplaatst naast het eveneens gerestaureerde stationsgebouw van Sneek, waar tegenwoordig het Nationaal Modelspoor Museum is gehuisvest.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== In model ===&lt;br /&gt;
Met een schaal H0 Sik van Roco of van Werps Modelbouw, of zelfs in schaal 0, met het Philotrain-model, zijn delen van deze tramlijn en de exploitatie een fraai onderwerp voor een modelnabootsing. Het geheel is, qua ruimte, nooit na te bouwen, maar een aantal karakteristieke delen, op een aantal modules, geven een goede indruk. Een goederentreinbegeleidingswagen (Dg) reed normaliter niet mee, de rangeerder reed mee op de Sik. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De aftakking van het 'grote station' (Sneek), met de oversteek van de destijds al drukke Bolswarderweg en het zijspoortje bij de zuivelfabriek, vormen elementen die typisch voor het beginpunt van de lijn waren. Wie meer ruimte heeft, kan de oude locloodsen en de draaischijf nabouwen. Wat dan zeker niet mag ontbreken, is een golfplaten loodsje waarin de Sik werd gestald. De bruine Roco 2400 kan de aan- en afvoer van goederenwagens op het denkbeeldige traject Sneek &amp;amp;mdash; Leeuwarden verzorgen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Als 'onderweg'-module kan de straatweg worden aangelegd, met in de rechterberm de tramlijn. Het emplacement Bolsward biedt de nodige rangeermogelijkheden. Een kolenbak of zelflosser naar de brandstoffenhandel, een gesloten wagen aan de losweg en de doorvoer van gesloten wagens van- en naar de zuivelfabriek, dwars door de smalle straten van het oude stadje. De Sikken werden voor deze ritten over straat, rond 1965 voorzien van een blauw zwaailicht op het cabinedak. Met de digitale aansturing laat zoiets zich goed in model weergeven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Voettekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Inspiratiethema's&lt;br /&gt;
|Volgende= Codering rijdend materieel&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Inspiratiethema's&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[categorie: Alles|T]]&lt;br /&gt;
[[categorie: Artikel|Thema NL: Met de Sik van Sneek naar Bolsward]]&lt;br /&gt;
[[categorie: Wim Hoekema|T]]&lt;br /&gt;
[[categorie: Wissels|T]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Dick</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Thema_NL:_Met_de_sik_van_Sneek_naar_Bolsward&amp;diff=43006</id>
		<title>Thema NL: Met de sik van Sneek naar Bolsward</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Thema_NL:_Met_de_sik_van_Sneek_naar_Bolsward&amp;diff=43006"/>
				<updated>2016-11-02T10:44:53Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Dick: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Koptekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Inspiratiethema's&lt;br /&gt;
|Volgende= Codering rijdend materieel&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Inspiratiethema's&lt;br /&gt;
|Auteur= Wim Hoekema&lt;br /&gt;
|Bewerking= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Inhoudsopgave||Klein}}&lt;br /&gt;
=== Inleiding ===&lt;br /&gt;
Al in 1976 kwam Roco met een schaal H0-model van de legendarische Sik, de rangeerlocomotor van de NS. Weliswaar niet exact op schaal, maar destijds een acceptabel model en tenminste iets typisch Nederlands! Later werd het model nog eens beter gedetailleerd en van een betere aandrijving voorzien. Nu is er geen modelspoorbaan, naar Nederlands voorbeeld, waar deze trouwe trekkracht niet wordt ingezet. Meestal wordt er dan met de Sik gerangeerd, maar wat tegenwoordig nog weinig hobby&amp;amp;iuml;sten weten, is dat deze locomotoren vroeger goederenconvooien reden op tal van tramlijnen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In Friesland waren het tussen 1948 en 1968 de vaste locjes op de lijnen Heerenveen &amp;amp;mdash; Lemmer en Sneek &amp;amp;mdash; Bolsward, waar eens de stoomtrams van de Nederlandse Tramweg Maatschappij puften. Deze laatste lijn werd veertig jaar geleden, in juni 1968, gesloten. En dat is reden voor een terugblik in dit artikel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De kleinschalige emplacementen en het bescheiden goederenvervoer op de ruim tien kilometer lange lijn en de Sikjes die daarbij naast- en over de openbare weg reden, nodigen uit voor een nabootsing in model. Zonder voorbeeld geen model, daarom eerst een stukje geschiedenis.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Bolsward_1959.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= 325px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 01&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Bolsward, 1959&lt;br /&gt;
|Bron= Wim Hoekema&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Rechts&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&amp;lt;!--&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp; dient ervoor de tekst onder de afbeelding voldoende vrij te houden van de afbeelding--&amp;gt;&lt;br /&gt;
=== Aanleg langs de McAdamweg ===&lt;br /&gt;
De weg tussen de steden Sneek en Bolsward was aanvankelijk niet meer dan een zandweg, waarover karren en koetsen hobbelend de vele heuvels en kuilen moesten nemen. Vooral in regenachtige periodes was het reizen bijna onmogelijk. De reizigers konden ook per trekschuit of te voet reizen, maar dat duurde erg lang. In de negentiende eeuw groeide de vraag naar betere wegen. Dit kwam vooral door de opkomende industrialisatie en handel.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een goede oplossing kwam van de Schotse herder Telford. Hij bootste de Romeinse manier van wegenaanleg na door eerst grote, dan kleinere en dan nog kleinere stenen op elkaar te leggen. Maar hij werd door een andere Schot overtroffen; John Loudon McAdam wist wegen nog goedkoper en simpeler aan te leggen, terwijl ze even effectief waren. Voordat McAdam zijn theorie over de aanleg van wegen naar buiten bracht in Engeland, haalde hij fortuin binnen in Amerika.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vanaf zijn veertiende levensjaar tot zijn achtentwintigste leefde McAdam bij zijn oom en tante in de Verenigde Staten. Daar werkte hij bij zijn oom in het kantoor als handelaar. Zodra hij een aardig zakcentje had verdiend, ging McAdam weer in Schotland wonen. Daar zag hij de slechte toestand van de wegen op het door hem in Ayrshire gekochte landgoed, en hij begon te experimenteren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
McAdam vond dat een weg aan een paar minimale eisen moest voldoen: hij moest goedkoop zijn, simpel en hij moest droog blijven. De uitvinding van Telford was te duur en te ingewikkeld volgens McAdam. Na een tijdje experimenteren, ging bij hem het lampje branden: de weg moest iets opgehoogd worden, zodat het water goed langs de zijkant naar beneden weg kan stromen. Er moesten op het opgehoogde gedeelte, 10 inch (ongeveer 25 centimeter) dik, stenen gelegd worden van ongeveer gelijke grootte. Deze stenen moeten klein genoeg zijn om in de mond van een man te passen, maar mogen niet zo klein zijn dat men ze kan doorslikken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een andere manier om de grootte van de stenen te meten, die de werklui heel wat pijn bespaarde, is het gebruik van een ring waar de stenen door moeten kunnen. Deze middelen zijn er, omdat werklui soms sjoemelen met de grootte van de stenen. Als de stenen kleiner gehakt moeten worden, kost dat meer tijd en moeite. Volgens McAdam hoefde men verder helemaal niets aan de weg te doen. Het verkeer dat er overheen ging, zou de stenen in elkaar drukken zodat een stevige, effen weg ontstond. De bovenlaag bestond uit een laagje steenslag of porfier, dat met leem of klei in elkaar werd gedrukt. Dit idee bleek heel succesvol en de methode werd veel gebruikt. Men kon nu veel sneller reizen dan voorheen en het was nog goedkoop ook. Het idee werd snel overgenomen in de rest van Europa en in Amerika.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Bolsward_sik_1968.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= 325px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 02&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Bolsward, 1968&lt;br /&gt;
|Bron= Wim Hoekema&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Links&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Ook de weg van Sneek naar Bolsward werd in 1844 op deze manier verhard. Dit werd verzorgd door een commissie, de in Sneek gevestigde 'Commissie van beheer over den MacAdam-weg Sneek &amp;amp;mdash; Bolsward'. De aanliggende gemeenten Bolsward, Sneek, Wonseradeel en Wymbritseradeel hadden een aandeel in de commissie. De investeringen zouden worden teruggewonnen door het heffen van tol (tolhuizen bij Ysbrechtum en Nijland, waarvan eerstgenoemde nog steeds bestaat) en het verpachten van de grasgewassen in de bermen. De term MacAdam-weg werd later verbasterd tot macadamweg. Tussen de NTM en de Commissie werd in 1881 een overeenkomst opgesteld, met daarin voorwaarden over de aanleg en exploitatie van een stoomtramlijn langs de weg. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op 8 augustus 1882 werd door de Nederlandsche Tramweg Maatschappij (NTM) de lijn Sneek &amp;amp;mdash; Bolsward geopend. Sneek kreeg dus al een tramverbinding voor de spoorlijn Leeuwarden &amp;amp;mdash; Sneek een jaar later werd geopend. Het eerste trammaterieel werd dan ook via de weg en het water door de stad gezeuld naar het tramstation. Later in 1886 werd de tramlijn doorgetrokken naar Joure &amp;amp;mdash; Heerenveen en vanuit Bolsward via Arum naar Harlingen. Tussen Sneek en Bolsward werd de lijn aangelegd in de berm van de Macadamweg.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op de lijn spanden de vierkante Henschel-tramlocjes (de 'stoofjes' in de volksmond) zich in voor goederen- en reizigerstrams. De lichte bovenbouw zorgde voor verschillende ontsporingen. Enige jaren na de opening werden dan ook zwaardere spoorstaven gelegd. Veel over de NTM-historie van de lijn kan de lezer vinden in het boek 'Friesland rond per tram' van Tiedema en Buikstra. Wij gaan ons richten op de doorvoer van spoorwegmaterieel en de naoorlogse exploitatie met de Sik.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== De doorvoer van spoorwagens en de verbindingsbaan in Sneek ===&lt;br /&gt;
De gemeente Bolsward investeerde een, voor die tijd, enorm bedrag van ƒ 25.000,= in het aanpassen van de lijn voor de doorvoer van goederenwagens. Daarbij moet worden bedacht dat Bolsward, in tegenstelling tot de gemeenten Sneek en Wymbritseradeel volledig afhankelijk was van de tramlijn. Dit bedrag werd in de jaren 1910, 1911 en 1914 aan de NTM betaald, waarbij ook de Maatschappij Hollandia ƒ 1000,= bijdroeg en de Nederlandsche Kaas en Roomboterfabrieken ƒ 500,=. Het was nu mogelijk goederenwagens door te voeren vanuit Harlingen en Heerenveen. In Sneek bestond aanvankelijk geen aansluiting op de spoorlijn. Deze aansluiting werd in het begin van deze eeuw wenselijk geacht, omdat de NTM dan ook goederenwagens over haar lijn kon doorvoeren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De gemeente Sneek zag die aansluiting aanvankelijk helemaal niet zitten, zij het meer uit verkeerstechnisch oogpunt. In 1923 begint een procedure 'onteigening ten algemeene nutte' en ontstaat er een verbindingsboog naar het NS-emplacement met een straal van 70 meter, tussen het NTM-tramstation en het NS-emplacement van Sneek. De aansluiting kruist de Bolswarderweg onder een hoek van 25 graden, evenals op een onoverzichtelijke manier de toegangsweg tot de Parkbuurt. 'Onverantwoord' zo sputtert de gemeente nog tegen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De directeur gemeentewerken van Sneek schrijft op 17 september 1923 een rapport aan B&amp;amp;W, waarin hij aangeeft dat de aftakking een ernstige belemmering voor het gewone verkeer op de Bolswarderweg zal vormen en bovendien niet ongevaarlijk is. Hij is van mening dat het algemeen belang zich tegen de aanleg verzet, bovendien is er al een aansluiting naar het spoorstation via de Parkstraat. Laatstgenoemde aansluiting kende overigens geen wisselverbinding met de spoorwegen. Burgemeester en wethouders scharen zich achter het advies van hun technisch ambtenaar en schrijven op 20 september 1923 aan Gedeputeerde Staten dat de aanleg van de verbindingsbaan 'niet noodzakelijk' is. Gedeputeerde Staten staat echter op 24 oktober 1923 de aanleg toe.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In januari 1925 is de baan klaar. Nadat langs de tramlijn enkele binnen profiel staande bomen waren gekapt en de baan was verzwaard, ontstond er genoeg ruimte om de goederenwagens richting Bolsward te vervoeren. De NTM gebruikte hiervoor een aantal koppelwagens (waarvan nog een exemplaar bij de SHM in Hoorn te zien is), waarmee de goederenwagens achter de tram werden gehangen. De doorvoer van goederenwagens vertoonde een stijgende lijn waardoor er zelfs extra ritten werden gereden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vooral de melkfabrieken in Sneek en Bolsward waren grote verladers. 'Hollandia' in Bolsward kende een eigen emplacementje, en de KNM-melkfabriek aan de Harste in Sneek was met een kopspoortje op de lijn aangesloten. De tram en de zuivelfabrieken hadden in Friesland een hechte band, zo werden ook de Lijempf in Berlikum en de 'Hollandia' in Scharsterbrug door de tram bediend.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Sik_243_Blw.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= 325px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 03&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Bolsward, Sik 243&lt;br /&gt;
|Bron= Wim Hoekema&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Rechts&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Daarnaast werden wagens met kolen, kunstmest en landbouwproducten doorgevoerd. In 1938 werden bijvoorbeeld 900 goederenwagens via Sneek naar Bolsward doorgevoerd. Over de personendienst valt nog te melden dat er in 1927/1928 zelfs enige tijd een doorgaande tramtrein Bolsward &amp;amp;mdash; Sneek &amp;amp;mdash; Leeuwarden heeft gereden. Hiervoor gebruikte de NTM haar nieuwe motorwagens van de serie M1-M7. De Talent was dus zeker niet het eerste 'lightrail'-voertuig tussen Leeuwarden en Sneek!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tussen 1928 en 1934 werd de motortram vervangen door een stoomtram, getrokken door een 'grote Henschel'. Deze deed 44 minuten over de 22 kilometer spoorlijn Sneek &amp;amp;mdash; Leeuwarden, waarbij dan wel zeven keer werd gestopt onderweg! De motortram naar Bolsward vertrok vele jaren vanaf spoor drie op het station, waar de passagiers via een houten vlondertje, gebouwd over de trekdraden van de beveiliging, in de tram konden stappen. De stoomtrams vertrokken meestal vanaf het 2&amp;lt;sup&amp;gt;e&amp;lt;/sup&amp;gt; perron, omdat ze langer waren. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De spoorwegstaking vanaf 17 september 1944 zorgde er voor dat de negen trams per dag tussen Bolsward en Sneek ook niet meer reden. De lijn kwam echter vrijwel ongeschonden uit de oorlog (de Bolswarder Blauwpoortsbrug was wel opgeblazen) en op 22 mei 1945 reden er de eerste trams al weer tussen Bolsward (Bwd in telegraafafkorting) en Sneek (Sk). Tot aan de laatste dag van de personendienst (5 oktober 1947) reed de NTM nog twee keer daags tussen de beide steden, waarbij de motor- en stoomtrams in gemengd bedrijf reden. Het goederenvervoer (dat vooral voor de 'Hollandia' melkfabriek in Bolsward nog van groot belang was) zou door de NS worden voortgezet, weliswaar met dieseltractie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De NS nam voor de exploitatie ook een aantal NTM-personeelsleden over. Tussen 1948 en 1959 werden de, door de NS overgenomen, goederentramlijnen voorzien van zwaardere spoorstaven NP46 en deze werden gelegd op houten en betonnen lokaaldwarsliggers. Bovendien kwam de baan nu volledig in een ballastbed van grind en zand te liggen. Het inhaalspoor bij Ysbrechtum en het NTM-emplacement in Sneek aan de Bolswarderweg vervielen hierbij ook.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De tractie voor de konvooien werd vanaf toen gevormd door een locomotor uit de serie 200/300, beter bekend als 'Sik'. Doordat in de lijn enkele zeer krappe bogen voorkwamen, ondermeer bij het dorp Ysbrechtum, was de lijn verboden gebied voor de 450'ers, de Hippels (NS 500/600) en de draaistellocomotieven serie 2200 en 2400. Wel heeft een Bakkie, serie 500, eenmalig een proefrit naar Bolsward ondernomen om het doorzakken van een bruggetje in het centrum te meten.&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
Per 1 oktober 1949 besloot de NS de exploitatie weer aan de NTM op te dragen, waarmee de toestand weer werd omgekeerd; de NS verzorgde nu het goederenvervoer in opdracht van de NTM. Zo reed de NTM-machinist Kunst weer de dagelijkse ritjes naar Bolsward Hollandia. Naarmate meer NTM-personeel gepensioneerd werd, verviel langzamerhand de noodzaak om de tramlijnen, waaronder Sneek &amp;amp;mdash; Bolsward, bij de NTM in eigendom te laten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op 24 december 1958 gaf de Minister van Verkeer &amp;amp; Waterstaat toestemming om de lijn Sneek &amp;amp;mdash; Bolsward weer aan de NS over te dragen. Vanaf die datum waren het voornamelijk locomotorbestuurder Mink Zijlstra en vier vaste rangeerders uit Sneek die de goederentrams reden. De Sikken (vooral de vaste Sneeker Sikken met de locnummers 249, 259 en 286) konden in Sneek niet meer in de halfronde locloods worden gestald. Deze loods was al jarenlang verhuurd aan een brandstoffenhandel en aan Calv&amp;amp;eacute;. Naast de loods werd daarom een golfplaten loodsje gebouwd waarin &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n Sik gestald kon worden. In de koude wintermaanden werden de locomotoren in dit loodsje warm gehouden met een potkachel, om bevriezing van het koelwater tegen te gaan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Sik_blw_kleur.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= 365px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 04&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Bolsward&lt;br /&gt;
|Bron= Wim Hoekema&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Links&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Om deze stalling te bereiken moest de Sik zelfs nog gebruik maken van de oude (handbediende) draaischijf. Die draaischijf deed ook nog wel eens dienst als een 500/600-locje uit Leeuwarden moest worden gedraaid om eenzijdige slijtage van de wielflenzen tegen te gaan. Op de Sneker Sikken werd trouwens door het spoorpersoneel goed gepast. Regelmatig werden de Sikjes met wat olie en een dot poetskatoen tot op hoogglans gepoetst. Er waren meestal twee locomotoren in Sneek gestationeerd; eentje voor de tramdienst naar Bolsward en eentje voor het rangeerwerk op het goederenemplacement van Sneek. Welke Sik voor welke dienst ingezet zou gaan worden, werd onderling aangegeven met de termen 'Sneek-Sik' voor de rangeerloc en 'S&amp;amp;uacute;vel-Sik' voor de dienst naar Bolsward. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het NTM-emplacement aan de Bolswarderweg in Sneek werd zoals vermeld in 1947 gesaneerd. Met de gemeente Sneek werd op 21 juni 1948 overleg gevoerd over een prijsbepaling voor het tramstation. Uiteindelijk zou het weer een openbaarvervoerfunctie krijgen als busgarage en remise. Het stationsgebouw annex locloods en de rijtuigloods zijn wegens vermeende bouwvalligheid eind 2001 tegen de vlakte gegaan. Na tot 1985 (evenals de in 1992 afgebroken Bolswarder loods) achtereenvolgens als busremise en machinefabriekje te hebben gediend, was er laatstelijk een kringloopwinkel gevestigd. Het oude NTM-station van Bolsward herbergt al vele jaren een garagebedrijf. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Met uitzondering van de passages door Sneek, Ysbrechtum, Nijland en Bolsward, waar stapvoets moest worden gereden, lag de lijn 'op vrije baan' in de berm van de oude Rijksweg Sneek &amp;amp;mdash; Bolsward. Hier kon de Sik nog wel wat snelheid maken, waarbij de gewonnen tijd dan werd gebruikt voor een extra lange koffiepauze bij 'Hollandia'.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat er ook wel eens te snel werd gereden, werd duidelijk toen een locomotor de al eerder genoemde krappe boog bij Ysbrechtum indook, het spoor bijster raakte en midden op de weg tot stilstand kwam. Deze boog leverde ook grote problemen op bij zware beladen trams vanuit Bolsward. De Sik kon dan met moeite 10 gesloten wagens door de boog wringen. Was de tram langer (regelmatig ongeveer 20 wagens) dan werden de resterende wagens op de lijn afgekoppeld, en moesten die in een tweede ritje worden opgehaald. De lieve dorpsjeugd koppelde dan wel eens stiekem de achterste wagen af, wat dan pas bij aankomst in Sneek werd opgemerkt, zodat er nog een ritje gemaakt moest worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ook in Sneek had het locomotorpersoneel wel eens wat met de jeugd te stellen. Aan zijn lunchpauze toe zette een locomotorbestuurder de Sik met twee wagens bij de spoorweghaven op het goederenemplacement. Bij deze haven stond een hijskraantje, en u snapt het al, de jeugd maakte de haak van de kraan vast aan de laatste wagen. Toen de Sik na de pauze wegreed, rolde de hijskabel tot het einde toe af. Vervolgens een harde klap, het rangeerdeel stond stil en de twee wagens stonden naast het spoor. De kraan was zwaar verbogen en meteen rijp voor de sloop. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoewel de lijn alleen nog werd gebruikt voor goederenvervoer, is er toch nog een keer reizigersvervoer geweest. Op 27 mei 1959 reed de NS-directie per NS-directiemotorrijtuig NS20 'Kameel' naar Sneek. Van Sneek naar Bolsward reed men in het oude salonrijtuig van Koningin Emma, dat achter de reguliere goederentram werd gekoppeld. Voor de gelegenheid werd de Sik bestuurd door de NS-tractieopzichter uit Leeuwarden. Verder heeft de burgemeester van Bolsward rond 1967 nog eens een ritje per losse Sik door zijn stad gemaakt, om vanaf het stadhuis de verderop gelegen koffiebar 'De Sik' in stijl te openen &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Blw_10081967.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= 325px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 05&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Bolsward, 10-08-1967&lt;br /&gt;
|Bron= Wim Hoekema&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Rechts&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Het goederenvervoer liep steeds verder terug, en in de jaren zestig werd nog maar &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n rit per dag naar Bolsward gereden. Naast de wagens voor de zuivelfabriek, werden nog kolen en kunstmest aangevoerd, voor de losplaats bij het oude tramstation. Ook Van Gend &amp;amp; Loos verzorgde het stukgoederenvervoer per spoor. Een zogenaamde 'Geelbander' (gesloten goederenwagen, speciaal voor het Van Gend &amp;amp; Loos-stukgoederenvervoer) verzorgde de dienst op Sneek en Leeuwarden. Toch liep het vervoer langzaam terug. Het sterk groeiende wegverkeer maakte bovendien de passage van de Bolswarder binnenstad steeds moeizamer (zie: afbeelding 05). Regelmatig was er overlast van, binnen profiel, geparkeerde auto's, waarbij het opsporen van de eigenaar een tijdrovende bezigheid kon zijn en soms was er wat blikschade.&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
Uiteindelijk gaf de Minister van Verkeer en Waterstaat in 1968 toestemming voor de sluiting van de lijn. Nadien werd begonnen met de afbraak van de 11 kilometer lange verbinding. Juist enkele jaren daarvoor waren de rails nog vernieuwd, waarbij de Sik, met lange rongenwagens vol spoorstaven, onderweg was op het lijntje. Het gemeentebestuur van Bolsward had juist bij de herbestrating van de Bolswarder Jongemastraat de rails weer netjes in het wegdek verlegd en nu kon de straat er weer uit om de trambaan op te breken. Bolsward was er niet blij mee… &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op 28 juni 1968 reed de laatste goederentram, onder zeer grote belangstelling, weg bij de Bolswarder 'Hollandiafabriek'. Met 13 bij Hollandia beladen wagens, vier lege wagens en een Dg (goederentreinbegeleidingswagen) voor de genodigden, was het noodzakelijk dat er twee Sikken voor de tram kwamen. Naast de Sneeker NS 259, kwam de NS 223 met de tractieopzichter speciaal uit Leeuwarden over. Voorzien van spandoeken, vlaggen en kransen, deed de tram drie kwartier over de slechts enkele honderden meters tussen de fabriek en het Bolswarder stadhuis, waar de nodige toespraken werden gehouden. Het gemeentebestuur hing de Bolswarder stadsvlag op de Sik. Deze vlag heeft nog jaren als herinnering in het station van Sneek gehangen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'Hollandia' bevestigde een groot bord op de motorhuif van de locomotor, met een bedanktekst voor de trouwe groene Sikjes. De laatste wagen was voorzien van het opschrift; 'Dag vogels, dag bloemen, dag Sik', met een knipoog naar de toenmalige populaire Tv-serie 'Pipo de Clown'. Op straat stonden grote drommen mensen de tram toe te juichen en de bemanning van de tram kreeg, al rijdende en fluitende, taarten, flessen en sigaren aangeboden. Een waardig afscheid van een tram, die evenzeer bij Bolsward hoorde als het fraaie raadhuis.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Beschrijving van de lijn Sneek &amp;amp;mdash; Bolsward ===&lt;br /&gt;
Hoe werd de exploitatie in de laatste jaren door de NS uitgevoerd en hoe zag de lijn er toen uit? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Aanvankelijk werd er door de NS zelfs twee keer per dag naar Bolsward gereden. In latere jaren, toen het vervoer al wat terugliep, was &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n slagje op werkdagen voldoende. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== 1. SNEEK ====&lt;br /&gt;
Een goederentram naar Bolsward werd samengesteld op het goederenemplacement van Sneek, dat toen nog aardig uitgestrekt was. 's Ochtends kwamen de voor Bolsward bestemde wagens, met de buurtgoederentrein uit Leeuwarden, aan in Sneek. Daar toog de 'Sik' vervolgens aan het werk om de verschillende wagens in de goede volgorde te rangeren. Zodra het tijd was om te vertrekken werd het rangeersein en enkele wissels bediend door de treindienstleider in het stationsgebouw. De locomotor kon vervolgens met de goederentram via spoor 1 vertrekken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Via een wisselverbinding aan het einde van het perron, werd dan afgebogen richting de oude locloods. Daar werd weer gestopt naast de kolenopslag van de firma Ligthart, om het stopontspoorblok nummer vier te ontgrendelen. Dit stopontspoorblok gaf toegang tot de tramlijn en voorkwam dat wagens ongecontroleerd op de hoofdlijn konden komen. De rangeerder had vanuit het stationskantoor al een sleutel meegenomen voor deze beveiligingsinrichting. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Na dit korte oponthoud werd de in 1923 aangelegde boog doorlopen tussen de nog steeds bestaande brandstoffenloods en de oude locloodsen, die inmiddels aan diverse kolenhandelaren, de SNV en de Co&amp;amp;ouml;peratieve Landbouw Vereniging en als depot aan Calv&amp;amp;eacute; waren verhuurd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Sneek_sik_253_27-03-1968(1).jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= 325px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 06&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Sneek, Sik 253 op 27-03-1968 bij het Shell-benzinestation van Ozinga  &lt;br /&gt;
|Bron= Wim Hoekema&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Links&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
De rangeerder stond daarbij, meestal al met een rode vlag in de hand, klaar op de treeplank van de locomotor om het wegverkeer op de Bolswarderweg te kunnen waarschuwen voor de overstekende tram. Dit was wel nodig, omdat de tram vanuit een onoverzichtelijke hoek achter het Shell-benzinestation van Ozinga de weg op moest draaien (zie afbeelding 06). Met een mekkerende fluit (waaraan de locomotoren de bijnaam 'Sik' ontlenen) reed de tram vervolgens stapvoets de Bolswarderweg op. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Langs het Wilhelminapark (op de plek van het tegenwoordige fietspad), en langs het bejaardenhuis Thabor, ging het op de Harste aan. Eerst werd nog gestopt voor de wegovergang van de begin jaren zestig aangelegde Worp Tjaardastraat, waarna de KNM-melkfabriek werd bereikt, daar waar nu de nieuwbouw van Woningstichting Patrimonium staat. De zuivelfabriek van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij van zuivelfabrieken had bij kilometeraanduiding 0,796 (dus zeg maar op 800 meter van het beginpunt van de lijn, voor het Sneeker station), een spooraansluiting op de tramlijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op het korte zijspoortje konden maar een paar wagens staan. Regelmatig werden hier wagens met steenkool afgeleverd voor de ketel van de melkfabriek. Omdat het wissel aan de Ysbrechtumer-zijde lag, moest de tram de wagens achterwaarts het fabrieksterrein opduwen. Het aansluitwissel had een voorkeursligging in de rechtdoor-stand, maar kende geen vergrendeling. Het was, bij terugkomst uit Bolsward, dan ook altijd opletten voor het treinpersoneel, of baldadige jeugd het wissel niet had omgegooid, zodat de tram het kopspoortje van de fabriek zou oprijden. Langs de Harste ging het in de rechter wegberm op Ysbrechtum aan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== 2. YSBRECHTUM en NIJLAND ====&lt;br /&gt;
Bij binnenkomst van het dorp Ysbrechtum, toen nog behorend tot de gemeente Wymbritseradeel, op de weg Schoonoord lag de trambaan rechts van de heg, die vandaag de dag de middenberm van de rijweg vormt. De smallere weg lag destijds links van de heg. In het dorp ligt de trambaan weer in de bestrating en was het oppassen voor het gedrag van de medeweggebruikers. Rakelings langs de voortuintjes en de dorpswinkel kruipt de tram stapvoets door het dorp. Als maximum snelheid had de NS hier vijf km/u bepaald. Of dit gehaald werd was puur afhankelijk van de omstandigheden. Achter Ysbrechtum volgde bij het oude tolhuis een scherpe boog, waar aanvankelijk ook nog een passeerspoor lag. In de jaren zestig werd dit spoor al opgebroken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verder ging het, weer in de wegberm, langs Tjalhuizum in de richting van Nijland. Op de vrije baan kon nog wel eens wat verloren tijd worden ingehaald, al diende de locomotorbestuurder tijdig te remmen voor de krappe boog halverwege beide dorpen, waar de oude weg moest buigen voor de nieuwe rijksweg, die later tot snelweg A7 zou worden uitgebouwd. In Nijland deelde de tram de Tramstrjitte weer met het wegverkeer. Er was tot 1959 een losspoortje, waar een enkele keer eens een wagen met kolen werd uitgezet. De snelheid moest in het dorp tot maximaal 10 kilometer per uur worden teruggebracht. Na ook deze hindernis te hebben genomen werd, wederom in de wegberm, koers gezet naar Bolsward. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== 3. BOLSWARD ====&lt;br /&gt;
Bij binnenkomst in Bolsward was het weer oppassen voor de locomotorbestuurder en de rangeerder van de goederentram. Op het traject door de naoorlogse nieuwbouw werd, tot aan de oude zuivelschool, weer over de weg gereden tot aan het emplacement bij kilometer 11,1. De NTM-gebouwen hadden al lang een andere bestemming gekregen. Zo was en is het stationsgebouw eerst in gebruik bij Van Gend &amp;amp; Loos en later als Volkswagengarage De Jong en waren de voormalige rijtuigloods en de locloods als busremise bij de LAB in gebruik. De LAB (Leeuwarder Auto Bedrijf) had een kantoortje gebouwd aan de zijkant van het emplacement.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op het emplacement begon het rangeerwerk. De stukgoedwagen werd langs de bescheiden losweg gezet en enkele kolenbakken, en later zelfs zelflossers, werden op het spoortje van de kolenhandel achter de busremise geplaatst. Wat overbleef, waren de gesloten wagens voor de zuivelfabriek 'Hollandia'. De zuivelfabriek was veruit de grootste klant op het lijntje en dus verantwoordelijk voor ongeveer 80% van het totale vervoer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De fabriek staat aan de andere zijde van het centrum en dus was van de oude NTM-tramlijn richting Witmarsum het traject tot de zuivelfabriek blijven liggen. Lange goederentrams moesten met maximaal vijf kilometer per uur, kruipend door het smalle centrum van de oude stad. De rails lagen daar naast de gracht in straatspoor, waarbij het groefspoor menig fietser een onvrijwillige duik in de gracht heeft bezorgd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tot hotel De Wijnberg lag de lijn rechts van het midden van de straat. In de bocht naast het hotel stak de tramlijn over naar de linkerweghelft. Opmerkelijk genoeg was het aansluitwissel van de zuivelfabriek een straatspoor-wissel. Dit wissel was niet voorzien van een hand-wisselsteller, en daarom moest het trampersoneel het wissel, door met een koevoet te wrikken, omzetten. Vandaar dat een koevoet of een wisselijzer een vast onderdeel was van de inventaris van de Sikken op deze lijn. Ook een ketting lag steevast in de locomotor. Hiermee werden bij 'Hollandia' vaak zogenaamde 'trekkertjes' gemaakt. De Sik werd dan voor het wissel losgekoppeld van de wagens en vervolgens met de ketting weer aan de wagens verbonden.&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Bolsward_1960.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= 325px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 07&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Bolsward, 1960&lt;br /&gt;
|Bron= Wim Hoekema&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Rechts&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Dan was het de kunst om de Sik snel te laten optrekken op het spoor dat binnen de poort lag. De rangeerder gooide snel het wissel om en maakte de ketting los, waarna de wagens dan vanzelf het buitenste spoor opreden. Soms mislukte deze, door de NS eigenlijk niet toegestane, methode en kreeg de Sik de wagens weer met een flinke dreun op de buffers. Ook het achterste wissel op het fabrieksterrein was een tweedehands straatspoor-wissel. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Na het einde van de dienst begon in 1969 de opbraak van de lijn. Gestart werd in maart bij de 'Hollandia' waar aannemer Koedijk uit Zwolle, een bulldozer inzette om de dwarsliggers te verwijderen. De afkomende materialen werden in opbreektrams, bestaande uit een Sik met een aantal open bakwagens, afgevoerd naar Sneek. De tram wiste zo letterlijk het spoor achter zich uit, al zou de opbraak nog tot het najaar van 1969 duren. Toen was de Sik definitief van dit trac&amp;amp;eacute; verdwenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het emplacement Bolsward (zie: afbeelding 07) verdween, ten gunste van uitbreiding van het busstation en parkeerterrein. De vrijgekomen ruimte in de bermen kon worden benut voor de zo gewenste wegverbredingen en de aanleg van vrije fietspaden, zoals in Sneek en op de Harste. Op de fundamenten van het oude spoorbruggetje, achter Nijland bij Trije Dyken, werd rond 1991 een fietsbrug aangelegd, toen ook op het oude trac&amp;amp;eacute; tussen Nijland en Bolsward een fietspad werd aangelegd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Uiteindelijk bleef alleen het oude tramstation van Bolsward bestaan. De loodsen in Bolsward verdwenen al in 1992, het oude Sneeker tramstation eind 2001. De mooiste herinnering aan de tramlijn kwam terug in januari 2005. Toen werd de, in de oude kleuren gerestaureerde, Sik 323 met een plaquette, waarop de geschiedenis van de tramlijn staat beschreven, teruggeplaatst naast het eveneens gerestaureerde stationsgebouw van Sneek, waar tegenwoordig het Nationaal Modelspoor Museum is gehuisvest.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== In model ===&lt;br /&gt;
Met een schaal H0 Sik van Roco of van Werps Modelbouw, of zelfs in schaal 0, met het Philotrain-model, zijn delen van deze tramlijn en de exploitatie een fraai onderwerp voor een modelnabootsing. Het geheel is, qua ruimte, nooit na te bouwen, maar een aantal karakteristieke delen, op een aantal modules, geven een goede indruk. Een goederentreinbegeleidingswagen (Dg) reed normaliter niet mee, de rangeerder reed mee op de Sik. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De aftakking van het 'grote station' (Sneek), met de oversteek van de destijds al drukke Bolswarderweg en het zijspoortje bij de zuivelfabriek, vormen elementen die typisch voor het beginpunt van de lijn waren. Wie meer ruimte heeft, kan de oude locloodsen en de draaischijf nabouwen. Wat dan zeker niet mag ontbreken, is een golfplaten loodsje waarin de Sik werd gestald. De bruine Roco 2400 kan de aan- en afvoer van goederenwagens op het denkbeeldige traject Sneek &amp;amp;mdash; Leeuwarden verzorgen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Als 'onderweg'-module kan de straatweg worden aangelegd, met in de rechterberm de tramlijn. Het emplacement Bolsward biedt de nodige rangeermogelijkheden. Een kolenbak of zelflosser naar de brandstoffenhandel, een gesloten wagen aan de losweg en de doorvoer van gesloten wagens van- en naar de zuivelfabriek, dwars door de smalle straten van het oude stadje. De Sikken werden voor deze ritten over straat, rond 1965 voorzien van een blauw zwaailicht op het cabinedak. Met de digitale aansturing laat zoiets zich goed in model weergeven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Voettekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Inspiratiethema's&lt;br /&gt;
|Volgende= Codering rijdend materieel&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Inspiratiethema's&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[categorie: Alles|T]]&lt;br /&gt;
[[categorie: Artikel|Thema NL: Met de Sik van Sneek naar Bolsward]]&lt;br /&gt;
[[categorie: Wim Hoekema|T]]&lt;br /&gt;
[[categorie: Wissels|T]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Dick</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Thema_NL:_Met_de_sik_van_Sneek_naar_Bolsward&amp;diff=43005</id>
		<title>Thema NL: Met de sik van Sneek naar Bolsward</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Thema_NL:_Met_de_sik_van_Sneek_naar_Bolsward&amp;diff=43005"/>
				<updated>2016-11-02T10:30:34Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Dick: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Koptekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Inspiratiethema's&lt;br /&gt;
|Volgende= Codering rijdend materieel&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Inspiratiethema's&lt;br /&gt;
|Auteur= Wim Hoekema&lt;br /&gt;
|Bewerking= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Inhoudsopgave||Klein}}&lt;br /&gt;
=== Inleiding ===&lt;br /&gt;
Al in 1976 kwam Roco met een schaal H0-model van de legendarische Sik, de rangeerlocomotor van de NS. Weliswaar niet exact op schaal, maar destijds een acceptabel model en tenminste iets typisch Nederlands! Later werd het model nog eens beter gedetailleerd en van een betere aandrijving voorzien. Nu is er geen modelspoorbaan, naar Nederlands voorbeeld, waar deze trouwe trekkracht niet wordt ingezet. Meestal wordt er dan met de Sik gerangeerd, maar wat tegenwoordig nog weinig hobby&amp;amp;iuml;sten weten, is dat deze locomotoren vroeger goederenconvooien reden op tal van tramlijnen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In Friesland waren het tussen 1948 en 1968 de vaste locjes op de lijnen Heerenveen &amp;amp;mdash; Lemmer en Sneek &amp;amp;mdash; Bolsward, waar eens de stoomtrams van de Nederlandse Tramweg Maatschappij puften. Deze laatste lijn werd veertig jaar geleden, in juni 1968, gesloten. En dat is reden voor een terugblik in dit artikel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De kleinschalige emplacementen en het bescheiden goederenvervoer op de ruim tien kilometer lange lijn en de Sikjes die daarbij naast- en over de openbare weg reden, nodigen uit voor een nabootsing in model. Zonder voorbeeld geen model, daarom eerst een stukje geschiedenis.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Bolsward_1959.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= 325px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 01&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Bolsward, 1959&lt;br /&gt;
|Bron= Wim Hoekema&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Rechts&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&amp;lt;!--&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp; dient ervoor de tekst onder de afbeelding voldoende vrij te houden van de afbeelding--&amp;gt;&lt;br /&gt;
=== Aanleg langs de McAdamweg ===&lt;br /&gt;
De weg tussen de steden Sneek en Bolsward was aanvankelijk niet meer dan een zandweg, waarover karren en koetsen hobbelend de vele heuvels en kuilen moesten nemen. Vooral in regenachtige periodes was het reizen bijna onmogelijk. De reizigers konden ook per trekschuit of te voet reizen, maar dat duurde erg lang. In de negentiende eeuw groeide de vraag naar betere wegen. Dit kwam vooral door de opkomende industrialisatie en handel.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een goede oplossing kwam van de Schotse herder Telford. Hij bootste de Romeinse manier van wegenaanleg na door eerst grote, dan kleinere en dan nog kleinere stenen op elkaar te leggen. Maar hij werd door een andere Schot overtroffen; John Loudon McAdam wist wegen nog goedkoper en simpeler aan te leggen, terwijl ze even effectief waren. Voordat McAdam zijn theorie over de aanleg van wegen naar buiten bracht in Engeland, haalde hij fortuin binnen in Amerika.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vanaf zijn veertiende levensjaar tot zijn achtentwintigste leefde McAdam bij zijn oom en tante in de Verenigde Staten. Daar werkte hij bij zijn oom in het kantoor als handelaar. Zodra hij een aardig zakcentje had verdiend, ging McAdam weer in Schotland wonen. Daar zag hij de slechte toestand van de wegen op het door hem in Ayrshire gekochte landgoed, en hij begon te experimenteren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
McAdam vond dat een weg aan een paar minimale eisen moest voldoen: hij moest goedkoop zijn, simpel en hij moest droog blijven. De uitvinding van Telford was te duur en te ingewikkeld volgens McAdam. Na een tijdje experimenteren, ging bij hem het lampje branden: de weg moest iets opgehoogd worden, zodat het water goed langs de zijkant naar beneden weg kan stromen. Er moesten op het opgehoogde gedeelte, 10 inch (ongeveer 25 centimeter) dik, stenen gelegd worden van ongeveer gelijke grootte. Deze stenen moeten klein genoeg zijn om in de mond van een man te passen, maar mogen niet zo klein zijn dat men ze kan doorslikken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een andere manier om de grootte van de stenen te meten, die de werklui heel wat pijn bespaarde, is het gebruik van een ring waar de stenen door moeten kunnen. Deze middelen zijn er, omdat werklui soms sjoemelen met de grootte van de stenen. Als de stenen kleiner gehakt moeten worden, kost dat meer tijd en moeite. Volgens McAdam hoefde men verder helemaal niets aan de weg te doen. Het verkeer dat er overheen ging, zou de stenen in elkaar drukken zodat een stevige, effen weg ontstond. De bovenlaag bestond uit een laagje steenslag of porfier, dat met leem of klei in elkaar werd gedrukt. Dit idee bleek heel succesvol en de methode werd veel gebruikt. Men kon nu veel sneller reizen dan voorheen en het was nog goedkoop ook. Het idee werd snel overgenomen in de rest van Europa en in Amerika.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Bolsward_sik_1968.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= 325px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 02&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Bolsward, 1968&lt;br /&gt;
|Bron= Wim Hoekema&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Links&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Ook de weg van Sneek naar Bolsward wordt in 1844 op deze manier verhard. Dit wordt verzorgd door een commissie, de in Sneek gevestigde 'Commissie van beheer over den MacAdam-weg Sneek &amp;amp;mdash; Bolsward'. De aanliggende gemeenten Bolsward, Sneek, Wonseradeel en Wymbritseradeel hebben een aandeel in de commissie. De investeringen zullen worden teruggewonnen door het heffen van tol (tolhuizen bij Ysbrechtum en Nijland, waarvan de eerstgenoemde nog steeds bestaat) en het verpachten van de grasgewassen in de bermen. De term MacAdam-weg wordt later verbasterd tot macadamweg. Tussen de NTM en de Commissie wordt in 1881 een overeenkomst opgesteld, met daarin voorwaarden over de aanleg en exploitatie van een stoomtramlijn langs de weg. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op 8 augustus 1882 werd door de Nederlandsche Tramweg Maatschappij (NTM) de lijn Sneek &amp;amp;mdash; Bolsward geopend. Sneek kreeg dus al een tramverbinding voor de spoorlijn Leeuwarden &amp;amp;mdash; Sneek een jaar later werd geopend. Het eerste trammaterieel werd dan ook via de weg en het water door de stad gezeuld naar het tramstation. Later in 1886 werd de tramlijn doorgetrokken naar Joure &amp;amp;mdash; Heerenveen en vanuit Bolsward via Arum naar Harlingen. Tussen Sneek en Bolsward werd de lijn aangelegd in de berm van de Macadamweg.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op de lijn spanden de vierkantje Henschel-tramlocjes (de 'stoofjes' in de volksmond) zich in voor goederen- en reizigerstrams. De lichte bovenbouw zorgde voor verschillende ontsporingen. Enige jaren na de opening werden dan ook zwaardere spoorstaven gelegd. Veel over de NTM-historie van de lijn kan de lezer vinden in het boek 'Friesland rond per tram' van Tiedema en Buikstra. Wij gaan ons richten op de doorvoer van spoorwegmaterieel en de naoorlogse exploitatie met de Sik.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== De doorvoer van spoorwagens en de verbindingsbaan in Sneek ===&lt;br /&gt;
De gemeente Bolsward investeerde een, voor die tijd, enorm bedrag van ƒ 25.000,= in het aanpassen van de lijn voor de doorvoer van goederenwagens. Daarbij moet worden bedacht dat Bolsward, in tegenstelling tot de gemeenten Sneek en Wymbritseradeel volledig afhankelijk was van de tramlijn. Dit bedrag werd in de jaren 1910, 1911 en 1914 aan de NTM betaald, waarbij ook de Maatschappij Hollandia ƒ 1000,= bijdroeg en de Nederlandsche Kaas en Roomboterfabrieken ƒ 500,=. Het was nu mogelijk goederenwagens door te voeren vanuit Harlingen en Heerenveen. In Sneek bestond aanvankelijk geen aansluiting op de spoorlijn. Deze aansluiting werd in het begin van deze eeuw wenselijk geacht, omdat de NTM dan ook goederenwagens over haar lijn kon doorvoeren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De gemeente Sneek zag die aansluiting aanvankelijk helemaal niet zitten, zij het meer uit verkeerstechnisch oogpunt. In 1923 begint een procedure 'onteigening ten algemeene nutte' en ontstaat er een verbindingsboog naar het NS-emplacement met een straal van 70 meter, tussen het NTM-tramstation en het NS-emplacement van Sneek. De aansluiting kruist de Bolswarderweg onder een hoek van 25 graden, evenals op een onoverzichtelijke manier de toegangsweg tot de Parkbuurt. 'Onverantwoord' zo sputtert de gemeente nog tegen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De directeur gemeentewerken van Sneek schrijft op 17 september 1923 een rapport aan B&amp;amp;W, waarin hij aangeeft dat de aftakking een ernstige belemmering voor het gewone verkeer op de Bolswarderweg zal vormen en bovendien niet ongevaarlijk is. Hij is van mening dat het algemeen belang zich tegen de aanleg verzet, bovendien is er al een aansluiting naar het spoorstation via de Parkstraat. Laatstgenoemde aansluiting kende overigens geen wisselverbinding met de spoorwegen. Burgemeester en wethouders scharen zich achter het advies van hun technisch ambtenaar en schrijven op 20 september 1923 aan Gedeputeerde Staten dat de aanleg van de verbindingsbaan 'niet noodzakelijk' is. Gedeputeerde Staten staat echter op 24 oktober 1923 de aanleg toe.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In januari 1925 is de baan klaar. Nadat langs de tramlijn enkele binnen profiel staande bomen waren gekapt en de baan was verzwaard, ontstond er genoeg ruimte om de goederenwagens richting Bolsward te vervoeren. De NTM gebruikte hiervoor een aantal koppelwagens (waarvan nog een exemplaar bij de SHM in Hoorn te zien is), waarmee de goederenwagens achter de tram werden gehangen. De doorvoer van goederenwagens vertoonde een stijgende lijn waardoor er zelfs extra ritten werden gereden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vooral de melkfabrieken in Sneek en Bolsward waren grote verladers. 'Hollandia' in Bolsward kende een eigen emplacementje, en de KNM-melkfabriek aan de Harste in Sneek was met een kopspoortje op de lijn aangesloten. De tram en de zuivelfabrieken hadden in Friesland een hechte band, zo werden ook de Lijempf in Berlikum en de 'Hollandia' in Scharsterbrug door de tram bediend.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Sik_243_Blw.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= 325px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 03&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Bolsward, Sik 243&lt;br /&gt;
|Bron= Wim Hoekema&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Rechts&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Daarnaast werden wagens met kolen, kunstmest en landbouwproducten doorgevoerd. In 1938 werden bijvoorbeeld 900 goederenwagens via Sneek naar Bolsward doorgevoerd. Over de personendienst valt nog te melden dat er in 1927/1928 zelfs enige tijd een doorgaande tramtrein Bolsward &amp;amp;mdash; Sneek &amp;amp;mdash; Leeuwarden heeft gereden. Hiervoor gebruikte de NTM haar nieuwe motorwagens van de serie M1-M7. De Talent was dus zeker niet het eerste 'lightrail'-voertuig tussen Leeuwarden en Sneek!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tussen 1928 en 1934 werd de motortram vervangen door een stoomtram, getrokken door een 'grote Henschel'. Deze deed 44 minuten over de 22 kilometer spoorlijn Sneek &amp;amp;mdash; Leeuwarden, waarbij dan wel zeven keer werd gestopt onderweg! De motortram naar Bolsward vertrok vele jaren vanaf spoor drie op het station, waar de passagiers via een houten vlondertje, gebouwd over de trekdraden van de beveiliging, in de tram konden stappen. De stoomtrams vertrokken meestal vanaf het 2&amp;lt;sup&amp;gt;e&amp;lt;/sup&amp;gt; perron, omdat ze langer waren. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De spoorwegstaking vanaf 17 september 1944 zorgde er voor dat de negen trams per dag tussen Bolsward en Sneek ook niet meer reden. De lijn kwam echter vrijwel ongeschonden uit de oorlog (de Bolswarder Blauwpoortsbrug was wel opgeblazen) en op 22 mei 1945 reden er de eerste trams al weer tussen Bolsward (Bwd in telegraafafkorting) en Sneek (Sk). Tot aan de laatste dag van de personendienst (5 oktober 1947) reed de NTM nog twee keer daags tussen de beide steden, waarbij de motor- en stoomtrams in gemengd bedrijf reden. Het goederenvervoer (dat vooral voor de 'Hollandia' melkfabriek in Bolsward nog van groot belang was) zou door de NS worden voortgezet, weliswaar met dieseltractie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De NS nam voor de exploitatie ook een aantal NTM-personeelsleden over. Tussen 1948 en 1959 werden de, door de NS overgenomen, goederentramlijnen voorzien van zwaardere spoorstaven NP46 en deze werden gelegd op houten en betonnen lokaaldwarsliggers. Bovendien kwam de baan nu volledig in een ballastbed van grind en zand te liggen. Het inhaalspoor bij Ysbrechtum en het NTM-emplacement in Sneek aan de Bolswarderweg vervielen hierbij ook.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De tractie voor de konvooien werd vanaf toen gevormd door een locomotor uit de serie 200/300, beter bekend als 'Sik'. Doordat in de lijn enkele zeer krappe bogen voorkwamen, ondermeer bij het dorp Ysbrechtum, was de lijn verboden gebied voor de 450'ers, de Hippels (NS 500/600) en de draaistellocomotieven serie 2200 en 2400. Wel heeft een Bakkie, serie 500, eenmalig een proefrit naar Bolsward ondernomen om het doorzakken van een bruggetje in het centrum te meten.&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
Per 1 oktober 1949 besloot de NS de exploitatie weer aan de NTM op te dragen, waarmee de toestand weer werd omgekeerd; de NS verzorgde nu het goederenvervoer in opdracht van de NTM. Zo reed de NTM-machinist Kunst weer de dagelijkse ritjes naar Bolsward Hollandia. Naarmate meer NTM-personeel gepensioneerd werd, verviel langzamerhand de noodzaak om de tramlijnen, waaronder Sneek &amp;amp;mdash; Bolsward, bij de NTM in eigendom te laten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op 24 december 1958 gaf de Minister van Verkeer &amp;amp; Waterstaat toestemming om de lijn Sneek &amp;amp;mdash; Bolsward weer aan de NS over te dragen. Vanaf die datum waren het voornamelijk locomotorbestuurder Mink Zijlstra en vier vaste rangeerders uit Sneek die de goederentrams reden. De Sikken (vooral de vaste Sneeker Sikken met de locnummers 249, 259 en 286) konden in Sneek niet meer in de halfronde locloods worden gestald. Deze loods was al jarenlang verhuurd aan een brandstoffenhandel en aan Calv&amp;amp;eacute;. Naast de loods werd daarom een golfplaten loodsje gebouwd waarin &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n Sik gestald kon worden. In de koude wintermaanden werden de locomotoren in dit loodsje warm gehouden met een potkachel, om bevriezing van het koelwater tegen te gaan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Sik_blw_kleur.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= 365px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 04&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Bolsward&lt;br /&gt;
|Bron= Wim Hoekema&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Links&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Om deze stalling te bereiken moest de Sik zelfs nog gebruik maken van de oude (handbediende) draaischijf. Die draaischijf deed ook nog wel eens dienst als een 500/600-locje uit Leeuwarden moest worden gedraaid om eenzijdige slijtage van de wielflenzen tegen te gaan. Op de Sneker Sikken werd trouwens door het spoorpersoneel goed gepast. Regelmatig werden de Sikjes met wat olie en een dot poetskatoen tot op hoogglans gepoetst. Er waren meestal twee locomotoren in Sneek gestationeerd; eentje voor de tramdienst naar Bolsward en eentje voor het rangeerwerk op het goederenemplacement van Sneek. Welke Sik voor welke dienst ingezet zou gaan worden, werd onderling aangegeven met de termen 'Sneek-Sik' voor de rangeerloc en 'S&amp;amp;uacute;vel-Sik' voor de dienst naar Bolsward. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het NTM-emplacement aan de Bolswarderweg in Sneek werd zoals vermeld in 1947 gesaneerd. Met de gemeente Sneek werd op 21 juni 1948 overleg gevoerd over een prijsbepaling voor het tramstation. Uiteindelijk zou het weer een openbaarvervoerfunctie krijgen als busgarage en remise. Het stationsgebouw annex locloods en de rijtuigloods zijn wegens vermeende bouwvalligheid eind 2001 tegen de vlakte gegaan. Na tot 1985 (evenals de in 1992 afgebroken Bolswarder loods) achtereenvolgens als busremise en machinefabriekje te hebben gediend, was er laatstelijk een kringloopwinkel gevestigd. Het oude NTM-station van Bolsward herbergt al vele jaren een garagebedrijf. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Met uitzondering van de passages door Sneek, Ysbrechtum, Nijland en Bolsward, waar stapvoets moest worden gereden, lag de lijn 'op vrije baan' in de berm van de oude Rijksweg Sneek &amp;amp;mdash; Bolsward. Hier kon de Sik nog wel wat snelheid maken, waarbij de gewonnen tijd dan werd gebruikt voor een extra lange koffiepauze bij 'Hollandia'.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat er ook wel eens te snel werd gereden, werd duidelijk toen een locomotor de al eerder genoemde krappe boog bij Ysbrechtum indook, het spoor bijster raakte en midden op de weg tot stilstand kwam. Deze boog leverde ook grote problemen op bij zware beladen trams vanuit Bolsward. De Sik kon dan met moeite 10 gesloten wagens door de boog wringen. Was de tram langer (regelmatig ongeveer 20 wagens) dan werden de resterende wagens op de lijn afgekoppeld, en moesten die in een tweede ritje worden opgehaald. De lieve dorpsjeugd koppelde dan wel eens stiekem de achterste wagen af, wat dan pas bij aankomst in Sneek werd opgemerkt, zodat er nog een ritje gemaakt moest worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ook in Sneek had het locomotorpersoneel wel eens wat met de jeugd te stellen. Aan zijn lunchpauze toe zette een locomotorbestuurder de Sik met twee wagens bij de spoorweghaven op het goederenemplacement. Bij deze haven stond een hijskraantje, en u snapt het al, de jeugd maakte de haak van de kraan vast aan de laatste wagen. Toen de Sik na de pauze wegreed, rolde de hijskabel tot het einde toe af. Vervolgens een harde klap, het rangeerdeel stond stil en de twee wagens stonden naast het spoor. De kraan was zwaar verbogen en meteen rijp voor de sloop. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoewel de lijn alleen nog werd gebruikt voor goederenvervoer, is er toch nog een keer reizigersvervoer geweest. Op 27 mei 1959 reed de NS-directie per NS-directiemotorrijtuig NS20 'Kameel' naar Sneek. Van Sneek naar Bolsward reed men in het oude salonrijtuig van Koningin Emma, dat achter de reguliere goederentram werd gekoppeld. Voor de gelegenheid werd de Sik bestuurd door de NS-tractieopzichter uit Leeuwarden. Verder heeft de burgemeester van Bolsward rond 1967 nog eens een ritje per losse Sik door zijn stad gemaakt, om vanaf het stadhuis de verderop gelegen koffiebar 'De Sik' in stijl te openen &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Blw_10081967.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= 325px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 05&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Bolsward, 10-08-1967&lt;br /&gt;
|Bron= Wim Hoekema&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Rechts&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Het goederenvervoer liep steeds verder terug, en in de jaren zestig werd nog maar &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n rit per dag naar Bolsward gereden. Naast de wagens voor de zuivelfabriek, werden nog kolen en kunstmest aangevoerd, voor de losplaats bij het oude tramstation. Ook Van Gend &amp;amp; Loos verzorgde het stukgoederenvervoer per spoor. Een zogenaamde 'Geelbander' (gesloten goederenwagen, speciaal voor het Van Gend &amp;amp; Loos-stukgoederenvervoer) verzorgde de dienst op Sneek en Leeuwarden. Toch liep het vervoer langzaam terug. Het sterk groeiende wegverkeer maakte bovendien de passage van de Bolswarder binnenstad steeds moeizamer (zie: afbeelding 05). Regelmatig was er overlast van, binnen profiel, geparkeerde auto's, waarbij het opsporen van de eigenaar een tijdrovende bezigheid kon zijn en soms was er wat blikschade.&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
Uiteindelijk gaf de Minister van Verkeer en Waterstaat in 1968 toestemming voor de sluiting van de lijn. Nadien werd begonnen met de afbraak van de 11 kilometer lange verbinding. Juist enkele jaren daarvoor waren de rails nog vernieuwd, waarbij de Sik, met lange rongenwagens vol spoorstaven, onderweg was op het lijntje. Het gemeentebestuur van Bolsward had juist bij de herbestrating van de Bolswarder Jongemastraat de rails weer netjes in het wegdek verlegd en nu kon de straat er weer uit om de trambaan op te breken. Bolsward was er niet blij mee… &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op 28 juni 1968 reed de laatste goederentram, onder zeer grote belangstelling, weg bij de Bolswarder 'Hollandiafabriek'. Met 13 bij Hollandia beladen wagens, vier lege wagens en een Dg (goederentreinbegeleidingswagen) voor de genodigden, was het noodzakelijk dat er twee Sikken voor de tram kwamen. Naast de Sneeker NS 259, kwam de NS 223 met de tractieopzichter speciaal uit Leeuwarden over. Voorzien van spandoeken, vlaggen en kransen, deed de tram drie kwartier over de slechts enkele honderden meters tussen de fabriek en het Bolswarder stadhuis, waar de nodige toespraken werden gehouden. Het gemeentebestuur hing de Bolswarder stadsvlag op de Sik. Deze vlag heeft nog jaren als herinnering in het station van Sneek gehangen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'Hollandia' bevestigde een groot bord op de motorhuif van de locomotor, met een bedanktekst voor de trouwe groene Sikjes. De laatste wagen was voorzien van het opschrift; 'Dag vogels, dag bloemen, dag Sik', met een knipoog naar de toenmalige populaire Tv-serie 'Pipo de Clown'. Op straat stonden grote drommen mensen de tram toe te juichen en de bemanning van de tram kreeg, al rijdende en fluitende, taarten, flessen en sigaren aangeboden. Een waardig afscheid van een tram, die evenzeer bij Bolsward hoorde als het fraaie raadhuis.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Beschrijving van de lijn Sneek &amp;amp;mdash; Bolsward ===&lt;br /&gt;
Hoe werd de exploitatie in de laatste jaren door de NS uitgevoerd en hoe zag de lijn er toen uit? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Aanvankelijk werd er door de NS zelfs twee keer per dag naar Bolsward gereden. In latere jaren, toen het vervoer al wat terugliep, was &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n slagje op werkdagen voldoende. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== 1. SNEEK ====&lt;br /&gt;
Een goederentram naar Bolsward werd samengesteld op het goederenemplacement van Sneek, dat toen nog aardig uitgestrekt was. 's Ochtends kwamen de voor Bolsward bestemde wagens, met de buurtgoederentrein uit Leeuwarden, aan in Sneek. Daar toog de 'Sik' vervolgens aan het werk om de verschillende wagens in de goede volgorde te rangeren. Zodra het tijd was om te vertrekken werd het rangeersein en enkele wissels bediend door de treindienstleider in het stationsgebouw. De locomotor kon vervolgens met de goederentram via spoor 1 vertrekken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Via een wisselverbinding aan het einde van het perron, werd dan afgebogen richting de oude locloods. Daar werd weer gestopt naast de kolenopslag van de firma Ligthart, om het stopontspoorblok nummer vier te ontgrendelen. Dit stopontspoorblok gaf toegang tot de tramlijn en voorkwam dat wagens ongecontroleerd op de hoofdlijn konden komen. De rangeerder had vanuit het stationskantoor al een sleutel meegenomen voor deze beveiligingsinrichting. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Na dit korte oponthoud werd de in 1923 aangelegde boog doorlopen tussen de nog steeds bestaande brandstoffenloods en de oude locloodsen, die inmiddels aan diverse kolenhandelaren, de SNV en de Co&amp;amp;ouml;peratieve Landbouw Vereniging en als depot aan Calv&amp;amp;eacute; waren verhuurd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Sneek_sik_253_27-03-1968(1).jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= 325px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 06&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Sneek, Sik 253 op 27-03-1968 bij het Shell-benzinestation van Ozinga  &lt;br /&gt;
|Bron= Wim Hoekema&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Links&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
De rangeerder stond daarbij, meestal al met een rode vlag in de hand, klaar op de treeplank van de locomotor om het wegverkeer op de Bolswarderweg te kunnen waarschuwen voor de overstekende tram. Dit was wel nodig, omdat de tram vanuit een onoverzichtelijke hoek achter het Shell-benzinestation van Ozinga de weg op moest draaien (zie afbeelding 06). Met een mekkerende fluit (waaraan de locomotoren de bijnaam 'Sik' ontlenen) reed de tram vervolgens stapvoets de Bolswarderweg op. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Langs het Wilhelminapark (op de plek van het tegenwoordige fietspad), en langs het bejaardenhuis Thabor, ging het op de Harste aan. Eerst werd nog gestopt voor de wegovergang van de begin jaren zestig aangelegde Worp Tjaardastraat, waarna de KNM-melkfabriek werd bereikt, daar waar nu de nieuwbouw van Woningstichting Patrimonium staat. De zuivelfabriek van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij van zuivelfabrieken had bij kilometeraanduiding 0,796 (dus zeg maar op 800 meter van het beginpunt van de lijn, voor het Sneeker station), een spooraansluiting op de tramlijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op het korte zijspoortje konden maar een paar wagens staan. Regelmatig werden hier wagens met steenkool afgeleverd voor de ketel van de melkfabriek. Omdat het wissel aan de Ysbrechtumer-zijde lag, moest de tram de wagens achterwaarts het fabrieksterrein opduwen. Het aansluitwissel had een voorkeursligging in de rechtdoor-stand, maar kende geen vergrendeling. Het was, bij terugkomst uit Bolsward, dan ook altijd opletten voor het treinpersoneel, of baldadige jeugd het wissel niet had omgegooid, zodat de tram het kopspoortje van de fabriek zou oprijden. Langs de Harste ging het in de rechter wegberm op Ysbrechtum aan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== 2. YSBRECHTUM en NIJLAND ====&lt;br /&gt;
Bij binnenkomst van het dorp Ysbrechtum, toen nog behorend tot de gemeente Wymbritseradeel, op de weg Schoonoord lag de trambaan rechts van de heg, die vandaag de dag de middenberm van de rijweg vormt. De smallere weg lag destijds links van de heg. In het dorp ligt de trambaan weer in de bestrating en was het oppassen voor het gedrag van de medeweggebruikers. Rakelings langs de voortuintjes en de dorpswinkel kruipt de tram stapvoets door het dorp. Als maximum snelheid had de NS hier vijf km/u bepaald. Of dit gehaald werd was puur afhankelijk van de omstandigheden. Achter Ysbrechtum volgde bij het oude tolhuis een scherpe boog, waar aanvankelijk ook nog een passeerspoor lag. In de jaren zestig werd dit spoor al opgebroken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verder ging het, weer in de wegberm, langs Tjalhuizum in de richting van Nijland. Op de vrije baan kon nog wel eens wat verloren tijd worden ingehaald, al diende de locomotorbestuurder tijdig te remmen voor de krappe boog halverwege beide dorpen, waar de oude weg moest buigen voor de nieuwe rijksweg, die later tot snelweg A7 zou worden uitgebouwd. In Nijland deelde de tram de Tramstrjitte weer met het wegverkeer. Er was tot 1959 een losspoortje, waar een enkele keer eens een wagen met kolen werd uitgezet. De snelheid moest in het dorp tot maximaal 10 kilometer per uur worden teruggebracht. Na ook deze hindernis te hebben genomen werd, wederom in de wegberm, koers gezet naar Bolsward. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== 3. BOLSWARD ====&lt;br /&gt;
Bij binnenkomst in Bolsward was het weer oppassen voor de locomotorbestuurder en de rangeerder van de goederentram. Op het traject door de naoorlogse nieuwbouw werd, tot aan de oude zuivelschool, weer over de weg gereden tot aan het emplacement bij kilometer 11,1. De NTM-gebouwen hadden al lang een andere bestemming gekregen. Zo was en is het stationsgebouw eerst in gebruik bij Van Gend &amp;amp; Loos en later als Volkswagengarage De Jong en waren de voormalige rijtuigloods en de locloods als busremise bij de LAB in gebruik. De LAB (Leeuwarder Auto Bedrijf) had een kantoortje gebouwd aan de zijkant van het emplacement.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op het emplacement begon het rangeerwerk. De stukgoedwagen werd langs de bescheiden losweg gezet en enkele kolenbakken, en later zelfs zelflossers, werden op het spoortje van de kolenhandel achter de busremise geplaatst. Wat overbleef, waren de gesloten wagens voor de zuivelfabriek 'Hollandia'. De zuivelfabriek was veruit de grootste klant op het lijntje en dus verantwoordelijk voor ongeveer 80% van het totale vervoer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De fabriek staat aan de andere zijde van het centrum en dus was van de oude NTM-tramlijn richting Witmarsum het traject tot de zuivelfabriek blijven liggen. Lange goederentrams moesten met maximaal vijf kilometer per uur, kruipend door het smalle centrum van de oude stad. De rails lagen daar naast de gracht in straatspoor, waarbij het groefspoor menig fietser een onvrijwillige duik in de gracht heeft bezorgd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tot hotel De Wijnberg lag de lijn rechts van het midden van de straat. In de bocht naast het hotel stak de tramlijn over naar de linkerweghelft. Opmerkelijk genoeg was het aansluitwissel van de zuivelfabriek een straatspoor-wissel. Dit wissel was niet voorzien van een hand-wisselsteller, en daarom moest het trampersoneel het wissel, door met een koevoet te wrikken, omzetten. Vandaar dat een koevoet of een wisselijzer een vast onderdeel was van de inventaris van de Sikken op deze lijn. Ook een ketting lag steevast in de locomotor. Hiermee werden bij 'Hollandia' vaak zogenaamde 'trekkertjes' gemaakt. De Sik werd dan voor het wissel losgekoppeld van de wagens en vervolgens met de ketting weer aan de wagens verbonden.&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Bolsward_1960.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= 325px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 07&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Bolsward, 1960&lt;br /&gt;
|Bron= Wim Hoekema&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Rechts&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Dan was het de kunst om de Sik snel te laten optrekken op het spoor dat binnen de poort lag. De rangeerder gooide snel het wissel om en maakte de ketting los, waarna de wagens dan vanzelf het buitenste spoor opreden. Soms mislukte deze, door de NS eigenlijk niet toegestane, methode en kreeg de Sik de wagens weer met een flinke dreun op de buffers. Ook het achterste wissel op het fabrieksterrein was een tweedehands straatspoor-wissel. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Na het einde van de dienst begon in 1969 de opbraak van de lijn. Gestart werd in maart bij de 'Hollandia' waar aannemer Koedijk uit Zwolle, een bulldozer inzette om de dwarsliggers te verwijderen. De afkomende materialen werden in opbreektrams, bestaande uit een Sik met een aantal open bakwagens, afgevoerd naar Sneek. De tram wiste zo letterlijk het spoor achter zich uit, al zou de opbraak nog tot het najaar van 1969 duren. Toen was de Sik definitief van dit trac&amp;amp;eacute; verdwenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het emplacement Bolsward (zie: afbeelding 07) verdween, ten gunste van uitbreiding van het busstation en parkeerterrein. De vrijgekomen ruimte in de bermen kon worden benut voor de zo gewenste wegverbredingen en de aanleg van vrije fietspaden, zoals in Sneek en op de Harste. Op de fundamenten van het oude spoorbruggetje, achter Nijland bij Trije Dyken, werd rond 1991 een fietsbrug aangelegd, toen ook op het oude trac&amp;amp;eacute; tussen Nijland en Bolsward een fietspad werd aangelegd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Uiteindelijk bleef alleen het oude tramstation van Bolsward bestaan. De loodsen in Bolsward verdwenen al in 1992, het oude Sneeker tramstation eind 2001. De mooiste herinnering aan de tramlijn kwam terug in januari 2005. Toen werd de, in de oude kleuren gerestaureerde, Sik 323 met een plaquette, waarop de geschiedenis van de tramlijn staat beschreven, teruggeplaatst naast het eveneens gerestaureerde stationsgebouw van Sneek, waar tegenwoordig het Nationaal Modelspoor Museum is gehuisvest.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== In model ===&lt;br /&gt;
Met een schaal H0 Sik van Roco of van Werps Modelbouw, of zelfs in schaal 0, met het Philotrain-model, zijn delen van deze tramlijn en de exploitatie een fraai onderwerp voor een modelnabootsing. Het geheel is, qua ruimte, nooit na te bouwen, maar een aantal karakteristieke delen, op een aantal modules, geven een goede indruk. Een goederentreinbegeleidingswagen (Dg) reed normaliter niet mee, de rangeerder reed mee op de Sik. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De aftakking van het 'grote station' (Sneek), met de oversteek van de destijds al drukke Bolswarderweg en het zijspoortje bij de zuivelfabriek, vormen elementen die typisch voor het beginpunt van de lijn waren. Wie meer ruimte heeft, kan de oude locloodsen en de draaischijf nabouwen. Wat dan zeker niet mag ontbreken, is een golfplaten loodsje waarin de Sik werd gestald. De bruine Roco 2400 kan de aan- en afvoer van goederenwagens op het denkbeeldige traject Sneek &amp;amp;mdash; Leeuwarden verzorgen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Als 'onderweg'-module kan de straatweg worden aangelegd, met in de rechterberm de tramlijn. Het emplacement Bolsward biedt de nodige rangeermogelijkheden. Een kolenbak of zelflosser naar de brandstoffenhandel, een gesloten wagen aan de losweg en de doorvoer van gesloten wagens van- en naar de zuivelfabriek, dwars door de smalle straten van het oude stadje. De Sikken werden voor deze ritten over straat, rond 1965 voorzien van een blauw zwaailicht op het cabinedak. Met de digitale aansturing laat zoiets zich goed in model weergeven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Voettekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Inspiratiethema's&lt;br /&gt;
|Volgende= Codering rijdend materieel&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Inspiratiethema's&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[categorie: Alles|T]]&lt;br /&gt;
[[categorie: Artikel|Thema NL: Met de Sik van Sneek naar Bolsward]]&lt;br /&gt;
[[categorie: Wim Hoekema|T]]&lt;br /&gt;
[[categorie: Wissels|T]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Dick</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Thema_NL:_Met_de_sik_van_Sneek_naar_Bolsward&amp;diff=43004</id>
		<title>Thema NL: Met de sik van Sneek naar Bolsward</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Thema_NL:_Met_de_sik_van_Sneek_naar_Bolsward&amp;diff=43004"/>
				<updated>2016-11-02T10:03:41Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Dick: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Koptekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Inspiratiethema's&lt;br /&gt;
|Volgende= Codering rijdend materieel&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Inspiratiethema's&lt;br /&gt;
|Auteur= Wim Hoekema&lt;br /&gt;
|Bewerking= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Inhoudsopgave||Klein}}&lt;br /&gt;
=== Inleiding ===&lt;br /&gt;
Al in 1976 kwam Roco met een schaal H0-model van de legendarische Sik, de rangeerlocomotor van de NS. Weliswaar niet exact op schaal, maar destijds een acceptabel model en tenminste iets typisch Nederlands! Later werd het model nog eens beter gedetailleerd en van een betere aandrijving voorzien. Nu is er geen modelspoorbaan, naar Nederlands voorbeeld, waar deze trouwe trekkracht niet wordt ingezet. Meestal wordt er dan met de Sik gerangeerd, maar wat tegenwoordig nog weinig hobby&amp;amp;iuml;sten weten, is dat deze locomotoren vroeger goederenconvooien reden op tal van tramlijnen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In Friesland waren het tussen 1948 en 1968 de vaste locjes op de lijnen Heerenveen &amp;amp;mdash; Lemmer en Sneek &amp;amp;mdash; Bolsward, waar eens de stoomtrams van de Nederlandse Tramweg Maatschappij puften. Deze laatste lijn werd veertig jaar geleden, in juni 1968, gesloten. En dat is reden voor een terugblik in dit artikel&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De kleinschalige emplacementen en het bescheiden goederenvervoer op de ruim tien kilometer lange lijn en de Sikjes die daarbij naast- en over de openbare weg reden, nodigen uit voor een nabootsing in model. Zonder voorbeeld geen model, daarom eerst een stukje geschiedenis.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Bolsward_1959.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= 325px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 01&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Bolsward, 1959&lt;br /&gt;
|Bron= Wim Hoekema&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Rechts&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&amp;lt;!--&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp; dient ervoor de tekst onder de afbeelding voldoende vrij te houden van de afbeelding--&amp;gt;&lt;br /&gt;
=== Aanleg langs de McAdamweg ===&lt;br /&gt;
De weg tussen de steden Sneek en Bolsward was aanvankelijk niet meer dan een zandweg, waarover karren en koetsen hobbelend de vele heuvels en kuilen moesten nemen. Vooral in regenachtige periodes was het reizen bijna onmogelijk. De reizigers konden ook per trekschuit of te voet reizen, maar dat duurde erg lang. In de negentiende eeuw groeide de vraag naar betere wegen. Dit kwam vooral door de opkomende industrialisatie en handel.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een goede oplossing kwam van de Schotse herder Telford. Hij bootste de Romeinse manier van wegenaanleg na door eerst grote, dan kleinere en dan nog kleinere stenen op elkaar te leggen. Maar hij werd door een andere Schot overtroffen; John Loudon McAdam wist wegen nog goedkoper en simpeler aan te leggen, terwijl ze even effectief waren. Voordat McAdam zijn theorie over de aanleg van wegen naar buiten bracht in Engeland, haalde hij fortuin binnen in Amerika.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vanaf zijn veertiende levensjaar tot zijn achtentwintigste leefde McAdam bij zijn oom en tante in de Verenigde Staten. Daar werkte hij bij zijn oom in het kantoor als handelaar. Zodra hij een aardig zakcentje had verdiend, ging McAdam weer in Schotland wonen. Daar zag hij de slechte toestand van de wegen op het door hem in Ayrshire gekochte landgoed, en hij begon te experimenteren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
McAdam vond dat een weg aan een paar minimale eisen moest voldoen: hij moest goedkoop zijn, simpel en hij moest droog blijven. De uitvinding van Telford was te duur en te ingewikkeld volgens McAdam. Na een tijdje experimenteren, ging bij hem het lampje branden: de weg moest iets opgehoogd worden, zodat het water goed langs de zijkant naar beneden weg kan stromen. Er moesten op het opgehoogde gedeelte, 10 inch (ongeveer 25 centimeter) dik, stenen gelegd worden van ongeveer gelijke grootte. Deze stenen moeten klein genoeg zijn om in de mond van een man te passen, maar mogen niet zo klein zijn dat men ze kan doorslikken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een andere manier om de grootte van de stenen te meten, die de werklui heel wat pijn bespaarde, is het gebruik van een ring waar de stenen door moeten kunnen. Deze middelen zijn er omdat werklui soms sjoemelen met de grootte van de stenen, want als de stenen kleiner gehakt moeten worden kost dat meer tijd en moeite. Volgens McAdam hoeft men verder helemaal niets aan de weg te doen, het verkeer dat er overheen gaat zal de stenen in elkaar drukken zodat een stevige, effen weg ontstaat. De bovenlaag bestaat uit een laagje steenslag of porfier, dat met leem of klei in elkaar wordt gedrukt. Dit idee blijkt heel succesvol en de methode wordt veel gebruikt. Men kan nu veel sneller reizen dan voorheen en het is nog goedkoop ook. Het idee wordt snel overgenomen in de rest van Europa en in Amerika.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Bolsward_sik_1968.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= 325px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 02&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Bolsward, 1968&lt;br /&gt;
|Bron= Wim Hoekema&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Links&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Ook de weg van Sneek naar Bolsward wordt in 1844 op deze manier verhard. Dit wordt verzorgd door een commissie, de in Sneek gevestigde 'Commissie van beheer over den MacAdam-weg Sneek &amp;amp;mdash; Bolsward'. De aanliggende gemeenten Bolsward, Sneek, Wonseradeel en Wymbritseradeel hebben een aandeel in de commissie. De investeringen zullen worden teruggewonnen door het heffen van tol (tolhuizen bij Ysbrechtum en Nijland, waarvan de eerstgenoemde nog steeds bestaat) en het verpachten van de grasgewassen in de bermen. De term MacAdam-weg wordt later verbasterd tot macadamweg. Tussen de NTM en de Commissie wordt in 1881 een overeenkomst opgesteld, met daarin voorwaarden over de aanleg en exploitatie van een stoomtramlijn langs de weg. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op 8 augustus 1882 werd door de Nederlandsche Tramweg Maatschappij (NTM) de lijn Sneek &amp;amp;mdash; Bolsward geopend. Sneek kreeg dus al een tramverbinding voor de spoorlijn Leeuwarden &amp;amp;mdash; Sneek een jaar later werd geopend. Het eerste trammaterieel werd dan ook via de weg en het water door de stad gezeuld naar het tramstation. Later in 1886 werd de tramlijn doorgetrokken naar Joure &amp;amp;mdash; Heerenveen en vanuit Bolsward via Arum naar Harlingen. Tussen Sneek en Bolsward werd de lijn aangelegd in de berm van de Macadamweg.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op de lijn spanden de vierkantje Henschel-tramlocjes (de 'stoofjes' in de volksmond) zich in voor goederen- en reizigerstrams. De lichte bovenbouw zorgde voor verschillende ontsporingen. Enige jaren na de opening werden dan ook zwaardere spoorstaven gelegd. Veel over de NTM-historie van de lijn kan de lezer vinden in het boek 'Friesland rond per tram' van Tiedema en Buikstra. Wij gaan ons richten op de doorvoer van spoorwegmaterieel en de naoorlogse exploitatie met de Sik.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== De doorvoer van spoorwagens en de verbindingsbaan in Sneek ===&lt;br /&gt;
De gemeente Bolsward investeerde een, voor die tijd, enorm bedrag van ƒ 25.000,= in het aanpassen van de lijn voor de doorvoer van goederenwagens. Daarbij moet worden bedacht dat Bolsward, in tegenstelling tot de gemeenten Sneek en Wymbritseradeel volledig afhankelijk was van de tramlijn. Dit bedrag werd in de jaren 1910, 1911 en 1914 aan de NTM betaald, waarbij ook de Maatschappij Hollandia ƒ 1000,= bijdroeg en de Nederlandsche Kaas en Roomboterfabrieken ƒ 500,=. Het was nu mogelijk goederenwagens door te voeren vanuit Harlingen en Heerenveen. In Sneek bestond aanvankelijk geen aansluiting op de spoorlijn. Deze aansluiting werd in het begin van deze eeuw wenselijk geacht, omdat de NTM dan ook goederenwagens over haar lijn kon doorvoeren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De gemeente Sneek zag die aansluiting aanvankelijk helemaal niet zitten, zij het meer uit verkeerstechnisch oogpunt. In 1923 begint een procedure 'onteigening ten algemeene nutte' en ontstaat er een verbindingsboog naar het NS-emplacement met een straal van 70 meter, tussen het NTM-tramstation en het NS-emplacement van Sneek. De aansluiting kruist de Bolswarderweg onder een hoek van 25 graden, evenals op een onoverzichtelijke manier de toegangsweg tot de Parkbuurt. 'Onverantwoord' zo sputtert de gemeente nog tegen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De directeur gemeentewerken van Sneek schrijft op 17 september 1923 een rapport aan B&amp;amp;W, waarin hij aangeeft dat de aftakking een ernstige belemmering voor het gewone verkeer op de Bolswarderweg zal vormen en bovendien niet ongevaarlijk is. Hij is van mening dat het algemeen belang zich tegen de aanleg verzet, bovendien is er al een aansluiting naar het spoorstation via de Parkstraat. Laatstgenoemde aansluiting kende overigens geen wisselverbinding met de spoorwegen. Burgemeester en wethouders scharen zich achter het advies van hun technisch ambtenaar en schrijven op 20 september 1923 aan Gedeputeerde Staten dat de aanleg van de verbindingsbaan 'niet noodzakelijk' is. Gedeputeerde Staten staat echter op 24 oktober 1923 de aanleg toe.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In januari 1925 is de baan klaar. Nadat langs de tramlijn enkele binnen profiel staande bomen waren gekapt en de baan was verzwaard, ontstond er genoeg ruimte om de goederenwagens richting Bolsward te vervoeren. De NTM gebruikte hiervoor een aantal koppelwagens (waarvan nog een exemplaar bij de SHM in Hoorn te zien is), waarmee de goederenwagens achter de tram werden gehangen. De doorvoer van goederenwagens vertoonde een stijgende lijn waardoor er zelfs extra ritten werden gereden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vooral de melkfabrieken in Sneek en Bolsward waren grote verladers. 'Hollandia' in Bolsward kende een eigen emplacementje, en de KNM-melkfabriek aan de Harste in Sneek was met een kopspoortje op de lijn aangesloten. De tram en de zuivelfabrieken hadden in Friesland een hechte band, zo werden ook de Lijempf in Berlikum en de 'Hollandia' in Scharsterbrug door de tram bediend.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Sik_243_Blw.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= 325px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 03&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Bolsward, Sik 243&lt;br /&gt;
|Bron= Wim Hoekema&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Rechts&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Daarnaast werden wagens met kolen, kunstmest en landbouwproducten doorgevoerd. In 1938 werden bijvoorbeeld 900 goederenwagens via Sneek naar Bolsward doorgevoerd. Over de personendienst valt nog te melden dat er in 1927/1928 zelfs enige tijd een doorgaande tramtrein Bolsward &amp;amp;mdash; Sneek &amp;amp;mdash; Leeuwarden heeft gereden. Hiervoor gebruikte de NTM haar nieuwe motorwagens van de serie M1-M7. De Talent was dus zeker niet het eerste 'lightrail'-voertuig tussen Leeuwarden en Sneek!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tussen 1928 en 1934 werd de motortram vervangen door een stoomtram, getrokken door een 'grote Henschel'. Deze deed 44 minuten over de 22 kilometer spoorlijn Sneek &amp;amp;mdash; Leeuwarden, waarbij dan wel zeven keer werd gestopt onderweg! De motortram naar Bolsward vertrok vele jaren vanaf spoor drie op het station, waar de passagiers via een houten vlondertje, gebouwd over de trekdraden van de beveiliging, in de tram konden stappen. De stoomtrams vertrokken meestal vanaf het 2&amp;lt;sup&amp;gt;e&amp;lt;/sup&amp;gt; perron, omdat ze langer waren. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De spoorwegstaking vanaf 17 september 1944 zorgde er voor dat de negen trams per dag tussen Bolsward en Sneek ook niet meer reden. De lijn kwam echter vrijwel ongeschonden uit de oorlog (de Bolswarder Blauwpoortsbrug was wel opgeblazen) en op 22 mei 1945 reden er de eerste trams al weer tussen Bolsward (Bwd in telegraafafkorting) en Sneek (Sk). Tot aan de laatste dag van de personendienst (5 oktober 1947) reed de NTM nog twee keer daags tussen de beide steden, waarbij de motor- en stoomtrams in gemengd bedrijf reden. Het goederenvervoer (dat vooral voor de 'Hollandia' melkfabriek in Bolsward nog van groot belang was) zou door de NS worden voortgezet, weliswaar met dieseltractie. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De NS nam voor de exploitatie ook een aantal NTM-personeelsleden over. Tussen 1948 en 1959 werden de, door de NS overgenomen, goederentramlijnen voorzien van zwaardere spoorstaven NP46 en deze werden gelegd op houten en betonnen lokaaldwarsliggers. Bovendien kwam de baan nu volledig in een ballastbed van grind en zand te liggen. Het inhaalspoor bij Ysbrechtum en het NTM-emplacement in Sneek aan de Bolswarderweg vervielen hierbij ook.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De tractie voor de konvooien werd vanaf toen gevormd door een locomotor uit de serie 200/300, beter bekend als 'Sik'. Doordat in de lijn enkele zeer krappe bogen voorkwamen, ondermeer bij het dorp Ysbrechtum, was de lijn verboden gebied voor de 450'ers, de Hippels (NS 500/600) en de draaistellocomotieven serie 2200 en 2400. Wel heeft een Bakkie, serie 500, eenmalig een proefrit naar Bolsward ondernomen om het doorzakken van een bruggetje in het centrum te meten.&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
Per 1 oktober 1949 besloot de NS de exploitatie weer aan de NTM op te dragen, waarmee de toestand weer werd omgekeerd; de NS verzorgde nu het goederenvervoer in opdracht van de NTM. Zo reed de NTM-machinist Kunst weer de dagelijkse ritjes naar Bolsward Hollandia. Naarmate meer NTM-personeel gepensioneerd werd, verviel langzamerhand de noodzaak om de tramlijnen, waaronder Sneek &amp;amp;mdash; Bolsward, bij de NTM in eigendom te laten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op 24 december 1958 gaf de Minister van Verkeer &amp;amp; Waterstaat toestemming om de lijn Sneek &amp;amp;mdash; Bolsward weer aan de NS over te dragen. Vanaf die datum waren het voornamelijk locomotorbestuurder Mink Zijlstra en vier vaste rangeerders uit Sneek die de goederentrams reden. De Sikken (vooral de vaste Sneeker Sikken met de locnummers 249, 259 en 286) konden in Sneek niet meer in de halfronde locloods worden gestald. Deze loods was al jarenlang verhuurd aan een brandstoffenhandel en aan Calv&amp;amp;eacute;. Naast de loods werd daarom een golfplaten loodsje gebouwd waarin &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n Sik gestald kon worden. In de koude wintermaanden werden de locomotoren in dit loodsje warm gehouden met een potkachel, om bevriezing van het koelwater tegen te gaan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Sik_blw_kleur.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= 365px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 04&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Bolsward&lt;br /&gt;
|Bron= Wim Hoekema&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Links&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Om deze stalling te bereiken moest de Sik zelfs nog gebruik maken van de oude (handbediende) draaischijf. Die draaischijf deed ook nog wel eens dienst als een 500/600-locje uit Leeuwarden moest worden gedraaid om eenzijdige slijtage van de wielflenzen tegen te gaan. Op de Sneker Sikken werd trouwens door het spoorpersoneel goed gepast. Regelmatig werden de Sikjes met wat olie en een dot poetskatoen tot op hoogglans gepoetst. Er waren meestal twee locomotoren in Sneek gestationeerd; eentje voor de tramdienst naar Bolsward en eentje voor het rangeerwerk op het goederenemplacement van Sneek. Welke Sik voor welke dienst ingezet zou gaan worden, werd onderling aangegeven met de termen 'Sneek-Sik' voor de rangeerloc en 'S&amp;amp;uacute;vel-Sik' voor de dienst naar Bolsward. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het NTM-emplacement aan de Bolswarderweg in Sneek werd zoals vermeld in 1947 gesaneerd. Met de gemeente Sneek werd op 21 juni 1948 overleg gevoerd over een prijsbepaling voor het tramstation. Uiteindelijk zou het weer een openbaarvervoerfunctie krijgen als busgarage en remise. Het stationsgebouw annex locloods en de rijtuigloods zijn wegens vermeende bouwvalligheid eind 2001 tegen de vlakte gegaan. Na tot 1985 (evenals de in 1992 afgebroken Bolswarder loods) achtereenvolgens als busremise en machinefabriekje te hebben gediend, was er laatstelijk een kringloopwinkel gevestigd. Het oude NTM-station van Bolsward herbergt al vele jaren een garagebedrijf. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Met uitzondering van de passages door Sneek, Ysbrechtum, Nijland en Bolsward, waar stapvoets moest worden gereden, lag de lijn 'op vrije baan' in de berm van de oude Rijksweg Sneek &amp;amp;mdash; Bolsward. Hier kon de Sik nog wel wat snelheid maken, waarbij de gewonnen tijd dan werd gebruikt voor een extra lange koffiepauze bij 'Hollandia'.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Dat er ook wel eens te snel werd gereden, werd duidelijk toen een locomotor de al eerder genoemde krappe boog bij Ysbrechtum indook, het spoor bijster raakte en midden op de weg tot stilstand kwam. Deze boog leverde ook grote problemen op bij zware beladen trams vanuit Bolsward. De Sik kon dan met moeite 10 gesloten wagens door de boog wringen. Was de tram langer (regelmatig ongeveer 20 wagens) dan werden de resterende wagens op de lijn afgekoppeld, en moesten die in een tweede ritje worden opgehaald. De lieve dorpsjeugd koppelde dan wel eens stiekem de achterste wagen af, wat dan pas bij aankomst in Sneek werd opgemerkt, zodat er nog een ritje gemaakt moest worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ook in Sneek had het locomotorpersoneel wel eens wat met de jeugd te stellen. Aan zijn lunchpauze toe zette een locomotorbestuurder de Sik met twee wagens bij de spoorweghaven op het goederenemplacement. Bij deze haven stond een hijskraantje, en u snapt het al, de jeugd maakte de haak van de kraan vast aan de laatste wagen. Toen de Sik na de pauze wegreed, rolde de hijskabel tot het einde toe af. Vervolgens een harde klap, het rangeerdeel stond stil en de twee wagens stonden naast het spoor. De kraan was zwaar verbogen en meteen rijp voor de sloop. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoewel de lijn alleen nog werd gebruikt voor goederenvervoer, is er toch nog een keer reizigersvervoer geweest. Op 27 mei 1959 reed de NS-directie per NS-directiemotorrijtuig NS20 'Kameel' naar Sneek. Van Sneek naar Bolsward reed men in het oude salonrijtuig van Koningin Emma, dat achter de reguliere goederentram werd gekoppeld. Voor de gelegenheid werd de Sik bestuurd door de NS-tractieopzichter uit Leeuwarden. Verder heeft de burgemeester van Bolsward rond 1967 nog eens een ritje per losse Sik door zijn stad gemaakt, om vanaf het stadhuis de verderop gelegen koffiebar 'De Sik' in stijl te openen &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Blw_10081967.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= 325px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 05&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Bolsward, 10-08-1967&lt;br /&gt;
|Bron= Wim Hoekema&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Rechts&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Het goederenvervoer liep steeds verder terug, en in de jaren zestig werd nog maar &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n rit per dag naar Bolsward gereden. Naast de wagens voor de zuivelfabriek, werden nog kolen en kunstmest aangevoerd, voor de losplaats bij het oude tramstation. Ook Van Gend &amp;amp; Loos verzorgde het stukgoederenvervoer per spoor. Een zogenaamde 'Geelbander' (gesloten goederenwagen, speciaal voor het Van Gend &amp;amp; Loos-stukgoederenvervoer) verzorgde de dienst op Sneek en Leeuwarden. Toch liep het vervoer langzaam terug. Het sterk groeiende wegverkeer maakte bovendien de passage van de Bolswarder binnenstad steeds moeizamer (zie: afbeelding 05). Regelmatig was er overlast van, binnen profiel, geparkeerde auto's, waarbij het opsporen van de eigenaar een tijdrovende bezigheid kon zijn en soms was er wat blikschade.&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
Uiteindelijk gaf de Minister van Verkeer en Waterstaat in 1968 toestemming voor de sluiting van de lijn. Nadien werd begonnen met de afbraak van de 11 kilometer lange verbinding. Juist enkele jaren daarvoor waren de rails nog vernieuwd, waarbij de Sik, met lange rongenwagens vol spoorstaven, onderweg was op het lijntje. Het gemeentebestuur van Bolsward had juist bij de herbestrating van de Bolswarder Jongemastraat de rails weer netjes in het wegdek verlegd en nu kon de straat er weer uit om de trambaan op te breken. Bolsward was er niet blij mee… &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op 28 juni 1968 reed de laatste goederentram, onder zeer grote belangstelling, weg bij de Bolswarder 'Hollandiafabriek'. Met 13 bij Hollandia beladen wagens, vier lege wagens en een Dg (goederentreinbegeleidingswagen) voor de genodigden, was het noodzakelijk dat er twee Sikken voor de tram kwamen. Naast de Sneeker NS 259, kwam de NS 223 met de tractieopzichter speciaal uit Leeuwarden over. Voorzien van spandoeken, vlaggen en kransen, deed de tram drie kwartier over de slechts enkele honderden meters tussen de fabriek en het Bolswarder stadhuis, waar de nodige toespraken werden gehouden. Het gemeentebestuur hing de Bolswarder stadsvlag op de Sik. Deze vlag heeft nog jaren als herinnering in het station van Sneek gehangen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'Hollandia' bevestigde een groot bord op de motorhuif van de locomotor, met een bedanktekst voor de trouwe groene Sikjes. De laatste wagen was voorzien van het opschrift; 'Dag vogels, dag bloemen, dag Sik', met een knipoog naar de toenmalige populaire Tv-serie 'Pipo de Clown'. Op straat stonden grote drommen mensen de tram toe te juichen en de bemanning van de tram kreeg, al rijdende en fluitende, taarten, flessen en sigaren aangeboden. Een waardig afscheid van een tram, die evenzeer bij Bolsward hoorde als het fraaie raadhuis.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Beschrijving van de lijn Sneek &amp;amp;mdash; Bolsward ===&lt;br /&gt;
Hoe werd de exploitatie in de laatste jaren door de NS uitgevoerd en hoe zag de lijn er toen uit? &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Aanvankelijk werd er door de NS zelfs twee keer per dag naar Bolsward gereden. In latere jaren, toen het vervoer al wat terugliep, was &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n slagje op werkdagen voldoende. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== 1. SNEEK ====&lt;br /&gt;
Een goederentram naar Bolsward werd samengesteld op het goederenemplacement van Sneek, dat toen nog aardig uitgestrekt was. 's Ochtends kwamen de voor Bolsward bestemde wagens, met de buurtgoederentrein uit Leeuwarden, aan in Sneek. Daar toog de 'Sik' vervolgens aan het werk om de verschillende wagens in de goede volgorde te rangeren. Zodra het tijd was om te vertrekken werd het rangeersein en enkele wissels bediend door de treindienstleider in het stationsgebouw. De locomotor kon vervolgens met de goederentram via spoor 1 vertrekken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Via een wisselverbinding aan het einde van het perron, werd dan afgebogen richting de oude locloods. Daar werd weer gestopt naast de kolenopslag van de firma Ligthart, om het stopontspoorblok nummer vier te ontgrendelen. Dit stopontspoorblok gaf toegang tot de tramlijn en voorkwam dat wagens ongecontroleerd op de hoofdlijn konden komen. De rangeerder had vanuit het stationskantoor al een sleutel meegenomen voor deze beveiligingsinrichting. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Na dit korte oponthoud werd de in 1923 aangelegde boog doorlopen tussen de nog steeds bestaande brandstoffenloods en de oude locloodsen, die inmiddels aan diverse kolenhandelaren, de SNV en de Co&amp;amp;ouml;peratieve Landbouw Vereniging en als depot aan Calv&amp;amp;eacute; waren verhuurd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Sneek_sik_253_27-03-1968(1).jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= 325px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 06&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Sneek, Sik 253 op 27-03-1968 bij het Shell-benzinestation van Ozinga  &lt;br /&gt;
|Bron= Wim Hoekema&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Links&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
De rangeerder stond daarbij, meestal al met een rode vlag in de hand, klaar op de treeplank van de locomotor om het wegverkeer op de Bolswarderweg te kunnen waarschuwen voor de overstekende tram. Dit was wel nodig, omdat de tram vanuit een onoverzichtelijke hoek achter het Shell-benzinestation van Ozinga de weg op moest draaien (zie afbeelding 06). Met een mekkerende fluit (waaraan de locomotoren de bijnaam 'Sik' ontlenen) reed de tram vervolgens stapvoets de Bolswarderweg op. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Langs het Wilhelminapark (op de plek van het tegenwoordige fietspad), en langs het bejaardenhuis Thabor, ging het op de Harste aan. Eerst werd nog gestopt voor de wegovergang van de begin jaren zestig aangelegde Worp Tjaardastraat, waarna de KNM-melkfabriek werd bereikt, daar waar nu de nieuwbouw van Woningstichting Patrimonium staat. De zuivelfabriek van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij van zuivelfabrieken had bij kilometeraanduiding 0,796 (dus zeg maar op 800 meter van het beginpunt van de lijn, voor het Sneeker station), een spooraansluiting op de tramlijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op het korte zijspoortje konden maar een paar wagens staan. Regelmatig werden hier wagens met steenkool afgeleverd voor de ketel van de melkfabriek. Omdat het wissel aan de Ysbrechtumer-zijde lag, moest de tram de wagens achterwaarts het fabrieksterrein opduwen. Het aansluitwissel had een voorkeursligging in de rechtdoor-stand, maar kende geen vergrendeling. Het was, bij terugkomst uit Bolsward, dan ook altijd opletten voor het treinpersoneel, of baldadige jeugd het wissel niet had omgegooid, zodat de tram het kopspoortje van de fabriek zou oprijden. Langs de Harste ging het in de rechter wegberm op Ysbrechtum aan.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== 2. YSBRECHTUM en NIJLAND ====&lt;br /&gt;
Bij binnenkomst van het dorp Ysbrechtum, toen nog behorend tot de gemeente Wymbritseradeel, op de weg Schoonoord lag de trambaan rechts van de heg, die vandaag de dag de middenberm van de rijweg vormt. De smallere weg lag destijds links van de heg. In het dorp ligt de trambaan weer in de bestrating en was het oppassen voor het gedrag van de medeweggebruikers. Rakelings langs de voortuintjes en de dorpswinkel kruipt de tram stapvoets door het dorp. Als maximum snelheid had de NS hier vijf km/u bepaald. Of dit gehaald werd was puur afhankelijk van de omstandigheden. Achter Ysbrechtum volgde bij het oude tolhuis een scherpe boog, waar aanvankelijk ook nog een passeerspoor lag. In de jaren zestig werd dit spoor al opgebroken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Verder ging het, weer in de wegberm, langs Tjalhuizum in de richting van Nijland. Op de vrije baan kon nog wel eens wat verloren tijd worden ingehaald, al diende de locomotorbestuurder tijdig te remmen voor de krappe boog halverwege beide dorpen, waar de oude weg moest buigen voor de nieuwe rijksweg, die later tot snelweg A7 zou worden uitgebouwd. In Nijland deelde de tram de Tramstrjitte weer met het wegverkeer. Er was tot 1959 een losspoortje, waar een enkele keer eens een wagen met kolen werd uitgezet. De snelheid moest in het dorp tot maximaal 10 kilometer per uur worden teruggebracht. Na ook deze hindernis te hebben genomen werd, wederom in de wegberm, koers gezet naar Bolsward. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== 3. BOLSWARD ====&lt;br /&gt;
Bij binnenkomst in Bolsward was het weer oppassen voor de locomotorbestuurder en de rangeerder van de goederentram. Op het traject door de naoorlogse nieuwbouw werd, tot aan de oude zuivelschool, weer over de weg gereden tot aan het emplacement bij kilometer 11,1. De NTM-gebouwen hadden al lang een andere bestemming gekregen. Zo was en is het stationsgebouw eerst in gebruik bij Van Gend &amp;amp; Loos en later als Volkswagengarage De Jong en waren de voormalige rijtuigloods en de locloods als busremise bij de LAB in gebruik. De LAB (Leeuwarder Auto Bedrijf) had een kantoortje gebouwd aan de zijkant van het emplacement.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Op het emplacement begon het rangeerwerk. De stukgoedwagen werd langs de bescheiden losweg gezet en enkele kolenbakken, en later zelfs zelflossers, werden op het spoortje van de kolenhandel achter de busremise geplaatst. Wat overbleef, waren de gesloten wagens voor de zuivelfabriek 'Hollandia'. De zuivelfabriek was veruit de grootste klant op het lijntje en dus verantwoordelijk voor ongeveer 80% van het totale vervoer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De fabriek staat aan de andere zijde van het centrum en dus was van de oude NTM-tramlijn richting Witmarsum het traject tot de zuivelfabriek blijven liggen. Lange goederentrams moesten met maximaal vijf kilometer per uur, kruipend door het smalle centrum van de oude stad. De rails lagen daar naast de gracht in straatspoor, waarbij het groefspoor menig fietser een onvrijwillige duik in de gracht heeft bezorgd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tot hotel De Wijnberg lag de lijn rechts van het midden van de straat. In de bocht naast het hotel stak de tramlijn over naar de linkerweghelft. Opmerkelijk genoeg was het aansluitwissel van de zuivelfabriek een straatspoor-wissel. Dit wissel was niet voorzien van een hand-wisselsteller, en daarom moest het trampersoneel het wissel, door met een koevoet te wrikken, omzetten. Vandaar dat een koevoet of een wisselijzer een vast onderdeel was van de inventaris van de Sikken op deze lijn. Ook een ketting lag steevast in de locomotor. Hiermee werden bij 'Hollandia' vaak zogenaamde 'trekkertjes' gemaakt. De Sik werd dan voor het wissel losgekoppeld van de wagens en vervolgens met de ketting weer aan de wagens verbonden.&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= Bolsward_1960.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= 325px&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 07&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Bolsward, 1960&lt;br /&gt;
|Bron= Wim Hoekema&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Rechts&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Dan was het de kunst om de Sik snel te laten optrekken op het spoor dat binnen de poort lag. De rangeerder gooide snel het wissel om en maakte de ketting los, waarna de wagens dan vanzelf het buitenste spoor opreden. Soms mislukte deze, door de NS eigenlijk niet toegestane, methode en kreeg de Sik de wagens weer met een flinke dreun op de buffers. Ook het achterste wissel op het fabrieksterrein was een tweedehands straatspoor-wissel. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Na het einde van de dienst begon in 1969 de opbraak van de lijn. Gestart werd in maart bij de 'Hollandia' waar aannemer Koedijk uit Zwolle, een bulldozer inzette om de dwarsliggers te verwijderen. De afkomende materialen werden in opbreektrams, bestaande uit een Sik met een aantal open bakwagens, afgevoerd naar Sneek. De tram wiste zo letterlijk het spoor achter zich uit, al zou de opbraak nog tot het najaar van 1969 duren. Toen was de Sik definitief van dit trac&amp;amp;eacute; verdwenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het emplacement Bolsward (zie: afbeelding 07) verdween, ten gunste van uitbreiding van het busstation en parkeerterrein. De vrijgekomen ruimte in de bermen kon worden benut voor de zo gewenste wegverbredingen en de aanleg van vrije fietspaden, zoals in Sneek en op de Harste. Op de fundamenten van het oude spoorbruggetje, achter Nijland bij Trije Dyken, werd rond 1991 een fietsbrug aangelegd, toen ook op het oude trac&amp;amp;eacute; tussen Nijland en Bolsward een fietspad werd aangelegd. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Uiteindelijk bleef alleen het oude tramstation van Bolsward bestaan. De loodsen in Bolsward verdwenen al in 1992, het oude Sneeker tramstation eind 2001. De mooiste herinnering aan de tramlijn kwam terug in januari 2005. Toen werd de, in de oude kleuren gerestaureerde, Sik 323 met een plaquette, waarop de geschiedenis van de tramlijn staat beschreven, teruggeplaatst naast het eveneens gerestaureerde stationsgebouw van Sneek, waar tegenwoordig het Nationaal Modelspoor Museum is gehuisvest.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== In model ===&lt;br /&gt;
Met een schaal H0 Sik van Roco of van Werps Modelbouw, of zelfs in schaal 0, met het Philotrain-model, zijn delen van deze tramlijn en de exploitatie een fraai onderwerp voor een modelnabootsing. Het geheel is, qua ruimte, nooit na te bouwen, maar een aantal karakteristieke delen, op een aantal modules, geven een goede indruk. Een goederentreinbegeleidingswagen (Dg) reed normaliter niet mee, de rangeerder reed mee op de Sik. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De aftakking van het 'grote station' (Sneek), met de oversteek van de destijds al drukke Bolswarderweg en het zijspoortje bij de zuivelfabriek, vormen elementen die typisch voor het beginpunt van de lijn waren. Wie meer ruimte heeft, kan de oude locloodsen en de draaischijf nabouwen. Wat dan zeker niet mag ontbreken, is een golfplaten loodsje waarin de Sik werd gestald. De bruine Roco 2400 kan de aan- en afvoer van goederenwagens op het denkbeeldige traject Sneek &amp;amp;mdash; Leeuwarden verzorgen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Als 'onderweg'-module kan de straatweg worden aangelegd, met in de rechterberm de tramlijn. Het emplacement Bolsward biedt de nodige rangeermogelijkheden. Een kolenbak of zelflosser naar de brandstoffenhandel, een gesloten wagen aan de losweg en de doorvoer van gesloten wagens van- en naar de zuivelfabriek, dwars door de smalle straten van het oude stadje. De Sikken werden voor deze ritten over straat, rond 1965 voorzien van een blauw zwaailicht op het cabinedak. Met de digitale aansturing laat zoiets zich goed in model weergeven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Voettekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Inspiratiethema's&lt;br /&gt;
|Volgende= Codering rijdend materieel&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Inspiratiethema's&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[categorie: Alles|T]]&lt;br /&gt;
[[categorie: Artikel|Thema NL: Met de Sik van Sneek naar Bolsward]]&lt;br /&gt;
[[categorie: Wim Hoekema|T]]&lt;br /&gt;
[[categorie: Wissels|T]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Dick</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=De_BNLS-Forum_Modulebaan&amp;diff=43002</id>
		<title>De BNLS-Forum Modulebaan</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=De_BNLS-Forum_Modulebaan&amp;diff=43002"/>
				<updated>2016-11-02T09:45:27Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Dick: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Koptekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Documentatie en onderdelenlijsten rijdend materieel&lt;br /&gt;
|Volgende= Merken&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Films&lt;br /&gt;
|Auteur= &lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Inhoudsopgave||Klein}}&lt;br /&gt;
=== Afsprakenlijst: ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Afmetingen van de bak: ===&lt;br /&gt;
120 cm breed, 54,9 cm diep.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het is mogelijk/toegestaan meerdere modules te combineren tot &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n langere inbreng. (Een module is een deel van 120 cm, een inbreng is wat &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n bouwer meeneemt).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Hoogte: ===&lt;br /&gt;
De hoogte van de modules wordt bepaald aan de hand van de bovenkant van de spoorstaaf. Deze maat is vastgelegd op 130 cm vanaf de grond.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De afstand tussen de bovenkant van de spoorstaaf en de onderkant van de fries bedraagt 39,4 cm. Er is geen ondergrens voor het landschap.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Achtergrond en fries: ===&lt;br /&gt;
Op de tentoonstelling gemonteerd aan de bak, zijkanten, achterkant en hemel helemaal dicht.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Overgang tussen de inbrengen:===&lt;br /&gt;
Black Box (BB) van 30 cm aan beide zijden. Dat betekent dat de ruimte tussen twee inbrengen 60 cm bedraagt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De modules worden gekoppeld met 2 bouten M-8 op de kopse kanten.&lt;br /&gt;
De inslagmoeren zitten in de BB aan de rechterzijde van de inbreng, gezien vanuit het publiek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Kleur: ===&lt;br /&gt;
De bakken en de frieslijst worden aan de voorzijde RAL 9005 mat zwart.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bovenstaande beschrijving komt overeen met de modules die door Martin geleverd zijn (en nog geleverd kunnen worden). De sets die Martin uitlevert zijn compleet, inclusief alle hang- en sluitwerk en poten.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Wanneer u zelf gaat klussen, neem dan contact op met Martin over de exacte plaats van de gaten in de eindschotten.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Voor het eenvormige beeld is wel van belang dat de fries bij alle modules op dezelfde hoogte hangt, en dat zowel de zijkanten als de achterkant en bovenkant helemaal dicht zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Sporenverloop: ===&lt;br /&gt;
Dubbelspoor.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het is toegestaan verbindingen te maken tussen de sporen. Aan beide uiteinden van de baan komen lussen, die aangestuurd worden als keerlus. Er mag dus een verbinding gelegd worden tussen het voorste en achterste spoor.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Voor de schaal H0-baan geldt:&amp;lt;/u&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Op de uiteinden van de BB's (daar waar u deze koppelt met de inbreng van een collega) moet het voorste spoor een afstand van 17,5 cm hebben tot de voorrand (publiekszijde) van de module (afstand voorrand module - hart spoor). Uiteraard moet het spoor de grens haaks passeren.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- De hart-op-hart afstand tussen de sporen bedraagt 58 mm.&amp;lt;br /&amp;gt; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;Voor de schaal N-baan geldt:&amp;lt;/u&amp;gt;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- Er wordt gewerkt met code 55 rails;&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
- De hart-op-hart afstand tussen de sporen bedraagt 26,5 mm (standaard bij Peco code 55);&lt;br /&gt;
- De afstand van publiekszijde tot het midden van de eerste rails is 100 mm (let op bij het opmeten op de blackbox dat er nog een plaat voor komt!).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Tussen de grenzen met de andere inbrengen bent u geheel vrij in het bepalen van het spoorverloop, onder de volgende twee voorwaarden:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-   Minimale boogstraal 55 cm&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
-   Twee doorgaande sporen&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Elektrische aansturing: ===&lt;br /&gt;
Tweerail, DCC-formaat (digitaal).&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Iedereen zorgt voor doorlopende draden onder zijn module, voor iedere doorgaande spoorstaaf &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Aansturing wissels, lampjes etc. zelf regelen op uw eigen inbreng. Er is (nog) niet gesproken over wissels.&lt;br /&gt;
Voor een tentoonstelling wordt gezorgd voor een centrale, zodanig dat er extra Multimausen en/of Lokmaus2-en aangesloten kunnen worden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Onderaan deze pagina is een bestand te downloaden met de definities van de elektrische aansluitingen (zie: 'Meer informatie').&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Verlichting: ===&lt;br /&gt;
Het ontwerp gaat uit van led-verlichting. Het staat iedereen vrij dat zelf in te vullen.&lt;br /&gt;
----&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== De bouwtekeningen ===&lt;br /&gt;
Bouwtekeningen zijn op het forum te vinden. Zie: 'Meer informatie'&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De maat voor de inkepingen aan bovenzijde van de poten, is afhankelijk van de afstand gemeten aan de binnenzijde van de lange zijden.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Let op! ''Vergeet niet de kruisende latten van het kruisverband met elkaar te verbinden d.m.v. een bout/moer. Anders heeft u een instabiele constructie.''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Download&lt;br /&gt;
|Tekst= PDF:&lt;br /&gt;
|LinkNaam= Modulebaan-definities&lt;br /&gt;
|BestandsNaam= Modulebaan-definities.pdf&lt;br /&gt;
|Breedte= 150px&lt;br /&gt;
|TekstErNaast= Ja&lt;br /&gt;
}}Definities voor de elektrische aansluitingen.&lt;br /&gt;
&amp;lt;br clear= &amp;quot;all&amp;quot; /&amp;gt;&lt;br /&gt;
{{Linkssectie begin&lt;br /&gt;
|Box= AlleenInfo&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Encyclopedie:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Modelbaannormen (NEM/MOROP en NMRA)&lt;br /&gt;
|Linknaam= Modelbaannormen (NEM/MOROP en NMRA)&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Module-normen&lt;br /&gt;
|Linknaam= Module-normen&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Proto-normen&lt;br /&gt;
|Linknaam= Proto-normen&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie scheiding}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Beneluxspoor.net:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Forum-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr = 91&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= over de afspraken i.v.m de schaal N modulebaan.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Forum-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr = 92&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= over de afspraken i.v.m de schaal H0 modulebaan.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Forum-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr = 93&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= over de afspraken op het forum over de modulebaan.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Forum-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr = 94&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Voor vragen of opmerkingen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&amp;lt;!--{{Link Forum-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr = 95&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= over de keerlussen v.d. schaal H0-modulebaan.&lt;br /&gt;
}} is op het forum verplaatst naar de besloten afd.--&amp;gt;&lt;br /&gt;
{{Link Forum-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr = 96&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= over de keerlussen v.d. schaal N-modulebaan.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Forum-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr = 97&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= over de bouwtekeningen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Forum-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr = 98&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= over de bouwverslagen in schaal H0.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Forum-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr = 99&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= over de bouwverslagen in in schaal N.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Forum-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr = 100&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= over de deelnemers.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie scheiding}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Externe websites:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 413 &amp;lt;!-- digit --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Printplaatjes met bielzen voor module-overgangen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 411 &amp;lt;!-- milico --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Aanschafprijs van de modulebakken.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 411 &amp;lt;!-- milico --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Bestellen voorgezaagd plaatmateriaal of complete modulebakken.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie einde}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Voettekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Documentatie en onderdelenlijsten rijdend materieel&lt;br /&gt;
|Volgende= Merken&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Films&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie: Alles|D]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Hoofdstuk Encyclopedie|D]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Ontwerp modelbaan|D]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Dick van der Knaap|D]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Fred Eikelboom|D]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Martin Welberg|D]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Dick</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Gietvormen_en_gietmaterialen&amp;diff=42603</id>
		<title>Gietvormen en gietmaterialen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Gietvormen_en_gietmaterialen&amp;diff=42603"/>
				<updated>2016-10-13T15:21:31Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Dick: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Koptekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Etsen van seinen&lt;br /&gt;
|Volgende= Het solderen&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Methoden, technieken en materialen&lt;br /&gt;
|Auteur= Diverse auteurs&lt;br /&gt;
|Bewerking= Redactie}}&lt;br /&gt;
{{Inhoudsopgave||Klein}}&lt;br /&gt;
=== Inleiding ===&lt;br /&gt;
De door modelbouwers meestgebruikte gietmaterialen zijn gips en giethars.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gips is een mineraal dat grotendeels uit calciumsulfaat (CaSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;) bestaat, een verbinding van het calciumion en het sulfaation. Men noemt gips ook wel 'watervrij calciumsulfaat'. Het neemt kristalwater op (=bindingsproces). De kristallen vormen na droging een hard geheel. Wanneer u veel roert, worden er veel kristallisatiekernen gevormd, en ontstaan er veel kleine kristallen. En hoe meer deeltjes, hoe zwakker het gietstuk wordt. Een goed afgietsel maken, is dus vooral een kwestie van beheerst roeren en geduldig afwachten.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het uitharden van gips (=kristalwater opnemen) is omkeerbaar, maar pas bij 150 °C verliest het kristal weer water. De 'bindingen in het kristal' laten dus niet zo gemakkelijk los. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= 211845-Gietmal-Conrad01.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= Groot&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 01&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Mal voor het maken van muren&lt;br /&gt;
|Bron= Conrad.nl&lt;br /&gt;
|Positie= Links&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Mits goed afgesloten, kan gips bij kamertemperatuur in een droge omgeving enkele jaren worden bewaard. Gieten met gips dat meer dan een jaar oud is, geeft echter wel een groter risico op luchtblaasjes! &lt;br /&gt;
Na verloop van tijd verandert de samenstelling onder invloed van o.a. vocht en andere factoren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De verhardingstijd van gips kan be&amp;amp;iuml;nvloed worden door het toevoegen van speciale chemicali&amp;amp;euml;n. Kaliumsulfaat bijvoorbeeld, werkt als een versneller, borax als een vertrager. Deze toegevoegde chemicaliën hebben een negatieve invloed op de mechanische eigenschappen van het gips; ze verlagen echter de mate waarin het gips bij uitharden expandeert (vergroting van het volume van de kristallen). Handwarm water (tot 37 &amp;amp;deg;C) versnelt de uitharding, heet water (&amp;gt;37 &amp;amp;deg;C)  vertraagt de verharding. De gipsbrij langer mixen, versnelt eveneens de uitharding. Helaas neemt de expansie van het gips hierdoor toe. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gipsmodellen moeten bij kamertemperatuur minstens 24 uur drogen. Wanneer het overtollige water verdampt, neemt de hardheid van het model fors toe. Modellen van natuurlijke gips bereiken langzamer hun eindhardheid, dan modellen van synthetische gips. De micropori&amp;amp;euml;n van een gipsmodel kunnen worden gedicht door het aanbrengen van een laagje vluchtige kunstharslak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 'Synthetisch' gips ===&lt;br /&gt;
  &lt;br /&gt;
Bij verschillende industri&amp;amp;euml;le processen ontstaat gips als afvalstof, bijvoorbeeld de suikerindustrie. Ook worden gassen vaak 'gewassen', dus zwaveloxiden verwijderd, waarbij tamelijk zuiver, zogenaamd synthetisch gips ontstaat. Dat was vroeger een afvalproduct, maar tegenwoordig wordt het gebruikt voor allerlei toepassingen. De eigenschappen van synthetisch gips, verschillen van die van natuurlijk gips, onder meer door zijn grotere eindhardheid. Op Eurospoor 2010 heeft Beneluxspoor ge&amp;amp;euml;xperimenteerd met verschillende synthetische gipsen. Hierbij werkten we samen met de Schouten-Groep, een belangrijk kenniscentrum en leverancier van gietvormen en gietmaterialen in Europa. Het ging om Giluform 250 STD van BK Giulini GMBH/BU Pharma-Cosmetics-Gypsum. Het is verkrijgbaar via Robbelien (zie: 'Meer informatie').&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
Of het door ons gebruikte materiaal 'het summum' was, weten we niet. Wel was het heel goed te snijden en te graveren met een lasercutter. Er blijkt ondertussen nog een hardere soort te zijn, met glasvezels. Hierbij gaat het om een combinatie van een keramisch gietmateriaal met een hars: Acrylic One.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Gips uit de winkel ===&lt;br /&gt;
*Giluform 250 STD van Robbelien  &lt;br /&gt;
*Keraplus. Geen last van bellen en een mooi strak resultaat. Is sterk.&lt;br /&gt;
*Keraquick. Het resultaat is iets minder strak dan met Keraplus, maar ook zonder bellen en sterk. &lt;br /&gt;
*Calcast 300. Te koop bij de stukadoorsgroothandel, wordt gebruikt om ornamenten te gieten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Met betrekking tot het gips zijn er wel verschillen. Het gips dat bij de bouwmarkten te koop is, is wat grof. Voor het meeste werk voldoet dit prima, maar voor het fijne werk is modelleergips beter. Wilt u nog betere resultaten, dan is porceleingips aan te bevelen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Siliconenmallen voor gietwerk ===&lt;br /&gt;
Er zijn veel verschillende mallen verkrijgbaar, bijvoorbeeld voor het maken van muren (zie: afbeelding 01), tunnelingangen, brugpijlers, kademuren, huizenbouw etc. De mallen bestaan uit siliconenrubber. Dit materiaal is soepel en rekbaar, zodat het lossen van de gietvorm probleemloos verloopt (zie: afbeelding 04). U kunt ook zelf mallen maken met behulp van tweecomponentengrondstoffen (zie: 'Meer informatie').&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
U moet er voor zorgen dat de mallen niet vettig zijn en er geen waterdruppeltjes op zitten. Na het gebruik afwassen met een sopje van Dreft, dan zijn ze weer klaar voor de volgende produktieronde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= CvD-Giethars04.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 02&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Het model lost gemakkelijk&lt;br /&gt;
|Maker= Chris van Diesen&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Rechts&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Bij gieten met gips moet u een paar zaken in acht nemen:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Aanmaken van het gietmengsel ====&lt;br /&gt;
Als mengbak kunt u bijvoorbeeld een goedkoop rubber bakje (nap) gebruiken.&lt;br /&gt;
Bij het mengen van gips met water houdt u, voor het beste resultaat, de door de fabrikant aangegeven water-poeder verhouding aan. Met een digitale huishoudweegschaal is de juiste hoeveelheid gips en water prima af te meten. De mengverhouding is meestal 1 deel water op 2,5 deel gips. Bij 10 gram water komt dus 25 gram gips, wat een totaal van 35 gram geeft. Dek de weegschaal losjes af met transparante huishoudfolie, dan blijft deze schoon.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Werkwijze bij het gieten ====&lt;br /&gt;
Gebruik speciaal FIJN modelgips of porceleingips. Het beste kunt u eerst de vereiste hoeveelheid water in het mengbakje gieten en vervolgens de afgewogen hoeveelheid gips er in strooien, om insluiten van lucht te voorkomen. Het gips moet wel de gelegenheid krijgen het water te absorberen. Even laten staan dus (ongeveer een minuut of twee) en dan pas omroeren, zodat er geen klonters ontstaan. Op het moment dat de gipsmassa gereed is voor gebruik, moet u stoppen met omroeren. Vooral niet opkloppen alsof het deeg of slagroom is, want dat brengt lucht in het mengsel en verzwakt het eindresultaat. Wanneer u een homogeen vloeibaar mengsel heeft, giet u het mengsel onmiddellijk in de vorm. Strijk de bovenzijde af met een spatel en tik nog even paar keer tegen de vorm, om het mengsel overal goed in de reli&amp;amp;euml;fs te laten vloeien en strijk daarna nog een laatste keer af. U krijgt dan perfecte afdrukken zonder luchtbelletjes.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= CvD-Giethars05.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 03&lt;br /&gt;
|Omschrijving= De kademuur na het uitharden&lt;br /&gt;
|Maker= Chris van Diesen&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Links&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een tip: kijk of u, via de glas- of kunststofhandel, restanten glas of plexiglas kunt kopen. Glas vanaf 2 mm. dik, plexiglas tussen 3 &amp;amp;agrave; 4 mm. dik. Wanneer de siliconenmal volgegoten is, legt u er een plaatje glas of plexiglas op, dat de gehele mal afdekt. Even een beetje schuiven. Het plaatje duwt de overtollige gips weg &amp;amp;egrave;n het zorgt voor een egaal vlakke achterkant van het afgietsel. Ook zijn de modellen dan allemaal even dik afgegoten. Dit is bij rots-mallen niet zo zeer nodig, maar wel enorm handig bij muur- en straatsteenmallen.&lt;br /&gt;
&amp;lt;br clear='all'&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Schoonmaken van het gereedschap ===&lt;br /&gt;
Het is aan te raden om een (oude) emmer te gebruiken en deze te vullen met water. Daarin kunt u de mengbak en het gereedschap uitwassen en de mal uitspoelen. Gebruik een oude theedoek om alles weer droog te vegen. Wanneer u helemaal klaar bent (na &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n of enkele dagen) laat u de emmer opdrogen en kunt u het restant uitgehard in een krant stoppen en weggooien. ''Niet'' alles in de wasbak uitspoelen, want dan bezinkt de smurrie in de afvoer en dat leidt tot verstopping!! Vergeet ook het mengbakje niet.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Alternatieven voor gips ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Polyurethaan giethars ===&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= CvD-Giethars02.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 04&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Polyurethaangrondstoffen: component A en B&lt;br /&gt;
|Maker= Chris van Diesen&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Rechts&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Polyurethaan (kortweg PU) is een copolymeer. De PU-giethars bestaat uit een mengsel van twee vloeibare componenten (zie: afbeelding 02), meestal een diisocyanaat, zoals methyleendifenyldiisocyanaat  en een polyol zoals polyethyleenoxide (kortweg PEO) of polyphenyleenoxide (kortweg PPO). Het copolymeer ontstaat door de reactie van de isocyanaat en alcoholgroepen tot een urethaanbinding. Er ontstaat dan een lange keten met afwisselend een hard en een zacht segment. De harde segmenten op zich hebben de neiging te kristalliseren en een hard en bros materiaal te vormen. De zachte segmenten zouden, los bekeken, juist een zachte, stroperige vloeistof geven. De innige combinatie van de twee in het copolymeer, zorgt ervoor dat deze stof de beste eigenschappen van beide in zich verenigt. PU kan tegelijkertijd buigzaam en toch sterk en slijtvast zijn. Bovendien is het vochtbestendig (zie ook: Wikipedia bij 'Meer informatie').&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Epoxy giethars ===&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= CvD-Giethars03.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 05&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Gietmallen voor kademuren&lt;br /&gt;
|Maker= Chris van Diesen&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Links&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Epoxy is een thermohardende kunststof. In combinatie met bijvoorbeeld glasvezel wordt het toegepast als stevig, lichtgewicht materiaal. Tijdens de productie is het materiaal dunvloeibaar en leent het zich voor het impregneren van vezelmateriaal. De op deze manier vervaardigde composieten zijn weer- en waterbestendig, en worden gebruikt voor de vervaardiging van onder andere zeilboten. Daarnaast wordt epoxy toegepast als basis voor veel producten. Een paar voorbeelden daarvan zijn: epoxylijm/epoxyhars, verf (natlak en poederlak), vloeren en printplaten voor elektronische schakelingen. Epoxy heeft een druk- en treksterkte die twee keer zo groot is als die van beton. Het kan worden toegepast in vele bewerkingen, waaronder als vloertoepassing. Nadeel is wel dat epoxy onder UV-licht verkleurt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Epoxyhars of epoxylijm is de bekendste toepassing van epoxy. Epoxyharsen vormen een groep polymeren met een belangrijke toepassing in coatings. Het is een tweecomponentensysteem, dat pas actief gaat uitharden na menging van beide bestanddelen. Het wordt voor vele toepassingen gebruikt, zowel in de industrie en het huishouden, als in de (vliegtuig)modelbouw. Het materiaal kan aangebracht worden als afdeklaag (coating), maar ook in combinatie met glasvezels. Epoxylijm wordt ook veel toegepast als reparatielijm, waarbij dan een vaste stof als vulstof wordt gebruikt ('vloeibaar staal' of 'vloeibaar hout') (zie ook: Wikipedia bij 'Meer informatie').&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
| valign='center'| [[Bestand:Let-op.jpg|50px|center]]&amp;lt;small&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&amp;amp;nbsp;'''LET OP'''&amp;lt;/small&amp;gt;||valign='top'|&amp;lt;b&amp;gt;Epoxyhars en -lijm geven kwalijke dampen af. Ventileer voldoende, of gebruik het in de buitenlucht!!&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Linkssectie begin&lt;br /&gt;
|Box= AlleenInfo&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Encyclopedie:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Hardschuim-en-gips methode&lt;br /&gt;
|Linknaam= Hardschuim-en-gips methode&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie scheiding}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Externe website:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 118 &amp;lt;!-- anita --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Gietmallen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Conrad-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 39&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Gietmallen en materialen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 322 &amp;lt;!-- hetgroterdam --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Het gebruik van giethars.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 323 &amp;lt;!-- langmesser-modellwelt.de --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Gietmallen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 150 &amp;lt;!-- polyservice --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Gietharsen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 325 &amp;lt;!-- robbelien --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Giluform 250 STD.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 327 &amp;lt;!-- ruan --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Gietpoeder.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 324 &amp;lt;!-- siliconesand --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Siliconen voor mallen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 326 &amp;lt;!-- wilsor.nl --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Porceleingips.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie einde}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Appendix&lt;br /&gt;
|1= bron&lt;br /&gt;
|2=&lt;br /&gt;
* [http://forum.beneluxspoor.net/index.php? Beneluxspoor.net Forum]&lt;br /&gt;
* [http://www.hetgroterdamproject.nl/index.php?option=com_content&amp;amp;view=article&amp;amp;id=828:gieten&amp;amp;catid=70&amp;amp;Itemid=121 Het Groterdam Project]&lt;br /&gt;
* [http://nl.wikipedia.org/wiki/Polyurethaan Wikipedia over Polyurethaan]&lt;br /&gt;
* [http://nl.wikipedia.org/wiki/Epoxy Wikipedia over Epoxy] &lt;br /&gt;
|LetterGrootte= 75%&lt;br /&gt;
|KaderBreedte= 100%&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Voettekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Etsen van seinen&lt;br /&gt;
|Volgende= Het solderen&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Methoden, technieken en materialen&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie: Alles|G]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Artikel|Gietvormen en gietmaterialen]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Materialen|G]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Praktijk|G]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Scenery|G]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Technieken|G]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Dick</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Gietvormen_en_gietmaterialen&amp;diff=42602</id>
		<title>Gietvormen en gietmaterialen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Gietvormen_en_gietmaterialen&amp;diff=42602"/>
				<updated>2016-10-13T15:19:06Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Dick: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&amp;lt;--  Hieraan wordt momenteel gewerkt!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Koptekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Etsen van seinen&lt;br /&gt;
|Volgende= Het solderen&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Methoden, technieken en materialen&lt;br /&gt;
|Auteur= Diverse auteurs&lt;br /&gt;
|Bewerking= Redactie}}&lt;br /&gt;
{{Inhoudsopgave||Klein}}&lt;br /&gt;
=== Inleiding ===&lt;br /&gt;
De door modelbouwers meestgebruikte gietmaterialen zijn gips en giethars.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gips is een mineraal dat grotendeels uit calciumsulfaat (CaSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;) bestaat, een verbinding van het calciumion en het sulfaation. Men noemt gips ook wel 'watervrij calciumsulfaat'. Het neemt kristalwater op (=bindingsproces). De kristallen vormen na droging een hard geheel. Wanneer u veel roert, worden er veel kristallisatiekernen gevormd, en ontstaan er veel kleine kristallen. En hoe meer deeltjes, hoe zwakker het gietstuk wordt. Een goed afgietsel maken, is dus vooral een kwestie van beheerst roeren en geduldig afwachten.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het uitharden van gips (=kristalwater opnemen) is omkeerbaar, maar pas bij 150 °C verliest het kristal weer water. De 'bindingen in het kristal' laten dus niet zo gemakkelijk los. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= 211845-Gietmal-Conrad01.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= Groot&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 01&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Mal voor het maken van muren&lt;br /&gt;
|Bron= Conrad.nl&lt;br /&gt;
|Positie= Links&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Mits goed afgesloten, kan gips bij kamertemperatuur in een droge omgeving enkele jaren worden bewaard. Gieten met gips dat meer dan een jaar oud is, geeft echter wel een groter risico op luchtblaasjes! &lt;br /&gt;
Na verloop van tijd verandert de samenstelling onder invloed van o.a. vocht en andere factoren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De verhardingstijd van gips kan be&amp;amp;iuml;nvloed worden door het toevoegen van speciale chemicali&amp;amp;euml;n. Kaliumsulfaat bijvoorbeeld, werkt als een versneller, borax als een vertrager. Deze toegevoegde chemicaliën hebben een negatieve invloed op de mechanische eigenschappen van het gips; ze verlagen echter de mate waarin het gips bij uitharden expandeert (vergroting van het volume van de kristallen). Handwarm water (tot 37 &amp;amp;deg;C) versnelt de uitharding, heet water (&amp;gt;37 &amp;amp;deg;C)  vertraagt de verharding. De gipsbrij langer mixen, versnelt eveneens de uitharding. Helaas neemt de expansie van het gips hierdoor toe. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gipsmodellen moeten bij kamertemperatuur minstens 24 uur drogen. Wanneer het overtollige water verdampt, neemt de hardheid van het model fors toe. Modellen van natuurlijke gips bereiken langzamer hun eindhardheid, dan modellen van synthetische gips. De micropori&amp;amp;euml;n van een gipsmodel kunnen worden gedicht door het aanbrengen van een laagje vluchtige kunstharslak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== 'Synthetisch' gips ===&lt;br /&gt;
  &lt;br /&gt;
Bij verschillende industri&amp;amp;euml;le processen ontstaat gips als afvalstof, bijvoorbeeld de suikerindustrie. Ook worden gassen vaak 'gewassen', dus zwaveloxiden verwijderd, waarbij tamelijk zuiver, zogenaamd synthetisch gips ontstaat. Dat was vroeger een afvalproduct, maar tegenwoordig wordt het gebruikt voor allerlei toepassingen. De eigenschappen van synthetisch gips, verschillen van die van natuurlijk gips, onder meer door zijn grotere eindhardheid. Op Eurospoor 2010 heeft Beneluxspoor ge&amp;amp;euml;xperimenteerd met verschillende synthetische gipsen. Hierbij werkten we samen met de Schouten-Groep, een belangrijk kenniscentrum en leverancier van gietvormen en gietmaterialen in Europa. Het ging om Giluform 250 STD van BK Giulini GMBH/BU Pharma-Cosmetics-Gypsum. Het is verkrijgbaar via Robbelien (zie: 'Meer informatie').&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
Of het door ons gebruikte materiaal 'het summum' was, weten we niet. Wel was het heel goed te snijden en te graveren met een lasercutter. Er blijkt ondertussen nog een hardere soort te zijn, met glasvezels. Hierbij gaat het om een combinatie van een keramisch gietmateriaal met een hars: Acrylic One.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Gips uit de winkel ===&lt;br /&gt;
*Giluform 250 STD van Robbelien  &lt;br /&gt;
*Keraplus. Geen last van bellen en een mooi strak resultaat. Is sterk.&lt;br /&gt;
*Keraquick. Het resultaat is iets minder strak dan met Keraplus, maar ook zonder bellen en sterk. &lt;br /&gt;
*Calcast 300. Te koop bij de stukadoorsgroothandel, wordt gebruikt om ornamenten te gieten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Met betrekking tot het gips zijn er wel verschillen. Het gips dat bij de bouwmarkten te koop is, is wat grof. Voor het meeste werk voldoet dit prima, maar voor het fijne werk is modelleergips beter. Wilt u nog betere resultaten, dan is porceleingips aan te bevelen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Siliconenmallen voor gietwerk ===&lt;br /&gt;
Er zijn veel verschillende mallen verkrijgbaar, bijvoorbeeld voor het maken van muren (zie: afbeelding 01), tunnelingangen, brugpijlers, kademuren, huizenbouw etc. De mallen bestaan uit siliconenrubber. Dit materiaal is soepel en rekbaar, zodat het lossen van de gietvorm probleemloos verloopt (zie: afbeelding 04). U kunt ook zelf mallen maken met behulp van tweecomponentengrondstoffen (zie: 'Meer informatie').&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
U moet er voor zorgen dat de mallen niet vettig zijn en er geen waterdruppeltjes op zitten. Na het gebruik afwassen met een sopje van Dreft, dan zijn ze weer klaar voor de volgende produktieronde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= CvD-Giethars04.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 02&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Het model lost gemakkelijk&lt;br /&gt;
|Maker= Chris van Diesen&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Rechts&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Bij gieten met gips moet u een paar zaken in acht nemen:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Aanmaken van het gietmengsel ====&lt;br /&gt;
Als mengbak kunt u bijvoorbeeld een goedkoop rubber bakje (nap) gebruiken.&lt;br /&gt;
Bij het mengen van gips met water houdt u, voor het beste resultaat, de door de fabrikant aangegeven water-poeder verhouding aan. Met een digitale huishoudweegschaal is de juiste hoeveelheid gips en water prima af te meten. De mengverhouding is meestal 1 deel water op 2,5 deel gips. Bij 10 gram water komt dus 25 gram gips, wat een totaal van 35 gram geeft. Dek de weegschaal losjes af met transparante huishoudfolie, dan blijft deze schoon.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Werkwijze bij het gieten ====&lt;br /&gt;
Gebruik speciaal FIJN modelgips of porceleingips. Het beste kunt u eerst de vereiste hoeveelheid water in het mengbakje gieten en vervolgens de afgewogen hoeveelheid gips er in strooien, om insluiten van lucht te voorkomen. Het gips moet wel de gelegenheid krijgen het water te absorberen. Even laten staan dus (ongeveer een minuut of twee) en dan pas omroeren, zodat er geen klonters ontstaan. Op het moment dat de gipsmassa gereed is voor gebruik, moet u stoppen met omroeren. Vooral niet opkloppen alsof het deeg of slagroom is, want dat brengt lucht in het mengsel en verzwakt het eindresultaat. Wanneer u een homogeen vloeibaar mengsel heeft, giet u het mengsel onmiddellijk in de vorm. Strijk de bovenzijde af met een spatel en tik nog even paar keer tegen de vorm, om het mengsel overal goed in de reli&amp;amp;euml;fs te laten vloeien en strijk daarna nog een laatste keer af. U krijgt dan perfecte afdrukken zonder luchtbelletjes.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= CvD-Giethars05.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 03&lt;br /&gt;
|Omschrijving= De kademuur na het uitharden&lt;br /&gt;
|Maker= Chris van Diesen&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Links&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een tip: kijk of u, via de glas- of kunststofhandel, restanten glas of plexiglas kunt kopen. Glas vanaf 2 mm. dik, plexiglas tussen 3 &amp;amp;agrave; 4 mm. dik. Wanneer de siliconenmal volgegoten is, legt u er een plaatje glas of plexiglas op, dat de gehele mal afdekt. Even een beetje schuiven. Het plaatje duwt de overtollige gips weg &amp;amp;egrave;n het zorgt voor een egaal vlakke achterkant van het afgietsel. Ook zijn de modellen dan allemaal even dik afgegoten. Dit is bij rots-mallen niet zo zeer nodig, maar wel enorm handig bij muur- en straatsteenmallen.&lt;br /&gt;
&amp;lt;br clear='all'&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Schoonmaken van het gereedschap ===&lt;br /&gt;
Het is aan te raden om een (oude) emmer te gebruiken en deze te vullen met water. Daarin kunt u de mengbak en het gereedschap uitwassen en de mal uitspoelen. Gebruik een oude theedoek om alles weer droog te vegen. Wanneer u helemaal klaar bent (na &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n of enkele dagen) laat u de emmer opdrogen en kunt u het restant uitgehard in een krant stoppen en weggooien. ''Niet'' alles in de wasbak uitspoelen, want dan bezinkt de smurrie in de afvoer en dat leidt tot verstopping!! Vergeet ook het mengbakje niet.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Alternatieven voor gips ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Polyurethaan giethars ===&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= CvD-Giethars02.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 04&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Polyurethaangrondstoffen: component A en B&lt;br /&gt;
|Maker= Chris van Diesen&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Rechts&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Polyurethaan (kortweg PU) is een copolymeer. De PU-giethars bestaat uit een mengsel van twee vloeibare componenten (zie: afbeelding 02), meestal een diisocyanaat, zoals methyleendifenyldiisocyanaat  en een polyol zoals polyethyleenoxide (kortweg PEO) of polyphenyleenoxide (kortweg PPO). Het copolymeer ontstaat door de reactie van de isocyanaat en alcoholgroepen tot een urethaanbinding. Er ontstaat dan een lange keten met afwisselend een hard en een zacht segment. De harde segmenten op zich hebben de neiging te kristalliseren en een hard en bros materiaal te vormen. De zachte segmenten zouden, los bekeken, juist een zachte, stroperige vloeistof geven. De innige combinatie van de twee in het copolymeer, zorgt ervoor dat deze stof de beste eigenschappen van beide in zich verenigt. PU kan tegelijkertijd buigzaam en toch sterk en slijtvast zijn. Bovendien is het vochtbestendig (zie ook: Wikipedia bij 'Meer informatie').&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Epoxy giethars ===&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= CvD-Giethars03.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 05&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Gietmallen voor kademuren&lt;br /&gt;
|Maker= Chris van Diesen&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Links&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Epoxy is een thermohardende kunststof. In combinatie met bijvoorbeeld glasvezel wordt het toegepast als stevig, lichtgewicht materiaal. Tijdens de productie is het materiaal dunvloeibaar en leent het zich voor het impregneren van vezelmateriaal. De op deze manier vervaardigde composieten zijn weer- en waterbestendig, en worden gebruikt voor de vervaardiging van onder andere zeilboten. Daarnaast wordt epoxy toegepast als basis voor veel producten. Een paar voorbeelden daarvan zijn: epoxylijm/epoxyhars, verf (natlak en poederlak), vloeren en printplaten voor elektronische schakelingen. Epoxy heeft een druk- en treksterkte die twee keer zo groot is als die van beton. Het kan worden toegepast in vele bewerkingen, waaronder als vloertoepassing. Nadeel is wel dat epoxy onder UV-licht verkleurt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Epoxyhars of epoxylijm is de bekendste toepassing van epoxy. Epoxyharsen vormen een groep polymeren met een belangrijke toepassing in coatings. Het is een tweecomponentensysteem, dat pas actief gaat uitharden na menging van beide bestanddelen. Het wordt voor vele toepassingen gebruikt, zowel in de industrie en het huishouden, als in de (vliegtuig)modelbouw. Het materiaal kan aangebracht worden als afdeklaag (coating), maar ook in combinatie met glasvezels. Epoxylijm wordt ook veel toegepast als reparatielijm, waarbij dan een vaste stof als vulstof wordt gebruikt ('vloeibaar staal' of 'vloeibaar hout') (zie ook: Wikipedia bij 'Meer informatie').&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
| valign='center'| [[Bestand:Let-op.jpg|50px|center]]&amp;lt;small&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&amp;amp;nbsp;'''LET OP'''&amp;lt;/small&amp;gt;||valign='top'|&amp;lt;b&amp;gt;Epoxyhars en -lijm geven kwalijke dampen af. Ventileer voldoende, of gebruik het in de buitenlucht!!&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Linkssectie begin&lt;br /&gt;
|Box= AlleenInfo&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Encyclopedie:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Hardschuim-en-gips methode&lt;br /&gt;
|Linknaam= Hardschuim-en-gips methode&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie scheiding}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Externe website:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 118 &amp;lt;!-- anita --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Gietmallen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Conrad-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 39&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Gietmallen en materialen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 322 &amp;lt;!-- hetgroterdam --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Het gebruik van giethars.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 323 &amp;lt;!-- langmesser-modellwelt.de --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Gietmallen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 150 &amp;lt;!-- polyservice --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Gietharsen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 325 &amp;lt;!-- robbelien --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Giluform 250 STD.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 327 &amp;lt;!-- ruan --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Gietpoeder.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 324 &amp;lt;!-- siliconesand --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Siliconen voor mallen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 326 &amp;lt;!-- wilsor.nl --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Porceleingips.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie einde}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Appendix&lt;br /&gt;
|1= bron&lt;br /&gt;
|2=&lt;br /&gt;
* [http://forum.beneluxspoor.net/index.php? Beneluxspoor.net Forum]&lt;br /&gt;
* [http://www.hetgroterdamproject.nl/index.php?option=com_content&amp;amp;view=article&amp;amp;id=828:gieten&amp;amp;catid=70&amp;amp;Itemid=121 Het Groterdam Project]&lt;br /&gt;
* [http://nl.wikipedia.org/wiki/Polyurethaan Wikipedia over Polyurethaan]&lt;br /&gt;
* [http://nl.wikipedia.org/wiki/Epoxy Wikipedia over Epoxy] &lt;br /&gt;
|LetterGrootte= 75%&lt;br /&gt;
|KaderBreedte= 100%&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Voettekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Etsen van seinen&lt;br /&gt;
|Volgende= Het solderen&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Methoden, technieken en materialen&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie: Alles|G]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Artikel|Gietvormen en gietmaterialen]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Materialen|G]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Praktijk|G]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Scenery|G]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Technieken|G]]&lt;br /&gt;
--&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Dick</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Gietvormen_en_gietmaterialen&amp;diff=42601</id>
		<title>Gietvormen en gietmaterialen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Gietvormen_en_gietmaterialen&amp;diff=42601"/>
				<updated>2016-10-13T15:00:38Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Dick: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&amp;lt;--  Hieraan wordt momenteel gewerkt!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Koptekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Etsen van seinen&lt;br /&gt;
|Volgende= Het solderen&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Methoden, technieken en materialen&lt;br /&gt;
|Auteur= Diverse auteurs&lt;br /&gt;
|Bewerking= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Inhoudsopgave||Klein}}&lt;br /&gt;
=== Inleiding ===&lt;br /&gt;
De door modelbouwers meestgebruikte gietmaterialen zijn gips en giethars.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gips is een mineraal dat grotendeels uit calciumsulfaat (CaSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;) bestaat, een verbinding van het calciumion en het sulfaation. Men noemt gips ook wel 'watervrij calciumsulfaat'. Het neemt kristalwater op (=bindingsproces). De kristallen vormen na droging een hard geheel. Wanneer u veel roert, worden er veel kristallisatiekernen gevormd, en ontstaan er veel kleine kristallen. En hoe meer deeltjes, hoe zwakker het gietstuk wordt. Een goed afgietsel maken, is dus vooral een kwestie van beheerst roeren en geduldig afwachten.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het uitharden van gips (=kristalwater opnemen) is omkeerbaar, maar pas bij 150 °C verliest het kristal weer water. De 'bindingen in het kristal' laten dus niet zo gemakkelijk los. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= 211845-Gietmal-Conrad01.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= Groot&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 01&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Mal voor het maken van muren&lt;br /&gt;
|Bron= Conrad.nl&lt;br /&gt;
|Positie= Links&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Mits goed afgesloten, kan gips bij kamertemperatuur in een droge omgeving enkele jaren worden bewaard. Gieten met gips dat meer dan een jaar oud is, geeft echter wel een groter risico op luchtblaasjes! &lt;br /&gt;
Na verloop van tijd verandert de samenstelling onder invloed van o.a. vocht en andere factoren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De verhardingstijd van gips kan be&amp;amp;iuml;nvloed worden door het toevoegen van speciale chemicali&amp;amp;euml;n. Kaliumsulfaat bijvoorbeeld, werkt als een versneller, borax als een vertrager. Deze toegevoegde chemicaliën hebben een negatieve invloed op de mechanische eigenschappen van het gips; ze verlagen echter de mate waarin het gips bij uitharden expandeert (vergroting van het volume van de kristallen). Handwarm water (tot 37 &amp;amp;deg;C) versnelt de uitharding, heet water (&amp;gt;37 &amp;amp;deg;C)  vertraagt de verharding. De gipsbrij langer mixen, versnelt eveneens de uitharding. Helaas neemt de expansie van het gips hierdoor toe. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gipsmodellen moeten bij kamertemperatuur minstens 24 uur drogen. Wanneer het overtollige water verdampt, neemt de hardheid van het model fors toe. Modellen van natuurlijke gips bereiken langzamer hun eindhardheid, dan modellen van synthetische gips. De micropori&amp;amp;euml;n van een gipsmodel kunnen worden gedicht door het aanbrengen van een laagje vluchtige kunstharslak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;''Synthetisch gips''&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
  &lt;br /&gt;
Bij verschillende industri&amp;amp;euml;le processen ontstaat gips als afvalstof, bijvoorbeeld de suikerindustrie. Ook worden gassen vaak 'gewassen', dus zwaveloxiden verwijderd, waarbij tamelijk zuiver, zogenaamd synthetisch gips ontstaat. Dat was vroeger een afvalproduct, maar tegenwoordig wordt het gebruikt voor allerlei toepassingen. De eigenschappen van synthetisch gips, verschillen van die van natuurlijk gips, onder meer door zijn grotere eindhardheid. Op Eurospoor 2010 heeft Beneluxspoor ge&amp;amp;euml;xperimenteerd met verschillende synthetische gipsen. Hierbij werkten we samen met de Schouten-Groep, een belangrijk kenniscentrum en leverancier van gietvormen en gietmaterialen in Europa. Het ging om Giluform 250 STD van BK Giulini GMBH/BU Pharma-Cosmetics-Gypsum. Het is verkrijgbaar via Robbelien (zie: 'Meer informatie').&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
Of het door ons gebruikte materiaal 'het summum' was, weten we niet. Wel was het heel goed te snijden en te graveren met een lasercutter. Er blijkt ondertussen nog een hardere soort te zijn, met glasvezels. Hierbij gaat het om een combinatie van een keramisch gietmateriaal met een hars: Acrylic One.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Gips uit de winkel ===&lt;br /&gt;
*Giluform 250 STD van Robbelien  &lt;br /&gt;
*Keraplus. Geen last van bellen en een mooi strak resultaat. Is sterk.&lt;br /&gt;
*Keraquick. Het resultaat is iets minder strak dan met Keraplus, maar ook zonder bellen en sterk. &lt;br /&gt;
*Calcast 300. Te koop bij de stukadoorsgroothandel, wordt gebruikt om ornamenten te gieten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Met betrekking tot het gips zijn er wel verschillen. Het gips dat bij de bouwmarkten te koop is, is wat grof. Voor het meeste werk voldoet dit prima, maar voor het fijne werk is modelleergips beter. Wilt u nog betere resultaten, dan is porceleingips aan te bevelen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Siliconenmallen ===&lt;br /&gt;
Er zijn veel verschillende mallen verkrijgbaar, bijvoorbeeld voor het maken van muren (zie: afbeelding 01), tunnelingangen, brugpijlers, kademuren, huizenbouw etc. De mallen bestaan uit siliconenrubber. Dit materiaal is soepel en rekbaar, zodat het lossen van de gietvorm probleemloos verloopt (zie: afbeelding 04). U kunt ook zelf mallen maken m.b.v. tweecomponentengrondstoffen (zie: 'Meer informatie').&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
U moet er voor zorgen dat de mallen niet vettig zijn en er geen waterdruppeltjes op zitten. Na het gebruik afwassen met een sopje van Dreft, dan zijn ze weer klaar voor de volgende produktieronde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= CvD-Giethars04.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 04&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Het model lost gemakkelijk&lt;br /&gt;
|Maker= Chris van Diesen&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Rechts&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Bij gieten met gips moet u een paar zaken in acht nemen:&lt;br /&gt;
==== Aanmaken van het gietmengsel ====&lt;br /&gt;
Bij het mengen van gips met water houdt u voor het beste resultaat de door de fabrikant aangegeven water-poeder verhouding aan. Met een digitale huishoudweegschaalis de juiste hoeveelheid gips en water prima af te meten. De mengverhouding is meestal 1 deel water op 2,5 deel gips. Bij 10 gram water komt dus 25 gram gips, wat een totaal van 35 gram geeft. Dek de weegschaal losjes af met transparante huishoudfolie, dan blijft deze schoon.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Werkwijze bij het gieten ====&lt;br /&gt;
Gebruik speciaal FIJN modelgips of porceleingips. Het beste kunt u eerst de vereiste hoeveelheid water in de mengbeker gieten en vervolgens de afgewogen hoeveelheid gips er in strooien, om insluiten van lucht te voorkomen. Het gips moet wel de gelegenheid krijgen het water te absorberen. Even laten staan dus (ongeveer een minuut of twee) en dan pas omroeren, zodat er geen klonters ontstaan. Op het moment dat de gipsmassa gereed is voor gebruik, moet u stoppen met omroeren. Vooral niet opkloppen alsof het deeg of slagroom is, want dat brengt lucht in het mengsel en verzwakt het eindresultaat. Wanneer u een homogeen vloeibaar mengsel heeft, giet u het mengsel onmiddellijk in de vorm. Strijk de bovenzijde af met een spatel en tik nog even paar keer tegen de vorm, om het mengsel overal goed in de reli&amp;amp;euml;fs te laten vloeien en strijk daarna nog een laatste keer af. U krijgt dan perfecte afdrukken zonder luchtbelletjes.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= CvD-Giethars05.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 05&lt;br /&gt;
|Omschrijving= De kademuur na het uitharden&lt;br /&gt;
|Maker= Chris van Diesen&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Links&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Een tip: kijk of u, via de glas- of kunststofhandel, restanten glas of plexiglas kunt kopen. Glas vanaf 2 mm. dik, plexiglas tussen 3 &amp;amp;agrave; 4 mm. dik. Wanneer de siliconenmal volgegoten is, legt u er een plaatje glas of plexiglas op, dat de gehele mal afdekt. Even een beetje schuiven. Het plaatje duwt de overtollige gips weg &amp;amp;egrave;n het zorgt voor een egaal vlakke achterkant van het afgietsel. Ook zijn de modellen dan allemaal even dik afgegoten. Dit is bij rots-mallen niet zo zeer nodig, maar wel enorm handig bij muur- en straatsteenmallen.&lt;br /&gt;
&amp;lt;br clear='all'&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Schoonmaken van het gereedschap ===&lt;br /&gt;
Het is zeer aan te raden om een (oude) emmer te gebruiken en deze te vullen met water. Daarin kunt u de mengbak en het gereedschap uitwassen en de mal in uitspoelen. Gebruik een oude theedoek om alles weer droog te vegen. Wanneer u helemaal klaar bent (na &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n of enkele dagen) laat u de emmer opdrogen en kunt u de gips die erin overblijft in een krant stoppen en weggooien. ''Niet'' alles in de wasbak uitspoelen, want dan bezinkt de smurrie in de afvoer en dat leidt tot verstopping!! Als mengbak kunt u bijvoorbeeld een rubberbakje (nap) gebruiken, dat bij de Gamma verkocht wordt. Dit bakje spoelt u, direct na het gieten, in de emmer af met een kwast, en droogt u weer af met de oude theedoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Polyurethaan giethars ===&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= CvD-Giethars02.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 02&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Polyurethaangrondstoffen: component A en B&lt;br /&gt;
|Maker= Chris van Diesen&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Rechts&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Polyurethaan (kortweg PU) is een copolymeer. De PU-giethars bestaat uit een mengsel van twee vloeibare componenten (zie: afbeelding 02), meestal een diisocyanaat, zoals methyleendifenyldiisocyanaat  en een polyol zoals polyethyleenoxide (kortweg PEO) of polyphenyleenoxide (kortweg PPO). Het copolymeer ontstaat door de reactie van de isocyanaat en alcoholgroepen tot een urethaanbinding. Er ontstaat dan een lange keten met afwisselend een hard en een zacht segment. De harde segmenten op zich hebben de neiging te kristalliseren en een hard en bros materiaal te vormen. De zachte segmenten zouden, los bekeken, juist een zachte, stroperige vloeistof geven. De innige combinatie van de twee in het copolymeer, zorgt ervoor dat deze stof de beste eigenschappen van beide in zich verenigt. PU kan tegelijkertijd buigzaam en toch sterk en slijtvast zijn. Bovendien is het vochtbestendig (zie ook: Wikipedia bij 'Meer informatie').&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Epoxy giethars ===&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= CvD-Giethars03.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 03&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Gietmallen voor kademuren&lt;br /&gt;
|Maker= Chris van Diesen&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Links&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Epoxy is een thermohardende kunststof. In combinatie met bijvoorbeeld glasvezel wordt het toegepast als stevig, lichtgewicht materiaal. Tijdens de productie is het materiaal dunvloeibaar en leent het zich voor het impregneren van vezelmateriaal. De op deze manier vervaardigde composieten zijn weer- en waterbestendig, en worden gebruikt voor de vervaardiging van onder andere zeilboten. Daarnaast wordt epoxy toegepast als basis voor veel producten. Een paar voorbeelden daarvan zijn: epoxylijm/epoxyhars, verf (natlak en poederlak), vloeren en printplaten voor elektronische schakelingen. Epoxy heeft een druk- en treksterkte die twee keer zo groot is als die van beton. Het kan worden toegepast in vele bewerkingen, waaronder als vloertoepassing. Nadeel is wel dat epoxy onder UV-licht verkleurt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Epoxyhars of epoxylijm is de bekendste toepassing van epoxy. Epoxyharsen vormen een groep polymeren met een belangrijke toepassing in coatings. Het is een tweecomponentensysteem, dat pas actief gaat uitharden na menging van beide bestanddelen. Het wordt voor vele toepassingen gebruikt, zowel in de industrie en het huishouden, als in de (vliegtuig)modelbouw. Het materiaal kan aangebracht worden als afdeklaag (coating), maar ook in combinatie met glasvezels. Epoxylijm wordt ook veel toegepast als reparatielijm, waarbij dan een vaste stof als vulstof wordt gebruikt ('vloeibaar staal' of 'vloeibaar hout') (zie ook: Wikipedia bij 'Meer informatie').&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
| valign='center'| [[Bestand:Let-op.jpg|50px|center]]&amp;lt;small&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&amp;amp;nbsp;'''LET OP'''&amp;lt;/small&amp;gt;||valign='top'|&amp;lt;b&amp;gt;Epoxyhars en -lijm geven kwalijke dampen af. Ventileer voldoende, of gebruik het in de buitenlucht!!&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Linkssectie begin&lt;br /&gt;
|Box= AlleenInfo&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Encyclopedie:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Hardschuim-en-gips methode&lt;br /&gt;
|Linknaam= Hardschuim-en-gips methode&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie scheiding}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Externe website:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 118 &amp;lt;!-- anita --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Gietmallen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Conrad-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 39&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Gietmallen en materialen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 322 &amp;lt;!-- hetgroterdam --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Het gebruik van giethars.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 323 &amp;lt;!-- langmesser-modellwelt.de --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Gietmallen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 150 &amp;lt;!-- polyservice --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Gietharsen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 325 &amp;lt;!-- robbelien --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Giluform 250 STD.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 327 &amp;lt;!-- ruan --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Gietpoeder.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 324 &amp;lt;!-- siliconesand --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Siliconen voor mallen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 326 &amp;lt;!-- wilsor.nl --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Porceleingips.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie einde}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Appendix&lt;br /&gt;
|1= bron&lt;br /&gt;
|2=&lt;br /&gt;
* [http://forum.beneluxspoor.net/index.php? Beneluxspoor.net Forum]&lt;br /&gt;
* [http://www.hetgroterdamproject.nl/index.php?option=com_content&amp;amp;view=article&amp;amp;id=828:gieten&amp;amp;catid=70&amp;amp;Itemid=121 Het Groterdam Project]&lt;br /&gt;
* [http://nl.wikipedia.org/wiki/Polyurethaan Wikipedia over Polyurethaan]&lt;br /&gt;
* [http://nl.wikipedia.org/wiki/Epoxy Wikipedia over Epoxy] &lt;br /&gt;
|LetterGrootte= 75%&lt;br /&gt;
|KaderBreedte= 100%&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Voettekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Etsen van seinen&lt;br /&gt;
|Volgende= Het solderen&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Methoden, technieken en materialen&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie: Alles|G]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Artikel|Gietvormen en gietmaterialen]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Materialen|G]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Praktijk|G]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Scenery|G]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Technieken|G]]&lt;br /&gt;
--&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Dick</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Gietvormen_en_gietmaterialen&amp;diff=42600</id>
		<title>Gietvormen en gietmaterialen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Gietvormen_en_gietmaterialen&amp;diff=42600"/>
				<updated>2016-10-13T14:49:53Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Dick: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Koptekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Etsen van seinen&lt;br /&gt;
|Volgende= Het solderen&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Methoden, technieken en materialen&lt;br /&gt;
|Auteur= Diverse auteurs&lt;br /&gt;
|Bewerking= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Inhoudsopgave||Klein}}&lt;br /&gt;
=== Inleiding ===&lt;br /&gt;
De door modelbouwers meestgebruikte gietmaterialen zijn gips en giethars.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gips is een mineraal dat grotendeels uit calciumsulfaat (CaSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;) bestaat, een verbinding van het calciumion en het sulfaation. Men noemt gips ook wel 'watervrij calciumsulfaat'. Het neemt kristalwater op (=bindingsproces). De kristallen vormen na droging een hard geheel. Wanneer u veel roert, worden er veel kristallisatiekernen gevormd, en ontstaan er veel kleine kristallen. En hoe meer deeltjes, hoe zwakker het gietstuk wordt. Een goed afgietsel maken, is dus vooral een kwestie van beheerst roeren en geduldig afwachten.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het uitharden van gips (=kristalwater opnemen) is omkeerbaar, maar pas bij 150 °C verliest het kristal weer water. De 'bindingen in het kristal' laten dus niet zo gemakkelijk los. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= 211845-Gietmal-Conrad01.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= Groot&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 01&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Mal voor het maken van muren&lt;br /&gt;
|Bron= Conrad.nl&lt;br /&gt;
|Positie= Links&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Mits goed afgesloten, kan gips bij kamertemperatuur in een droge omgeving enkele jaren worden bewaard. Gieten met gips dat meer dan een jaar oud is, geeft echter wel een groter risico op luchtblaasjes! &lt;br /&gt;
Na verloop van tijd verandert de samenstelling onder invloed van o.a. vocht en andere factoren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De verhardingstijd van gips kan be&amp;amp;iuml;nvloed worden door het toevoegen van speciale chemicali&amp;amp;euml;n. Kaliumsulfaat bijvoorbeeld, werkt als een versneller, borax als een vertrager. Deze toegevoegde chemicaliën hebben een negatieve invloed op de mechanische eigenschappen van het gips; ze verlagen echter de mate waarin het gips bij uitharden expandeert (vergroting van het volume van de kristallen). Handwarm water (tot 37 &amp;amp;deg;C) versnelt de uitharding, heet water (&amp;gt;37 &amp;amp;deg;C)  vertraagt de verharding. De gipsbrij langer mixen, versnelt eveneens de uitharding. Helaas neemt de expansie van het gips hierdoor toe. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gipsmodellen moeten bij kamertemperatuur minstens 24 uur drogen. Wanneer het overtollige water verdampt, neemt de hardheid van het model fors toe. Modellen van natuurlijke gips bereiken langzamer hun eindhardheid, dan modellen van synthetische gips. De micropori&amp;amp;euml;n van een gipsmodel kunnen worden gedicht door het aanbrengen van een laagje vluchtige kunstharslak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;''Synthetisch gips''&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
  &lt;br /&gt;
Bij verschillende industri&amp;amp;euml;le processen ontstaat gips als afvalstof, bijvoorbeeld de suikerindustrie. Ook worden gassen vaak 'gewassen', dus zwaveloxiden verwijderd, waarbij tamelijk zuiver, zogenaamd synthetisch gips ontstaat. Dat was vroeger een afvalproduct, maar tegenwoordig wordt het gebruikt voor allerlei toepassingen. De eigenschappen van synthetisch gips, verschillen van die van natuurlijk gips, onder meer door zijn grotere eindhardheid. Op Eurospoor 2010 heeft Beneluxspoor ge&amp;amp;euml;xperimenteerd met verschillende synthetische gipsen. Hierbij werkten we samen met de Schouten-Groep, een belangrijk kenniscentrum en leverancier van gietvormen en gietmaterialen in Europa. Het ging om Giluform 250 STD van BK Giulini GMBH/BU Pharma-Cosmetics-Gypsum. Het is verkrijgbaar via Robbelien (zie: 'Meer informatie').&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
Of het door ons gebruikte materiaal 'het summum' was, weten we niet. Wel was het heel goed te snijden en te graveren met een lasercutter. Er blijkt ondertussen nog een hardere soort te zijn, met glasvezels. Hierbij gaat het om een combinatie van een keramisch gietmateriaal met een hars: Acrylic One.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Gips uit de winkel ===&lt;br /&gt;
*Giluform 250 STD van Robbelien  &lt;br /&gt;
*Keraplus. Geen last van bellen en een mooi strak resultaat. Is sterk.&lt;br /&gt;
*Keraquick. Het resultaat is iets minder strak dan met Keraplus, maar ook zonder bellen en sterk. &lt;br /&gt;
*Calcast 300. Te koop bij de stukadoorsgroothandel, wordt gebruikt om ornamenten te gieten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Met betrekking tot het gips zijn er wel verschillen. Het gips dat bij de bouwmarkten te koop is, is wat grof. Voor het meeste werk voldoet dit prima, maar voor het fijne werk is modelleergips beter. Wilt u nog betere resultaten, dan is porceleingips aan te bevelen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Polyurethaan giethars ===&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= CvD-Giethars02.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 02&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Polyurethaangrondstoffen: component A en B&lt;br /&gt;
|Maker= Chris van Diesen&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Rechts&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Polyurethaan (kortweg PU) is een copolymeer. De PU-giethars bestaat uit een mengsel van twee vloeibare componenten (zie: afbeelding 02), meestal een diisocyanaat, zoals methyleendifenyldiisocyanaat  en een polyol zoals polyethyleenoxide (kortweg PEO) of polyphenyleenoxide (kortweg PPO). Het copolymeer ontstaat door de reactie van de isocyanaat en alcoholgroepen tot een urethaanbinding. Er ontstaat dan een lange keten met afwisselend een hard en een zacht segment. De harde segmenten op zich hebben de neiging te kristalliseren en een hard en bros materiaal te vormen. De zachte segmenten zouden, los bekeken, juist een zachte, stroperige vloeistof geven. De innige combinatie van de twee in het copolymeer, zorgt ervoor dat deze stof de beste eigenschappen van beide in zich verenigt. PU kan tegelijkertijd buigzaam en toch sterk en slijtvast zijn. Bovendien is het vochtbestendig (zie ook: Wikipedia bij 'Meer informatie').&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Epoxy giethars ===&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= CvD-Giethars03.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 03&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Gietmallen voor kademuren&lt;br /&gt;
|Maker= Chris van Diesen&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Links&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Epoxy is een thermohardende kunststof. In combinatie met bijvoorbeeld glasvezel wordt het toegepast als stevig, lichtgewicht materiaal. Tijdens de productie is het materiaal dunvloeibaar en leent het zich voor het impregneren van vezelmateriaal. De op deze manier vervaardigde composieten zijn weer- en waterbestendig, en worden gebruikt voor de vervaardiging van onder andere zeilboten. Daarnaast wordt epoxy toegepast als basis voor veel producten. Een paar voorbeelden daarvan zijn: epoxylijm/epoxyhars, verf (natlak en poederlak), vloeren en printplaten voor elektronische schakelingen. Epoxy heeft een druk- en treksterkte die twee keer zo groot is als die van beton. Het kan worden toegepast in vele bewerkingen, waaronder als vloertoepassing. Nadeel is wel dat epoxy onder UV-licht verkleurt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Epoxyhars of epoxylijm is de bekendste toepassing van epoxy. Epoxyharsen vormen een groep polymeren met een belangrijke toepassing in coatings. Het is een tweecomponentensysteem, dat pas actief gaat uitharden na menging van beide bestanddelen. Het wordt voor vele toepassingen gebruikt, zowel in de industrie en het huishouden, als in de (vliegtuig)modelbouw. Het materiaal kan aangebracht worden als afdeklaag (coating), maar ook in combinatie met glasvezels. Epoxylijm wordt ook veel toegepast als reparatielijm, waarbij dan een vaste stof als vulstof wordt gebruikt ('vloeibaar staal' of 'vloeibaar hout') (zie ook: Wikipedia bij 'Meer informatie').&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
| valign='center'| [[Bestand:Let-op.jpg|50px|center]]&amp;lt;small&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&amp;amp;nbsp;'''LET OP'''&amp;lt;/small&amp;gt;||valign='top'|&amp;lt;b&amp;gt;Epoxyhars en -lijm geven kwalijke dampen af. Ventileer voldoende, of gebruik het in de buitenlucht!!&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Siliconenmallen ===&lt;br /&gt;
Er zijn veel verschillende mallen verkrijgbaar, bijvoorbeeld voor het maken van muren (zie: afbeelding 01), tunnelingangen, brugpijlers, kademuren, huizenbouw etc. De mallen bestaan uit siliconenrubber. Dit materiaal is soepel en rekbaar, zodat het lossen van de gietvorm probleemloos verloopt (zie: afbeelding 04). U kunt ook zelf mallen maken m.b.v. tweecomponentengrondstoffen (zie: 'Meer informatie').&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
U moet er voor zorgen dat de mallen niet vettig zijn en er geen waterdruppeltjes op zitten. Na het gebruik afwassen met een sopje van Dreft, dan zijn ze weer klaar voor de volgende produktieronde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= CvD-Giethars04.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 04&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Het model lost gemakkelijk&lt;br /&gt;
|Maker= Chris van Diesen&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Rechts&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Bij gieten met gips moet u een paar zaken in acht nemen:&lt;br /&gt;
==== Aanmaken van het gietmengsel ====&lt;br /&gt;
Bij het mengen van gips met water houdt u voor het beste resultaat de door de fabrikant aangegeven water-poeder verhouding aan. Met een digitale huishoudweegschaalis de juiste hoeveelheid gips en water prima af te meten. De mengverhouding is meestal 1 deel water op 2,5 deel gips. Bij 10 gram water komt dus 25 gram gips, wat een totaal van 35 gram geeft. Dek de weegschaal losjes af met transparante huishoudfolie, dan blijft deze schoon.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Werkwijze bij het gieten ====&lt;br /&gt;
Gebruik speciaal FIJN modelgips of porceleingips. Het beste kunt u eerst de vereiste hoeveelheid water in de mengbeker gieten en vervolgens de afgewogen hoeveelheid gips er in strooien, om insluiten van lucht te voorkomen. Het gips moet wel de gelegenheid krijgen het water te absorberen. Even laten staan dus (ongeveer een minuut of twee) en dan pas omroeren, zodat er geen klonters ontstaan. Op het moment dat de gipsmassa gereed is voor gebruik, moet u stoppen met omroeren. Vooral niet opkloppen alsof het deeg of slagroom is, want dat brengt lucht in het mengsel en verzwakt het eindresultaat. Wanneer u een homogeen vloeibaar mengsel heeft, giet u het mengsel onmiddellijk in de vorm. Strijk de bovenzijde af met een spatel en tik nog even paar keer tegen de vorm, om het mengsel overal goed in de reli&amp;amp;euml;fs te laten vloeien en strijk daarna nog een laatste keer af. U krijgt dan perfecte afdrukken zonder luchtbelletjes.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= CvD-Giethars05.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 05&lt;br /&gt;
|Omschrijving= De kademuur na het uitharden&lt;br /&gt;
|Maker= Chris van Diesen&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Links&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Een tip: kijk of u, via de glas- of kunststofhandel, restanten glas of plexiglas kunt kopen. Glas vanaf 2 mm. dik, plexiglas tussen 3 &amp;amp;agrave; 4 mm. dik. Wanneer de siliconenmal volgegoten is, legt u er een plaatje glas of plexiglas op, dat de gehele mal afdekt. Even een beetje schuiven. Het plaatje duwt de overtollige gips weg &amp;amp;egrave;n het zorgt voor een egaal vlakke achterkant van het afgietsel. Ook zijn de modellen dan allemaal even dik afgegoten. Dit is bij rots-mallen niet zo zeer nodig, maar wel enorm handig bij muur- en straatsteenmallen.&lt;br /&gt;
&amp;lt;br clear='all'&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Schoonmaken van het gereedschap ===&lt;br /&gt;
Het is zeer aan te raden om een (oude) emmer te gebruiken en deze te vullen met water. Daarin kunt u de mengbak en het gereedschap uitwassen en de mal in uitspoelen. Gebruik een oude theedoek om alles weer droog te vegen. Wanneer u helemaal klaar bent (na &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n of enkele dagen) laat u de emmer opdrogen en kunt u de gips die erin overblijft in een krant stoppen en weggooien. ''Niet'' alles in de wasbak uitspoelen, want dan bezinkt de smurrie in de afvoer en dat leidt tot verstopping!! Als mengbak kunt u bijvoorbeeld een rubberbakje (nap) gebruiken, dat bij de Gamma verkocht wordt. Dit bakje spoelt u, direct na het gieten, in de emmer af met een kwast, en droogt u weer af met de oude theedoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Linkssectie begin&lt;br /&gt;
|Box= AlleenInfo&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Encyclopedie:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Hardschuim-en-gips methode&lt;br /&gt;
|Linknaam= Hardschuim-en-gips methode&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie scheiding}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Externe website:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 118 &amp;lt;!-- anita --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Gietmallen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Conrad-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 39&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Gietmallen en materialen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 322 &amp;lt;!-- hetgroterdam --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Het gebruik van giethars.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 323 &amp;lt;!-- langmesser-modellwelt.de --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Gietmallen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 150 &amp;lt;!-- polyservice --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Gietharsen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 325 &amp;lt;!-- robbelien --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Giluform 250 STD.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 327 &amp;lt;!-- ruan --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Gietpoeder.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 324 &amp;lt;!-- siliconesand --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Siliconen voor mallen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 326 &amp;lt;!-- wilsor.nl --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Porceleingips.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie einde}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Appendix&lt;br /&gt;
|1= bron&lt;br /&gt;
|2=&lt;br /&gt;
* [http://forum.beneluxspoor.net/index.php? Beneluxspoor.net Forum]&lt;br /&gt;
* [http://www.hetgroterdamproject.nl/index.php?option=com_content&amp;amp;view=article&amp;amp;id=828:gieten&amp;amp;catid=70&amp;amp;Itemid=121 Het Groterdam Project]&lt;br /&gt;
* [http://nl.wikipedia.org/wiki/Polyurethaan Wikipedia over Polyurethaan]&lt;br /&gt;
* [http://nl.wikipedia.org/wiki/Epoxy Wikipedia over Epoxy] &lt;br /&gt;
|LetterGrootte= 75%&lt;br /&gt;
|KaderBreedte= 100%&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Voettekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Etsen van seinen&lt;br /&gt;
|Volgende= Het solderen&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Methoden, technieken en materialen&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie: Alles|G]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Artikel|Gietvormen en gietmaterialen]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Materialen|G]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Praktijk|G]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Scenery|G]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Technieken|G]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Dick</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Gietvormen_en_gietmaterialen&amp;diff=42599</id>
		<title>Gietvormen en gietmaterialen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Gietvormen_en_gietmaterialen&amp;diff=42599"/>
				<updated>2016-10-13T14:29:02Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Dick: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Koptekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Etsen van seinen&lt;br /&gt;
|Volgende= Het solderen&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Methoden, technieken en materialen&lt;br /&gt;
|Auteur= Diverse auteurs&lt;br /&gt;
|Bewerking= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Inhoudsopgave||Klein}}&lt;br /&gt;
=== Inleiding ===&lt;br /&gt;
De door modelbouwers meestgebruikte gietmaterialen zijn gips en giethars.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gips is een mineraal dat grotendeels uit calciumsulfaat (CaSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;) bestaat, een verbinding van het calciumion en het sulfaation. Men noemt gips ook wel 'watervrij calciumsulfaat'. Het neemt kristalwater op (=bindingsproces). De kristallen vormen na droging een hard geheel. Wanneer u veel roert, worden er veel kristallisatiekernen gevormd, en ontstaan er veel kleine kristallen. En hoe meer deeltjes, hoe zwakker het gietstuk wordt. Een goed afgietsel maken, is dus vooral een kwestie van beheerst roeren en geduldig afwachten.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het uitharden van gips (=kristalwater opnemen) is omkeerbaar, maar pas bij 150 °C verliest het kristal weer water. De 'bindingen in het kristal' laten dus niet zo gemakkelijk los. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= 211845-Gietmal-Conrad01.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= Groot&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 01&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Mal voor het maken van muren&lt;br /&gt;
|Bron= Conrad.nl&lt;br /&gt;
|Positie= Links&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Mits goed afgesloten, kan gips bij kamertemperatuur in een droge omgeving enkele jaren worden bewaard. Gieten met gips dat meer dan een jaar oud is, geeft echter wel een groter risico op luchtblaasjes! &lt;br /&gt;
Na verloop van tijd verandert de samenstelling onder invloed van o.a. vocht en andere factoren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De verhardingstijd van gips kan be&amp;amp;iuml;nvloed worden door het toevoegen van speciale chemicali&amp;amp;euml;n. Kaliumsulfaat bijvoorbeeld, werkt als een versneller, borax als een vertrager. Deze toegevoegde chemicaliën hebben een negatieve invloed op de mechanische eigenschappen van het gips; ze verlagen echter de mate waarin het gips bij uitharden expandeert (vergroting van het volume van de kristallen). Handwarm water (tot 37 &amp;amp;deg;C) versnelt de uitharding, heet water (&amp;gt;37 &amp;amp;deg;C)  vertraagt de verharding. De gipsbrij langer mixen, versnelt eveneens de uitharding. Helaas neemt de expansie van het gips hierdoor toe. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gipsmodellen moeten bij kamertemperatuur minstens 24 uur drogen. Wanneer het overtollige water verdampt, neemt de hardheid van het model fors toe. Modellen van natuurlijke gips bereiken langzamer hun eindhardheid, dan modellen van synthetische gips. De micropori&amp;amp;euml;n van een gipsmodel kunnen worden gedicht door het aanbrengen van een laagje vluchtige kunstharslak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;''Synthetisch gips''&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
  &lt;br /&gt;
Bij verschillende industri&amp;amp;euml;le processen ontstaat gips als afvalstof, bijvoorbeeld de suikerindustrie. Ook worden gassen vaak 'gewassen', dus zwaveloxiden verwijderd, waarbij tamelijk zuiver, zogenaamd synthetisch gips ontstaat. Dat was vroeger een afvalproduct, maar tegenwoordig wordt het gebruikt voor allerlei toepassingen. De eigenschappen van synthetisch gips, verschillen van die van natuurlijk gips, onder meer door zijn grotere eindhardheid. Op Eurospoor 2010 heeft Beneluxspoor ge&amp;amp;euml;xperimenteerd met verschillende synthetische gipsen. Hierbij werkten we samen met de Schouten-Groep, een belangrijk kenniscentrum en leverancier van gietvormen en gietmaterialen in Europa. Het ging om Giluform 250 STD van BK Giulini GMBH/BU Pharma-Cosmetics-Gypsum. Het is verkrijgbaar via Robbelien (zie: 'Meer informatie').&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
Of het door ons gebruikte materiaal 'het summum' was, weten we niet. Wel was het heel goed te snijden en te graveren met een lasercutter. Er blijkt ondertussen nog een hardere soort te zijn, met glasvezels. Hierbij gaat het om een combinatie van een keramisch gietmateriaal met een hars: Acrylic One.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Gips uit de winkel ===&lt;br /&gt;
*Giluform 250 STD van Robbelien  &lt;br /&gt;
*Keraplus. Geen last van bellen en een mooi strak resultaat. Is sterk.&lt;br /&gt;
*Keraquick. Het resultaat is iets minder strak dan met Keraplus, maar ook zonder bellen en sterk. &lt;br /&gt;
*Calcast 300. Te koop bij de stukadoorsgroothandel, wordt gebruikt om ornamenten te gieten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Met betrekking tot het gips zijn er wel verschillen. Het gips dat bij de bouwmarkten te koop is, is wat grof. Voor het meeste werk voldoet dit prima, maar voor het fijne werk is modelleergips beter. Wilt u nog betere resultaten, dan is porceleingips aan te bevelen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Polyurethaan giethars ===&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= CvD-Giethars02.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 02&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Polyurethaangrondstoffen: component A en B&lt;br /&gt;
|Maker= Chris van Diesen&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Rechts&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Polyurethaan (kortweg PU) is een copolymeer. De PU-giethars bestaat uit een mengsel van twee vloeibare componenten (zie: afbeelding 02), meestal een diisocyanaat, zoals methyleendifenyldiisocyanaat  en een polyol zoals polyethyleenoxide (kortweg PEO) of polyphenyleenoxide (kortweg PPO). Het copolymeer ontstaat door de reactie van de isocyanaat en alcoholgroepen tot een urethaanbinding. Er ontstaat dan een lange keten met afwisselend een hard en een zacht segment. De harde segmenten op zich hebben de neiging te kristalliseren en een hard en bros materiaal te vormen. De zachte segmenten zouden, los bekeken, juist een zachte, stroperige vloeistof geven. De innige combinatie van de twee in het copolymeer, zorgt ervoor dat deze stof de beste eigenschappen van beide in zich verenigt. PU kan tegelijkertijd buigzaam en toch sterk en slijtvast zijn. Bovendien is het vochtbestendig (zie ook: Wikipedia bij 'Meer informatie').&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Epoxy giethars ===&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= CvD-Giethars03.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 03&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Gietmallen voor kademuren&lt;br /&gt;
|Maker= Chris van Diesen&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Links&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Epoxy is een thermohardende kunststof. In combinatie met bijvoorbeeld glasvezel wordt het toegepast als stevig, lichtgewicht materiaal. Tijdens de productie is het materiaal dunvloeibaar en leent het zich voor het impregneren van vezelmateriaal. De op deze manier vervaardigde composieten zijn weer- en waterbestendig, en worden gebruikt voor de vervaardiging van onder andere zeilboten. Daarnaast wordt epoxy toegepast als basis voor veel producten. Een paar voorbeelden daarvan zijn: epoxylijm/epoxyhars, verf (natlak en poederlak), vloeren en printplaten voor elektronische schakelingen. Epoxy heeft een druk- en treksterkte die twee keer zo groot is als die van beton. Het kan worden toegepast in vele bewerkingen, waaronder als vloertoepassing. Nadeel is wel dat epoxy onder UV-licht verkleurt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Epoxyhars of epoxylijm is de bekendste toepassing van epoxy. Epoxyharsen vormen een groep polymeren met een belangrijke toepassing in coatings. Het is een tweecomponentensysteem, dat pas actief gaat uitharden na menging van beide bestanddelen. Het wordt voor vele toepassingen gebruikt, zowel in de industrie en het huishouden, als in de (vliegtuig)modelbouw. Het materiaal kan aangebracht worden als afdeklaag (coating), maar ook in combinatie met glasvezels. Epoxylijm wordt ook veel toegepast als reparatielijm, waarbij dan een vaste stof als vulstof wordt gebruikt ('vloeibaar staal' of 'vloeibaar hout') (zie ook: Wikipedia bij 'Meer informatie').&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
| valign='center'| [[Bestand:Let-op.jpg|50px|center]]&amp;lt;small&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&amp;amp;nbsp;'''LET OP'''&amp;lt;/small&amp;gt;||valign='top'|&amp;lt;b&amp;gt;Epoxyhars en -lijm geven kwalijke dampen af. Ventileer voldoende, of gebruik het in de buitenlucht!!&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Siliconenmallen ===&lt;br /&gt;
Er zijn veel verschillende mallen verkrijgbaar, bijvoorbeeld voor het maken van muren (zie: afbeelding 01), tunnelingangen, brugpijlers, kademuren, huizenbouw etc. De mallen bestaan uit siliconenrubber. Dit materiaal is soepel en rekbaar, zodat het lossen van de gietvorm probleemloos verloopt (zie: afbeelding 04). U kunt ook zelf mallen maken m.b.v. tweecomponentengrondstoffen (zie: 'Meer informatie').&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
U moet er voor zorgen dat de mallen niet vettig zijn en er geen waterdruppeltjes op zitten. Na het gebruik afwassen met een sopje van Dreft, dan zijn ze weer klaar voor de volgende produktieronde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= CvD-Giethars04.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 04&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Het model lost gemakkelijk&lt;br /&gt;
|Maker= Chris van Diesen&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Rechts&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Bij gieten met gips moet u een paar zaken in acht nemen:&lt;br /&gt;
==== Aanmaken van het gietmengsel ====&lt;br /&gt;
Bij het mengen van gipspoeder met water moet de door de fabrikant aangegeven water-poeder verhouding worden aangehouden. Met een digitale weegschaal, die o.a. bij Blokker verkocht wordt, is de juiste hoeveelheid gips en water prima af te meten. De mengverhouding is 1:2,5 (1 op 2,5). Bij 10 gram water komt dus 25 gram gips, wat een totaal van 35 gram geeft. Dek de weegschaal losjes af met transparante huishoudfolie, dan blijft deze schoon.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Werkwijze bij het gieten ====&lt;br /&gt;
Gebruik speciaal FIJN modelgips of porceleingips. Het beste kunt u eerst de vereiste hoeveelheid water in de mengbeker gieten en vervolgens de afgewogen hoeveelheid gips er in strooien, om insluiten van lucht te voorkomen. Het gips moet even de gelegenheid krijgen het water te absorberen. Even laten staan dus (ongeveer een minuut of twee en dan pas omroeren, zodat er geen klonters ontstaan. Op het moment dat de gipsmassa gereed is voor gebruik, moet u stoppen met omroeren en het spul gebruiken. Niet opkloppen alsof het deeg of slagroom is, want dat helpt ook niet voor de stevigheid. Wanneer u een homogeen vloeibaar mengsel heeft, giet u het mengsel in de vorm. Strijk de bovenzijde af met een spatel en tik nog even paar keer tegen de vorm, om het mengsel overal goed in de reli&amp;amp;euml;fs te laten vloeien en strijk daarna nog een laatste keer af. U krijgt dan perfecte afdrukken zonder luchtbelletjes.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= CvD-Giethars05.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 05&lt;br /&gt;
|Omschrijving= De kademuur na het uitharden&lt;br /&gt;
|Maker= Chris van Diesen&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Links&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Een tip: kijk of u, via de glas- of kunststofhandel, restanten glas of plexiglas kunt kopen. Glas vanaf 2 mm. dik, plexiglas tussen 3 &amp;amp;agrave; 4 mm. dik. Wanneer de siliconenmal volgegoten is, legt u er een plaatje glas of plexiglas op, dat de gehele mal afdekt. Even een beetje schuiven. Het plaatje duwt de overtollige gips weg &amp;amp;egrave;n het zorgt voor een egaal vlakke achterkant van het afgietsel. Ook zijn de modellen dan allemaal even dik afgegoten. Dit is bij rots-mallen niet zo zeer nodig, maar wel enorm handig bij muur- en straatsteenmallen.&lt;br /&gt;
&amp;lt;br clear='all'&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Schoonmaken van het gereedschap ===&lt;br /&gt;
Het is zeer aan te raden om een (oude) emmer te gebruiken en deze te vullen met water. Daarin kunt u de mengbak en het gereedschap uitwassen en de mal in uitspoelen. Gebruik een oude theedoek om alles weer droog te vegen. Wanneer u helemaal klaar bent (na &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n of enkele dagen) laat u de emmer opdrogen en kunt u de gips die erin overblijft in een krant stoppen en weggooien. ''Niet'' alles in de wasbak uitspoelen, want dan bezinkt de smurrie in de afvoer en dat leidt tot verstopping!! Als mengbak kunt u bijvoorbeeld een rubberbakje (nap) gebruiken, dat bij de Gamma verkocht wordt. Dit bakje spoelt u, direct na het gieten, in de emmer af met een kwast, en droogt u weer af met de oude theedoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Linkssectie begin&lt;br /&gt;
|Box= AlleenInfo&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Encyclopedie:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Hardschuim-en-gips methode&lt;br /&gt;
|Linknaam= Hardschuim-en-gips methode&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie scheiding}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Externe website:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 118 &amp;lt;!-- anita --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Gietmallen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Conrad-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 39&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Gietmallen en materialen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 322 &amp;lt;!-- hetgroterdam --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Het gebruik van giethars.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 323 &amp;lt;!-- langmesser-modellwelt.de --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Gietmallen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 150 &amp;lt;!-- polyservice --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Gietharsen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 325 &amp;lt;!-- robbelien --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Giluform 250 STD.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 327 &amp;lt;!-- ruan --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Gietpoeder.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 324 &amp;lt;!-- siliconesand --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Siliconen voor mallen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 326 &amp;lt;!-- wilsor.nl --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Porceleingips.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie einde}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Appendix&lt;br /&gt;
|1= bron&lt;br /&gt;
|2=&lt;br /&gt;
* [http://forum.beneluxspoor.net/index.php? Beneluxspoor.net Forum]&lt;br /&gt;
* [http://www.hetgroterdamproject.nl/index.php?option=com_content&amp;amp;view=article&amp;amp;id=828:gieten&amp;amp;catid=70&amp;amp;Itemid=121 Het Groterdam Project]&lt;br /&gt;
* [http://nl.wikipedia.org/wiki/Polyurethaan Wikipedia over Polyurethaan]&lt;br /&gt;
* [http://nl.wikipedia.org/wiki/Epoxy Wikipedia over Epoxy] &lt;br /&gt;
|LetterGrootte= 75%&lt;br /&gt;
|KaderBreedte= 100%&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Voettekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Etsen van seinen&lt;br /&gt;
|Volgende= Het solderen&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Methoden, technieken en materialen&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie: Alles|G]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Artikel|Gietvormen en gietmaterialen]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Materialen|G]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Praktijk|G]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Scenery|G]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Technieken|G]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Dick</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Gietvormen_en_gietmaterialen&amp;diff=42598</id>
		<title>Gietvormen en gietmaterialen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Gietvormen_en_gietmaterialen&amp;diff=42598"/>
				<updated>2016-10-13T14:25:58Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Dick: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Koptekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Etsen van seinen&lt;br /&gt;
|Volgende= Het solderen&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Methoden, technieken en materialen&lt;br /&gt;
|Auteur= Diverse auteurs&lt;br /&gt;
|Bewerking= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Inhoudsopgave||Klein}}&lt;br /&gt;
=== Inleiding ===&lt;br /&gt;
De door modelbouwers meestgebruikte gietmaterialen zijn gips en giethars.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gips is een mineraal dat grotendeels uit calciumsulfaat (CaSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;) bestaat, een verbinding van het calciumion en het sulfaation. Men noemt gips ook wel 'watervrij calciumsulfaat'. Het neemt kristalwater op (=bindingsproces). De kristallen vormen na droging een hard geheel. Wanneer u veel roert, worden er veel kristallisatiekernen gevormd, en ontstaan er veel kleine kristallen. En hoe meer deeltjes, hoe zwakker het gietstuk wordt. Een goed afgietsel maken, is dus vooral een kwestie van beheerst roeren en geduldig afwachten.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het uitharden van gips (=kristalwater opnemen) is omkeerbaar, maar pas bij 150 °C verliest het kristal weer water. De 'bindingen in het kristal' laten dus niet zo gemakkelijk los. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= 211845-Gietmal-Conrad01.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= Groot&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 01&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Mal voor het maken van muren&lt;br /&gt;
|Bron= Conrad.nl&lt;br /&gt;
|Positie= Links&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Mits goed afgesloten, kan gips bij kamertemperatuur in een droge omgeving enkele jaren worden bewaard. Gieten met gips dat meer dan een jaar oud is, geeft echter wel een groter risico op luchtblaasjes! &lt;br /&gt;
Na verloop van tijd verandert de samenstelling onder invloed van o.a. vocht en andere factoren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De verhardingstijd van gips kan be&amp;amp;iuml;nvloed worden door het toevoegen van speciale chemicali&amp;amp;euml;n. Kaliumsulfaat bijvoorbeeld, werkt als een versneller, borax als een vertrager. Deze toegevoegde chemicaliën hebben een negatieve invloed op de mechanische eigenschappen van het gips; ze verlagen echter de mate waarin het gips bij uitharden expandeert (vergroting van het volume van de kristallen). Handwarm water (tot 37 &amp;amp;deg;C) versnelt de uitharding, heet water (&amp;gt;37 &amp;amp;deg;C)  vertraagt de verharding. De gipsbrij langer mixen, versnelt eveneens de uitharding. Helaas neemt de expansie van het gips hierdoor toe. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gipsmodellen moeten bij kamertemperatuur minstens 24 uur drogen. Wanneer het overtollige water verdampt, neemt de hardheid van het model fors toe. Modellen van natuurlijke gips bereiken langzamer hun eindhardheid, dan modellen van synthetische gips. De micropori&amp;amp;euml;n van een gipsmodel kunnen worden gedicht door het aanbrengen van een laagje vluchtige kunstharslak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;''Synthetisch gips''&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
  &lt;br /&gt;
Bij verschillende industri&amp;amp;euml;le processen ontstaat gips als afvalstof, bijvoorbeeld de suikerindustrie. Ook worden gassen vaak 'gewassen', dus zwaveloxiden verwijderd, waarbij tamelijk zuiver, zogenaamd synthetisch gips ontstaat. Dat was vroeger een afvalproduct, maar tegenwoordig wordt het gebruikt voor allerlei toepassingen. De eigenschappen van synthetisch gips, verschillen van die van natuurlijk gips, onder meer door zijn grotere eindhardheid. Op Eurospoor 2010 heeft Beneluxspoor ge&amp;amp;euml;xperimenteerd met verschillende synthetische gipsen. Hierbij werkten we samen met de Schouten-Groep, een belangrijk kenniscentrum en leverancier van gietvormen en gietmaterialen in Europa. Het ging om Giluform 250 STD van BK Giulini GMBH/BU Pharma-Cosmetics-Gypsum. Het is verkrijgbaar via Robbelien (zie: 'Meer informatie').&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
Of het door ons gebruikte materiaal 'het summum' was, weten we niet. Wel was het heel goed te snijden en te graveren met een lasercutter. Er blijkt ondertussen nog een hardere soort te zijn, met glasvezels. Hierbij gaat het om een combinatie van een keramisch gietmateriaal met een hars: Acrylic One.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Gips uit de winkel ===&lt;br /&gt;
*Giluform 250 STD van Robbelien  &lt;br /&gt;
*Keraplus. Geen last van bellen en een mooi strak resultaat. Is sterk.&lt;br /&gt;
*Keraquick. Het resultaat is iets minder strak dan met Keraplus, maar ook zonder bellen en sterk. &lt;br /&gt;
*Calcast 300. Te koop bij de stukadoorsgroothandel, wordt gebruikt om ornamenten te gieten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Met betrekking tot het gips zijn er wel verschillen. Het gips dat bij de bouwmarkten te koop is, is wat grof. Voor het meeste werk voldoet dit prima, maar voor het fijne werk is modelleergips beter. Wilt u nog betere resultaten, dan is porceleingips aan te bevelen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Polyurethaan giethars ===&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= CvD-Giethars02.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 02&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Polyurethaangrondstoffen: component A en B&lt;br /&gt;
|Maker= Chris van Diesen&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Rechts&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Polyurethaan (kortweg PU) is een copolymeer. De PU-giethars bestaat uit een mengsel van twee vloeibare componenten (zie: afbeelding 02), meestal een diisocyanaat, zoals methyleendifenyldiisocyanaat  en een polyol zoals polyethyleenoxide (kortweg PEO) of polyphenyleenoxide (kortweg PPO). Het copolymeer ontstaat door de reactie van de isocyanaat en alcoholgroepen tot een urethaanbinding. Er ontstaat dan een lange keten met afwisselend een hard en een zacht segment. De harde segmenten op zich hebben de neiging te kristalliseren en een hard en bros materiaal te vormen. De zachte segmenten zouden, los bekeken, juist een zachte, stroperige vloeistof geven. De innige combinatie van de twee in het copolymeer, zorgt ervoor dat deze stof de beste eigenschappen van beide in zich verenigt. PU kan tegelijkertijd buigzaam en toch sterk en slijtvast zijn. Bovendien is het vochtbestendig (zie ook: Wikipedia bij 'Meer informatie').&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Epoxy giethars ===&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= CvD-Giethars03.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 03&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Gietmallen voor kademuren&lt;br /&gt;
|Maker= Chris van Diesen&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Links&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Epoxy is een thermohardende kunststof. In combinatie met bijvoorbeeld glasvezel wordt het toegepast als stevig, lichtgewicht materiaal. Tijdens de productie is het materiaal dunvloeibaar en leent het zich voor het impregneren van vezelmateriaal. De op deze manier vervaardigde composieten zijn weer- en waterbestendig, en worden gebruikt voor de vervaardiging van onder andere zeilboten. Daarnaast wordt epoxy toegepast als basis voor veel producten. Een paar voorbeelden daarvan zijn: epoxylijm/epoxyhars, verf (natlak en poederlak), vloeren en printplaten voor elektronische schakelingen. Epoxy heeft een druk- en treksterkte die twee keer zo groot is als die van beton. Het kan worden toegepast in vele bewerkingen, waaronder als vloertoepassing. Nadeel is wel dat epoxy onder UV-licht verkleurt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Epoxyhars of epoxylijm is de bekendste toepassing van epoxy. Epoxyharsen vormen een groep polymeren met een belangrijke toepassing in coatings. Het is een tweecomponentensysteem, dat pas actief gaat uitharden na menging van beide bestanddelen. Het wordt voor vele toepassingen gebruikt, zowel industrieel, huishoudelijk, als in de (vliegtuig)modelbouw. Het materiaal kan aangebracht worden als afdeklaag (coating), maar ook in combinatie met glasvezels. Epoxylijm wordt ook veel toegepast als reparatielijm, waarbij dan een vaste stof als vulstof wordt gebruikt ('vloeibaar staal' of 'vloeibaar hout') (zie ook: Wikipedia bij 'Meer informatie').&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
| valign='center'| [[Bestand:Let-op.jpg|50px|center]]&amp;lt;small&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&amp;amp;nbsp;'''LET OP'''&amp;lt;/small&amp;gt;||valign='top'|&amp;lt;b&amp;gt;Epoxyhars en -lijm geven kwalijke dampen af. Ventileer voldoende, of gebruik het in de buitenlucht!!&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Siliconenmallen ===&lt;br /&gt;
Er zijn veel verschillende mallen verkrijgbaar, bijvoorbeeld voor het maken van muren (zie: afbeelding 01), tunnelingangen, brugpijlers, kademuren, huizenbouw etc. De mallen bestaan uit siliconenrubber. Dit materiaal is soepel en rekbaar, zodat het lossen van de gietvorm probleemloos verloopt (zie: afbeelding 04). U kunt ook zelf mallen maken m.b.v. tweecomponentengrondstoffen (zie: 'Meer informatie').&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
U moet er voor zorgen dat de mallen niet vettig zijn en er geen waterdruppeltjes op zitten. Na het gebruik afwassen met een sopje van Dreft, dan zijn ze weer klaar voor de volgende produktieronde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= CvD-Giethars04.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 04&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Het model lost gemakkelijk&lt;br /&gt;
|Maker= Chris van Diesen&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Rechts&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Bij gieten met gips moet u een paar zaken in acht nemen:&lt;br /&gt;
==== Aanmaken van het gietmengsel ====&lt;br /&gt;
Bij het mengen van gipspoeder met water moet de door de fabrikant aangegeven water-poeder verhouding worden aangehouden. Met een digitale weegschaal, die o.a. bij Blokker verkocht wordt, is de juiste hoeveelheid gips en water prima af te meten. De mengverhouding is 1:2,5 (1 op 2,5). Bij 10 gram water komt dus 25 gram gips, wat een totaal van 35 gram geeft. Dek de weegschaal losjes af met transparante huishoudfolie, dan blijft deze schoon.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Werkwijze bij het gieten ====&lt;br /&gt;
Gebruik speciaal FIJN modelgips of porceleingips. Het beste kunt u eerst de vereiste hoeveelheid water in de mengbeker gieten en vervolgens de afgewogen hoeveelheid gips er in strooien, om insluiten van lucht te voorkomen. Het gips moet even de gelegenheid krijgen het water te absorberen. Even laten staan dus (ongeveer een minuut of twee en dan pas omroeren, zodat er geen klonters ontstaan. Op het moment dat de gipsmassa gereed is voor gebruik, moet u stoppen met omroeren en het spul gebruiken. Niet opkloppen alsof het deeg of slagroom is, want dat helpt ook niet voor de stevigheid. Wanneer u een homogeen vloeibaar mengsel heeft, giet u het mengsel in de vorm. Strijk de bovenzijde af met een spatel en tik nog even paar keer tegen de vorm, om het mengsel overal goed in de reli&amp;amp;euml;fs te laten vloeien en strijk daarna nog een laatste keer af. U krijgt dan perfecte afdrukken zonder luchtbelletjes.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= CvD-Giethars05.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 05&lt;br /&gt;
|Omschrijving= De kademuur na het uitharden&lt;br /&gt;
|Maker= Chris van Diesen&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Links&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Een tip: kijk of u, via de glas- of kunststofhandel, restanten glas of plexiglas kunt kopen. Glas vanaf 2 mm. dik, plexiglas tussen 3 &amp;amp;agrave; 4 mm. dik. Wanneer de siliconenmal volgegoten is, legt u er een plaatje glas of plexiglas op, dat de gehele mal afdekt. Even een beetje schuiven. Het plaatje duwt de overtollige gips weg &amp;amp;egrave;n het zorgt voor een egaal vlakke achterkant van het afgietsel. Ook zijn de modellen dan allemaal even dik afgegoten. Dit is bij rots-mallen niet zo zeer nodig, maar wel enorm handig bij muur- en straatsteenmallen.&lt;br /&gt;
&amp;lt;br clear='all'&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Schoonmaken van het gereedschap ===&lt;br /&gt;
Het is zeer aan te raden om een (oude) emmer te gebruiken en deze te vullen met water. Daarin kunt u de mengbak en het gereedschap uitwassen en de mal in uitspoelen. Gebruik een oude theedoek om alles weer droog te vegen. Wanneer u helemaal klaar bent (na &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n of enkele dagen) laat u de emmer opdrogen en kunt u de gips die erin overblijft in een krant stoppen en weggooien. ''Niet'' alles in de wasbak uitspoelen, want dan bezinkt de smurrie in de afvoer en dat leidt tot verstopping!! Als mengbak kunt u bijvoorbeeld een rubberbakje (nap) gebruiken, dat bij de Gamma verkocht wordt. Dit bakje spoelt u, direct na het gieten, in de emmer af met een kwast, en droogt u weer af met de oude theedoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Linkssectie begin&lt;br /&gt;
|Box= AlleenInfo&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Encyclopedie:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Hardschuim-en-gips methode&lt;br /&gt;
|Linknaam= Hardschuim-en-gips methode&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie scheiding}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Externe website:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 118 &amp;lt;!-- anita --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Gietmallen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Conrad-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 39&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Gietmallen en materialen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 322 &amp;lt;!-- hetgroterdam --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Het gebruik van giethars.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 323 &amp;lt;!-- langmesser-modellwelt.de --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Gietmallen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 150 &amp;lt;!-- polyservice --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Gietharsen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 325 &amp;lt;!-- robbelien --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Giluform 250 STD.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 327 &amp;lt;!-- ruan --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Gietpoeder.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 324 &amp;lt;!-- siliconesand --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Siliconen voor mallen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 326 &amp;lt;!-- wilsor.nl --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Porceleingips.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie einde}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Appendix&lt;br /&gt;
|1= bron&lt;br /&gt;
|2=&lt;br /&gt;
* [http://forum.beneluxspoor.net/index.php? Beneluxspoor.net Forum]&lt;br /&gt;
* [http://www.hetgroterdamproject.nl/index.php?option=com_content&amp;amp;view=article&amp;amp;id=828:gieten&amp;amp;catid=70&amp;amp;Itemid=121 Het Groterdam Project]&lt;br /&gt;
* [http://nl.wikipedia.org/wiki/Polyurethaan Wikipedia over Polyurethaan]&lt;br /&gt;
* [http://nl.wikipedia.org/wiki/Epoxy Wikipedia over Epoxy] &lt;br /&gt;
|LetterGrootte= 75%&lt;br /&gt;
|KaderBreedte= 100%&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Voettekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Etsen van seinen&lt;br /&gt;
|Volgende= Het solderen&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Methoden, technieken en materialen&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie: Alles|G]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Artikel|Gietvormen en gietmaterialen]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Materialen|G]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Praktijk|G]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Scenery|G]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Technieken|G]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Dick</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Gietvormen_en_gietmaterialen&amp;diff=42597</id>
		<title>Gietvormen en gietmaterialen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Gietvormen_en_gietmaterialen&amp;diff=42597"/>
				<updated>2016-10-13T14:22:33Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Dick: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Koptekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Etsen van seinen&lt;br /&gt;
|Volgende= Het solderen&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Methoden, technieken en materialen&lt;br /&gt;
|Auteur= Diverse auteurs&lt;br /&gt;
|Bewerking= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Inhoudsopgave||Klein}}&lt;br /&gt;
=== Inleiding ===&lt;br /&gt;
De door modelbouwers meestgebruikte gietmaterialen zijn gips en giethars.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gips is een mineraal dat grotendeels uit calciumsulfaat (CaSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;) bestaat, een verbinding van het calciumion en het sulfaation. Men noemt gips ook wel 'watervrij calciumsulfaat'. Het neemt kristalwater op (=bindingsproces). De kristallen vormen na droging een hard geheel. Wanneer u veel roert, worden er veel kristallisatiekernen gevormd, en ontstaan er veel kleine kristallen. En hoe meer deeltjes, hoe zwakker het gietstuk wordt. Een goed afgietsel maken, is dus vooral een kwestie van beheerst roeren en geduldig afwachten.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het uitharden van gips (=kristalwater opnemen) is omkeerbaar, maar pas bij 150 °C verliest het kristal weer water. De 'bindingen in het kristal' laten dus niet zo gemakkelijk los. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= 211845-Gietmal-Conrad01.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= Groot&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 01&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Mal voor het maken van muren&lt;br /&gt;
|Bron= Conrad.nl&lt;br /&gt;
|Positie= Links&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Mits goed afgesloten, kan gips bij kamertemperatuur in een droge omgeving enkele jaren worden bewaard. Gieten met gips dat meer dan een jaar oud is, geeft echter wel een groter risico op luchtblaasjes! &lt;br /&gt;
Na verloop van tijd verandert de samenstelling onder invloed van o.a. vocht en andere factoren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De verhardingstijd van gips kan be&amp;amp;iuml;nvloed worden door het toevoegen van speciale chemicali&amp;amp;euml;n. Kaliumsulfaat bijvoorbeeld, werkt als een versneller, borax als een vertrager. Deze toegevoegde chemicaliën hebben een negatieve invloed op de mechanische eigenschappen van het gips; ze verlagen echter de mate waarin het gips bij uitharden expandeert (vergroting van het volume van de kristallen). Handwarm water (tot 37 &amp;amp;deg;C) versnelt de uitharding, heet water (&amp;gt;37 &amp;amp;deg;C)  vertraagt de verharding. De gipsbrij langer mixen, versnelt eveneens de uitharding. Helaas neemt de expansie van het gips hierdoor toe. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gipsmodellen moeten bij kamertemperatuur minstens 24 uur drogen. Wanneer het overtollige water verdampt, neemt de hardheid van het model fors toe. Modellen van natuurlijke gips bereiken langzamer hun eindhardheid, dan modellen van synthetische gips. De micropori&amp;amp;euml;n van een gipsmodel kunnen worden gedicht door het aanbrengen van een laagje vluchtige kunstharslak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;''Synthetisch gips''&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
  &lt;br /&gt;
Bij verschillende industri&amp;amp;euml;le processen ontstaat gips als afvalstof, bijvoorbeeld de suikerindustrie. Ook worden gassen vaak 'gewassen', dus zwaveloxiden verwijderd, waarbij tamelijk zuiver, zogenaamd synthetisch gips ontstaat. Dat was vroeger een afvalproduct, maar tegenwoordig wordt het gebruikt voor allerlei toepassingen. De eigenschappen van synthetisch gips, verschillen van die van natuurlijk gips, onder meer door zijn grotere eindhardheid. Op Eurospoor 2010 heeft Beneluxspoor ge&amp;amp;euml;xperimenteerd met verschillende synthetische gipsen. Hierbij werkten we samen met de Schouten-Groep, een belangrijk kenniscentrum en leverancier van gietvormen en gietmaterialen in Europa. Het ging om Giluform 250 STD van BK Giulini GMBH/BU Pharma-Cosmetics-Gypsum. Het is verkrijgbaar via Robbelien (zie: 'Meer informatie').&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
Of het door ons gebruikte materiaal 'het summum' was, weten we niet. Wel was het heel goed te snijden en te graveren met een lasercutter. Er blijkt ondertussen nog een hardere soort te zijn, met glasvezels. Hierbij gaat het om een combinatie van een keramisch gietmateriaal met een hars: Acrylic One.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Gips uit de winkel ===&lt;br /&gt;
*Giluform 250 STD van Robbelien  &lt;br /&gt;
*Keraplus. Geen last van bellen en een mooi strak resultaat. Is sterk.&lt;br /&gt;
*Keraquick. Het resultaat is iets minder strak dan met Keraplus, maar ook zonder bellen en sterk. &lt;br /&gt;
*Calcast 300. Te koop bij de stukadoorsgroothandel, wordt gebruikt om ornamenten te gieten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Met betrekking tot het gips zijn er wel verschillen. Het gips dat bij de bouwmarkten te koop is, is wat grof. Voor het meeste werk voldoet dit prima, maar voor het fijne werk is modelleergips beter. Wilt u nog betere resultaten, dan is porceleingips aan te bevelen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Polyurethaan giethars ===&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= CvD-Giethars02.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 02&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Polyurethaangrondstoffen: component A en B&lt;br /&gt;
|Maker= Chris van Diesen&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Rechts&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Polyurethaan (kortweg PU) is een copolymeer. De PU-giethars bestaat uit een mengsel van twee vloeibare componenten (zie: afbeelding 02), meestal een diisocyanaat, zoals methyleendifenyldiisocyanaat  en een polyol zoals polyethyleenoxide (kortweg PEO) of polyphenyleenoxide (kortweg PPO). Het copolymeer ontstaat door de reactie van de isocyanaat en alcoholgroepen tot een urethaanbinding. Er ontstaat dan een lange keten met afwisselend een hard en een zacht segment. De harde segmenten op zich hebben de neiging te kristalliseren en een hard en bros materiaal te vormen. De zachte segmenten zouden, los bekeken, juist een zachte, stroperige vloeistof geven. De innige combinatie van de twee in het copolymeer, zorgt ervoor dat deze stof de beste eigenschappen van beide in zich verenigt. PU kan tegelijkertijd buigzaam en toch sterk en slijtvast zijn. Bovendien is het vochtbestendig (zie ook: Wikipedia bij 'Meer informatie').&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Epoxy giethars ===&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= CvD-Giethars03.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 03&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Gietmallen voor kademuren&lt;br /&gt;
|Maker= Chris van Diesen&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Links&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Epoxy is een thermohardende kunststof. In combinatie met bijvoorbeeld glasvezel wordt het toegepast als stevig, lichtgewicht materiaal. Tijdens de productie is het materiaal dunvloeibaar en leent het zich voor het impregneren van vezelmateriaal. De op deze manier vervaardigde composieten zijn weer- en waterbestendig, en worden gebruikt voor de vervaardiging van onder andere zeilboten. Daarnaast wordt epoxy toegepast als basis voor veel producten. Een paar voorbeelden daarvan zijn: epoxylijm/epoxyhars, verf (natlak en poederlak), vloeren en printplaten voor elektronische schakelingen. Epoxy heeft een druk- en treksterkte die twee keer zo groot is als die van beton. Door de dichtheid van de vloeistof kan het worden toegepast in vele bewerkingen, waaronder als vloertoepassing. Nadeel is wel dat epoxy onder UV-licht verkleurt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Epoxyhars of epoxylijm is de bekendste toepassing van epoxy. Epoxyharsen vormen een groep polymeren met een belangrijke toepassing in coatings. Het is een tweecomponentensysteem, dat pas actief gaat uitharden na menging van beide bestanddelen. Het wordt voor vele toepassingen gebruikt, zowel industrieel, huishoudelijk, als in de (vliegtuig)modelbouw. Het materiaal kan aangebracht worden als afdeklaag (coating), maar ook in combinatie met glasvezels. Epoxylijm wordt ook veel toegepast als reparatielijm, waarbij dan een vaste stof als vulstof wordt gebruikt ('vloeibaar staal' of 'vloeibaar hout') (zie ook: Wikipedia bij 'Meer informatie').&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
| valign='center'| [[Bestand:Let-op.jpg|50px|center]]&amp;lt;small&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&amp;amp;nbsp;'''LET OP'''&amp;lt;/small&amp;gt;||valign='top'|&amp;lt;b&amp;gt;Epoxyhars en -lijm geven kwalijke dampen af. Ventileer voldoende, of gebruik het in de buitenlucht!!&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Siliconenmallen ===&lt;br /&gt;
Er zijn veel verschillende mallen verkrijgbaar, bijvoorbeeld voor het maken van muren (zie: afbeelding 01), tunnelingangen, brugpijlers, kademuren, huizenbouw etc. De mallen bestaan uit siliconenrubber. Dit materiaal is soepel en rekbaar, zodat het lossen van de gietvorm probleemloos verloopt (zie: afbeelding 04). U kunt ook zelf mallen maken m.b.v. tweecomponentengrondstoffen (zie: 'Meer informatie').&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
U moet er voor zorgen dat de mallen niet vettig zijn en er geen waterdruppeltjes op zitten. Na het gebruik afwassen met een sopje van Dreft, dan zijn ze weer klaar voor de volgende produktieronde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= CvD-Giethars04.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 04&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Het model lost gemakkelijk&lt;br /&gt;
|Maker= Chris van Diesen&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Rechts&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Bij gieten met gips moet u een paar zaken in acht nemen:&lt;br /&gt;
==== Aanmaken van het gietmengsel ====&lt;br /&gt;
Bij het mengen van gipspoeder met water moet de door de fabrikant aangegeven water-poeder verhouding worden aangehouden. Met een digitale weegschaal, die o.a. bij Blokker verkocht wordt, is de juiste hoeveelheid gips en water prima af te meten. De mengverhouding is 1:2,5 (1 op 2,5). Bij 10 gram water komt dus 25 gram gips, wat een totaal van 35 gram geeft. Dek de weegschaal losjes af met transparante huishoudfolie, dan blijft deze schoon.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Werkwijze bij het gieten ====&lt;br /&gt;
Gebruik speciaal FIJN modelgips of porceleingips. Het beste kunt u eerst de vereiste hoeveelheid water in de mengbeker gieten en vervolgens de afgewogen hoeveelheid gips er in strooien, om insluiten van lucht te voorkomen. Het gips moet even de gelegenheid krijgen het water te absorberen. Even laten staan dus (ongeveer een minuut of twee en dan pas omroeren, zodat er geen klonters ontstaan. Op het moment dat de gipsmassa gereed is voor gebruik, moet u stoppen met omroeren en het spul gebruiken. Niet opkloppen alsof het deeg of slagroom is, want dat helpt ook niet voor de stevigheid. Wanneer u een homogeen vloeibaar mengsel heeft, giet u het mengsel in de vorm. Strijk de bovenzijde af met een spatel en tik nog even paar keer tegen de vorm, om het mengsel overal goed in de reli&amp;amp;euml;fs te laten vloeien en strijk daarna nog een laatste keer af. U krijgt dan perfecte afdrukken zonder luchtbelletjes.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= CvD-Giethars05.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 05&lt;br /&gt;
|Omschrijving= De kademuur na het uitharden&lt;br /&gt;
|Maker= Chris van Diesen&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Links&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Een tip: kijk of u, via de glas- of kunststofhandel, restanten glas of plexiglas kunt kopen. Glas vanaf 2 mm. dik, plexiglas tussen 3 &amp;amp;agrave; 4 mm. dik. Wanneer de siliconenmal volgegoten is, legt u er een plaatje glas of plexiglas op, dat de gehele mal afdekt. Even een beetje schuiven. Het plaatje duwt de overtollige gips weg &amp;amp;egrave;n het zorgt voor een egaal vlakke achterkant van het afgietsel. Ook zijn de modellen dan allemaal even dik afgegoten. Dit is bij rots-mallen niet zo zeer nodig, maar wel enorm handig bij muur- en straatsteenmallen.&lt;br /&gt;
&amp;lt;br clear='all'&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Schoonmaken van het gereedschap ===&lt;br /&gt;
Het is zeer aan te raden om een (oude) emmer te gebruiken en deze te vullen met water. Daarin kunt u de mengbak en het gereedschap uitwassen en de mal in uitspoelen. Gebruik een oude theedoek om alles weer droog te vegen. Wanneer u helemaal klaar bent (na &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n of enkele dagen) laat u de emmer opdrogen en kunt u de gips die erin overblijft in een krant stoppen en weggooien. ''Niet'' alles in de wasbak uitspoelen, want dan bezinkt de smurrie in de afvoer en dat leidt tot verstopping!! Als mengbak kunt u bijvoorbeeld een rubberbakje (nap) gebruiken, dat bij de Gamma verkocht wordt. Dit bakje spoelt u, direct na het gieten, in de emmer af met een kwast, en droogt u weer af met de oude theedoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Linkssectie begin&lt;br /&gt;
|Box= AlleenInfo&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Encyclopedie:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Hardschuim-en-gips methode&lt;br /&gt;
|Linknaam= Hardschuim-en-gips methode&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie scheiding}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Externe website:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 118 &amp;lt;!-- anita --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Gietmallen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Conrad-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 39&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Gietmallen en materialen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 322 &amp;lt;!-- hetgroterdam --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Het gebruik van giethars.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 323 &amp;lt;!-- langmesser-modellwelt.de --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Gietmallen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 150 &amp;lt;!-- polyservice --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Gietharsen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 325 &amp;lt;!-- robbelien --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Giluform 250 STD.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 327 &amp;lt;!-- ruan --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Gietpoeder.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 324 &amp;lt;!-- siliconesand --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Siliconen voor mallen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 326 &amp;lt;!-- wilsor.nl --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Porceleingips.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie einde}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Appendix&lt;br /&gt;
|1= bron&lt;br /&gt;
|2=&lt;br /&gt;
* [http://forum.beneluxspoor.net/index.php? Beneluxspoor.net Forum]&lt;br /&gt;
* [http://www.hetgroterdamproject.nl/index.php?option=com_content&amp;amp;view=article&amp;amp;id=828:gieten&amp;amp;catid=70&amp;amp;Itemid=121 Het Groterdam Project]&lt;br /&gt;
* [http://nl.wikipedia.org/wiki/Polyurethaan Wikipedia over Polyurethaan]&lt;br /&gt;
* [http://nl.wikipedia.org/wiki/Epoxy Wikipedia over Epoxy] &lt;br /&gt;
|LetterGrootte= 75%&lt;br /&gt;
|KaderBreedte= 100%&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Voettekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Etsen van seinen&lt;br /&gt;
|Volgende= Het solderen&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Methoden, technieken en materialen&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie: Alles|G]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Artikel|Gietvormen en gietmaterialen]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Materialen|G]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Praktijk|G]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Scenery|G]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Technieken|G]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Dick</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Gietvormen_en_gietmaterialen&amp;diff=42596</id>
		<title>Gietvormen en gietmaterialen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Gietvormen_en_gietmaterialen&amp;diff=42596"/>
				<updated>2016-10-13T14:21:18Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Dick: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Koptekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Etsen van seinen&lt;br /&gt;
|Volgende= Het solderen&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Methoden, technieken en materialen&lt;br /&gt;
|Auteur= Diverse auteurs&lt;br /&gt;
|Bewerking= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Inhoudsopgave||Klein}}&lt;br /&gt;
=== Inleiding ===&lt;br /&gt;
De door modelbouwers meestgebruikte gietmaterialen zijn gips en giethars.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gips is een mineraal dat grotendeels uit calciumsulfaat (CaSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;) bestaat, een verbinding van het calciumion en het sulfaation. Men noemt gips ook wel 'watervrij calciumsulfaat'. Het neemt kristalwater op (=bindingsproces). De kristallen vormen na droging een hard geheel. Wanneer u veel roert, worden er veel kristallisatiekernen gevormd, en ontstaan er veel kleine kristallen. En hoe meer deeltjes, hoe zwakker het gietstuk wordt. Een goed afgietsel maken, is dus vooral een kwestie van beheerst roeren en geduldig afwachten.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het uitharden van gips (=kristalwater opnemen) is omkeerbaar, maar pas bij 150 °C verliest het kristal weer water. De 'bindingen in het kristal' laten dus niet zo gemakkelijk los. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= 211845-Gietmal-Conrad01.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= Groot&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 01&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Mal voor het maken van muren&lt;br /&gt;
|Bron= Conrad.nl&lt;br /&gt;
|Positie= Links&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Mits goed afgesloten, kan gips bij kamertemperatuur in een droge omgeving enkele jaren worden bewaard. Gieten met gips dat meer dan een jaar oud is, geeft echter wel een groter risico op luchtblaasjes! &lt;br /&gt;
Na verloop van tijd verandert de samenstelling onder invloed van o.a. vocht en andere factoren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De verhardingstijd van gips kan be&amp;amp;iuml;nvloed worden door het toevoegen van speciale chemicali&amp;amp;euml;n. Kaliumsulfaat bijvoorbeeld, werkt als een versneller, borax als een vertrager. Deze toegevoegde chemicaliën hebben een negatieve invloed op de mechanische eigenschappen van het gips; ze verlagen echter de mate waarin het gips bij uitharden expandeert (vergroting van het volume van de kristallen). Handwarm water (tot 37 &amp;amp;deg;C) versnelt de uitharding, heet water (&amp;gt;37 &amp;amp;deg;C)  vertraagt de verharding. De gipsbrij langer mixen, versnelt eveneens de uitharding. Helaas neemt de expansie van het gips hierdoor toe. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gipsmodellen moeten bij kamertemperatuur minstens 24 uur drogen. Wanneer het overtollige water verdampt, neemt de hardheid van het model fors toe. Modellen van natuurlijke gips bereiken langzamer hun eindhardheid, dan modellen van synthetische gips. De micropori&amp;amp;euml;n van een gipsmodel kunnen worden gedicht door het aanbrengen van een laagje vluchtige kunstharslak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;''Synthetisch gips''&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
  &lt;br /&gt;
Bij verschillende industri&amp;amp;euml;le processen ontstaat gips als afvalstof, bijvoorbeeld de suikerindustrie. Ook worden gassen vaak 'gewassen', dus zwaveloxiden verwijderd, waarbij tamelijk zuiver, zogenaamd synthetisch gips ontstaat. Dat was vroeger een afvalproduct, maar tegenwoordig wordt het gebruikt voor allerlei toepassingen. De eigenschappen van synthetisch gips, verschillen van die van natuurlijk gips, onder meer door zijn grotere eindhardheid. Op Eurospoor 2010 heeft Beneluxspoor ge&amp;amp;euml;xperimenteerd met verschillende synthetische gipsen. Hierbij werkten we samen met de Schouten-Groep, een belangrijk kenniscentrum en leverancier van gietvormen en gietmaterialen in Europa. Het ging om Giluform 250 STD van BK Giulini GMBH/BU Pharma-Cosmetics-Gypsum. Het is verkrijgbaar via Robbelien (zie: 'Meer informatie').&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
Of het door ons gebruikte materiaal 'het summum' was, weten we niet. Wel was het heel goed te snijden en te graveren met een lasercutter. Er blijkt ondertussen nog een hardere soort te zijn, met glasvezels. Hierbij gaat het om een combinatie van een keramisch gietmateriaal met een hars: Acrylic One.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Gips uit de winkel ===&lt;br /&gt;
*Giluform 250 STD van Robbelien  &lt;br /&gt;
*Keraplus. Geen last van bellen en een mooi strak resultaat. Is sterk.&lt;br /&gt;
*Keraquick. Het resultaat is iets minder strak dan met Keraplus, maar ook zonder bellen en sterk. &lt;br /&gt;
*Calcast 300. Te koop bij de stukadoorsgroothandel, wordt gebruikt om ornamenten te gieten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Met betrekking tot het gips zijn er wel verschillen. Het gips dat bij de bouwmarkten te koop is, is wat grof. Voor het meeste werk voldoet dit prima, maar voor het fijne werk is modelleergips beter. Wilt u nog betere resultaten, dan is porceleingips aan te bevelen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Polyurethaan giethars ===&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= CvD-Giethars02.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 02&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Polyurethaangrondstoffen: component A en B&lt;br /&gt;
|Maker= Chris van Diesen&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Rechts&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Polyurethaan (kortweg PU) is een copolymeer. De PU-giethars bestaat uit een mengsel van twee vloeibare componenten (zie: afbeelding 02), meestal een diisocyanaat, zoals methyleendifenyldiisocyanaat  en een polyol zoals polyethyleenoxide (kortweg PEO) of polyphenyleenoxyde (kortweg PPO). Het copolymeer ontstaat door de reactie van de isocyanaat en alcoholgroepen tot een urethaanbinding. Er ontstaat dan een lange keten met afwisselend een hard en een zacht segment. De harde segmenten op zich hebben de neiging te kristalliseren en een hard en bros materiaal te vormen. De zachte segmenten zouden, los bekeken, juist een zachte, stroperige vloeistof geven. De innige combinatie van de twee in het copolymeer, zorgt ervoor dat deze stof de beste eigenschappen van beide in zich verenigt. PU kan tegelijkertijd buigzaam en toch sterk en slijtvast zijn. Bovendien is het vochtbestendig (zie ook: Wikipedia bij 'Meer informatie').&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Epoxy giethars ===&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= CvD-Giethars03.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 03&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Gietmallen voor kademuren&lt;br /&gt;
|Maker= Chris van Diesen&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Links&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Epoxy is een thermohardende kunststof. In combinatie met bijvoorbeeld glasvezel wordt het toegepast als stevig, lichtgewicht materiaal. Tijdens de productie is het materiaal dunvloeibaar en leent het zich voor het impregneren van vezelmateriaal. De op deze manier vervaardigde composieten zijn weer- en waterbestendig, en worden gebruikt voor de vervaardiging van onder andere zeilboten. Daarnaast wordt epoxy toegepast als basis voor veel producten. Een paar voorbeelden daarvan zijn: epoxylijm/epoxyhars, verf (natlak en poederlak), vloeren en printplaten voor elektronische schakelingen. Epoxy heeft een druk- en treksterkte die twee keer zo groot is als die van beton. Door de dichtheid van de vloeistof kan het worden toegepast in vele bewerkingen, waaronder als vloertoepassing. Nadeel is wel dat epoxy onder UV-licht verkleurt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Epoxyhars of epoxylijm is de bekendste toepassing van epoxy. Epoxyharsen vormen een groep polymeren met een belangrijke toepassing in coatings. Het is een tweecomponentensysteem, dat pas actief gaat uitharden na menging van beide bestanddelen. Het wordt voor vele toepassingen gebruikt, zowel industrieel, huishoudelijk, als in de (vliegtuig)modelbouw. Het materiaal kan aangebracht worden als afdeklaag (coating), maar ook in combinatie met glasvezels. Epoxylijm wordt ook veel toegepast als reparatielijm, waarbij dan een vaste stof als vulstof wordt gebruikt ('vloeibaar staal' of 'vloeibaar hout') (zie ook: Wikipedia bij 'Meer informatie').&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
| valign='center'| [[Bestand:Let-op.jpg|50px|center]]&amp;lt;small&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&amp;amp;nbsp;'''LET OP'''&amp;lt;/small&amp;gt;||valign='top'|&amp;lt;b&amp;gt;Epoxyhars en -lijm geven kwalijke dampen af. Ventileer voldoende, of gebruik het in de buitenlucht!!&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Siliconenmallen ===&lt;br /&gt;
Er zijn veel verschillende mallen verkrijgbaar, bijvoorbeeld voor het maken van muren (zie: afbeelding 01), tunnelingangen, brugpijlers, kademuren, huizenbouw etc. De mallen bestaan uit siliconenrubber. Dit materiaal is soepel en rekbaar, zodat het lossen van de gietvorm probleemloos verloopt (zie: afbeelding 04). U kunt ook zelf mallen maken m.b.v. tweecomponentengrondstoffen (zie: 'Meer informatie').&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
U moet er voor zorgen dat de mallen niet vettig zijn en er geen waterdruppeltjes op zitten. Na het gebruik afwassen met een sopje van Dreft, dan zijn ze weer klaar voor de volgende produktieronde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= CvD-Giethars04.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 04&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Het model lost gemakkelijk&lt;br /&gt;
|Maker= Chris van Diesen&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Rechts&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Bij gieten met gips moet u een paar zaken in acht nemen:&lt;br /&gt;
==== Aanmaken van het gietmengsel ====&lt;br /&gt;
Bij het mengen van gipspoeder met water moet de door de fabrikant aangegeven water-poeder verhouding worden aangehouden. Met een digitale weegschaal, die o.a. bij Blokker verkocht wordt, is de juiste hoeveelheid gips en water prima af te meten. De mengverhouding is 1:2,5 (1 op 2,5). Bij 10 gram water komt dus 25 gram gips, wat een totaal van 35 gram geeft. Dek de weegschaal losjes af met transparante huishoudfolie, dan blijft deze schoon.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Werkwijze bij het gieten ====&lt;br /&gt;
Gebruik speciaal FIJN modelgips of porceleingips. Het beste kunt u eerst de vereiste hoeveelheid water in de mengbeker gieten en vervolgens de afgewogen hoeveelheid gips er in strooien, om insluiten van lucht te voorkomen. Het gips moet even de gelegenheid krijgen het water te absorberen. Even laten staan dus (ongeveer een minuut of twee en dan pas omroeren, zodat er geen klonters ontstaan. Op het moment dat de gipsmassa gereed is voor gebruik, moet u stoppen met omroeren en het spul gebruiken. Niet opkloppen alsof het deeg of slagroom is, want dat helpt ook niet voor de stevigheid. Wanneer u een homogeen vloeibaar mengsel heeft, giet u het mengsel in de vorm. Strijk de bovenzijde af met een spatel en tik nog even paar keer tegen de vorm, om het mengsel overal goed in de reli&amp;amp;euml;fs te laten vloeien en strijk daarna nog een laatste keer af. U krijgt dan perfecte afdrukken zonder luchtbelletjes.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= CvD-Giethars05.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 05&lt;br /&gt;
|Omschrijving= De kademuur na het uitharden&lt;br /&gt;
|Maker= Chris van Diesen&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Links&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Een tip: kijk of u, via de glas- of kunststofhandel, restanten glas of plexiglas kunt kopen. Glas vanaf 2 mm. dik, plexiglas tussen 3 &amp;amp;agrave; 4 mm. dik. Wanneer de siliconenmal volgegoten is, legt u er een plaatje glas of plexiglas op, dat de gehele mal afdekt. Even een beetje schuiven. Het plaatje duwt de overtollige gips weg &amp;amp;egrave;n het zorgt voor een egaal vlakke achterkant van het afgietsel. Ook zijn de modellen dan allemaal even dik afgegoten. Dit is bij rots-mallen niet zo zeer nodig, maar wel enorm handig bij muur- en straatsteenmallen.&lt;br /&gt;
&amp;lt;br clear='all'&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Schoonmaken van het gereedschap ===&lt;br /&gt;
Het is zeer aan te raden om een (oude) emmer te gebruiken en deze te vullen met water. Daarin kunt u de mengbak en het gereedschap uitwassen en de mal in uitspoelen. Gebruik een oude theedoek om alles weer droog te vegen. Wanneer u helemaal klaar bent (na &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n of enkele dagen) laat u de emmer opdrogen en kunt u de gips die erin overblijft in een krant stoppen en weggooien. ''Niet'' alles in de wasbak uitspoelen, want dan bezinkt de smurrie in de afvoer en dat leidt tot verstopping!! Als mengbak kunt u bijvoorbeeld een rubberbakje (nap) gebruiken, dat bij de Gamma verkocht wordt. Dit bakje spoelt u, direct na het gieten, in de emmer af met een kwast, en droogt u weer af met de oude theedoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Linkssectie begin&lt;br /&gt;
|Box= AlleenInfo&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Encyclopedie:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Hardschuim-en-gips methode&lt;br /&gt;
|Linknaam= Hardschuim-en-gips methode&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie scheiding}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Externe website:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 118 &amp;lt;!-- anita --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Gietmallen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Conrad-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 39&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Gietmallen en materialen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 322 &amp;lt;!-- hetgroterdam --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Het gebruik van giethars.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 323 &amp;lt;!-- langmesser-modellwelt.de --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Gietmallen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 150 &amp;lt;!-- polyservice --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Gietharsen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 325 &amp;lt;!-- robbelien --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Giluform 250 STD.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 327 &amp;lt;!-- ruan --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Gietpoeder.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 324 &amp;lt;!-- siliconesand --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Siliconen voor mallen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 326 &amp;lt;!-- wilsor.nl --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Porceleingips.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie einde}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Appendix&lt;br /&gt;
|1= bron&lt;br /&gt;
|2=&lt;br /&gt;
* [http://forum.beneluxspoor.net/index.php? Beneluxspoor.net Forum]&lt;br /&gt;
* [http://www.hetgroterdamproject.nl/index.php?option=com_content&amp;amp;view=article&amp;amp;id=828:gieten&amp;amp;catid=70&amp;amp;Itemid=121 Het Groterdam Project]&lt;br /&gt;
* [http://nl.wikipedia.org/wiki/Polyurethaan Wikipedia over Polyurethaan]&lt;br /&gt;
* [http://nl.wikipedia.org/wiki/Epoxy Wikipedia over Epoxy] &lt;br /&gt;
|LetterGrootte= 75%&lt;br /&gt;
|KaderBreedte= 100%&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Voettekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Etsen van seinen&lt;br /&gt;
|Volgende= Het solderen&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Methoden, technieken en materialen&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie: Alles|G]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Artikel|Gietvormen en gietmaterialen]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Materialen|G]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Praktijk|G]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Scenery|G]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Technieken|G]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Dick</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Gietvormen_en_gietmaterialen&amp;diff=42595</id>
		<title>Gietvormen en gietmaterialen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Gietvormen_en_gietmaterialen&amp;diff=42595"/>
				<updated>2016-10-13T14:16:46Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Dick: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Koptekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Etsen van seinen&lt;br /&gt;
|Volgende= Het solderen&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Methoden, technieken en materialen&lt;br /&gt;
|Auteur= Diverse auteurs&lt;br /&gt;
|Bewerking= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Inhoudsopgave||Klein}}&lt;br /&gt;
=== Inleiding ===&lt;br /&gt;
De door modelbouwers meestgebruikte gietmaterialen zijn gips en giethars.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gips is een mineraal dat grotendeels uit calciumsulfaat (CaSO&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;) bestaat, een verbinding van het calciumion en het sulfaation. Men noemt gips ook wel 'watervrij calciumsulfaat'. Het neemt kristalwater op (=bindingsproces). De kristallen vormen na droging een hard geheel. Wanneer u veel roert, worden er veel kristallisatiekernen gevormd, en ontstaan er veel kleine kristallen. En hoe meer deeltjes, hoe zwakker het gietstuk wordt. Een goed afgietsel maken, is dus vooral een kwestie van beheerst roeren en geduldig afwachten.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het uitharden van gips (=kristalwater opnemen) is omkeerbaar, maar pas bij 150 °C verliest het kristal weer water. De 'bindingen in het kristal' laten dus niet zo gemakkelijk los. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= 211845-Gietmal-Conrad01.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= Groot&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 01&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Mal voor het maken van muren&lt;br /&gt;
|Bron= Conrad.nl&lt;br /&gt;
|Positie= Links&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Mits goed afgesloten, kan gips bij kamertemperatuur in een droge omgeving enkele jaren worden bewaard. Gieten met gips dat meer dan een jaar oud is, geeft echter wel een groter risico op luchtblaasjes! &lt;br /&gt;
Na verloop van tijd verandert de samenstelling onder invloed van o.a. vocht en andere factoren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De verhardingstijd van gips kan be&amp;amp;iuml;nvloed worden door het toevoegen van speciale chemicali&amp;amp;euml;n. Kaliumsulfaat bijvoorbeeld, werkt als een versneller, borax als een vertrager. Deze toegevoegde chemicaliën hebben een negatieve invloed op de mechanische eigenschappen van het gips; ze verlagen echter de mate waarin het gips bij uitharden expandeert (vergroting van het volume van de kristallen). Handwarm water (tot 37 &amp;amp;deg;C) versnelt de uitharding, heet water (&amp;gt;37 &amp;amp;deg;C)  vertraagt de verharding. De gipsbrij langer mixen, versnelt eveneens de uitharding. Helaas neemt de expansie van het gips hierdoor toe. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gipsmodellen moeten bij kamertemperatuur minstens 24 uur drogen. Wanneer het overtollige water verdampt, neemt de hardheid van het model fors toe. Modellen van natuurlijke gips bereiken langzamer hun eindhardheid, dan modellen van synthetische gips. De micropori&amp;amp;euml;n van een gipsmodel kunnen worden gedicht door het aanbrengen van een laagje vluchtige kunstharslak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;''Synthetisch gips''&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
  &lt;br /&gt;
Bij verschillende industri&amp;amp;euml;le processen ontstaat gips als afvalstof, bijvoorbeeld de suikerindustrie. Ook worden gassen vaak 'gewassen', dus zwaveloxiden verwijderd, waarbij tamelijk zuiver, zogenaamd synthetisch gips ontstaat. Dat was vroeger een afvalproduct, maar tegenwoordig wordt het gebruikt voor allerlei toepassingen. De eigenschappen van synthetisch gips, verschillen van die van natuurlijk gips, onder meer door zijn grotere eindhardheid. Op Eurospoor 2010 heeft Beneluxspoor ge&amp;amp;euml;xperimenteerd met verschillende synthetische gipsen. Hierbij werkten we samen met de Schouten-Groep, een belangrijk kenniscentrum en leverancier van gietvormen en gietmaterialen in Europa. Het ging om Giluform 250 STD van BK Giulini GMBH/BU Pharma-Cosmetics-Gypsum. Het is verkrijgbaar via Robbelien (zie: 'Meer informatie').&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
Of het door ons gebruikte materiaal 'het summum' was, weten we niet. Wel was het heel goed te snijden en te graveren met een lasercutter. Er blijkt ondertussen nog een hardere soort te zijn, met glasvezels. Hierbij gaat het om een combinatie van een keramisch gietmateriaal met een hars: Acrylic One.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Gips uit de winkel ===&lt;br /&gt;
*Giluform 250 STD van Robbelien  &lt;br /&gt;
*Keraplus. Geen last van bellen en een mooi strak resultaat. Is sterk.&lt;br /&gt;
*Keraquick. Het resultaat is iets minder strak dan met Keraplus, maar ook zonder bellen en sterk. &lt;br /&gt;
*Calcast 300. Te koop bij de stukadoorsgroothandel, wordt gebruikt om ornamenten te gieten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
M.b.t. het gips zijn er wel verschillen. Het gips dat bij de bouwmarkten te koop is, is wel wat grof. Voor het meeste werk voldoet dit prima, maar voor het fijne werk is modelleergips beter. Wilt u nog betere resultaten, dan is porceleingips aan te bevelen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Polyurethaan giethars ===&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= CvD-Giethars02.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 02&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Polyurethaangrondstoffen: component A en B&lt;br /&gt;
|Maker= Chris van Diesen&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Rechts&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Polyurethaan (kortweg PU) is een copolymeer. De PU-giethars bestaat uit een mengsel van twee vloeibare componenten (zie: afbeelding 02), meestal een diisocyanaat, zoals methyleendifenyldiisocyanaat  en een polyol zoals polyethyleenoxide (kortweg PEO) of polyphenyleenoxyde (kortweg PPO). Het copolymeer ontstaat door de reactie van de isocyanaat en alcoholgroepen tot een urethaanbinding. Er ontstaat dan een lange keten met afwisselend een hard en een zacht segment. De harde segmenten op zich hebben de neiging te kristalliseren en een hard en bros materiaal te vormen. De zachte segmenten zouden, los bekeken, juist een zachte, stroperige vloeistof geven. De innige combinatie van de twee in het copolymeer, zorgt ervoor dat deze stof de beste eigenschappen van beide in zich verenigt. PU kan tegelijkertijd buigzaam en toch sterk en slijtvast zijn. Bovendien is het vochtbestendig (zie ook: Wikipedia bij 'Meer informatie').&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Epoxy giethars ===&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= CvD-Giethars03.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 03&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Gietmallen voor kademuren&lt;br /&gt;
|Maker= Chris van Diesen&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Links&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Epoxy is een thermohardende kunststof. In combinatie met bijvoorbeeld glasvezel wordt het toegepast als stevig, lichtgewicht materiaal. Tijdens de productie is het materiaal dunvloeibaar en leent het zich voor het impregneren van vezelmateriaal. De op deze manier vervaardigde composieten zijn weer- en waterbestendig, en worden gebruikt voor de vervaardiging van onder andere zeilboten. Daarnaast wordt epoxy toegepast als basis voor veel producten. Een paar voorbeelden daarvan zijn: epoxylijm/epoxyhars, verf (natlak en poederlak), vloeren en printplaten voor elektronische schakelingen. Epoxy heeft een druk- en treksterkte die twee keer zo groot is als die van beton. Door de dichtheid van de vloeistof kan het worden toegepast in vele bewerkingen, waaronder als vloertoepassing. Nadeel is wel dat epoxy onder UV-licht verkleurt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Epoxyhars of epoxylijm is de bekendste toepassing van epoxy. Epoxyharsen vormen een groep polymeren met een belangrijke toepassing in coatings. Het is een tweecomponentensysteem, dat pas actief gaat uitharden na menging van beide bestanddelen. Het wordt voor vele toepassingen gebruikt, zowel industrieel, huishoudelijk, als in de (vliegtuig)modelbouw. Het materiaal kan aangebracht worden als afdeklaag (coating), maar ook in combinatie met glasvezels. Epoxylijm wordt ook veel toegepast als reparatielijm, waarbij dan een vaste stof als vulstof wordt gebruikt ('vloeibaar staal' of 'vloeibaar hout') (zie ook: Wikipedia bij 'Meer informatie').&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
| valign='center'| [[Bestand:Let-op.jpg|50px|center]]&amp;lt;small&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&amp;amp;nbsp;'''LET OP'''&amp;lt;/small&amp;gt;||valign='top'|&amp;lt;b&amp;gt;Epoxyhars en -lijm geven kwalijke dampen af. Ventileer voldoende, of gebruik het in de buitenlucht!!&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Siliconenmallen ===&lt;br /&gt;
Er zijn veel verschillende mallen verkrijgbaar, bijvoorbeeld voor het maken van muren (zie: afbeelding 01), tunnelingangen, brugpijlers, kademuren, huizenbouw etc. De mallen bestaan uit siliconenrubber. Dit materiaal is soepel en rekbaar, zodat het lossen van de gietvorm probleemloos verloopt (zie: afbeelding 04). U kunt ook zelf mallen maken m.b.v. tweecomponentengrondstoffen (zie: 'Meer informatie').&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
U moet er voor zorgen dat de mallen niet vettig zijn en er geen waterdruppeltjes op zitten. Na het gebruik afwassen met een sopje van Dreft, dan zijn ze weer klaar voor de volgende produktieronde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= CvD-Giethars04.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 04&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Het model lost gemakkelijk&lt;br /&gt;
|Maker= Chris van Diesen&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Rechts&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Bij gieten met gips moet u een paar zaken in acht nemen:&lt;br /&gt;
==== Aanmaken van het gietmengsel ====&lt;br /&gt;
Bij het mengen van gipspoeder met water moet de door de fabrikant aangegeven water-poeder verhouding worden aangehouden. Met een digitale weegschaal, die o.a. bij Blokker verkocht wordt, is de juiste hoeveelheid gips en water prima af te meten. De mengverhouding is 1:2,5 (1 op 2,5). Bij 10 gram water komt dus 25 gram gips, wat een totaal van 35 gram geeft. Dek de weegschaal losjes af met transparante huishoudfolie, dan blijft deze schoon.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Werkwijze bij het gieten ====&lt;br /&gt;
Gebruik speciaal FIJN modelgips of porceleingips. Het beste kunt u eerst de vereiste hoeveelheid water in de mengbeker gieten en vervolgens de afgewogen hoeveelheid gips er in strooien, om insluiten van lucht te voorkomen. Het gips moet even de gelegenheid krijgen het water te absorberen. Even laten staan dus (ongeveer een minuut of twee en dan pas omroeren, zodat er geen klonters ontstaan. Op het moment dat de gipsmassa gereed is voor gebruik, moet u stoppen met omroeren en het spul gebruiken. Niet opkloppen alsof het deeg of slagroom is, want dat helpt ook niet voor de stevigheid. Wanneer u een homogeen vloeibaar mengsel heeft, giet u het mengsel in de vorm. Strijk de bovenzijde af met een spatel en tik nog even paar keer tegen de vorm, om het mengsel overal goed in de reli&amp;amp;euml;fs te laten vloeien en strijk daarna nog een laatste keer af. U krijgt dan perfecte afdrukken zonder luchtbelletjes.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= CvD-Giethars05.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 05&lt;br /&gt;
|Omschrijving= De kademuur na het uitharden&lt;br /&gt;
|Maker= Chris van Diesen&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Links&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Een tip: kijk of u, via de glas- of kunststofhandel, restanten glas of plexiglas kunt kopen. Glas vanaf 2 mm. dik, plexiglas tussen 3 &amp;amp;agrave; 4 mm. dik. Wanneer de siliconenmal volgegoten is, legt u er een plaatje glas of plexiglas op, dat de gehele mal afdekt. Even een beetje schuiven. Het plaatje duwt de overtollige gips weg &amp;amp;egrave;n het zorgt voor een egaal vlakke achterkant van het afgietsel. Ook zijn de modellen dan allemaal even dik afgegoten. Dit is bij rots-mallen niet zo zeer nodig, maar wel enorm handig bij muur- en straatsteenmallen.&lt;br /&gt;
&amp;lt;br clear='all'&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Schoonmaken van het gereedschap ===&lt;br /&gt;
Het is zeer aan te raden om een (oude) emmer te gebruiken en deze te vullen met water. Daarin kunt u de mengbak en het gereedschap uitwassen en de mal in uitspoelen. Gebruik een oude theedoek om alles weer droog te vegen. Wanneer u helemaal klaar bent (na &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n of enkele dagen) laat u de emmer opdrogen en kunt u de gips die erin overblijft in een krant stoppen en weggooien. ''Niet'' alles in de wasbak uitspoelen, want dan bezinkt de smurrie in de afvoer en dat leidt tot verstopping!! Als mengbak kunt u bijvoorbeeld een rubberbakje (nap) gebruiken, dat bij de Gamma verkocht wordt. Dit bakje spoelt u, direct na het gieten, in de emmer af met een kwast, en droogt u weer af met de oude theedoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Linkssectie begin&lt;br /&gt;
|Box= AlleenInfo&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Encyclopedie:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Hardschuim-en-gips methode&lt;br /&gt;
|Linknaam= Hardschuim-en-gips methode&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie scheiding}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Externe website:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 118 &amp;lt;!-- anita --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Gietmallen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Conrad-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 39&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Gietmallen en materialen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 322 &amp;lt;!-- hetgroterdam --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Het gebruik van giethars.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 323 &amp;lt;!-- langmesser-modellwelt.de --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Gietmallen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 150 &amp;lt;!-- polyservice --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Gietharsen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 325 &amp;lt;!-- robbelien --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Giluform 250 STD.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 327 &amp;lt;!-- ruan --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Gietpoeder.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 324 &amp;lt;!-- siliconesand --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Siliconen voor mallen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 326 &amp;lt;!-- wilsor.nl --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Porceleingips.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie einde}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Appendix&lt;br /&gt;
|1= bron&lt;br /&gt;
|2=&lt;br /&gt;
* [http://forum.beneluxspoor.net/index.php? Beneluxspoor.net Forum]&lt;br /&gt;
* [http://www.hetgroterdamproject.nl/index.php?option=com_content&amp;amp;view=article&amp;amp;id=828:gieten&amp;amp;catid=70&amp;amp;Itemid=121 Het Groterdam Project]&lt;br /&gt;
* [http://nl.wikipedia.org/wiki/Polyurethaan Wikipedia over Polyurethaan]&lt;br /&gt;
* [http://nl.wikipedia.org/wiki/Epoxy Wikipedia over Epoxy] &lt;br /&gt;
|LetterGrootte= 75%&lt;br /&gt;
|KaderBreedte= 100%&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Voettekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Etsen van seinen&lt;br /&gt;
|Volgende= Het solderen&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Methoden, technieken en materialen&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie: Alles|G]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Artikel|Gietvormen en gietmaterialen]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Materialen|G]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Praktijk|G]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Scenery|G]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Technieken|G]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Dick</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Gietvormen_en_gietmaterialen&amp;diff=42594</id>
		<title>Gietvormen en gietmaterialen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Gietvormen_en_gietmaterialen&amp;diff=42594"/>
				<updated>2016-10-13T14:11:25Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Dick: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;{{Koptekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Etsen van seinen&lt;br /&gt;
|Volgende= Het solderen&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Methoden, technieken en materialen&lt;br /&gt;
|Auteur= Diverse auteurs&lt;br /&gt;
|Bewerking= Fred Eikelboom&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Inhoudsopgave||Klein}}&lt;br /&gt;
=== Inleiding ===&lt;br /&gt;
De door modelbouwers meestgebruikte gietmaterialen zijn gips en giethars.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gips is een mineraal dat grotendeels uit calciumsulfaat (CaSO4) bestaat, een verbinding van het calciumion en het sulfaation. Men noemt gips ook wel 'watervrij calciumsulfaat'. Het neemt kristalwater op (=bindingsproces). De kristallen vormen na droging een hard geheel. Wanneer u veel roert, worden er veel kristallisatiekernen gevormd, en ontstaan er veel kleine kristallen. En hoe meer deeltjes, hoe zwakker het gietstuk wordt. Een goed afgietsel maken, is dus vooral een kwestie van beheerst roeren en geduldig afwachten.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Het uitharden van gips (=kristalwater opnemen) is omkeerbaar, maar pas bij 150 °C verliest het kristal weer water. De 'bindingen in het kristal' laten dus niet zo gemakkelijk los. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= 211845-Gietmal-Conrad01.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= Groot&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 01&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Mal voor het maken van muren&lt;br /&gt;
|Bron= Conrad.nl&lt;br /&gt;
|Positie= Links&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Mits goed afgesloten, kan gips bij kamertemperatuur in een droge omgeving enkele jaren worden bewaard. Gieten met gips dat meer dan een jaar oud is, geeft echter wel een groter risico op luchtblaasjes! &lt;br /&gt;
Na verloop van tijd verandert de samenstelling onder invloed van o.a. vocht en andere factoren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De verhardingstijd van gips kan be&amp;amp;iuml;nvloed worden door het toevoegen van speciale chemicali&amp;amp;euml;n. Kaliumsulfaat bijvoorbeeld, werkt als een versneller, borax als een vertrager. Deze toegevoegde chemicaliën hebben een negatieve invloed op de mechanische eigenschappen van het gips; ze verlagen echter de mate waarin het gips bij uitharden expandeert (vergroting van het volume van de kristallen). Handwarm water (tot 37 &amp;amp;deg;C) versnelt de uitharding, heet water (&amp;gt;37 &amp;amp;deg;C)  vertraagt de verharding. De gipsbrij langer mixen, versnelt eveneens de uitharding. Helaas neemt de expansie van het gips hierdoor toe. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Gipsmodellen moeten bij kamertemperatuur minstens 24 uur drogen. Wanneer het overtollige water verdampt, neemt de hardheid van het model fors toe. Modellen van natuurlijke gips bereiken langzamer hun eindhardheid, dan modellen van synthetische gips. De micropori&amp;amp;euml;n van een gipsmodel kunnen worden gedicht door het aanbrengen van een laagje vluchtige kunstharslak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;u&amp;gt;''Synthetisch gips''&amp;lt;/u&amp;gt;&lt;br /&gt;
  &lt;br /&gt;
Bij verschillende industri&amp;amp;euml;le processen ontstaat gips als afvalstof, bijvoorbeeld de suikerindustrie. Ook worden gassen vaak 'gewassen', dus zwaveloxiden verwijderd, waarbij tamelijk zuiver, zogenaamd synthetisch gips ontstaat. Dat was vroeger een afvalproduct, maar tegenwoordig wordt het gebruikt voor allerlei toepassingen. De eigenschappen van synthetisch gips, verschillen van die van natuurlijk gips, onder meer door zijn grotere eindhardheid. Op Eurospoor 2010 heeft Beneluxspoor ge&amp;amp;euml;xperimenteerd met verschillende synthetische gipsen. Hierbij werkten we samen met de Schouten-Groep, een belangrijk kenniscentrum en leverancier van gietvormen en gietmaterialen in Europa. Het ging om Giluform 250 STD van BK Giulini GMBH/BU Pharma-Cosmetics-Gypsum. Het is verkrijgbaar via Robbelien (zie: 'Meer informatie').&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
Of het door ons gebruikte materiaal 'het summum' was, weten we niet. Wel was het heel goed te snijden en te graveren met een lasercutter. Er blijkt ondertussen nog een hardere soort te zijn, met glasvezels. Hierbij gaat het om een combinatie van een keramisch gietmateriaal met een hars: Acrylic One.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Gips uit de winkel ===&lt;br /&gt;
*Giluform 250 STD van Robbelien  &lt;br /&gt;
*Keraplus. Geen last van bellen en een mooi strak resultaat. Is sterk.&lt;br /&gt;
*Keraquick. Het resultaat is iets minder strak dan met Keraplus, maar ook zonder bellen en sterk. &lt;br /&gt;
*Calcast 300. Te koop bij de stukadoorsgroothandel, wordt gebruikt om ornamenten te gieten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
M.b.t. het gips zijn er wel verschillen. Het gips dat bij de bouwmarkten te koop is, is wel wat grof. Voor het meeste werk voldoet dit prima, maar voor het fijne werk is modelleergips beter. Wilt u nog betere resultaten, dan is porceleingips aan te bevelen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Polyurethaan giethars ===&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= CvD-Giethars02.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 02&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Polyurethaangrondstoffen: component A en B&lt;br /&gt;
|Maker= Chris van Diesen&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Rechts&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Polyurethaan (kortweg PU) is een copolymeer. De PU-giethars bestaat uit een mengsel van twee vloeibare componenten (zie: afbeelding 02), meestal een diisocyanaat, zoals methyleendifenyldiisocyanaat  en een polyol zoals polyethyleenoxide (kortweg PEO) of polyphenyleenoxyde (kortweg PPO). Het copolymeer ontstaat door de reactie van de isocyanaat en alcoholgroepen tot een urethaanbinding. Er ontstaat dan een lange keten met afwisselend een hard en een zacht segment. De harde segmenten op zich hebben de neiging te kristalliseren en een hard en bros materiaal te vormen. De zachte segmenten zouden, los bekeken, juist een zachte, stroperige vloeistof geven. De innige combinatie van de twee in het copolymeer, zorgt ervoor dat deze stof de beste eigenschappen van beide in zich verenigt. PU kan tegelijkertijd buigzaam en toch sterk en slijtvast zijn. Bovendien is het vochtbestendig (zie ook: Wikipedia bij 'Meer informatie').&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Epoxy giethars ===&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= CvD-Giethars03.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 03&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Gietmallen voor kademuren&lt;br /&gt;
|Maker= Chris van Diesen&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Links&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Epoxy is een thermohardende kunststof. In combinatie met bijvoorbeeld glasvezel wordt het toegepast als stevig, lichtgewicht materiaal. Tijdens de productie is het materiaal dunvloeibaar en leent het zich voor het impregneren van vezelmateriaal. De op deze manier vervaardigde composieten zijn weer- en waterbestendig, en worden gebruikt voor de vervaardiging van onder andere zeilboten. Daarnaast wordt epoxy toegepast als basis voor veel producten. Een paar voorbeelden daarvan zijn: epoxylijm/epoxyhars, verf (natlak en poederlak), vloeren en printplaten voor elektronische schakelingen. Epoxy heeft een druk- en treksterkte die twee keer zo groot is als die van beton. Door de dichtheid van de vloeistof kan het worden toegepast in vele bewerkingen, waaronder als vloertoepassing. Nadeel is wel dat epoxy onder UV-licht verkleurt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Epoxyhars of epoxylijm is de bekendste toepassing van epoxy. Epoxyharsen vormen een groep polymeren met een belangrijke toepassing in coatings. Het is een tweecomponentensysteem, dat pas actief gaat uitharden na menging van beide bestanddelen. Het wordt voor vele toepassingen gebruikt, zowel industrieel, huishoudelijk, als in de (vliegtuig)modelbouw. Het materiaal kan aangebracht worden als afdeklaag (coating), maar ook in combinatie met glasvezels. Epoxylijm wordt ook veel toegepast als reparatielijm, waarbij dan een vaste stof als vulstof wordt gebruikt ('vloeibaar staal' of 'vloeibaar hout') (zie ook: Wikipedia bij 'Meer informatie').&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
| valign='center'| [[Bestand:Let-op.jpg|50px|center]]&amp;lt;small&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&amp;amp;nbsp;'''LET OP'''&amp;lt;/small&amp;gt;||valign='top'|&amp;lt;b&amp;gt;Epoxyhars en -lijm geven kwalijke dampen af. Ventileer voldoende, of gebruik het in de buitenlucht!!&amp;lt;/b&amp;gt;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Siliconenmallen ===&lt;br /&gt;
Er zijn veel verschillende mallen verkrijgbaar, bijvoorbeeld voor het maken van muren (zie: afbeelding 01), tunnelingangen, brugpijlers, kademuren, huizenbouw etc. De mallen bestaan uit siliconenrubber. Dit materiaal is soepel en rekbaar, zodat het lossen van de gietvorm probleemloos verloopt (zie: afbeelding 04). U kunt ook zelf mallen maken m.b.v. tweecomponentengrondstoffen (zie: 'Meer informatie').&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
U moet er voor zorgen dat de mallen niet vettig zijn en er geen waterdruppeltjes op zitten. Na het gebruik afwassen met een sopje van Dreft, dan zijn ze weer klaar voor de volgende produktieronde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= CvD-Giethars04.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 04&lt;br /&gt;
|Omschrijving= Het model lost gemakkelijk&lt;br /&gt;
|Maker= Chris van Diesen&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Rechts&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Bij gieten met gips moet u een paar zaken in acht nemen:&lt;br /&gt;
==== Aanmaken van het gietmengsel ====&lt;br /&gt;
Bij het mengen van gipspoeder met water moet de door de fabrikant aangegeven water-poeder verhouding worden aangehouden. Met een digitale weegschaal, die o.a. bij Blokker verkocht wordt, is de juiste hoeveelheid gips en water prima af te meten. De mengverhouding is 1:2,5 (1 op 2,5). Bij 10 gram water komt dus 25 gram gips, wat een totaal van 35 gram geeft. Dek de weegschaal losjes af met transparante huishoudfolie, dan blijft deze schoon.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Werkwijze bij het gieten ====&lt;br /&gt;
Gebruik speciaal FIJN modelgips of porceleingips. Het beste kunt u eerst de vereiste hoeveelheid water in de mengbeker gieten en vervolgens de afgewogen hoeveelheid gips er in strooien, om insluiten van lucht te voorkomen. Het gips moet even de gelegenheid krijgen het water te absorberen. Even laten staan dus (ongeveer een minuut of twee en dan pas omroeren, zodat er geen klonters ontstaan. Op het moment dat de gipsmassa gereed is voor gebruik, moet u stoppen met omroeren en het spul gebruiken. Niet opkloppen alsof het deeg of slagroom is, want dat helpt ook niet voor de stevigheid. Wanneer u een homogeen vloeibaar mengsel heeft, giet u het mengsel in de vorm. Strijk de bovenzijde af met een spatel en tik nog even paar keer tegen de vorm, om het mengsel overal goed in de reli&amp;amp;euml;fs te laten vloeien en strijk daarna nog een laatste keer af. U krijgt dan perfecte afdrukken zonder luchtbelletjes.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Afbeelding&lt;br /&gt;
|Bestand= CvD-Giethars05.jpg&lt;br /&gt;
|Grootte= Klein&lt;br /&gt;
|Volgnummer= 05&lt;br /&gt;
|Omschrijving= De kademuur na het uitharden&lt;br /&gt;
|Maker= Chris van Diesen&amp;lt;br /&amp;gt;&amp;amp;nbsp;&lt;br /&gt;
|Positie= Links&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
Een tip: kijk of u, via de glas- of kunststofhandel, restanten glas of plexiglas kunt kopen. Glas vanaf 2 mm. dik, plexiglas tussen 3 &amp;amp;agrave; 4 mm. dik. Wanneer de siliconenmal volgegoten is, legt u er een plaatje glas of plexiglas op, dat de gehele mal afdekt. Even een beetje schuiven. Het plaatje duwt de overtollige gips weg &amp;amp;egrave;n het zorgt voor een egaal vlakke achterkant van het afgietsel. Ook zijn de modellen dan allemaal even dik afgegoten. Dit is bij rots-mallen niet zo zeer nodig, maar wel enorm handig bij muur- en straatsteenmallen.&lt;br /&gt;
&amp;lt;br clear='all'&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Schoonmaken van het gereedschap ===&lt;br /&gt;
Het is zeer aan te raden om een (oude) emmer te gebruiken en deze te vullen met water. Daarin kunt u de mengbak en het gereedschap uitwassen en de mal in uitspoelen. Gebruik een oude theedoek om alles weer droog te vegen. Wanneer u helemaal klaar bent (na &amp;amp;eacute;&amp;amp;eacute;n of enkele dagen) laat u de emmer opdrogen en kunt u de gips die erin overblijft in een krant stoppen en weggooien. ''Niet'' alles in de wasbak uitspoelen, want dan bezinkt de smurrie in de afvoer en dat leidt tot verstopping!! Als mengbak kunt u bijvoorbeeld een rubberbakje (nap) gebruiken, dat bij de Gamma verkocht wordt. Dit bakje spoelt u, direct na het gieten, in de emmer af met een kwast, en droogt u weer af met de oude theedoek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Linkssectie begin&lt;br /&gt;
|Box= AlleenInfo&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Encyclopedie:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link intern&lt;br /&gt;
|Link= Hardschuim-en-gips methode&lt;br /&gt;
|Linknaam= Hardschuim-en-gips methode&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie scheiding}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie tussenkop&lt;br /&gt;
|Koptekst= Externe website:&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 118 &amp;lt;!-- anita --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Gietmallen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Conrad-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 39&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Gietmallen en materialen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 322 &amp;lt;!-- hetgroterdam --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Het gebruik van giethars.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 323 &amp;lt;!-- langmesser-modellwelt.de --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Gietmallen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 150 &amp;lt;!-- polyservice --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Gietharsen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 325 &amp;lt;!-- robbelien --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Giluform 250 STD.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 327 &amp;lt;!-- ruan --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Gietpoeder.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 324 &amp;lt;!-- siliconesand --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Siliconen voor mallen.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Link Algemeen-Meerkeuze&lt;br /&gt;
|Volgnr= 326 &amp;lt;!-- wilsor.nl --&amp;gt;&lt;br /&gt;
|ExtraInfo= Porceleingips.&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Linkssectie einde}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Appendix&lt;br /&gt;
|1= bron&lt;br /&gt;
|2=&lt;br /&gt;
* [http://forum.beneluxspoor.net/index.php? Beneluxspoor.net Forum]&lt;br /&gt;
* [http://www.hetgroterdamproject.nl/index.php?option=com_content&amp;amp;view=article&amp;amp;id=828:gieten&amp;amp;catid=70&amp;amp;Itemid=121 Het Groterdam Project]&lt;br /&gt;
* [http://nl.wikipedia.org/wiki/Polyurethaan Wikipedia over Polyurethaan]&lt;br /&gt;
* [http://nl.wikipedia.org/wiki/Epoxy Wikipedia over Epoxy] &lt;br /&gt;
|LetterGrootte= 75%&lt;br /&gt;
|KaderBreedte= 100%&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Voettekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Etsen van seinen&lt;br /&gt;
|Volgende= Het solderen&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Methoden, technieken en materialen&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie: Alles|G]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Artikel|Gietvormen en gietmaterialen]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Materialen|G]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Praktijk|G]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Scenery|G]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Technieken|G]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Dick</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Chemicali%C3%ABn_en_modelspoor&amp;diff=42495</id>
		<title>Chemicaliën en modelspoor</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Chemicali%C3%ABn_en_modelspoor&amp;diff=42495"/>
				<updated>2016-10-11T10:29:49Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Dick: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Werk in uitvoering.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nog even geduld a.u.b.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;!--&lt;br /&gt;
De gemakkelijkste werkwijze is:  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1. de hoofdindex (1, 2 of 3) aanpassen,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2. het tussenmenu aanpassen,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3. beide pagina-menu's aanpassen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Koptekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Boren&lt;br /&gt;
|Volgende= Constructieve Tips&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Methoden, technieken en materialen&lt;br /&gt;
|Auteur= Dick van der Knaap&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Inhoudsopgave||Klein}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Inleiding ===&lt;br /&gt;
Regelmatig komt het voor, dat oplosmiddelen en andere stoffen door de modelspoorder voor de meest uiteenlopende doeleinden worden gebruikt. Daarover worden, meestal door onwetendheid en ondeskundigheid, de meest wilde verhalen op fora opgehangen.  U kunt daarom het beste vóóraf lezen wat daadwerkelijk gevaren en gebruiks(on)mogelijkheden zijn.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
U kunt er vanuit gaan, dat waarschuwingen niet voor niets worden gegeven. Denk dus niet, dat het allemaal wel zal meevallen. Wees dus zo verstandig om, waar nodig, handschoenen te dragen, oude kleren aan te trekken, de werkruimte te ventileren, niet te roken,  eten of drinken als u met chemicaliën werkt. Bewaar deze zaken buiten het bereik van kinderen, in goed geëtiketteerde flesjes/potjes en in beperkte hoeveelheden. Denk aan het brandgevaar.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Vaak kunt u de samenstellende bestanddelen van allerlei handelsproducten met de bijbehorende veiligheidsgegevens achterhalen. Binnen Europa mag namelijk een stof of mengsel niet worden verkocht zonder een MSDS (Material Safety Data Sheet). Dat kunt u meestal op internet vinden door te zoeken op de combinatie MSDS + productnaam.&lt;br /&gt;
U komt er zo ook achter dat een product vaak onder dezelfde naam verkocht wordt door verschillende fabrikanten, maar dat de samenstelling nog weleens verschillend is. Laat u dus niet op het verkeerde been zetten. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Zo zijn er bijvoorbeeld allerlei vloeistoffen, welke als thinner verkocht worden, maar die onderling zeer verschillend zijn van samenstelling en mate van bruikbaarheid. Een ander voorbeeld is rookvloeistof. Die, welke modelspoorders gebruiken, is een vloeistof welke door middel van elektriciteit wordt verhit en verdampt. In rookmachines (theaters) wordt een waterige vloeistof gebruikt, die daarom juist voor gebruik in een modelspoorloc onbruikbaar is en uw dure inbouwrookontwikkelaar onherstelbaar beschadigt.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== &amp;lt;u&amp;gt;Schoonmaakvloeistoffen&amp;lt;/u&amp;gt; ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De meeste van de hieronder genoemde vloeistoffen zijn in meer-of-mindere mate vluchtig. Bovendien hebben ze in plastic flessen de neiging om stilletjes tussen de macromoleculen van het plastic door de fleswand te kruipen en zo te vervliegen. Dat verklaart waarom, bijvoorbeeld, een plastic fles terpentine op den duur verschrompelt en steeds leger lijkt te worden. Remedie: glazen flesjes van, bijvoorbeeld, 0,1 liter gebruiken. Over de flessenhals een stukje keukenfolie doen. Dat zorgt ervoor dat de dop niet wordt aangetast en goed afsluit. Tot slot: zorg ervoor, dat de naam van de inhoud op de fles staat!&lt;br /&gt;
==== Benzine ====&lt;br /&gt;
Nooit gebruiken, want er zitten allerlei verbeteraars en dergelijke in (aromaten en MTBE), die na verdampen van de vluchtige bestanddelen op het te ontvetten voorwerp achter blijven.&lt;br /&gt;
==== Wasbenzine ====&lt;br /&gt;
Dat is eveneens een aardoliedestillaat, maar dan aromaatvrij en veel minder ongezond. Het laat bij verdampen g&amp;amp;egrave;&amp;amp;egrave;n residu achter. Goed ventileren!&lt;br /&gt;
==== Terpentijn ====&lt;br /&gt;
Destillaat verkregen uit sommige bomen. Bevat onverzadigde verbindingen, die onder invloed van lucht taaie polymeren vormen, welke als residu achterblijven. Niet gebruiken, dus.&lt;br /&gt;
==== Terpentine ====&lt;br /&gt;
Niet verwarren met terpentijn! Deze vloeistof is een syntheseproduct van de aardolie-industrie. Er blijven g&amp;amp;egrave;&amp;amp;egrave;n resten achter. Is goed bruikbaar in de modelspoor.&lt;br /&gt;
==== Alcohol ====&lt;br /&gt;
Andere naam ethanol. Goed oplosmiddel, dat restloos verdampt. Door de hoge accijns op alcohol, zal de zuivere vloeistof niet gebruikt worden voor schoonmaakdoeleinden. De goedkope variant is spiritus. Die is ondrinkbaar gemaakt door bijmengen van het zeer gezondheidsschadelijke methylalcohol (methanol) en een kleurstof. Ook zit er in spiritus meestal  10-15 % water, wat bij mengen soms problematisch kan zijn.&lt;br /&gt;
Ook bij de naam 'alcohol' kan verwarring optreden. Ze wordt namelijk door sommigen ook wel gebruikt voor de stof isopropanol (isopropylalcohol, IPA, 2-propanol), ook bekend als ruitenwisservloeistof in auto’s om bevriezing in de winter te voorkomen. Is bijvoorbeeld geschikt om de airbrush na afloop schoon te maken, en is volledig met water mengbaar.&lt;br /&gt;
==== Aceton ====&lt;br /&gt;
Synoniemen dimethylketon, 2-propanon, nagellakremover. Dat moet u niet teveel inademen, maar is goed bruikbaar als redelijk agressief  schoonmaakmiddel. Polystyreen wordt erdoor aangetast (opgelost), metalen echter niet. Penselen die na gebruik niet schoongemaakt werden, kunnen van verfresten worden ontdaan en weer soepel gemaakt door behandelen met aceton. Nadeel is, dat de vloeistof snel verdampt. Het kookpunt is 56 &amp;amp;#176;C.&lt;br /&gt;
==== MEK ====&lt;br /&gt;
Synoniemen methylethylketon, 2-butanon. Dit heeft een hoger kookpunt (80 &amp;amp;#176;C) en verdampt daarom iets minder snel. Het kan beschouwd worden als het 'grotere broertje' van aceton, met een kenmerkende wee&amp;amp;iuml;zoete geur. Mits spaarzaam aangebracht, is het bijna ideaal om polystyreen te lijmen. De in de handel gebruikte 'plasticlijmen' bestaan vaak uit deze vloeistof, verdikt door erin opgelost polystyreen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== &amp;lt;u&amp;gt;Etsvloeistoffen&amp;lt;/u&amp;gt; ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij het etsproces wordt kopermetaal omgezet tot koperionen door een chemisch proces, waarbij het elektronen afstaat. Di&amp;amp;egrave; worden op hun beurt weer opgenomen door het etsmiddel. Daarvoor zijn verschillende stoffen zeer geschikt gebleken. Maar welke u ook kiest: de oplossing met het etsmiddel is meestal funest voor kleding, waar gemorste vloeistof gaten kan veroorzaken, of lelijke vlekken. Ook tafelbladen, roestvrijstalen aanrechten en ander 'huisraad' vinden gemorste oplossing niet leuk.&lt;br /&gt;
Afval behoort afgevoerd te worden via de gemeentelijke vuilophaaldienst als 'klein chemisch afval'.&lt;br /&gt;
De meest bekende stoffen zijn:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== IJzerchloride ====&lt;br /&gt;
Synoniemen FeCl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;, ferrichloride, ijzertrichloride. Dit is een bruine stof, waarvan een waterige oplossing voor de etsing gebruikt kan worden. Bewaren in gesloten (plastic) fles. Kan troebel worden of een neerslag hebben, maar dat verandert de werking niet.&lt;br /&gt;
De oplossing wordt vaak in de elektronica gebruikt om printplaten te etsen. De stof zal wel bij vele elektronicazaken te koop zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Ammoniumpersulfaat ====&lt;br /&gt;
Synoniem (NH&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;S&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;8&amp;lt;/sub&amp;gt;, ammoniumperoxodisulfaat. Dit is een witte, kristallijne stof die kleurloos oplost in water. Als de stof haar werk doet, gaat het koper in oplossing en ontstaat een diepblauwe kleur (koperammoniumcomplex). Deze stof is wat moeilijker te verkrijgen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Voettekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Boren&lt;br /&gt;
|Volgende= Constructieve Tips&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Methoden, technieken en materialen&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie: Chemicali&amp;amp;euml;n en modelspoor|C]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Praktijk|C]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Dick van der Knaap|C]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
--&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Dick</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Chemicali%C3%ABn_en_modelspoor&amp;diff=42494</id>
		<title>Chemicaliën en modelspoor</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Chemicali%C3%ABn_en_modelspoor&amp;diff=42494"/>
				<updated>2016-10-11T10:28:58Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Dick: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Werk in uitvoering.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nog even geduld a.u.b.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;!-&lt;br /&gt;
De gemakkelijkste werkwijze is:  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1. de hoofdindex (1, 2 of 3) aanpassen,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2. het tussenmenu aanpassen,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3. beide pagina-menu's aanpassen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Koptekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Boren&lt;br /&gt;
|Volgende= Constructieve Tips&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Methoden, technieken en materialen&lt;br /&gt;
|Auteur= Dick van der Knaap&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Inhoudsopgave||Klein}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Inleiding ===&lt;br /&gt;
Regelmatig komt het voor, dat oplosmiddelen en andere stoffen door de modelspoorder voor de meest uiteenlopende doeleinden worden gebruikt. Daarover worden, meestal door onwetendheid en ondeskundigheid, de meest wilde verhalen op fora opgehangen.  U kunt daarom het beste vóóraf lezen wat daadwerkelijk gevaren en gebruiks(on)mogelijkheden zijn.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
U kunt er vanuit gaan, dat waarschuwingen niet voor niets worden gegeven. Denk dus niet, dat het allemaal wel zal meevallen. Wees dus zo verstandig om, waar nodig, handschoenen te dragen, oude kleren aan te trekken, de werkruimte te ventileren, niet te roken,  eten of drinken als u met chemicaliën werkt. Bewaar deze zaken buiten het bereik van kinderen, in goed geëtiketteerde flesjes/potjes en in beperkte hoeveelheden. Denk aan het brandgevaar.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Vaak kunt u de samenstellende bestanddelen van allerlei handelsproducten met de bijbehorende veiligheidsgegevens achterhalen. Binnen Europa mag namelijk een stof of mengsel niet worden verkocht zonder een MSDS (Material Safety Data Sheet). Dat kunt u meestal op internet vinden door te zoeken op de combinatie MSDS + productnaam.&lt;br /&gt;
U komt er zo ook achter dat een product vaak onder dezelfde naam verkocht wordt door verschillende fabrikanten, maar dat de samenstelling nog weleens verschillend is. Laat u dus niet op het verkeerde been zetten. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Zo zijn er bijvoorbeeld allerlei vloeistoffen, welke als thinner verkocht worden, maar die onderling zeer verschillend zijn van samenstelling en mate van bruikbaarheid. Een ander voorbeeld is rookvloeistof. Die, welke modelspoorders gebruiken, is een vloeistof welke door middel van elektriciteit wordt verhit en verdampt. In rookmachines (theaters) wordt een waterige vloeistof gebruikt, die daarom juist voor gebruik in een modelspoorloc onbruikbaar is en uw dure inbouwrookontwikkelaar onherstelbaar beschadigt.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== &amp;lt;u&amp;gt;Schoonmaakvloeistoffen&amp;lt;/u&amp;gt; ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De meeste van de hieronder genoemde vloeistoffen zijn in meer-of-mindere mate vluchtig. Bovendien hebben ze in plastic flessen de neiging om stilletjes tussen de macromoleculen van het plastic door de fleswand te kruipen en zo te vervliegen. Dat verklaart waarom, bijvoorbeeld, een plastic fles terpentine op den duur verschrompelt en steeds leger lijkt te worden. Remedie: glazen flesjes van, bijvoorbeeld, 0,1 liter gebruiken. Over de flessenhals een stukje keukenfolie doen. Dat zorgt ervoor dat de dop niet wordt aangetast en goed afsluit. Tot slot: zorg ervoor, dat de naam van de inhoud op de fles staat!&lt;br /&gt;
==== Benzine ====&lt;br /&gt;
Nooit gebruiken, want er zitten allerlei verbeteraars en dergelijke in (aromaten en MTBE), die na verdampen van de vluchtige bestanddelen op het te ontvetten voorwerp achter blijven.&lt;br /&gt;
==== Wasbenzine ====&lt;br /&gt;
Dat is eveneens een aardoliedestillaat, maar dan aromaatvrij en veel minder ongezond. Het laat bij verdampen g&amp;amp;egrave;&amp;amp;egrave;n residu achter. Goed ventileren!&lt;br /&gt;
==== Terpentijn ====&lt;br /&gt;
Destillaat verkregen uit sommige bomen. Bevat onverzadigde verbindingen, die onder invloed van lucht taaie polymeren vormen, welke als residu achterblijven. Niet gebruiken, dus.&lt;br /&gt;
==== Terpentine ====&lt;br /&gt;
Niet verwarren met terpentijn! Deze vloeistof is een syntheseproduct van de aardolie-industrie. Er blijven g&amp;amp;egrave;&amp;amp;egrave;n resten achter. Is goed bruikbaar in de modelspoor.&lt;br /&gt;
==== Alcohol ====&lt;br /&gt;
Andere naam ethanol. Goed oplosmiddel, dat restloos verdampt. Door de hoge accijns op alcohol, zal de zuivere vloeistof niet gebruikt worden voor schoonmaakdoeleinden. De goedkope variant is spiritus. Die is ondrinkbaar gemaakt door bijmengen van het zeer gezondheidsschadelijke methylalcohol (methanol) en een kleurstof. Ook zit er in spiritus meestal  10-15 % water, wat bij mengen soms problematisch kan zijn.&lt;br /&gt;
Ook bij de naam 'alcohol' kan verwarring optreden. Ze wordt namelijk door sommigen ook wel gebruikt voor de stof isopropanol (isopropylalcohol, IPA, 2-propanol), ook bekend als ruitenwisservloeistof in auto’s om bevriezing in de winter te voorkomen. Is bijvoorbeeld geschikt om de airbrush na afloop schoon te maken, en is volledig met water mengbaar.&lt;br /&gt;
==== Aceton ====&lt;br /&gt;
Synoniemen dimethylketon, 2-propanon, nagellakremover. Dat moet u niet teveel inademen, maar is goed bruikbaar als redelijk agressief  schoonmaakmiddel. Polystyreen wordt erdoor aangetast (opgelost), metalen echter niet. Penselen die na gebruik niet schoongemaakt werden, kunnen van verfresten worden ontdaan en weer soepel gemaakt door behandelen met aceton. Nadeel is, dat de vloeistof snel verdampt. Het kookpunt is 56 &amp;amp;#176;C.&lt;br /&gt;
==== MEK ====&lt;br /&gt;
Synoniemen methylethylketon, 2-butanon. Dit heeft een hoger kookpunt (80 &amp;amp;#176;C) en verdampt daarom iets minder snel. Het kan beschouwd worden als het 'grotere broertje' van aceton, met een kenmerkende wee&amp;amp;iuml;zoete geur. Mits spaarzaam aangebracht, is het bijna ideaal om polystyreen te lijmen. De in de handel gebruikte 'plasticlijmen' bestaan vaak uit deze vloeistof, verdikt door erin opgelost polystyreen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== &amp;lt;u&amp;gt;Etsvloeistoffen&amp;lt;/u&amp;gt; ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij het etsproces wordt kopermetaal omgezet tot koperionen door een chemisch proces, waarbij het elektronen afstaat. Di&amp;amp;egrave; worden op hun beurt weer opgenomen door het etsmiddel. Daarvoor zijn verschillende stoffen zeer geschikt gebleken. Maar welke u ook kiest: de oplossing met het etsmiddel is meestal funest voor kleding, waar gemorste vloeistof gaten kan veroorzaken, of lelijke vlekken. Ook tafelbladen, roestvrijstalen aanrechten en ander 'huisraad' vinden gemorste oplossing niet leuk.&lt;br /&gt;
Afval behoort afgevoerd te worden via de gemeentelijke vuilophaaldienst als 'klein chemisch afval'.&lt;br /&gt;
De meest bekende stoffen zijn:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== IJzerchloride ====&lt;br /&gt;
Synoniemen FeCl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;, ferrichloride, ijzertrichloride. Dit is een bruine stof, waarvan een waterige oplossing voor de etsing gebruikt kan worden. Bewaren in gesloten (plastic) fles. Kan troebel worden of een neerslag hebben, maar dat verandert de werking niet.&lt;br /&gt;
De oplossing wordt vaak in de elektronica gebruikt om printplaten te etsen. De stof zal wel bij vele elektronicazaken te koop zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Ammoniumpersulfaat ====&lt;br /&gt;
Synoniem (NH&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;S&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;8&amp;lt;/sub&amp;gt;, ammoniumperoxodisulfaat. Dit is een witte, kristallijne stof die kleurloos oplost in water. Als de stof haar werk doet, gaat het koper in oplossing en ontstaat een diepblauwe kleur (koperammoniumcomplex). Deze stof is wat moeilijker te verkrijgen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Voettekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Boren&lt;br /&gt;
|Volgende= Constructieve Tips&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Methoden, technieken en materialen&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie: Chemicali&amp;amp;euml;n en modelspoor|C]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Praktijk|C]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Dick van der Knaap|C]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Dick</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Chemicali%C3%ABn_en_modelspoor&amp;diff=42493</id>
		<title>Chemicaliën en modelspoor</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Chemicali%C3%ABn_en_modelspoor&amp;diff=42493"/>
				<updated>2016-10-11T10:26:07Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Dick: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Werk in uitvoering.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nog even geduld a.u.b.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;!-&lt;br /&gt;
De gemakkelijkste werkwijze is:  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1. de hoofdindex (1, 2 of 3) aanpassen,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2. het tussenmenu aanpassen,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3. beide pagina-menu's aanpassen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Koptekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Boren&lt;br /&gt;
|Volgende= Constructieve Tips&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Methoden, technieken en materialen&lt;br /&gt;
|Auteur= Dick van der Knaap&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Inhoudsopgave||Klein}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Inleiding ===&lt;br /&gt;
Regelmatig komt het voor, dat oplosmiddelen en andere stoffen door de modelspoorder voor de meest uiteenlopende doeleinden worden gebruikt. Daarover worden, meestal door onwetendheid en ondeskundigheid, de meest wilde verhalen op fora opgehangen.  U kunt daarom het beste vóóraf lezen wat daadwerkelijk gevaren en gebruiks(on)mogelijkheden zijn.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
U kunt er vanuit gaan, dat waarschuwingen niet voor niets worden gegeven. Denk dus niet, dat het allemaal wel zal meevallen. Wees dus zo verstandig om, waar nodig, handschoenen te dragen, oude kleren aan te trekken, de werkruimte te ventileren, niet te roken,  eten of drinken als u met chemicaliën werkt. Bewaar deze zaken buiten het bereik van kinderen, in goed geëtiketteerde flesjes/potjes en in beperkte hoeveelheden. Denk aan het brandgevaar.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Vaak kunt u de samenstellende bestanddelen van allerlei handelsproducten met de bijbehorende veiligheidsgegevens achterhalen. Binnen Europa mag namelijk een stof of mengsel niet worden verkocht zonder een MSDS (Material Safety Data Sheet). Dat kunt u meestal op internet vinden door te zoeken op de combinatie MSDS + productnaam.&lt;br /&gt;
U komt er zo ook achter dat een product vaak onder dezelfde naam verkocht wordt door verschillende fabrikanten, maar dat de samenstelling nog weleens verschillend is. Laat u dus niet op het verkeerde been zetten. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Zo zijn er bijvoorbeeld allerlei vloeistoffen, welke als thinner verkocht worden, maar die onderling zeer verschillend zijn van samenstelling en mate van bruikbaarheid. Een ander voorbeeld is rookvloeistof. Die, welke modelspoorders gebruiken, is een vloeistof welke door middel van elektriciteit wordt verhit en verdampt. In rookmachines (theaters) wordt een waterige vloeistof gebruikt, die daarom juist voor gebruik in een modelspoorloc onbruikbaar is en uw dure inbouwrookontwikkelaar onherstelbaar beschadigt.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Schoonmaakvloeistoffen ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De meeste van de hieronder genoemde vloeistoffen zijn in meer-of-mindere mate vluchtig. Bovendien hebben ze in plastic flessen de neiging om stilletjes tussen de macromoleculen van het plastic door de fleswand te kruipen en zo te vervliegen. Dat verklaart waarom, bijvoorbeeld, een plastic fles terpentine op den duur verschrompelt en steeds leger lijkt te worden. Remedie: glazen flesjes van, bijvoorbeeld, 0,1 liter gebruiken. Over de flessenhals een stukje keukenfolie doen. Dat zorgt ervoor dat de dop niet wordt aangetast en goed afsluit. Tot slot: zorg ervoor, dat de naam van de inhoud op de fles staat!&lt;br /&gt;
==== Benzine ====&lt;br /&gt;
Nooit gebruiken, want er zitten allerlei verbeteraars en dergelijke in (aromaten en MTBE), die na verdampen van de vluchtige bestanddelen op het te ontvetten voorwerp achter blijven.&lt;br /&gt;
==== Wasbenzine ====&lt;br /&gt;
Dat is eveneens een aardoliedestillaat, maar dan aromaatvrij en veel minder ongezond. Het laat bij verdampen g&amp;amp;egrave;&amp;amp;egrave;n residu achter. Goed ventileren!&lt;br /&gt;
==== Terpentijn ====&lt;br /&gt;
Destillaat verkregen uit sommige bomen. Bevat onverzadigde verbindingen, die onder invloed van lucht taaie polymeren vormen, welke als residu achterblijven. Niet gebruiken, dus.&lt;br /&gt;
==== Terpentine ====&lt;br /&gt;
Niet verwarren met terpentijn! Deze vloeistof is een syntheseproduct van de aardolie-industrie. Er blijven g&amp;amp;egrave;&amp;amp;egrave;n resten achter. Is goed bruikbaar in de modelspoor.&lt;br /&gt;
==== Alcohol ====&lt;br /&gt;
Andere naam ethanol. Goed oplosmiddel, dat restloos verdampt. Door de hoge accijns op alcohol, zal de zuivere vloeistof niet gebruikt worden voor schoonmaakdoeleinden. De goedkope variant is spiritus. Die is ondrinkbaar gemaakt door bijmengen van het zeer gezondheidsschadelijke methylalcohol (methanol) en een kleurstof. Ook zit er in spiritus meestal  10-15 % water, wat bij mengen soms problematisch kan zijn.&lt;br /&gt;
Ook bij de naam 'alcohol' kan verwarring optreden. Ze wordt namelijk door sommigen ook wel gebruikt voor de stof isopropanol (isopropylalcohol, IPA, 2-propanol), ook bekend als ruitenwisservloeistof in auto’s om bevriezing in de winter te voorkomen. Is bijvoorbeeld geschikt om de airbrush na afloop schoon te maken, en is volledig met water mengbaar.&lt;br /&gt;
==== Aceton ====&lt;br /&gt;
Synoniemen dimethylketon, 2-propanon, nagellakremover. Dat moet u niet teveel inademen, maar is goed bruikbaar als redelijk agressief  schoonmaakmiddel. Polystyreen wordt erdoor aangetast (opgelost), metalen echter niet. Penselen die na gebruik niet schoongemaakt werden, kunnen van verfresten worden ontdaan en weer soepel gemaakt door behandelen met aceton. Nadeel is, dat de vloeistof snel verdampt. Het kookpunt is 56 &amp;amp;#176;C.&lt;br /&gt;
==== MEK ====&lt;br /&gt;
Synoniemen methylethylketon, 2-butanon. Dit heeft een hoger kookpunt (80 &amp;amp;#176;C) en verdampt daarom iets minder snel. Het kan beschouwd worden als het 'grotere broertje' van aceton, met een kenmerkende wee&amp;amp;iuml;zoete geur. Mits spaarzaam aangebracht, is het bijna ideaal om polystyreen te lijmen. De in de handel gebruikte 'plasticlijmen' bestaan vaak uit deze vloeistof, verdikt door erin opgelost polystyreen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Etsvloeistoffen ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij het etsproces wordt kopermetaal omgezet tot koperionen door een chemisch proces, waarbij het elektronen afstaat. Di&amp;amp;egrave; worden op hun beurt weer opgenomen door het etsmiddel. Daarvoor zijn verschillende stoffen zeer geschikt gebleken. Maar welke u ook kiest: de oplossing met het etsmiddel is meestal funest voor kleding, waar gemorste vloeistof gaten kan veroorzaken, of lelijke vlekken. Ook tafelbladen, roestvrijstalen aanrechten en ander 'huisraad' vinden gemorste oplossing niet leuk.&lt;br /&gt;
Afval behoort afgevoerd te worden via de gemeentelijke vuilophaaldienst als 'klein chemisch afval'.&lt;br /&gt;
De meest bekende stoffen zijn:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Ijzerchloride ====&lt;br /&gt;
Synoniemen FeCl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;, ferrichloride, ijzertrichloride. Dit is een bruine stof, waarvan een waterige oplossing voor de etsing gebruikt kan worden. Bewaren in gesloten (plastic) fles. Kan troebel worden of een neerslag hebben, maar dat verandert de werking niet.&lt;br /&gt;
De oplossing wordt vaak in de elektronica gebruikt om printplaten te etsen. De stof zal wel bij vele elektronicazaken te koop zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Ammoniumpersulfaat ====&lt;br /&gt;
Synoniem (NH&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;S&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;8&amp;lt;/sub&amp;gt;, ammoniumperoxodisulfaat. Dit is een witte, kristallijne stof die kleurloos oplost in water. Als de stof haar werk doet, gaat het koper in oplossing en ontstaat een diepblauwe kleur (koperammoniumcomplex). Deze stof is wat moeilijker te verkrijgen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Voettekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Boren&lt;br /&gt;
|Volgende= Constructieve Tips&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Methoden, technieken en materialen&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie: Chemicali&amp;amp;euml;n en modelspoor|C]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Praktijk|C]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Dick van der Knaap|C]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Dick</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Chemicali%C3%ABn_en_modelspoor&amp;diff=42492</id>
		<title>Chemicaliën en modelspoor</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Chemicali%C3%ABn_en_modelspoor&amp;diff=42492"/>
				<updated>2016-10-11T10:23:40Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Dick: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Werk in uitvoering.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nog even geduld a.u.b.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;!-&lt;br /&gt;
De gemakkelijkste werkwijze is:  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1. de hoofdindex (1, 2 of 3) aanpassen,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2. het tussenmenu aanpassen,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3. beide pagina-menu's aanpassen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Koptekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Boren&lt;br /&gt;
|Volgende= Constructieve Tips&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Methoden, technieken en materialen&lt;br /&gt;
|Auteur= Dick van der Knaap&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Inhoudsopgave||Klein}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Inleiding ===&lt;br /&gt;
Regelmatig komt het voor, dat oplosmiddelen en andere stoffen door de modelspoorder voor de meest uiteenlopende doeleinden worden gebruikt. Daarover worden, meestal door onwetendheid en ondeskundigheid, de meest wilde verhalen op fora opgehangen.  U kunt daarom het beste vóóraf lezen wat daadwerkelijk gevaren en gebruiks(on)mogelijkheden zijn.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
U kunt er vanuit gaan, dat waarschuwingen niet voor niets worden gegeven. Denk dus niet, dat het allemaal wel zal meevallen. Wees dus zo verstandig om, waar nodig, handschoenen te dragen, oude kleren aan te trekken, de werkruimte te ventileren, niet te roken,  eten of drinken als u met chemicaliën werkt. Bewaar deze zaken buiten het bereik van kinderen, in goed geëtiketteerde flesjes/potjes en in beperkte hoeveelheden. Denk aan het brandgevaar.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Vaak kunt u de samenstellende bestanddelen van allerlei handelsproducten met de bijbehorende veiligheidsgegevens achterhalen. Binnen Europa mag namelijk een stof of mengsel niet worden verkocht zonder een MSDS (Material Safety Data Sheet). Dat kunt u meestal op internet vinden door te zoeken op de combinatie MSDS + productnaam.&lt;br /&gt;
U komt er zo ook achter dat een product vaak onder dezelfde naam verkocht wordt door verschillende fabrikanten, maar dat de samenstelling nog weleens verschillend is. Laat u dus niet op het verkeerde been zetten. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Zo zijn er bijvoorbeeld allerlei vloeistoffen, welke als thinner verkocht worden, maar die onderling zeer verschillend zijn van samenstelling en mate van bruikbaarheid. Een ander voorbeeld is rookvloeistof. Die, welke modelspoorders gebruiken, is een vloeistof welke door middel van elektriciteit wordt verhit en verdampt. In rookmachines (theaters) wordt een waterige vloeistof gebruikt, die daarom juist voor gebruik in een modelspoorloc onbruikbaar is en uw dure inbouwrookontwikkelaar onherstelbaar beschadigt.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Schoonmaakvloeistoffen ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De meeste van de hieronder genoemde vloeistoffen zijn in meer-of-mindere mate vluchtig. Bovendien hebben ze in plastic flessen de neiging om stilletjes tussen de macromoleculen van het plastic door de fleswand te kruipen en zo te vervliegen. Dat verklaart waarom, bijvoorbeeld, een plastic fles terpentine op den duur verschrompelt en steeds leger lijkt te worden. Remedie: glazen flesjes van, bijvoorbeeld, 0,1 liter gebruiken. Over de flessenhals een stukje keukenfolie doen. Dat zorgt ervoor dat de dop niet wordt aangetast en goed afsluit. Tot slot: zorg ervoor, dat de naam van de inhoud op de fles staat!&lt;br /&gt;
==== Benzine ====&lt;br /&gt;
Nooit gebruiken, want er zitten allerlei verbeteraars en dergelijke in (aromaten en MTBE), die na verdampen van de vluchtige bestanddelen op het te ontvetten voorwerp achter blijven.&lt;br /&gt;
==== Wasbenzine ====&lt;br /&gt;
Dat is eveneens een aardoliedestillaat, maar dan aromaatvrij en veel minder ongezond. Het laat bij verdampen g&amp;amp;egrave;&amp;amp;egrave;n residu achter. Goed ventileren!&lt;br /&gt;
==== Terpentijn ====&lt;br /&gt;
Destillaat verkregen uit sommige bomen. Bevat onverzadigde verbindingen, die onder invloed van lucht taaie polymeren vormen, welke als residu achterblijven. Niet gebruiken, dus.&lt;br /&gt;
==== Terpentine ====&lt;br /&gt;
Niet verwarren met terpentijn! Deze vloeistof is een syntheseproduct van de aardolie-industrie. Er blijven g&amp;amp;egrave;&amp;amp;egrave;n resten achter. Is goed bruikbaar in de modelspoor.&lt;br /&gt;
==== Alcohol ====&lt;br /&gt;
Andere naam ethanol. Goed oplosmiddel, dat restloos verdampt. Door de hoge accijns op alcohol, zal de zuivere vloeistof niet gebruikt worden voor schoonmaakdoeleinden. De goedkope variant is spiritus. Die is ondrinkbaar gemaakt door bijmengen van het zeer gezondheidsschadelijke methylalcohol (methanol) en een kleurstof. Ook zit er in spiritus meestal  10-15 % water, wat bij mengen soms problematisch kan zijn.&lt;br /&gt;
Ook bij de naam 'alcohol' kan verwarring optreden. Ze wordt namelijk door sommigen ook wel gebruikt voor de stof isopropanol (isopropylalcohol, IPA, 2-propanol), ook bekend als ruitenwisservloeistof in auto’s om bevriezing in de winter te voorkomen. Is bijvoorbeeld geschikt om de airbrush na afloop schoon te maken, en is volledig met water mengbaar.&lt;br /&gt;
==== Aceton ====&lt;br /&gt;
Synoniemen dimethylketon, 2-propanon, nagellakremover. Dat moet u niet teveel inademen, maar is goed bruikbaar als redelijk agressief  schoonmaakmiddel. Polystyreen wordt erdoor aangetast (opgelost), metalen echter niet. Penselen die na gebruik niet schoongemaakt werden, kunnen van verfresten worden ontdaan en weer soepel gemaakt door behandelen met aceton. Nadeel is, dat de vloeistof snel verdampt. Het kookpunt is 56 &amp;amp;#176;C.&lt;br /&gt;
==== MEK ====&lt;br /&gt;
Synoniemen methylethylketon, 2-butanon. Dit heeft een hoger kookpunt en verdampt daarom iets minder snel (kookpunt 80 &amp;amp;#176;C). Het kan beschouwd worden als het 'grotere broertje' van aceton, met een kenmerkende wee&amp;amp;iuml;zoete geur. Mits spaarzaam aangebracht, is het bijna ideaal om polystyreen te lijmen. De in de handel gebruikte 'plasticlijmen' bestaan vaak uit deze vloeistof, verdikt door erin opgelost polystyreen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Etsvloeistoffen ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij het etsproces wordt kopermetaal omgezet tot koperionen door een chemisch proces, waarbij het elektronen afstaat. Di&amp;amp;egrave; worden op hun beurt weer opgenomen door het etsmiddel. Daarvoor zijn verschillende stoffen zeer geschikt gebleken. Maar welke u ook kiest: de oplossing met het etsmiddel is meestal funest voor kleding, waar gemorste vloeistof gaten kan veroorzaken, of lelijke vlekken. Ook tafelbladen, roestvrijstalen aanrechten en ander 'huisraad' vinden gemorste oplossing niet leuk.&lt;br /&gt;
Afval behoort afgevoerd te worden via de gemeentelijke vuilophaaldienst als 'klein chemisch afval'.&lt;br /&gt;
De meest bekende stoffen zijn:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Ijzerchloride ====&lt;br /&gt;
Synoniemen FeCl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;, ferrichloride, ijzertrichloride. Dit is een bruine stof, waarvan een waterige oplossing voor de etsing gebruikt kan worden. Bewaren in gesloten (plastic) fles. Kan troebel worden of een neerslag hebben, maar dat verandert de werking niet.&lt;br /&gt;
De oplossing wordt vaak in de elektronica gebruikt om printplaten te etsen. De stof zal wel bij vele elektronicazaken te koop zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Ammoniumpersulfaat ====&lt;br /&gt;
Synoniem (NH&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;S&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;8&amp;lt;/sub&amp;gt;, ammoniumperoxodisulfaat. Dit is een witte, kristallijne stof die kleurloos oplost in water. Als de stof haar werk doet, gaat het koper in oplossing en ontstaat een diepblauwe kleur (koperammoniumcomplex). Deze stof is wat moeilijker te verkrijgen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Voettekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Boren&lt;br /&gt;
|Volgende= Constructieve Tips&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Methoden, technieken en materialen&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie: Chemicali&amp;amp;euml;n en modelspoor|C]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Praktijk|C]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Dick van der Knaap|C]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Dick</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Chemicali%C3%ABn_en_modelspoor&amp;diff=42491</id>
		<title>Chemicaliën en modelspoor</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Chemicali%C3%ABn_en_modelspoor&amp;diff=42491"/>
				<updated>2016-10-11T10:18:40Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Dick: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Werk in uitvoering.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nog even geduld a.u.b.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;!-&lt;br /&gt;
De gemakkelijkste werkwijze is:  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1. de hoofdindex (1, 2 of 3) aanpassen,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2. het tussenmenu aanpassen,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3. beide pagina-menu's aanpassen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Koptekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Boren&lt;br /&gt;
|Volgende= Constructieve Tips&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Methoden, technieken en materialen&lt;br /&gt;
|Auteur= Dick van der Knaap&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Inhoudsopgave||Klein}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Inleiding ===&lt;br /&gt;
Regelmatig komt het voor, dat oplosmiddelen en andere stoffen door de modelspoorder voor de meest uiteenlopende doeleinden worden gebruikt. Daarover worden, meestal door onwetendheid en ondeskundigheid, de meest wilde verhalen op fora opgehangen.  U kunt daarom het beste vóóraf lezen wat daadwerkelijk gevaren en gebruiks(on)mogelijkheden zijn.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
U kunt er vanuit gaan, dat waarschuwingen niet voor niets worden gegeven. Denk dus niet, dat het allemaal wel zal meevallen. Wees dus zo verstandig om, waar nodig, handschoenen te dragen, oude kleren aan te trekken, de werkruimte te ventileren, niet te roken,  eten of drinken als u met chemicaliën werkt. Bewaar deze zaken buiten het bereik van kinderen, in goed geëtiketteerde flesjes/potjes en in beperkte hoeveelheden. Denk aan het brandgevaar.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Vaak kunt u de samenstellende bestanddelen van allerlei handelsproducten met de bijbehorende veiligheidsgegevens achterhalen. Binnen Europa mag namelijk een stof of mengsel niet worden verkocht zonder een MSDS (Material Safety Data Sheet). Dat kunt u meestal op internet vinden door te zoeken op de combinatie MSDS + productnaam.&lt;br /&gt;
U komt er zo ook achter dat een product vaak onder dezelfde naam verkocht wordt door verschillende fabrikanten, maar dat de samenstelling nog weleens verschillend is. Laat u dus niet op het verkeerde been zetten. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Zo zijn er bijvoorbeeld allerlei vloeistoffen, welke als thinner verkocht worden, maar die onderling zeer verschillend zijn van samenstelling en mate van bruikbaarheid. Een ander voorbeeld is rookvloeistof. Die, welke modelspoorders gebruiken, is een vloeistof welke door middel van elektriciteit wordt verhit en verdampt. In rookmachines (theaters) wordt een waterige vloeistof gebruikt, die daarom juist voor gebruik in een modelspoorloc onbruikbaar is en uw dure inbouwrookontwikkelaar onherstelbaar beschadigt.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Schoonmaakvloeistoffen ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De meeste van de hieronder genoemde vloeistoffen zijn in meer-of-mindere mate vluchtig. Bovendien hebben ze in plastic flessen de neiging om stilletjes tussen de macromoleculen van het plastic door de fleswand te kruipen en zo te vervliegen. Dat verklaart waarom, bijvoorbeeld, een plastic fles terpentine op den duur verschrompelt en steeds leger lijkt te worden. Remedie: glazen flesjes van, bijvoorbeeld, 0,1 liter gebruiken. Over de flessenhals een stukje keukenfolie doen. Dat zorgt ervoor dat de dop niet wordt aangetast en goed afsluit. Tot slot: zorg ervoor, dat de naam van de inhoud op de fles staat!&lt;br /&gt;
==== Benzine ====&lt;br /&gt;
Nooit gebruiken, want er zitten allerlei verbeteraars en dergelijke in (aromaten en MTBE), die na verdampen van de vluchtige bestanddelen op het te ontvetten voorwerp achter blijven.&lt;br /&gt;
==== Wasbenzine ====&lt;br /&gt;
Dat is eveneens een aardoliedestillaat, maar dan aromaatvrij en veel minder ongezond. Het laat bij verdampen g&amp;amp;egrave;&amp;amp;egrave;n residu achter. Goed ventileren!&lt;br /&gt;
==== Terpentijn ====&lt;br /&gt;
Destillaat verkregen uit sommige bomen. Bevat onverzadigde verbindingen, die onder invloed van lucht taaie polymeren vormen, welke als residu achterblijven. Niet gebruiken, dus.&lt;br /&gt;
==== Terpentine ====&lt;br /&gt;
Niet verwarren met terpentijn! Deze vloeistof is een syntheseproduct van de aardolie-industrie. Er blijven g&amp;amp;egrave;&amp;amp;egrave;n resten achter. Is goed bruikbaar in de modelspoor.&lt;br /&gt;
==== Alcohol ====&lt;br /&gt;
Andere naam ethanol. Goed oplosmiddel, dat restloos verdampt. Door de hoge accijns op alcohol, zal de zuivere vloeistof niet gebruikt worden voor schoonmaakdoeleinden. De goedkope variant is spiritus. Die is ondrinkbaar gemaakt door bijmengen van het zeer gezondheidsschadelijke methylalcohol (methanol) en een kleurstof. Ook zit er in spiritus meestal  10-15 % water, wat bij mengen soms problematisch kan zijn.&lt;br /&gt;
Ook bij de naam 'alcohol' kan verwarring optreden. Ze wordt namelijk door sommigen ook wel gebruikt voor de stof isopropanol (isopropylalcohol, IPA, 2-propanol), ook bekend als ruitenwisservloeistof in auto’s om bevriezing in de winter te voorkomen. Is bijvoorbeeld geschikt om de airbrush na afloop schoon te maken, en is volledig met water mengbaar.&lt;br /&gt;
==== Aceton ====&lt;br /&gt;
Synoniemen dimethylketon, 2-propanon, nagellakremover. Dat moet u niet teveel inademen, maar is goed bruikbaar als redelijk agressief  schoonmaakmiddel. Polystyreen wordt erdoor aangetast (opgelost), metalen echter niet. Penselen die na gebruik niet schoongemaakt werden, kunnen van verfresten worden ontdaan en weer soepel gemaakt door behandelen met aceton. Nadeel is, dat de vloeistof snel verdampt. Het kookpunt is 56 &amp;amp;#176;C.&lt;br /&gt;
==== MEK ====&lt;br /&gt;
Synoniemen methylethylketon, 2-butanon. Dit heeft een ongeveer 30 graden hoger kookpunt, verdampt daarom iets minder snel. Het kan beschouwd worden als het 'grotere broertje' van aceton, met een kenmerkende wee&amp;amp;iuml;zoete geur. Mits spaarzaam aangebracht, is het bijna ideaal om polystyreen te lijmen. De in de handel gebruikte 'plasticlijmen' bestaan vaak uit deze vloeistof, verdikt door erin opgelost polystyreen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Etsvloeistoffen ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij het etsproces wordt kopermetaal omgezet tot koperionen door een chemisch proces, waarbij het elektronen afstaat. Di&amp;amp;egrave; worden op hun beurt weer opgenomen door het etsmiddel. Daarvoor zijn verschillende stoffen zeer geschikt gebleken. Maar welke u ook kiest: de oplossing met het etsmiddel is meestal funest voor kleding, waar gemorste vloeistof gaten kan veroorzaken, of lelijke vlekken. Ook tafelbladen, roestvrijstalen aanrechten en ander 'huisraad' vinden gemorste oplossing niet leuk.&lt;br /&gt;
Afval behoort afgevoerd te worden via de gemeentelijke vuilophaaldienst als 'klein chemisch afval'.&lt;br /&gt;
De meest bekende stoffen zijn:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Ijzerchloride ====&lt;br /&gt;
Synoniemen FeCl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;, ferrichloride, ijzertrichloride. Dit is een bruine stof, waarvan een waterige oplossing voor de etsing gebruikt kan worden. Bewaren in gesloten (plastic) fles. Kan troebel worden of een neerslag hebben, maar dat verandert de werking niet.&lt;br /&gt;
De oplossing wordt vaak in de elektronica gebruikt om printplaten te etsen. De stof zal wel bij vele elektronicazaken te koop zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Ammoniumpersulfaat ====&lt;br /&gt;
Synoniem (NH&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;S&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;8&amp;lt;/sub&amp;gt;, ammoniumperoxodisulfaat. Dit is een witte, kristallijne stof die kleurloos oplost in water. Als de stof haar werk doet, gaat het koper in oplossing en ontstaat een diepblauwe kleur (koperammoniumcomplex). Deze stof is wat moeilijker te verkrijgen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Voettekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Boren&lt;br /&gt;
|Volgende= Constructieve Tips&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Methoden, technieken en materialen&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie: Chemicali&amp;amp;euml;n en modelspoor|C]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Praktijk|C]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Dick van der Knaap|C]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Dick</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Chemicali%C3%ABn_en_modelspoor&amp;diff=42490</id>
		<title>Chemicaliën en modelspoor</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Chemicali%C3%ABn_en_modelspoor&amp;diff=42490"/>
				<updated>2016-10-11T10:12:45Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Dick: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Werk in uitvoering.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nog even geduld a.u.b.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;!-&lt;br /&gt;
De gemakkelijkste werkwijze is:  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1. de hoofdindex (1, 2 of 3) aanpassen,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2. het tussenmenu aanpassen,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3. beide pagina-menu's aanpassen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Koptekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Boren&lt;br /&gt;
|Volgende= Constructieve Tips&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Methoden, technieken en materialen&lt;br /&gt;
|Auteur= Dick van der Knaap&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Inhoudsopgave||Klein}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Inleiding ===&lt;br /&gt;
Regelmatig komt het voor, dat oplosmiddelen en andere stoffen door de modelspoorder voor de meest uiteenlopende doeleinden worden gebruikt. Daarover worden, meestal door onwetendheid en ondeskundigheid, de meest wilde verhalen op fora opgehangen.  U kunt daarom het beste vóóraf lezen wat daadwerkelijk gevaren en gebruiks(on)mogelijkheden zijn.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
U kunt er vanuit gaan, dat waarschuwingen niet voor niets worden gegeven. Denk dus niet, dat het allemaal wel zal meevallen. Wees dus zo verstandig om, waar nodig, handschoenen te dragen, oude kleren aan te trekken, de werkruimte te ventileren, niet te roken,  eten of drinken als u met chemicaliën werkt. Bewaar deze zaken buiten het bereik van kinderen, in goed geëtiketteerde flesjes/potjes en in beperkte hoeveelheden. Denk aan het brandgevaar.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Vaak kunt u de samenstellende bestanddelen van allerlei handelsproducten met de bijbehorende veiligheidsgegevens achterhalen. Binnen Europa mag namelijk een stof of mengsel niet worden verkocht zonder een MSDS (Material Safety Data Sheet). Dat kunt u meestal op internet vinden door te zoeken op de combinatie MSDS + productnaam.&lt;br /&gt;
U komt er zo ook achter dat een product vaak onder dezelfde naam verkocht wordt door verschillende fabrikanten, maar dat de samenstelling nog weleens verschillend is. Laat u dus niet op het verkeerde been zetten. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Zo zijn er bijvoorbeeld allerlei vloeistoffen, welke als thinner verkocht worden, maar die onderling zeer verschillend zijn van samenstelling en mate van bruikbaarheid. Een ander voorbeeld is rookvloeistof. Die, welke modelspoorders gebruiken, is een vloeistof welke door middel van elektriciteit wordt verhit en verdampt. In rookmachines (theaters) wordt een waterige vloeistof gebruikt, die daarom juist voor gebruik in een modelspoorloc onbruikbaar is en uw dure inbouwrookontwikkelaar onherstelbaar beschadigt.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Schoonmaakvloeistoffen ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De meeste van de hieronder genoemde vloeistoffen zijn in meer-of-mindere mate vluchtig. Bovendien hebben ze in plastic flessen de neiging om stilletjes tussen de macromoleculen van het plastic door de fleswand te kruipen en zo te vervliegen. Dat verklaart waarom, bijvoorbeeld, een plastic fles terpentine op den duur verschrompelt en steeds leger lijkt te worden. Remedie: glazen flesjes van, bijvoorbeeld, 0,1 liter gebruiken. Over de flessenhals een stukje keukenfolie doen. Dat zorgt ervoor dat de dop niet wordt aangetast en goed afsluit. Tot slot: zorg ervoor, dat de naam van de inhoud op de fles staat!&lt;br /&gt;
==== Benzine ====&lt;br /&gt;
Nooit gebruiken, want er zitten allerlei verbeteraars en dergelijke in (aromaten en MTBE), die na verdampen van de vluchtige bestanddelen op het te ontvetten voorwerp achter blijven.&lt;br /&gt;
==== Wasbenzine ====&lt;br /&gt;
Dat is eveneens een aardoliedestillaat, maar dan aromaatvrij en veel minder ongezond. Het laat bij verdampen g&amp;amp;egrave;&amp;amp;egrave;n residu achter. Goed ventileren!&lt;br /&gt;
==== Terpentijn ====&lt;br /&gt;
Destillaat verkregen uit sommige bomen. Bevat onverzadigde verbindingen, die onder invloed van lucht taaie polymeren vormen, welke als residu achterblijven. Niet gebruiken, dus.&lt;br /&gt;
==== Terpentine ====&lt;br /&gt;
Niet verwarren met terpentijn! Deze vloeistof is een syntheseproduct van de aardolie-industrie. Er blijven g&amp;amp;egrave;&amp;amp;egrave;n resten achter. Is goed bruikbaar in de modelspoor.&lt;br /&gt;
==== Alcohol ====&lt;br /&gt;
Andere naam ethanol. Goed oplosmiddel, dat restloos verdampt. Door de hoge accijns op alcohol, zal de zuivere vloeistof niet gebruikt worden voor schoonmaakdoeleinden. De goedkope variant is spiritus. Die is ondrinkbaar gemaakt door bijmengen van het zeer gezondheidsschadelijke methylalcohol (methanol) en een kleurstof. Ook zit er in spiritus meestal  10-15 % water, wat bij mengen soms problematisch kan zijn.&lt;br /&gt;
Ook bij de naam 'alcohol' kan verwarring optreden. Ze wordt namelijk door sommigen ook wel gebruikt voor de stof isopropanol (isopropylalcohol, IPA, 2-propanol), ook bekend als ruitenwisservloeistof in auto’s om bevriezing in de winter te voorkomen. Is bijvoorbeeld geschikt om de airbrush na afloop schoon te maken, en is volledig met water mengbaar.&lt;br /&gt;
==== Aceton ====&lt;br /&gt;
Synoniemen dimethylketon, 2-propanon, nagellakremover. Dat moet u niet teveel inademen, maar is goed bruikbaar als redelijk agressief  schoonmaakmiddel. Polystyreen wordt erdoor aangetast (opgelost), metalen echter niet. Penselen die na gebruik niet schoongemaakt werden, kunnen van verfresten worden ontdaan en weer soepel gemaakt door behandelen met aceton. Nadeel is, dat de vloeistof snel verdampt. Het kookpunt is 56 o C.&lt;br /&gt;
==== MEK ====&lt;br /&gt;
Synoniemen methylethylketon, 2-butanon. Dit heeft een ongeveer 30 graden hoger kookpunt, verdampt daarom iets minder snel. Het kan beschouwd worden als het 'grotere broertje' van aceton, met een kenmerkende wee&amp;amp;iuml;zoete geur. Mits spaarzaam aangebracht, is het bijna ideaal om polystyreen te lijmen. De in de handel gebruikte 'plasticlijmen' bestaan vaak uit deze vloeistof, verdikt door erin opgelost polystyreen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Etsvloeistoffen ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij het etsproces wordt kopermetaal omgezet tot koperionen door een chemisch proces, waarbij het elektronen afstaat. Di&amp;amp;egrave; worden op hun beurt weer opgenomen door het etsmiddel. Daarvoor zijn verschillende stoffen zeer geschikt gebleken. Maar welke u ook kiest: de oplossing met het etsmiddel is meestal funest voor kleding, waar gemorste vloeistof gaten kan veroorzaken, of lelijke vlekken. Ook tafelbladen, roestvrijstalen aanrechten en ander 'huisraad' vinden gemorste oplossing niet leuk.&lt;br /&gt;
Afval behoort afgevoerd te worden via de gemeentelijke vuilophaaldienst als 'klein chemisch afval'.&lt;br /&gt;
De meest bekende stoffen zijn:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Ijzerchloride ====&lt;br /&gt;
Synoniemen FeCl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;, ferrichloride, ijzertrichloride. Dit is een bruine stof, waarvan een waterige oplossing voor de etsing gebruikt kan worden. Bewaren in gesloten (plastic) fles. Kan troebel worden of een neerslag hebben, maar dat verandert de werking niet.&lt;br /&gt;
De oplossing wordt vaak in de elektronica gebruikt om printplaten te etsen. De stof zal wel bij vele elektronicazaken te koop zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Ammoniumpersulfaat ====&lt;br /&gt;
Synoniem (NH&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;S&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;8&amp;lt;/sub&amp;gt;, ammoniumperoxodisulfaat. Dit is een witte, kristallijne stof die kleurloos oplost in water. Als de stof haar werk doet, gaat het koper in oplossing en ontstaat een diepblauwe kleur (koperammoniumcomplex). Deze stof is wat moeilijker te verkrijgen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Voettekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Boren&lt;br /&gt;
|Volgende= Constructieve Tips&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Methoden, technieken en materialen&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie: Chemicali&amp;amp;euml;n en modelspoor|C]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Praktijk|C]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Dick van der Knaap|C]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Dick</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Chemicali%C3%ABn_en_modelspoor&amp;diff=42489</id>
		<title>Chemicaliën en modelspoor</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Chemicali%C3%ABn_en_modelspoor&amp;diff=42489"/>
				<updated>2016-10-11T10:11:30Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Dick: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Werk in uitvoering.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nog even geduld a.u.b.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;!-&lt;br /&gt;
De gemakkelijkste werkwijze is:  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1. de hoofdindex (1, 2 of 3) aanpassen,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2. het tussenmenu aanpassen,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3. beide pagina-menu's aanpassen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Koptekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Boren&lt;br /&gt;
|Volgende= Constructieve Tips&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Methoden, technieken en materialen&lt;br /&gt;
|Auteur= Dick van der Knaap&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Inhoudsopgave||Klein}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Inleiding ===&lt;br /&gt;
Regelmatig komt het voor, dat oplosmiddelen en andere stoffen door de modelspoorder voor de meest uiteenlopende doeleinden worden gebruikt. Daarover worden, meestal door onwetendheid en ondeskundigheid, de meest wilde verhalen op fora opgehangen.  U kunt daarom het beste vóóraf lezen wat daadwerkelijk gevaren en gebruiks(on)mogelijkheden zijn.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
U kunt er vanuit gaan, dat waarschuwingen niet voor niets worden gegeven. Denk dus niet, dat het allemaal wel zal meevallen. Wees dus zo verstandig om, waar nodig, handschoenen te dragen, oude kleren aan te trekken, de werkruimte te ventileren, niet te roken,  eten of drinken als u met chemicaliën werkt. Bewaar deze zaken buiten het bereik van kinderen, in goed geëtiketteerde flesjes/potjes en in beperkte hoeveelheden. Denk aan het brandgevaar.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Vaak kunt u de samenstellende bestanddelen van allerlei handelsproducten met de bijbehorende veiligheidsgegevens achterhalen. Binnen Europa mag namelijk een stof of mengsel niet worden verkocht zonder een MSDS (Material Safety Data Sheet). Dat kunt u meestal op internet vinden door te zoeken op de combinatie MSDS + productnaam.&lt;br /&gt;
U komt er zo ook achter dat een product vaak onder dezelfde naam verkocht wordt door verschillende fabrikanten, maar dat de samenstelling nog weleens verschillend is. Laat u dus niet op het verkeerde been zetten. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Zo zijn er bijvoorbeeld allerlei vloeistoffen, welke als thinner verkocht worden, maar die onderling zeer verschillend zijn van samenstelling en mate van bruikbaarheid. Een ander voorbeeld is rookvloeistof. Die, welke modelspoorders gebruiken, is een vloeistof welke door middel van elektriciteit wordt verhit en verdampt. In rookmachines (theaters) wordt een waterige vloeistof gebruikt, die daarom juist voor gebruik in een modelspoorloc onbruikbaar is en uw dure inbouwrookontwikkelaar onherstelbaar beschadigt.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Schoonmaakvloeistoffen ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De meeste van de hieronder genoemde vloeistoffen zijn in meer-of-mindere mate vluchtig. Bovendien hebben ze in plastic flessen de neiging om stilletjes tussen de macromoleculen van het plastic door de fleswand te kruipen en zo te vervliegen. Dat verklaart waarom, bijvoorbeeld, een plastic fles terpentine op den duur verschrompelt en steeds leger lijkt te worden. Remedie: glazen flesjes van, bijvoorbeeld, 0,1 liter gebruiken. Over de flessenhals een stukje keukenfolie doen. Dat zorgt ervoor dat de dop niet wordt aangetast en goed afsluit. Tot slot: zorg ervoor, dat de naam van de inhoud op de fles staat!&lt;br /&gt;
==== Benzine ====&lt;br /&gt;
Nooit gebruiken, want er zitten allerlei verbeteraars en dergelijke in (aromaten en MTBE), die na verdampen van de vluchtige bestanddelen op het te ontvetten voorwerp achter blijven.&lt;br /&gt;
==== Wasbenzine ====&lt;br /&gt;
Dat is eveneens een aardoliedestillaat, maar dan aromaatvrij en veel minder ongezond. Het laat bij verdampen g&amp;amp;egrave;&amp;amp;egrave;n residu achter. Goed ventileren!&lt;br /&gt;
==== Terpentijn ====&lt;br /&gt;
Destillaat verkregen uit sommige bomen. Bevat onverzadigde verbindingen, die onder invloed van lucht taaie polymeren vormen, welke als residu achterblijven. Niet gebruiken, dus.&lt;br /&gt;
==== Terpentine ====&lt;br /&gt;
Niet verwarren met terpentijn! Deze vloeistof is een syntheseproduct van de aardolie-industrie. Er blijven g&amp;amp;egrave;&amp;amp;egrave;n resten achter. Is goed bruikbaar in de modelspoor.&lt;br /&gt;
==== Alcohol ====&lt;br /&gt;
Andere naam ethanol. Goed oplosmiddel, dat restloos verdampt. Door de hoge accijns op alcohol, zal de zuivere vloeistof niet gebruikt worden voor schoonmaakdoeleinden. De goedkope variant is spiritus. Die is ondrinkbaar gemaakt door bijmengen van het zeer gezondheidsschadelijke methylalcohol (methanol) en een kleurstof. Ook zit er in spiritus meestal  10-15 % water, wat bij mengen soms problematisch kan zijn.&lt;br /&gt;
Ook bij de naam 'alcohol' kan verwarring optreden. Ze wordt namelijk door sommigen ook wel gebruikt voor de stof isopropanol (isopropylalcohol, IPA, 2-propanol), ook bekend als ruitenwisservloeistof in auto’s om bevriezing in de winter te voorkomen. Is bijvoorbeeld geschikt om de airbrush na afloop schoon te maken, en is volledig met water mengbaar.&lt;br /&gt;
==== Aceton ====&lt;br /&gt;
Synoniemen dimethylketon, 2-propanon, nagellakremover. Dat moet u niet teveel inademen, maar is goed bruikbaar als redelijk agressief  schoonmaakmiddel. Polystyreen wordt erdoor aangetast (opgelost), metalen echter niet. Penselen die na gebruik niet schoongemaakt werden, kunnen van verfresten worden ontdaan en weer soepel gemaakt door behandelen met aceton. Nadeel is, dat de vloeistof snel verdampt. Het kookpunt is 56 &amp;lt;sup&amp;gt;o&amp;lt;/sub&amp;gt;C.&lt;br /&gt;
==== MEK ====&lt;br /&gt;
Synoniemen methylethylketon, 2-butanon. Dit heeft een ongeveer 30 graden hoger kookpunt, verdampt daarom iets minder snel. Het kan beschouwd worden als het 'grotere broertje' van aceton, met een kenmerkende wee&amp;amp;iuml;zoete geur. Mits spaarzaam aangebracht, is het bijna ideaal om polystyreen te lijmen. De in de handel gebruikte 'plasticlijmen' bestaan vaak uit deze vloeistof, verdikt door erin opgelost polystyreen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Etsvloeistoffen ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij het etsproces wordt kopermetaal omgezet tot koperionen door een chemisch proces, waarbij het elektronen afstaat. Di&amp;amp;egrave; worden op hun beurt weer opgenomen door het etsmiddel. Daarvoor zijn verschillende stoffen zeer geschikt gebleken. Maar welke u ook kiest: de oplossing met het etsmiddel is meestal funest voor kleding, waar gemorste vloeistof gaten kan veroorzaken, of lelijke vlekken. Ook tafelbladen, roestvrijstalen aanrechten en ander 'huisraad' vinden gemorste oplossing niet leuk.&lt;br /&gt;
Afval behoort afgevoerd te worden via de gemeentelijke vuilophaaldienst als 'klein chemisch afval'.&lt;br /&gt;
De meest bekende stoffen zijn:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Ijzerchloride ====&lt;br /&gt;
Synoniemen FeCl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;, ferrichloride, ijzertrichloride. Dit is een bruine stof, waarvan een waterige oplossing voor de etsing gebruikt kan worden. Bewaren in gesloten (plastic) fles. Kan troebel worden of een neerslag hebben, maar dat verandert de werking niet.&lt;br /&gt;
De oplossing wordt vaak in de elektronica gebruikt om printplaten te etsen. De stof zal wel bij vele elektronicazaken te koop zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Ammoniumpersulfaat ====&lt;br /&gt;
Synoniem (NH&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;S&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;8&amp;lt;/sub&amp;gt;, ammoniumperoxodisulfaat. Dit is een witte, kristallijne stof die kleurloos oplost in water. Als de stof haar werk doet, gaat het koper in oplossing en ontstaat een diepblauwe kleur (koperammoniumcomplex). Deze stof is wat moeilijker te verkrijgen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Voettekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Boren&lt;br /&gt;
|Volgende= Constructieve Tips&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Methoden, technieken en materialen&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie: Chemicali&amp;amp;euml;n en modelspoor|C]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Praktijk|C]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Dick van der Knaap|C]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Dick</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Chemicali%C3%ABn_en_modelspoor&amp;diff=42488</id>
		<title>Chemicaliën en modelspoor</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Chemicali%C3%ABn_en_modelspoor&amp;diff=42488"/>
				<updated>2016-10-11T10:09:55Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Dick: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Werk in uitvoering.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nog even geduld a.u.b.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;!-&lt;br /&gt;
De gemakkelijkste werkwijze is:  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1. de hoofdindex (1, 2 of 3) aanpassen,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2. het tussenmenu aanpassen,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3. beide pagina-menu's aanpassen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Koptekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Boren&lt;br /&gt;
|Volgende= Constructieve Tips&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Methoden, technieken en materialen&lt;br /&gt;
|Auteur= Dick van der Knaap&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Inhoudsopgave||Klein}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Inleiding ===&lt;br /&gt;
Regelmatig komt het voor, dat oplosmiddelen en andere stoffen door de modelspoorder voor de meest uiteenlopende doeleinden worden gebruikt. Daarover worden, meestal door onwetendheid en ondeskundigheid, de meest wilde verhalen op fora opgehangen.  U kunt daarom het beste vóóraf lezen wat daadwerkelijk gevaren en gebruiks(on)mogelijkheden zijn.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
U kunt er vanuit gaan, dat waarschuwingen niet voor niets worden gegeven. Denk dus niet, dat het allemaal wel zal meevallen. Wees dus zo verstandig om, waar nodig, handschoenen te dragen, oude kleren aan te trekken, de werkruimte te ventileren, niet te roken,  eten of drinken als u met chemicaliën werkt. Bewaar deze zaken buiten het bereik van kinderen, in goed geëtiketteerde flesjes/potjes en in beperkte hoeveelheden. Denk aan het brandgevaar.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Vaak kunt u de samenstellende bestanddelen van allerlei handelsproducten met de bijbehorende veiligheidsgegevens achterhalen. Binnen Europa mag namelijk een stof of mengsel niet worden verkocht zonder een MSDS (Material Safety Data Sheet). Dat kunt u meestal op internet vinden door te zoeken op de combinatie MSDS + productnaam.&lt;br /&gt;
U komt er zo ook achter dat een product vaak onder dezelfde naam verkocht wordt door verschillende fabrikanten, maar dat de samenstelling nog weleens verschillend is. Laat u dus niet op het verkeerde been zetten. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Zo zijn er bijvoorbeeld allerlei vloeistoffen, welke als thinner verkocht worden, maar die onderling zeer verschillend zijn van samenstelling en mate van bruikbaarheid. Een ander voorbeeld is rookvloeistof. Die, welke modelspoorders gebruiken, is een vloeistof welke door middel van elektriciteit wordt verhit en verdampt. In rookmachines (theaters) wordt een waterige vloeistof gebruikt, die daarom juist voor gebruik in een modelspoorloc onbruikbaar is en uw dure inbouwrookontwikkelaar onherstelbaar beschadigt.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Schoonmaakvloeistoffen ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De meeste van de hieronder genoemde vloeistoffen zijn in meer-of-mindere mate vluchtig. Bovendien hebben ze in plastic flessen de neiging om stilletjes tussen de macromoleculen van het plastic door de fleswand te kruipen en zo te vervliegen. Dat verklaart waarom, bijvoorbeeld, een plastic fles terpentine op den duur verschrompelt en steeds leger lijkt te worden. Remedie: glazen flesjes van, bijvoorbeeld, 0,1 liter gebruiken. Over de flessenhals een stukje keukenfolie doen. Dat zorgt ervoor dat de dop niet wordt aangetast en goed afsluit. Tot slot: zorg ervoor, dat de naam van de inhoud op de fles staat!&lt;br /&gt;
==== Benzine ====&lt;br /&gt;
Nooit gebruiken, want er zitten allerlei verbeteraars en dergelijke in (aromaten en MTBE), die na verdampen van de vluchtige bestanddelen op het te ontvetten voorwerp achter blijven.&lt;br /&gt;
==== Wasbenzine ====&lt;br /&gt;
Dat is eveneens een aardoliedestillaat, maar dan aromaatvrij en veel minder ongezond. Het laat bij verdampen g&amp;amp;egrave;&amp;amp;egrave;n residu achter. Goed ventileren!&lt;br /&gt;
==== Terpentijn ====&lt;br /&gt;
Destillaat verkregen uit sommige bomen. Bevat onverzadigde verbindingen, die onder invloed van lucht taaie polymeren vormen, welke als residu achterblijven. Niet gebruiken, dus.&lt;br /&gt;
==== Terpentine ====&lt;br /&gt;
Niet verwarren met terpentijn! Deze vloeistof is een syntheseproduct van de aardolie-industrie. Er blijven g&amp;amp;egrave;&amp;amp;egrave;n resten achter. Is goed bruikbaar in de modelspoor.&lt;br /&gt;
==== Alcohol ====&lt;br /&gt;
Andere naam ethanol. Goed oplosmiddel, dat restloos verdampt. Door de hoge accijns op alcohol, zal de zuivere vloeistof niet gebruikt worden voor schoonmaakdoeleinden. De goedkope variant is spiritus. Die is ondrinkbaar gemaakt door bijmengen van het zeer gezondheidsschadelijke methylalcohol (methanol) en een kleurstof. Ook zit er in spiritus meestal  10-15 % water, wat bij mengen soms problematisch kan zijn.&lt;br /&gt;
Ook bij de naam 'alcohol' kan verwarring optreden. Ze wordt namelijk door sommigen ook wel gebruikt voor de stof isopropanol (isopropylalcohol, IPA, 2-propanol), ook bekend als ruitenwisservloeistof in auto’s om bevriezing in de winter te voorkomen. Is bijvoorbeeld geschikt om de airbrush na afloop schoon te maken, en is volledig met water mengbaar.&lt;br /&gt;
==== Aceton ====&lt;br /&gt;
Synoniemen dimethylketon, 2-propanon, nagellakremover. Dat moet u niet teveel inademen, maar is goed bruikbaar als redelijk agressief  schoonmaakmiddel. Polystyreen wordt erdoor aangetast (opgelost), metalen echter niet. Penselen die na gebruik niet schoongemaakt werden, kunnen van verfresten worden ontdaan en weer soepel gemaakt door behandelen met aceton. Nadeel is, dat de vloeistof snel verdampt. Het kookpunt is 56 &amp;lt;sup&amp;gt;&amp;lt;small&amp;gt;o &amp;lt;normal&amp;gt;C.&lt;br /&gt;
==== MEK ====&lt;br /&gt;
Synoniemen methylethylketon, 2-butanon. Dit heeft een ongeveer 30 graden hoger kookpunt, verdampt daarom iets minder snel. Het kan beschouwd worden als het 'grotere broertje' van aceton, met een kenmerkende wee&amp;amp;iuml;zoete geur. Mits spaarzaam aangebracht, is het bijna ideaal om polystyreen te lijmen. De in de handel gebruikte 'plasticlijmen' bestaan vaak uit deze vloeistof, verdikt door erin opgelost polystyreen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Etsvloeistoffen ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij het etsproces wordt kopermetaal omgezet tot koperionen door een chemisch proces, waarbij het elektronen afstaat. Di&amp;amp;egrave; worden op hun beurt weer opgenomen door het etsmiddel. Daarvoor zijn verschillende stoffen zeer geschikt gebleken. Maar welke u ook kiest: de oplossing met het etsmiddel is meestal funest voor kleding, waar gemorste vloeistof gaten kan veroorzaken, of lelijke vlekken. Ook tafelbladen, roestvrijstalen aanrechten en ander 'huisraad' vinden gemorste oplossing niet leuk.&lt;br /&gt;
Afval behoort afgevoerd te worden via de gemeentelijke vuilophaaldienst als 'klein chemisch afval'.&lt;br /&gt;
De meest bekende stoffen zijn:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Ijzerchloride ====&lt;br /&gt;
Synoniemen FeCl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;, ferrichloride, ijzertrichloride. Dit is een bruine stof, waarvan een waterige oplossing voor de etsing gebruikt kan worden. Bewaren in gesloten (plastic) fles. Kan troebel worden of een neerslag hebben, maar dat verandert de werking niet.&lt;br /&gt;
De oplossing wordt vaak in de elektronica gebruikt om printplaten te etsen. De stof zal wel bij vele elektronicazaken te koop zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Ammoniumpersulfaat ====&lt;br /&gt;
Synoniem (NH&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;S&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;8&amp;lt;/sub&amp;gt;, ammoniumperoxodisulfaat. Dit is een witte, kristallijne stof die kleurloos oplost in water. Als de stof haar werk doet, gaat het koper in oplossing en ontstaat een diepblauwe kleur (koperammoniumcomplex). Deze stof is wat moeilijker te verkrijgen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Voettekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Boren&lt;br /&gt;
|Volgende= Constructieve Tips&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Methoden, technieken en materialen&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie: Chemicali&amp;amp;euml;n en modelspoor|C]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Praktijk|C]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Dick van der Knaap|C]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Dick</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Chemicali%C3%ABn_en_modelspoor&amp;diff=42487</id>
		<title>Chemicaliën en modelspoor</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Chemicali%C3%ABn_en_modelspoor&amp;diff=42487"/>
				<updated>2016-10-11T10:08:35Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Dick: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Werk in uitvoering.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nog even geduld a.u.b.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;!-&lt;br /&gt;
De gemakkelijkste werkwijze is:  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1. de hoofdindex (1, 2 of 3) aanpassen,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2. het tussenmenu aanpassen,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3. beide pagina-menu's aanpassen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Koptekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Boren&lt;br /&gt;
|Volgende= Constructieve Tips&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Methoden, technieken en materialen&lt;br /&gt;
|Auteur= Dick van der Knaap&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Inhoudsopgave||Klein}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Inleiding ===&lt;br /&gt;
Regelmatig komt het voor, dat oplosmiddelen en andere stoffen door de modelspoorder voor de meest uiteenlopende doeleinden worden gebruikt. Daarover worden, meestal door onwetendheid en ondeskundigheid, de meest wilde verhalen op fora opgehangen.  U kunt daarom het beste vóóraf lezen wat daadwerkelijk gevaren en gebruiks(on)mogelijkheden zijn.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
U kunt er vanuit gaan, dat waarschuwingen niet voor niets worden gegeven. Denk dus niet, dat het allemaal wel zal meevallen. Wees dus zo verstandig om, waar nodig, handschoenen te dragen, oude kleren aan te trekken, de werkruimte te ventileren, niet te roken,  eten of drinken als u met chemicaliën werkt. Bewaar deze zaken buiten het bereik van kinderen, in goed geëtiketteerde flesjes/potjes en in beperkte hoeveelheden. Denk aan het brandgevaar.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Vaak kunt u de samenstellende bestanddelen van allerlei handelsproducten met de bijbehorende veiligheidsgegevens achterhalen. Binnen Europa mag namelijk een stof of mengsel niet worden verkocht zonder een MSDS (Material Safety Data Sheet). Dat kunt u meestal op internet vinden door te zoeken op de combinatie MSDS + productnaam.&lt;br /&gt;
U komt er zo ook achter dat een product vaak onder dezelfde naam verkocht wordt door verschillende fabrikanten, maar dat de samenstelling nog weleens verschillend is. Laat u dus niet op het verkeerde been zetten. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Zo zijn er bijvoorbeeld allerlei vloeistoffen, welke als thinner verkocht worden, maar die onderling zeer verschillend zijn van samenstelling en mate van bruikbaarheid. Een ander voorbeeld is rookvloeistof. Die, welke modelspoorders gebruiken, is een vloeistof welke door middel van elektriciteit wordt verhit en verdampt. In rookmachines (theaters) wordt een waterige vloeistof gebruikt, die daarom juist voor gebruik in een modelspoorloc onbruikbaar is en uw dure inbouwrookontwikkelaar onherstelbaar beschadigt.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Schoonmaakvloeistoffen ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De meeste van de hieronder genoemde vloeistoffen zijn in meer-of-mindere mate vluchtig. Bovendien hebben ze in plastic flessen de neiging om stilletjes tussen de macromoleculen van het plastic door de fleswand te kruipen en zo te vervliegen. Dat verklaart waarom, bijvoorbeeld, een plastic fles terpentine op den duur verschrompelt en steeds leger lijkt te worden. Remedie: glazen flesjes van, bijvoorbeeld, 0,1 liter gebruiken. Over de flessenhals een stukje keukenfolie doen. Dat zorgt ervoor dat de dop niet wordt aangetast en goed afsluit. Tot slot: zorg ervoor, dat de naam van de inhoud op de fles staat!&lt;br /&gt;
==== Benzine ====&lt;br /&gt;
Nooit gebruiken, want er zitten allerlei verbeteraars en dergelijke in (aromaten en MTBE), die na verdampen van de vluchtige bestanddelen op het te ontvetten voorwerp achter blijven.&lt;br /&gt;
==== Wasbenzine ====&lt;br /&gt;
Dat is eveneens een aardoliedestillaat, maar dan aromaatvrij en veel minder ongezond. Het laat bij verdampen g&amp;amp;egrave;&amp;amp;egrave;n residu achter. Goed ventileren!&lt;br /&gt;
==== Terpentijn ====&lt;br /&gt;
Destillaat verkregen uit sommige bomen. Bevat onverzadigde verbindingen, die onder invloed van lucht taaie polymeren vormen, welke als residu achterblijven. Niet gebruiken, dus.&lt;br /&gt;
==== Terpentine ====&lt;br /&gt;
Niet verwarren met terpentijn! Deze vloeistof is een syntheseproduct van de aardolie-industrie. Er blijven g&amp;amp;egrave;&amp;amp;egrave;n resten achter. Is goed bruikbaar in de modelspoor.&lt;br /&gt;
==== Alcohol ====&lt;br /&gt;
Andere naam ethanol. Goed oplosmiddel, dat restloos verdampt. Door de hoge accijns op alcohol, zal de zuivere vloeistof niet gebruikt worden voor schoonmaakdoeleinden. De goedkope variant is spiritus. Die is ondrinkbaar gemaakt door bijmengen van het zeer gezondheidsschadelijke methylalcohol (methanol) en een kleurstof. Ook zit er in spiritus meestal  10-15 % water, wat bij mengen soms problematisch kan zijn.&lt;br /&gt;
Ook bij de naam 'alcohol' kan verwarring optreden. Ze wordt namelijk door sommigen ook wel gebruikt voor de stof isopropanol (isopropylalcohol, IPA, 2-propanol), ook bekend als ruitenwisservloeistof in auto’s om bevriezing in de winter te voorkomen. Is bijvoorbeeld geschikt om de airbrush na afloop schoon te maken, en is volledig met water mengbaar.&lt;br /&gt;
==== Aceton ====&lt;br /&gt;
Synoniemen dimethylketon, 2-propanon, nagellakremover. Dat moet u niet teveel inademen, maar is goed bruikbaar als redelijk agressief  schoonmaakmiddel. Polystyreen wordt erdoor aangetast (opgelost), metalen echter niet. Penselen die na gebruik niet schoongemaakt werden, kunnen van verfresten worden ontdaan en weer soepel gemaakt door behandelen met aceton. Nadeel is, dat de vloeistof snel verdampt. Het kookpunt is 56 &amp;lt;sup&amp;gt;&amp;lt;small&amp;gt;o C.&lt;br /&gt;
==== MEK ====&lt;br /&gt;
Synoniemen methylethylketon, 2-butanon. Dit heeft een ongeveer 30 graden hoger kookpunt, verdampt daarom iets minder snel. Het kan beschouwd worden als het 'grotere broertje' van aceton, met een kenmerkende wee&amp;amp;iuml;zoete geur. Mits spaarzaam aangebracht, is het bijna ideaal om polystyreen te lijmen. De in de handel gebruikte 'plasticlijmen' bestaan vaak uit deze vloeistof, verdikt door erin opgelost polystyreen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Etsvloeistoffen ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij het etsproces wordt kopermetaal omgezet tot koperionen door een chemisch proces, waarbij het elektronen afstaat. Di&amp;amp;egrave; worden op hun beurt weer opgenomen door het etsmiddel. Daarvoor zijn verschillende stoffen zeer geschikt gebleken. Maar welke u ook kiest: de oplossing met het etsmiddel is meestal funest voor kleding, waar gemorste vloeistof gaten kan veroorzaken, of lelijke vlekken. Ook tafelbladen, roestvrijstalen aanrechten en ander 'huisraad' vinden gemorste oplossing niet leuk.&lt;br /&gt;
Afval behoort afgevoerd te worden via de gemeentelijke vuilophaaldienst als 'klein chemisch afval'.&lt;br /&gt;
De meest bekende stoffen zijn:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Ijzerchloride ====&lt;br /&gt;
Synoniemen FeCl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;, ferrichloride, ijzertrichloride. Dit is een bruine stof, waarvan een waterige oplossing voor de etsing gebruikt kan worden. Bewaren in gesloten (plastic) fles. Kan troebel worden of een neerslag hebben, maar dat verandert de werking niet.&lt;br /&gt;
De oplossing wordt vaak in de elektronica gebruikt om printplaten te etsen. De stof zal wel bij vele elektronicazaken te koop zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Ammoniumpersulfaat ====&lt;br /&gt;
Synoniem (NH&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;S&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;8&amp;lt;/sub&amp;gt;, ammoniumperoxodisulfaat. Dit is een witte, kristallijne stof die kleurloos oplost in water. Als de stof haar werk doet, gaat het koper in oplossing en ontstaat een diepblauwe kleur (koperammoniumcomplex). Deze stof is wat moeilijker te verkrijgen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Voettekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Boren&lt;br /&gt;
|Volgende= Constructieve Tips&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Methoden, technieken en materialen&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie: Chemicali&amp;amp;euml;n en modelspoor|C]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Praktijk|C]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Dick van der Knaap|C]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Dick</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Chemicali%C3%ABn_en_modelspoor&amp;diff=42486</id>
		<title>Chemicaliën en modelspoor</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Chemicali%C3%ABn_en_modelspoor&amp;diff=42486"/>
				<updated>2016-10-11T10:06:38Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Dick: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Werk in uitvoering.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nog even geduld a.u.b.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;!-&lt;br /&gt;
De gemakkelijkste werkwijze is:  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1. de hoofdindex (1, 2 of 3) aanpassen,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2. het tussenmenu aanpassen,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3. beide pagina-menu's aanpassen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Koptekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Boren&lt;br /&gt;
|Volgende= Constructieve Tips&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Methoden, technieken en materialen&lt;br /&gt;
|Auteur= Dick van der Knaap&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Inhoudsopgave||Klein}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Inleiding ===&lt;br /&gt;
Regelmatig komt het voor, dat oplosmiddelen en andere stoffen door de modelspoorder voor de meest uiteenlopende doeleinden worden gebruikt. Daarover worden, meestal door onwetendheid en ondeskundigheid, de meest wilde verhalen op fora opgehangen.  U kunt daarom het beste vóóraf lezen wat daadwerkelijk gevaren en gebruiks(on)mogelijkheden zijn.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
U kunt er vanuit gaan, dat waarschuwingen niet voor niets worden gegeven. Denk dus niet, dat het allemaal wel zal meevallen. Wees dus zo verstandig om, waar nodig, handschoenen te dragen, oude kleren aan te trekken, de werkruimte te ventileren, niet te roken,  eten of drinken als u met chemicaliën werkt. Bewaar deze zaken buiten het bereik van kinderen, in goed geëtiketteerde flesjes/potjes en in beperkte hoeveelheden. Denk aan het brandgevaar.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Vaak kunt u de samenstellende bestanddelen van allerlei handelsproducten met de bijbehorende veiligheidsgegevens achterhalen. Binnen Europa mag namelijk een stof of mengsel niet worden verkocht zonder een MSDS (Material Safety Data Sheet). Dat kunt u meestal op internet vinden door te zoeken op de combinatie MSDS + productnaam.&lt;br /&gt;
U komt er zo ook achter dat een product vaak onder dezelfde naam verkocht wordt door verschillende fabrikanten, maar dat de samenstelling nog weleens verschillend is. Laat u dus niet op het verkeerde been zetten. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Zo zijn er bijvoorbeeld allerlei vloeistoffen, welke als thinner verkocht worden, maar die onderling zeer verschillend zijn van samenstelling en mate van bruikbaarheid. Een ander voorbeeld is rookvloeistof. Die, welke modelspoorders gebruiken, is een vloeistof welke door middel van elektriciteit wordt verhit en verdampt. In rookmachines (theaters) wordt een waterige vloeistof gebruikt, die daarom juist voor gebruik in een modelspoorloc onbruikbaar is en uw dure inbouwrookontwikkelaar onherstelbaar beschadigt.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Schoonmaakvloeistoffen ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De meeste van de hieronder genoemde vloeistoffen zijn in meer-of-mindere mate vluchtig. Bovendien hebben ze in plastic flessen de neiging om stilletjes tussen de macromoleculen van het plastic door de fleswand te kruipen en zo te vervliegen. Dat verklaart waarom, bijvoorbeeld, een plastic fles terpentine op den duur verschrompelt en steeds leger lijkt te worden. Remedie: glazen flesjes van, bijvoorbeeld, 0,1 liter gebruiken. Over de flessenhals een stukje keukenfolie doen. Dat zorgt ervoor dat de dop niet wordt aangetast en goed afsluit. Tot slot: zorg ervoor, dat de naam van de inhoud op de fles staat!&lt;br /&gt;
==== Benzine ====&lt;br /&gt;
Nooit gebruiken, want er zitten allerlei verbeteraars en dergelijke in (aromaten en MTBE), die na verdampen van de vluchtige bestanddelen op het te ontvetten voorwerp achter blijven.&lt;br /&gt;
==== Wasbenzine ====&lt;br /&gt;
Dat is eveneens een aardoliedestillaat, maar dan aromaatvrij en veel minder ongezond. Het laat bij verdampen g&amp;amp;egrave;&amp;amp;egrave;n residu achter. Goed ventileren!&lt;br /&gt;
==== Terpentijn ====&lt;br /&gt;
Destillaat verkregen uit sommige bomen. Bevat onverzadigde verbindingen, die onder invloed van lucht taaie polymeren vormen, welke als residu achterblijven. Niet gebruiken, dus.&lt;br /&gt;
==== Terpentine ====&lt;br /&gt;
Niet verwarren met terpentijn! Deze vloeistof is een syntheseproduct van de aardolie-industrie. Er blijven g&amp;amp;egrave;&amp;amp;egrave;n resten achter. Is goed bruikbaar in de modelspoor.&lt;br /&gt;
==== Alcohol ====&lt;br /&gt;
Andere naam ethanol. Goed oplosmiddel, dat restloos verdampt. Door de hoge accijns op alcohol, zal de zuivere vloeistof niet gebruikt worden voor schoonmaakdoeleinden. De goedkope variant is spiritus. Die is ondrinkbaar gemaakt door bijmengen van het zeer gezondheidsschadelijke methylalcohol (methanol) en een kleurstof. Ook zit er in spiritus meestal  10-15 % water, wat bij mengen soms problematisch kan zijn.&lt;br /&gt;
Ook bij de naam 'alcohol' kan verwarring optreden. Ze wordt namelijk door sommigen ook wel gebruikt voor de stof isopropanol (isopropylalcohol, IPA, 2-propanol), ook bekend als ruitenwisservloeistof in auto’s om bevriezing in de winter te voorkomen. Is bijvoorbeeld geschikt om de airbrush na afloop schoon te maken, en is volledig met water mengbaar.&lt;br /&gt;
==== Aceton ====&lt;br /&gt;
Synoniemen dimethylketon, 2-propanon, nagellakremover. Dat moet u niet teveel inademen, maar is goed bruikbaar als redelijk agressief  schoonmaakmiddel. Polystyreen wordt erdoor aangetast (opgelost), metalen echter niet. Penselen die na gebruik niet schoongemaakt werden, kunnen van verfresten worden ontdaan en weer soepel gemaakt door behandelen met aceton. Nadeel is, dat de vloeistof snel verdampt. Het kookpunt is 56 &amp;lt;sup&amp;gt;&amp;lt;small&amp;gt;o&amp;lt;/small&amp;gt;&amp;lt;/sub&amp;gt; C.&lt;br /&gt;
==== MEK ====&lt;br /&gt;
Synoniemen methylethylketon, 2-butanon. Dit heeft een ongeveer 30 graden hoger kookpunt, verdampt daarom iets minder snel. Het kan beschouwd worden als het 'grotere broertje' van aceton, met een kenmerkende wee&amp;amp;iuml;zoete geur. Mits spaarzaam aangebracht, is het bijna ideaal om polystyreen te lijmen. De in de handel gebruikte 'plasticlijmen' bestaan vaak uit deze vloeistof, verdikt door erin opgelost polystyreen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Etsvloeistoffen ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij het etsproces wordt kopermetaal omgezet tot koperionen door een chemisch proces, waarbij het elektronen afstaat. Di&amp;amp;egrave; worden op hun beurt weer opgenomen door het etsmiddel. Daarvoor zijn verschillende stoffen zeer geschikt gebleken. Maar welke u ook kiest: de oplossing met het etsmiddel is meestal funest voor kleding, waar gemorste vloeistof gaten kan veroorzaken, of lelijke vlekken. Ook tafelbladen, roestvrijstalen aanrechten en ander 'huisraad' vinden gemorste oplossing niet leuk.&lt;br /&gt;
Afval behoort afgevoerd te worden via de gemeentelijke vuilophaaldienst als 'klein chemisch afval'.&lt;br /&gt;
De meest bekende stoffen zijn:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Ijzerchloride ====&lt;br /&gt;
Synoniemen FeCl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;, ferrichloride, ijzertrichloride. Dit is een bruine stof, waarvan een waterige oplossing voor de etsing gebruikt kan worden. Bewaren in gesloten (plastic) fles. Kan troebel worden of een neerslag hebben, maar dat verandert de werking niet.&lt;br /&gt;
De oplossing wordt vaak in de elektronica gebruikt om printplaten te etsen. De stof zal wel bij vele elektronicazaken te koop zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Ammoniumpersulfaat ====&lt;br /&gt;
Synoniem (NH&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;S&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;8&amp;lt;/sub&amp;gt;, ammoniumperoxodisulfaat. Dit is een witte, kristallijne stof die kleurloos oplost in water. Als de stof haar werk doet, gaat het koper in oplossing en ontstaat een diepblauwe kleur (koperammoniumcomplex). Deze stof is wat moeilijker te verkrijgen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Voettekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Boren&lt;br /&gt;
|Volgende= Constructieve Tips&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Methoden, technieken en materialen&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie: Chemicali&amp;amp;euml;n en modelspoor|C]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Praktijk|C]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Dick van der Knaap|C]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Dick</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Chemicali%C3%ABn_en_modelspoor&amp;diff=42485</id>
		<title>Chemicaliën en modelspoor</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Chemicali%C3%ABn_en_modelspoor&amp;diff=42485"/>
				<updated>2016-10-11T10:04:33Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Dick: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Werk in uitvoering.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nog even geduld a.u.b.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;!-&lt;br /&gt;
De gemakkelijkste werkwijze is:  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1. de hoofdindex (1, 2 of 3) aanpassen,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2. het tussenmenu aanpassen,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3. beide pagina-menu's aanpassen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Koptekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Boren&lt;br /&gt;
|Volgende= Constructieve Tips&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Methoden, technieken en materialen&lt;br /&gt;
|Auteur= Dick van der Knaap&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Inhoudsopgave||Klein}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Inleiding ===&lt;br /&gt;
Regelmatig komt het voor, dat oplosmiddelen en andere stoffen door de modelspoorder voor de meest uiteenlopende doeleinden worden gebruikt. Daarover worden, meestal door onwetendheid en ondeskundigheid, de meest wilde verhalen op fora opgehangen.  U kunt daarom het beste vóóraf lezen wat daadwerkelijk gevaren en gebruiks(on)mogelijkheden zijn.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
U kunt er vanuit gaan, dat waarschuwingen niet voor niets worden gegeven. Denk dus niet, dat het allemaal wel zal meevallen. Wees dus zo verstandig om, waar nodig, handschoenen te dragen, oude kleren aan te trekken, de werkruimte te ventileren, niet te roken,  eten of drinken als u met chemicaliën werkt. Bewaar deze zaken buiten het bereik van kinderen, in goed geëtiketteerde flesjes/potjes en in beperkte hoeveelheden. Denk aan het brandgevaar.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Vaak kunt u de samenstellende bestanddelen van allerlei handelsproducten met de bijbehorende veiligheidsgegevens achterhalen. Binnen Europa mag namelijk een stof of mengsel niet worden verkocht zonder een MSDS (Material Safety Data Sheet). Dat kunt u meestal op internet vinden door te zoeken op de combinatie MSDS + productnaam.&lt;br /&gt;
U komt er zo ook achter dat een product vaak onder dezelfde naam verkocht wordt door verschillende fabrikanten, maar dat de samenstelling nog weleens verschillend is. Laat u dus niet op het verkeerde been zetten. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Zo zijn er bijvoorbeeld allerlei vloeistoffen, welke als thinner verkocht worden, maar die onderling zeer verschillend zijn van samenstelling en mate van bruikbaarheid. Een ander voorbeeld is rookvloeistof. Die, welke modelspoorders gebruiken, is een vloeistof welke door middel van elektriciteit wordt verhit en verdampt. In rookmachines (theaters) wordt een waterige vloeistof gebruikt, die daarom juist voor gebruik in een modelspoorloc onbruikbaar is en uw dure inbouwrookontwikkelaar onherstelbaar beschadigt.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Schoonmaakvloeistoffen ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De meeste van de hieronder genoemde vloeistoffen zijn in meer-of-mindere mate vluchtig. Bovendien hebben ze in plastic flessen de neiging om stilletjes tussen de macromoleculen van het plastic door de fleswand te kruipen en zo te vervliegen. Dat verklaart waarom, bijvoorbeeld, een plastic fles terpentine op den duur verschrompelt en steeds leger lijkt te worden. Remedie: glazen flesjes van, bijvoorbeeld, 0,1 liter gebruiken. Over de flessenhals een stukje keukenfolie doen. Dat zorgt ervoor dat de dop niet wordt aangetast en goed afsluit. Tot slot: zorg ervoor, dat de naam van de inhoud op de fles staat!&lt;br /&gt;
==== Benzine ====&lt;br /&gt;
Nooit gebruiken, want er zitten allerlei verbeteraars en dergelijke in (aromaten en MTBE), die na verdampen van de vluchtige bestanddelen op het te ontvetten voorwerp achter blijven.&lt;br /&gt;
==== Wasbenzine ====&lt;br /&gt;
Dat is eveneens een aardoliedestillaat, maar dan aromaatvrij en veel minder ongezond. Het laat bij verdampen g&amp;amp;egrave;&amp;amp;egrave;n residu achter. Goed ventileren!&lt;br /&gt;
==== Terpentijn ====&lt;br /&gt;
Destillaat verkregen uit sommige bomen. Bevat onverzadigde verbindingen, die onder invloed van lucht taaie polymeren vormen, welke als residu achterblijven. Niet gebruiken, dus.&lt;br /&gt;
==== Terpentine ====&lt;br /&gt;
Niet verwarren met terpentijn! Deze vloeistof is een syntheseproduct van de aardolie-industrie. Er blijven g&amp;amp;egrave;&amp;amp;egrave;n resten achter. Is goed bruikbaar in de modelspoor.&lt;br /&gt;
==== Alcohol ====&lt;br /&gt;
Andere naam ethanol. Goed oplosmiddel, dat restloos verdampt. Door de hoge accijns op alcohol, zal de zuivere vloeistof niet gebruikt worden voor schoonmaakdoeleinden. De goedkope variant is spiritus. Die is ondrinkbaar gemaakt door bijmengen van het zeer gezondheidsschadelijke methylalcohol (methanol) en een kleurstof. Ook zit er in spiritus meestal  10-15 % water, wat bij mengen soms problematisch kan zijn.&lt;br /&gt;
Ook bij de naam 'alcohol' kan verwarring optreden. Ze wordt namelijk door sommigen ook wel gebruikt voor de stof isopropanol (isopropylalcohol, IPA, 2-propanol), ook bekend als ruitenwisservloeistof in auto’s om bevriezing in de winter te voorkomen. Is bijvoorbeeld geschikt om de airbrush na afloop schoon te maken, en is volledig met water mengbaar.&lt;br /&gt;
==== Aceton ====&lt;br /&gt;
Synoniemen dimethylketon, 2-propanon, nagellakremover. Dat moet u niet teveel inademen, maar is goed bruikbaar als redelijk agressief  schoonmaakmiddel. Polystyreen wordt erdoor aangetast (opgelost), metalen echter niet. Penselen die na gebruik niet schoongemaakt werden, kunnen van verfresten worden ontdaan en weer soepel gemaakt door behandelen met aceton. Nadeel is, dat de vloeistof snel verdampt.&lt;br /&gt;
==== MEK ====&lt;br /&gt;
Synoniemen methylethylketon, 2-butanon. Dit heeft een ongeveer 30 graden hoger kookpunt, verdampt daarom iets minder snel. Het kan beschouwd worden als het 'grotere broertje' van aceton, met een kenmerkende wee&amp;amp;iuml;zoete geur. Mits spaarzaam aangebracht, is het bijna ideaal om polystyreen te lijmen. De in de handel gebruikte 'plasticlijmen' bestaan vaak uit deze vloeistof, verdikt door erin opgelost polystyreen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Etsvloeistoffen ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij het etsproces wordt kopermetaal omgezet tot koperionen door een chemisch proces, waarbij het elektronen afstaat. Di&amp;amp;egrave; worden op hun beurt weer opgenomen door het etsmiddel. Daarvoor zijn verschillende stoffen zeer geschikt gebleken. Maar welke u ook kiest: de oplossing met het etsmiddel is meestal funest voor kleding, waar gemorste vloeistof gaten kan veroorzaken, of lelijke vlekken. Ook tafelbladen, roestvrijstalen aanrechten en ander 'huisraad' vinden gemorste oplossing niet leuk.&lt;br /&gt;
Afval behoort afgevoerd te worden via de gemeentelijke vuilophaaldienst als 'klein chemisch afval'.&lt;br /&gt;
De meest bekende stoffen zijn:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Ijzerchloride ====&lt;br /&gt;
Synoniemen FeCl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;, ferrichloride, ijzertrichloride. Dit is een bruine stof, waarvan een waterige oplossing voor de etsing gebruikt kan worden. Bewaren in gesloten (plastic) fles. Kan troebel worden of een neerslag hebben, maar dat verandert de werking niet.&lt;br /&gt;
De oplossing wordt vaak in de elektronica gebruikt om printplaten te etsen. De stof zal wel bij vele elektronicazaken te koop zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Ammoniumpersulfaat ====&lt;br /&gt;
Synoniem (NH&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;S&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;8&amp;lt;/sub&amp;gt;, ammoniumperoxodisulfaat. Dit is een witte, kristallijne stof die kleurloos oplost in water. Als de stof haar werk doet, gaat het koper in oplossing en ontstaat een diepblauwe kleur (koperammoniumcomplex). Deze stof is wat moeilijker te verkrijgen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Voettekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Boren&lt;br /&gt;
|Volgende= Constructieve Tips&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Methoden, technieken en materialen&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie: Chemicali&amp;amp;euml;n en modelspoor|C]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Praktijk|C]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Dick van der Knaap|C]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
-&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Dick</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Chemicali%C3%ABn_en_modelspoor&amp;diff=42484</id>
		<title>Chemicaliën en modelspoor</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Chemicali%C3%ABn_en_modelspoor&amp;diff=42484"/>
				<updated>2016-10-11T10:03:56Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Dick: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Werk in uitvoering.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nog even geduld a.u.b.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;!--&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De gemakkelijkste werkwijze is:  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1. de hoofdindex (1, 2 of 3) aanpassen,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2. het tussenmenu aanpassen,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3. beide pagina-menu's aanpassen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Koptekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Boren&lt;br /&gt;
|Volgende= Constructieve Tips&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Methoden, technieken en materialen&lt;br /&gt;
|Auteur= Dick van der Knaap&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Inhoudsopgave||Klein}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Inleiding ===&lt;br /&gt;
Regelmatig komt het voor, dat oplosmiddelen en andere stoffen door de modelspoorder voor de meest uiteenlopende doeleinden worden gebruikt. Daarover worden, meestal door onwetendheid en ondeskundigheid, de meest wilde verhalen op fora opgehangen.  U kunt daarom het beste vóóraf lezen wat daadwerkelijk gevaren en gebruiks(on)mogelijkheden zijn.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
U kunt er vanuit gaan, dat waarschuwingen niet voor niets worden gegeven. Denk dus niet, dat het allemaal wel zal meevallen. Wees dus zo verstandig om, waar nodig, handschoenen te dragen, oude kleren aan te trekken, de werkruimte te ventileren, niet te roken,  eten of drinken als u met chemicaliën werkt. Bewaar deze zaken buiten het bereik van kinderen, in goed geëtiketteerde flesjes/potjes en in beperkte hoeveelheden. Denk aan het brandgevaar.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Vaak kunt u de samenstellende bestanddelen van allerlei handelsproducten met de bijbehorende veiligheidsgegevens achterhalen. Binnen Europa mag namelijk een stof of mengsel niet worden verkocht zonder een MSDS (Material Safety Data Sheet). Dat kunt u meestal op internet vinden door te zoeken op de combinatie MSDS + productnaam.&lt;br /&gt;
U komt er zo ook achter dat een product vaak onder dezelfde naam verkocht wordt door verschillende fabrikanten, maar dat de samenstelling nog weleens verschillend is. Laat u dus niet op het verkeerde been zetten. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Zo zijn er bijvoorbeeld allerlei vloeistoffen, welke als thinner verkocht worden, maar die onderling zeer verschillend zijn van samenstelling en mate van bruikbaarheid. Een ander voorbeeld is rookvloeistof. Die, welke modelspoorders gebruiken, is een vloeistof welke door middel van elektriciteit wordt verhit en verdampt. In rookmachines (theaters) wordt een waterige vloeistof gebruikt, die daarom juist voor gebruik in een modelspoorloc onbruikbaar is en uw dure inbouwrookontwikkelaar onherstelbaar beschadigt.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Schoonmaakvloeistoffen ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De meeste van de hieronder genoemde vloeistoffen zijn in meer-of-mindere mate vluchtig. Bovendien hebben ze in plastic flessen de neiging om stilletjes tussen de macromoleculen van het plastic door de fleswand te kruipen en zo te vervliegen. Dat verklaart waarom, bijvoorbeeld, een plastic fles terpentine op den duur verschrompelt en steeds leger lijkt te worden. Remedie: glazen flesjes van, bijvoorbeeld, 0,1 liter gebruiken. Over de flessenhals een stukje keukenfolie doen. Dat zorgt ervoor dat de dop niet wordt aangetast en goed afsluit. Tot slot: zorg ervoor, dat de naam van de inhoud op de fles staat!&lt;br /&gt;
==== Benzine ====&lt;br /&gt;
Nooit gebruiken, want er zitten allerlei verbeteraars en dergelijke in (aromaten en MTBE), die na verdampen van de vluchtige bestanddelen op het te ontvetten voorwerp achter blijven.&lt;br /&gt;
==== Wasbenzine ====&lt;br /&gt;
Dat is eveneens een aardoliedestillaat, maar dan aromaatvrij en veel minder ongezond. Het laat bij verdampen g&amp;amp;egrave;&amp;amp;egrave;n residu achter. Goed ventileren!&lt;br /&gt;
==== Terpentijn ====&lt;br /&gt;
Destillaat verkregen uit sommige bomen. Bevat onverzadigde verbindingen, die onder invloed van lucht taaie polymeren vormen, welke als residu achterblijven. Niet gebruiken, dus.&lt;br /&gt;
==== Terpentine ====&lt;br /&gt;
Niet verwarren met terpentijn! Deze vloeistof is een syntheseproduct van de aardolie-industrie. Er blijven g&amp;amp;egrave;&amp;amp;egrave;n resten achter. Is goed bruikbaar in de modelspoor.&lt;br /&gt;
==== Alcohol ====&lt;br /&gt;
Andere naam ethanol. Goed oplosmiddel, dat restloos verdampt. Door de hoge accijns op alcohol, zal de zuivere vloeistof niet gebruikt worden voor schoonmaakdoeleinden. De goedkope variant is spiritus. Die is ondrinkbaar gemaakt door bijmengen van het zeer gezondheidsschadelijke methylalcohol (methanol) en een kleurstof. Ook zit er in spiritus meestal  10-15 % water, wat bij mengen soms problematisch kan zijn.&lt;br /&gt;
Ook bij de naam 'alcohol' kan verwarring optreden. Ze wordt namelijk door sommigen ook wel gebruikt voor de stof isopropanol (isopropylalcohol, IPA, 2-propanol), ook bekend als ruitenwisservloeistof in auto’s om bevriezing in de winter te voorkomen. Is bijvoorbeeld geschikt om de airbrush na afloop schoon te maken, en is volledig met water mengbaar.&lt;br /&gt;
==== Aceton ====&lt;br /&gt;
Synoniemen dimethylketon, 2-propanon, nagellakremover. Dat moet u niet teveel inademen, maar is goed bruikbaar als redelijk agressief  schoonmaakmiddel. Polystyreen wordt erdoor aangetast (opgelost), metalen echter niet. Penselen die na gebruik niet schoongemaakt werden, kunnen van verfresten worden ontdaan en weer soepel gemaakt door behandelen met aceton. Nadeel is, dat de vloeistof snel verdampt.&lt;br /&gt;
==== MEK ====&lt;br /&gt;
Synoniemen methylethylketon, 2-butanon. Dit heeft een ongeveer 30 graden hoger kookpunt, verdampt daarom iets minder snel. Het kan beschouwd worden als het 'grotere broertje' van aceton, met een kenmerkende wee&amp;amp;iuml;zoete geur. Mits spaarzaam aangebracht, is het bijna ideaal om polystyreen te lijmen. De in de handel gebruikte 'plasticlijmen' bestaan vaak uit deze vloeistof, verdikt door erin opgelost polystyreen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Etsvloeistoffen ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij het etsproces wordt kopermetaal omgezet tot koperionen door een chemisch proces, waarbij het elektronen afstaat. Di&amp;amp;egrave; worden op hun beurt weer opgenomen door het etsmiddel. Daarvoor zijn verschillende stoffen zeer geschikt gebleken. Maar welke u ook kiest: de oplossing met het etsmiddel is meestal funest voor kleding, waar gemorste vloeistof gaten kan veroorzaken, of lelijke vlekken. Ook tafelbladen, roestvrijstalen aanrechten en ander 'huisraad' vinden gemorste oplossing niet leuk.&lt;br /&gt;
Afval behoort afgevoerd te worden via de gemeentelijke vuilophaaldienst als 'klein chemisch afval'.&lt;br /&gt;
De meest bekende stoffen zijn:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Ijzerchloride ====&lt;br /&gt;
Synoniemen FeCl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sub&amp;gt;, ferrichloride, ijzertrichloride. Dit is een bruine stof, waarvan een waterige oplossing voor de etsing gebruikt kan worden. Bewaren in gesloten (plastic) fles. Kan troebel worden of een neerslag hebben, maar dat verandert de werking niet.&lt;br /&gt;
De oplossing wordt vaak in de elektronica gebruikt om printplaten te etsen. De stof zal wel bij vele elektronicazaken te koop zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Ammoniumpersulfaat ====&lt;br /&gt;
Synoniem (NH&amp;lt;sub&amp;gt;4&amp;lt;/sub&amp;gt;)&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;S&amp;lt;sub&amp;gt;2&amp;lt;/sub&amp;gt;O&amp;lt;sub&amp;gt;8&amp;lt;/sub&amp;gt;, ammoniumperoxodisulfaat. Dit is een witte, kristallijne stof die kleurloos oplost in water. Als de stof haar werk doet, gaat het koper in oplossing en ontstaat een diepblauwe kleur (koperammoniumcomplex). Deze stof is wat moeilijker te verkrijgen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Voettekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Boren&lt;br /&gt;
|Volgende= Constructieve Tips&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Methoden, technieken en materialen&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie: Chemicali&amp;amp;euml;n en modelspoor|C]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Praktijk|C]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Dick van der Knaap|C]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
--&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Dick</name></author>	</entry>

	<entry>
		<id>https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Chemicali%C3%ABn_en_modelspoor&amp;diff=42483</id>
		<title>Chemicaliën en modelspoor</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://encyclopedie.beneluxspoor.eu/index.php?title=Chemicali%C3%ABn_en_modelspoor&amp;diff=42483"/>
				<updated>2016-10-11T09:48:26Z</updated>
		
		<summary type="html">&lt;p&gt;Dick: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Werk in uitvoering.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Nog even geduld a.u.b.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;lt;!--&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De gemakkelijkste werkwijze is:  &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
1. de hoofdindex (1, 2 of 3) aanpassen,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
2. het tussenmenu aanpassen,&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
3. beide pagina-menu's aanpassen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Koptekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Boren&lt;br /&gt;
|Volgende= Constructieve Tips&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Methoden, technieken en materialen&lt;br /&gt;
|Auteur= Dick van der Knaap&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
{{Inhoudsopgave||Klein}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Inleiding ===&lt;br /&gt;
Regelmatig komt het voor, dat oplosmiddelen en andere stoffen door de modelspoorder voor de meest uiteenlopende doeleinden worden gebruikt. Daarover worden, meestal door onwetendheid en ondeskundigheid, de meest wilde verhalen op fora opgehangen.  U kunt daarom het beste vóóraf lezen wat daadwerkelijk gevaren en gebruiks(on)mogelijkheden zijn.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
U kunt er vanuit gaan, dat waarschuwingen niet voor niets worden gegeven. Denk dus niet, dat het allemaal wel zal meevallen. Wees dus zo verstandig om, waar nodig, handschoenen te dragen, oude kleren aan te trekken, de werkruimte te ventileren, niet te roken,  eten of drinken als u met chemicaliën werkt. Bewaar deze zaken buiten het bereik van kinderen, in goed geëtiketteerde flesjes/potjes en in beperkte hoeveelheden. Denk aan het brandgevaar.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Vaak kunt u de samenstellende bestanddelen van allerlei handelsproducten met de bijbehorende veiligheidsgegevens achterhalen. Binnen Europa mag namelijk een stof of mengsel niet worden verkocht zonder een MSDS (Material Safety Data Sheet). Dat kunt u meestal op internet vinden door te zoeken op de combinatie MSDS + productnaam.&lt;br /&gt;
U komt er zo ook achter dat een product vaak onder dezelfde naam verkocht wordt door verschillende fabrikanten, maar dat de samenstelling nog weleens verschillend is. Laat u dus niet op het verkeerde been zetten. &amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
Zo zijn er bijvoorbeeld allerlei vloeistoffen, welke als thinner verkocht worden, maar die onderling zeer verschillend zijn van samenstelling en mate van bruikbaarheid. Een ander voorbeeld is rookvloeistof. Die, welke modelspoorders gebruiken, is een vloeistof welke door middel van elektriciteit wordt verhit en verdampt. In rookmachines (theaters) wordt een waterige vloeistof gebruikt, die daarom juist voor gebruik in een modelspoorloc onbruikbaar is en uw dure inbouwrookontwikkelaar onherstelbaar beschadigt.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Schoonmaakvloeistoffen ===&lt;br /&gt;
==== Benzine ====&lt;br /&gt;
Nooit gebruiken, want er zitten allerlei verbeteraars en dergelijke in (aromaten en MTBE), die na verdampen van de vluchtige bestanddelen op het te ontvetten voorwerp achter blijven.&lt;br /&gt;
==== Wasbenzine ====&lt;br /&gt;
Dat is eveneens een aardoliedestillaat, maar dan aromaatvrij en veel minder ongezond. Het laat bij verdampen g&amp;amp;egrave;&amp;amp;egrave;n residu achter. Goed ventileren!&lt;br /&gt;
==== Terpentijn ====&lt;br /&gt;
Destillaat verkregen uit sommige bomen. Bevat onverzadigde verbindingen, die onder invloed van lucht taaie polymeren vormen, welke als residu achterblijven. Niet gebruiken, dus.&lt;br /&gt;
==== Terpentine ====&lt;br /&gt;
Niet verwarren met terpentijn! Deze vloeistof is een syntheseproduct van de aardolie-industrie. Er blijven g&amp;amp;egrave;&amp;amp;egrave;n resten achter. Is goed bruikbaar in de modelspoor.&lt;br /&gt;
==== Alcohol ====&lt;br /&gt;
Andere naam ethanol. Goed oplosmiddel, dat restloos verdampt. Door de hoge accijns op alcohol, zal de zuivere vloeistof niet gebruikt worden voor schoonmaakdoeleinden. De goedkope variant is spiritus. Die is ondrinkbaar gemaakt door bijmengen van het zeer gezondheidsschadelijke methylalcohol (methanol) en een kleurstof. Ook zit er in spiritus meestal  10-15 % water, wat bij mengen soms problematisch kan zijn.&lt;br /&gt;
Ook bij de naam 'alcohol' kan verwarring optreden. Ze wordt namelijk door sommigen ook wel gebruikt voor de stof isopropanol (isopropylalcohol, IPA, 2-propanol), ook bekend als ruitenwisservloeistof in auto’s om bevriezing in de winter te voorkomen. Is bijvoorbeeld geschikt om de airbrush na afloop schoon te maken, en is volledig met water mengbaar.&lt;br /&gt;
==== Aceton ====&lt;br /&gt;
Synoniemen dimethylketon, 2-propanon, nagellakremover. Dat moet u niet teveel inademen, maar is goed bruikbaar als redelijk agressief  schoonmaakmiddel. Polystyreen wordt erdoor aangetast (opgelost), metalen echter niet. Penselen die na gebruik niet schoongemaakt werden, kunnen van verfresten worden ontdaan en weer soepel gemaakt door behandelen met aceton. Nadeel is, dat de vloeistof snel verdampt.&lt;br /&gt;
==== MEK ====&lt;br /&gt;
Synoniemen methylethylketon, 2-butanon. Dit heeft een ongeveer 30 graden hoger kookpunt, verdampt daarom iets minder snel. Het kan beschouwd worden als het 'grotere broertje' van aceton, met een kenmerkende wee&amp;amp;iuml;zoete geur. Mits spaarzaam aangebracht, is het bijna ideaal om polystyreen te lijmen. De in de handel gebruikte 'plasticlijmen' bestaan vaak uit deze vloeistof, verdikt door erin opgelost polystyreen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Etsvloeistoffen ===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij het etsproces wordt kopermetaal omgezet tot koperionen door een chemisch proces, waarbij het elektronen afstaat. Di&amp;amp;egrave; worden op hun beurt weer opgenomen door het etsmiddel. Daarvoor zijn verschillende stoffen zeer geschikt gebleken. Maar welke u ook kiest: de oplossing met het etsmiddel is meestal funest voor kleding, waar gemorste vloeistof gaten kan veroorzaken, of lelijke vlekken. Ook tafelbladen, roestvrijstalen aanrechten en ander 'huisraad' vinden gemorste oplossing niet leuk.&lt;br /&gt;
Afval behoort afgevoerd te worden via de gemeentelijke vuilophaaldienst als 'klein chemisch afval'.&lt;br /&gt;
De meest bekende stoffen zijn:&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Ijzerchloride ====&lt;br /&gt;
Synoniemen FeCl&amp;lt;sub&amp;gt;3&amp;lt;/sup&amp;gt;, ferrichloride, ijzertrichloride. Dit is een bruine stof, waarvan een waterige oplossing voor de etsing gebruikt kan worden. Bewaren in gesloten (plastic) fles. Kan troebel worden of een neerslag hebben, maar dat verandert de werking niet.&lt;br /&gt;
De oplossing wordt vaak in de elektronica gebruikt om printplaten te etsen. De stof zal wel bij vele elektronicazaken te koop zijn.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Ammoniumpersulfaat ====&lt;br /&gt;
Synoniem ammoniumperoxodisulfaat. Dit is een witte, kristallijne stof die kleurloos oplost in water. Als de stof haar werk doet, gaat het koper in oplossing en ontstaat een diepblauwe kleur (koperammoniumcomplex). Deze stof is wat moeilijker te verkrijgen.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Voettekst&lt;br /&gt;
|Vorige= Boren&lt;br /&gt;
|Volgende= Constructieve Tips&lt;br /&gt;
|VorigeMenu= Methoden, technieken en materialen&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie: Chemicali&amp;amp;euml;n en modelspoor|C]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Praktijk|C]]&lt;br /&gt;
[[Categorie: Dick van der Knaap|C]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
--&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Dick</name></author>	</entry>

	</feed>